Tagarchief: goddelijke komedie

Divina Commedia: De laatste etappe: Paradijs

Aan de poort van het Paradijs staat Dante. Hij wordt meegevoerd naar de hemel, getrokken door de ogen van Beatrice. Het is een bijzonder moment in dit meesterwerk. Hier stijgt de held en verteller van het verhaal hoger en hoger.

Met dezelfde precisie als de eerste 2 delen heeft Dante dit laatste deel van de Goddelijke komedie geconstrueerd. Als onderdeel van de goddelijke 3-eenheid, volgt het Paradijs na de Hel en de Louteringsberg.

Stond de hel in het teken van de straf, de Louteringsberg voor het louteren, in het laatste deel staat de goddelijke beleving centraal. De beloning voor een godvruchtig leven.

Het contrast met de eerdere delen is dat Dante zich in de Hel en op de Louteringsberg nog verbonden voelde met de aarde. De Hel bevindt zich in de aarde, de Louteringsberg aan de andere kant, in feite het Zuidelijk halfrond. De hemel bevindt zich buiten de aarde.

De constructie van de hemel is in dezelfde vorm als de hel die Dante heeft geconstrueerd. Ook hier zijn cirkels, in totaal 9 hemels, verdeeld over de verschillende geesten die er zijn in de hemel. Daarbuiten zijn de hemelroos en uiteindelijk God, omringd door 9 engelenkoren.

De hoofdpersoon en verteller ondergaat deze reis door de hemel als een visioen, meegezogen door zijn begeleider Beatrice. Zij vervult een bijzondere rol van enerzijds de aardse liefde en de goddelijke liefde anderzijds. De erotiek speelt hier geen rol. Het is echt een zuiver religieuze beleving. Dat maakt dit boek misschien ook tot het minst toegankelijke deel van het 3-luik van Dante.

Het is werkelijk een tour de force. Waar ik grote waardering voor heb. Ik hoop u mee te kunnen nemen in dit tegenwoordig minst gewaardeerde deel van de Divina Commedia, terwijl het in Dantes tijd ongetwijfeld als hoogtepunt gold.

Lees volgende week het eerste deel van Dantes reis door het Paradijs.

Intermezzo: Divina Commedia: Tussen berg en hemel

De reis van Dante is nu op 2/3 van zijn tocht. Na de diepten van de Hel, volgde de klim op de Louteringsberg. Nu vervolgt hij onder begeleiding van Beatrice de vaart naar de hemel.

De verteller zal nog veel ontdekken en zo diep als de hel ging, zo hoog gaat nu zijn reis door de hemel. Hij zal niet alleen de hemel zien, maar ook dicht bij de hemellichamen komen en uiteindelijk dicht bij God. Heel dicht bij God. Zo dicht is nog nooit een levend wezen bij de almachtige geweest.

Het Paradijs saai?

Veel lezers duiden het gedeelte dat nu aanbreekt als saai aan. Het vormt natuurlijk wel een contrast met het 1e deel van de hel. Zijn het daar de gestraften die uitvoerig beschreven worden, hier komen de goeden aan bod. Ze krijgen allemaal alle lof toebedeeld en er klinkt heel veel gezang, samen met een geur van bloemetjes en andere gelukzalige momenten.

In een uitvoerig essay over Dantes Goddelijke komedie schrijft de dichter T.S. Eliot zijn relatie met dit bijzondere werk. Hij schrijft in het essay dat het deel van de Louteringsberg vrijwel naadloos overgaat in het Paradijs.

Boetedoening – loutering – zaligheid

Is de hel het moment van boetedoening, de Louteringsberg de fase van de loutering. In het 3e en laatste deel staat de zaligheid centraal. Terecht wijst Eliot op de verbinding van de delen met elkaar. Dat daarmee het middendeel van een ongekende schoonheid is.

Na het lezen van de Purgatorio kom je er ook weer achter hoe krachtig de verteller het proces van reiniging beschrijft. Ik vind het gewoon een deel waaruit je als lezer het meeste lering kunt trekken. Dat je al tijdens je leven aan dit proces kunt beginnen. De ervaringen die Dante samen met zijn reisgenoten beleeft, helpen hem om uiteindelijk het donkere woud te overwinnen.

Reis door tijd en ruimte

Het laatste deel wordt niet alleen een reis door de hemel, maar ook door tijd en ruimte. De verteller tart aan de wetenschappelijke kennis van zijn tijd. Het grenst tegen het onmogelijke. En op een wonderbaarlijke manier weet Dante het mystieke en goddelijke hiermee te combineren.

Nieuw blad: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 33b

Dante krijgt een bijzondere vergelijking naar het hoofd geslingerd van Beatrice. Ze vergelijkt het inzicht van Dante met een tak die in de Elsa ligt. De rivier bevat zoveel kalk dat in vrij korte tijd de tak bedekt wordt met een laag kalk, waardoor de tak versteent. Het inzicht van Dante is net zo versteend als het stuk hout dat in dit water ligt.

Dante mag dan wel vele studies hebben gevolgd, het biedt hem nog geen inzicht in het goddelijke. Hier breekt een bijzonder deel van de reis aan. Onder leiding van Beatrice krijgt hij een inkijkje in dit inzicht. Het tafereel dat zich zojuist rond de boom van kennis van goed en kwaad heeft afgespeeld is daar de inleiding van.

Rond het middaguur stoppen de 7 vrouwen die hen begeleiden. Ze staan aan de rand van het woud en zien hier de rivieren die het aardse paradijs begrenzen. Matelda brengt hem en Statius die ook nog bij hen is, naar de oorsprong van deze 2 rivieren. Hier mag Dante van het water drinken.

Er rest mij niet meer ruimte op dit blad,
O lezer, om het water te bezingen
Waarvan ik gaarne meer gedronken had,

Want ik verlaat de berg der louteringen.
Dit deel is af. Ik voeg mij naar de toom,
De teugels die mij tot beperking dwingen.

Ik kwam herboren uit de goede stroom,
Zo puur als bomen die nieuw lover krijgen
En zich vernieuwen tot een nieuwe boom,

Gereed om naar de sterren op te stijgen. (vs 136 – 145; vert. Ike Cialona en Peter Verstegen)

De verteller bedient zich van een heerlijke vergelijking. Als eerste begint hij over het letterlijke schrijfproces van dit meesterwerk op de vellen papier. Het aantal bladen dat hij nog heeft voor dit 2e deel van de Goddelijke Komedie is op. Dante kan misschien wel willen, het papier is op. Er is geen ruimte meer om uit te wijden.

De vergelijking met de boom waaruit de blaadjes schieten in het voorjaar, is heel mooi. De blaadjes maken de oude boom weer nieuw en fris. Ontdaan van de oude ballast. Het is weer net zo beeldend als de eerdere vergelijkingen die de verteller maakt. Het geeft dit meesterwerk zijn glans. Het oude blad is volgeschreven, het nieuwe blad lonkt. Zo sterk zelfs dat je als lezer verder wilt naar het 3e en laatste deel: het Paradijs!

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Geen orakelpraat: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 33a

De reus heeft de hoer meegenomen het donkere bos in. De 7 vrouwen die Beatrice vergezellen zetten psalm 79 in; een lied dat symboliseert hoe verdrietig ze zijn over de toestand van de kerk. Beatrice sommeert om verder te gaan lopen, met een krachtige uitroep. De maagden lopen voor hen uit. En als Dante de kans krijgt dat om eindelijk Beatrice te spreken; hij loopt vrijwel naast haar, houdt hij verlegen zijn mond.

Vanzelfsprekend vraagt ze hem waarom hij niks te vertellen heeft. Als een puberjongetje zwijgt hij in alle talen en als ze ernaar vraagt zegt hij dat ze wel weet wat hij wil. Ze roept hem op om niet te praten alsof hij in een droom is, maar gewoon het gesprek met haar aan te gaan.

Ze geeft een treffende beschrijving wat er zojuist bij de boom van kennis van goed en kwaad is voorgevallen. Het is een mooie samenvatting van de vele gebeurtenissen die zich zojuist voor het oog van de verteller afspeelden.

Ze legt kort uit wat Dante eigenlijk gezien heeft. En dat is niet mis. De kerk wordt bedreigd. De kerkleiders zijn verdeeld en het zorgt voor veel verdriet bij God. De tegenstelling waarbij de adelaar eerst een monster is en later prooi wordt. De sterren die volgens Beatrice binnenkort zullen verschijnen, zijn weinig hoopgevend voor de toekomst.

Mijn woorden lijken nu orakelpraat
Waar Tehmis en de Sfinx naar lieten raden,
Omdat de zin ervan je nog ontgaat.

Het raadsel wordt je, als door de Najaden,
Veel later door de feiten wel verklaard,
Maar zonder vee en akkerland te schaden.

Onthoud dit, en vertel het op aard
Aan hen die – want wat anders is het leven? –
Op weg zijn naar de dood in volle vaart.

Vergeet vooral niet hun een beeld te geven
Van hoe de boom, die tweemaal werd gedeerd,
Door rovers, ledig achter is gebleven (vs 46 – 57; vert. Ike Cialona en Peter Verstegen)

Het is geen geruststellend verhaal dat Beatrice aan Dante vertelt. Ze wil dat hij alles zorgvuldig opschrijft wat hij ziet. En het mag misschien allemaal wel als kolder op hem overkomen. De geheimzinnige gebeurtenissen en de woorden van Beatrice doen hem misschien aan orakelpraat denken. Het is geen onzin wat hier gebeurt.

Een indringend verhaal waarbij Beatrice Dante wijst op zijn verantwoordelijkheid. De boom in het aards paradijs is tot 2 keer toe geplunderd, waar hij bij stond. Dat belooft niet veel goeds. Hier zie je bijna een Bijbelse aanklacht die de verteller hier aanneemt. Hij is er, maar krijgt nu ook een taak: zijn publiek erop wijzen dat het verkeerd bezig is en daardoor mogelijk ook verkeerd afloopt.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Draak en reus: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32c

Nog voor het zover is dat de verteller de hemel mag binnentreden, verschijnen nog een aantal mysterieuze wezens zich aan Dante. Het begint met een lichtflits, sneller dan de bliksem. In die flits verschijnt de adelaar, Jupiters vogel.

Het zijn mythische wezens die aan het fundament van de wagen waarop Beatrice zit, knagen. De knal waarmee de adelaar zich op de wagen werpt, doet de wagen in al zijn voegen barsten. Dat geldt ook voor de vos die flink tekeer gaat. Alsof hij al heel lang geen eten heeft gehad. Beatrice weet hem op zijn nummer te geven en het dier druipt af.

Hetzelfde geldt voor de adelaar, die een deel van zijn veren in de bak van de wagen achterlaat. Tot overmaat van ramp breekt er van onderen een draak de wagen binnen. De verteller weet er even geen raad mee. De situatie is dan ook best alarmerend. Het kan zo een aflevering uit Games of Thrones zijn, waarbij de ene verschrikkelijke scène de andere volgt.

Toen leek me dat de aarde openspleet
en ‘n draak omhoogkwam tussen beide wielen
die met zijn staart de bodem van de kar

doorstak; en, als een wesp zijn angel, trok hij
zijn kwaaie staart weer terug en sleurde ‘n deel
van ‘t plankwerk mee – en kronkelend droop hij af toen.

Wat ervan restte werd nu helemaal,
als goede grond door onkruid, met die veren
– heilzaam bedoeld misschien en ook oprecht –

bedekt; op beide wileen én de dissel
lag ‘t verendek gespreid in minder tijd
dan ‘n mond zich opent om een zucht te slaken. (vs 130 – 141; vert. Rob Brouwer)

Het blijft een bijzonder tafereel waarin maar liefst 8 gebeurtenissen elkaar in rap tempo volgen. Van de adelaar, de vos, de draak en uiteindelijk verschijnt een hoer in een wagen omringd door 7 koppen. Natuurlijk verbeeldt de verteller hier allerlei zinnebeelden, maar de scene is in mijn ogen vooral pure science fiction.

Wat Dante hier ziet, is dat de adelaar zich opnieuw stort. De veren vliegen alle kanten op. Van onderen steekt het fabeldier in de wagen en verwoest daarmee het voertuig waarop zojuist Beatrice is gekomen. De vergelijking die de verteller maakt met de angel van een wesp is treffend.

Hij gaat nog wat verder. Uiteindelijk verandert de wagen in een 7-koppig wezen waarop een hoer staat. Ze kijkt naar Dante, maar wordt voor haar lonken gestraft door de reus die haar eerder af en toe kuste. Hij sleurt haar mee en zo verdwijnen de 2 in het donkere woud.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

7 jonge vrouwen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32b

De verteller Dante schrijft dat hij zich voelt zoals de discipelen zich voelen als Jezus zich laat zien met de profeten Mozes en Elia. Ze vallen in slaap en als ze wakker worden, zit Jezus er weer heel gewoontjes bij alsof er niks gebeurd is.

Zo voelt Dante zich ook. Hij wordt weer wakker na de bijzondere ervaring bij de boom van kennis van goed en kwaad. Nu ziet hij Matelda zitten aan de waterkant. Waar is Beatrice? De vrouw wijst hem naar de boom waar Beatrice zit.

Haar verdre woorden liet ik mij ontrooven,
Waardoor? Door haar die als ik haar ontwaarde
Alle andre zintuigen wist uittedooven.

Zij was gezeten op de zuivere aarde,
Als hoedster van de wagen daar gelaten
Nadat het beest hem bond, het dubbelgeaarde.

De zeven nimfen, die om haar niet zaten
Maar stonden, droegen lichten welker schijn is
Ontheven aan de wind uit laagre staten (vs 91 – 99; vert. Verwey)

Naast de wagen waarmee ze gekomen is. 7 jonge vrouwen, Verwey vertaalt het als nimfen, met olielampjes staan om haar heen. Het verwijst naar de gelijkenis van Jezus over de bruid met de 7 wijze en 7 dwaze maagden.

De griffioen stijgt samen met de processie weer naar de hemel. Het zingen klinkt nog altijd zoet en diep. Beatrice vertelt wat hem te wachten staat. Dante zal nog even in het aards paradijs verblijven, waarna hij samen met Beatrice naar de hemel zal stijgen.

Als een goede vrouw betaamt, zegt ze Dante dat hij goed moet kijken onderweg. Hij zal straks de bedorven wereld moeten getuigen van wat hij gezien heeft.

Een edele taak. Dante luistert naar haar bevelen. Er staan bijzondere gebeurtenissen te wachten. Het moet voor hem een bijzondere ervaring zijn om dit deel van het dodenrijk te mogen binnentreden. Terwijl veel mensen aangeven dat we nu juist in het saaie gedeelte van de Goddelijke komedie komen.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.