Tagarchief: gerard reve

De laatste zin – #50books

De laatste zin, de 16e boekenvraag. Een laatste zin die mij altijd is bijgebleven komt uit Gerard Reves roman De Avonden. Het is eigenlijk de voorlaatste zin, voordat de hoofdpersoon Frits van Egters zich laat vallen op bed en in slaap valt.

De laatste alinea luidt:

Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. ‘Het is gezien’, mompelde hij, ‘het is niet onopgemerkt gebleven’. Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap. (222)

Een heerlijke zin, kenmerkend voor Gerard Reve. De verteller gebruikt hier de litotes, de stijlfiguur van de dubbele ontkenning. Een stijlfiguur waar vooral de Engelsen goed in zijn.

Over de laatste zinnen. Vaak ligt het accent op de eerste zin van een roman, maar bij het zoeken van een universiteit bezocht ik Nijmegen. Ik wilde dolgraag in Nijmegen gaan studeren en kreeg een dag lang colleges.

Als onderdeel bij het middageten, kregen we een quiz met een aantal laatste zinnen uit romans. We moesten raden uit welke roman de betreffende zin kwam. Daartussen stond ook deze zin van Gerard Reve. Ik was er best goed in en ging zelfs met het prijsje naar huis.

Zo geniet ik regelmatig nog van deze laatste zin. Minstens zo belangrijk in een boek als de eerste zin. Is de eerste zin voor een roman de paukenslag aan het begin. De laatste zin hoort een mooie slag te zijn aan het einde van het concert.

Iets wat Gerard Reve heel mooi doet in De Avonden

Bloggers bloggen over schrijven schrijvers – #50books antwoorden vraag 5

image

Best een lastige vraag, ontdekte ik in de antwoorden. Voor sommige bloggers was hij niet uitdagend genoeg. De vraag: wat vind je eigenlijk van boeken over schrijven?

Renate Dorrestein

Ondanks de lastige vraag, kwamen er wel erg mooie antwoorden. Jannie schrijft over het intrigerende boek dat Renate Dorrestein schreef over schrijven: Het geheim van de scrhijver. Het boek is meer dan een handboek: Renate Dorrestein vertelt over schrijven in het algemeen en haar eigen schrijfproces in het bijzonder. Daarmee is het een intrigerend inkijkje in de werkkamer van het schrijven.

Wat Jannie terecht opmerkt, is Renate Dorrestein er later weer op verdergegaan in een boek over een writers block. Dat is schrijven optima forma: als je niet meer schrijven kunt, schrijf je erover dat je niet meer schrijven kunt. Een proces dat Leon de Winter ook beschrijft in zijn roman Kaplan. Dit boek is de opmaat geworden voor een nieuwe weg die de schrijver inslaat.

Het inslaan van nieuwe wegen is voor Renate Dorrestein heel duidelijk naar voren gekomen bij haar gastschrijverschap in Almere. Het is een bijzonder boek geworden, waarbij Dorrestein naar eigen zeggen het schrijven weer heeft kunnen oppakken.

Don Quichot

Het schrijven over schrijven is voor Peter de reden om het boek Don Quichot van Cervantes open te slaan. Precies in de voorrede gaat de schrijver in op het schrijverschap. Hij schrijft dat hij het lastig vond om een boek te gaan schrijven, maar geen idee had wat hij op zou schrijven.

Dat geldt ook voor het bloggen, stelt Peter. Hij wil weer elke dag gaan bloggen en vreest daarbij wel dat hij kan stilvallen. Om dan meteen te gaan bloggen over bloggen, is ook zo wat. Daarom pint hij zich vast op een paar themadagen. Op zaterdag gaat hij over Don Quichot bloggen en – voor mij goed nieuws – op zondag een blog over de wekelijkse boekenvraag.

Gerard Reve

Schrijven over schrijven, doet veel mensen denken aan de 4 Verwey-lezingen die Gerard Reve in de Pieterskerk gaf in 1985. Leesblogger Fokke verwijst naar deze lezingen in zijn blog over schrijvers over schrijven.

Gerard Reve was gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Tijdens mijn studie op dezelfde universiteit, maar bijna 15 jaar na Reves gastschrijverschap, verwezen docenten met pretoogjes naar de eerste avond.

Na afloop van de lezing was nog een incident geweest met een fan. Gerard Reve sloeg zijn wijnglas kapot en stond met de glasscherven in zijn hand gericht naar zijn tegenstander. De secretaris van de letterenfaculteit wist tussenbeide te springen. Zodoende bleef het handgemeen beperkt tot een snijwond.

Zelf schrijver worden

De lezingen kwamen terecht in het boekje Zelf schrijver worden. Volgens blogger Fokke niet het mooiste boek van Gerard Reve. Een boek met schrijftips lijkt veel te veel op het uitleggen van een mop, vindt hij. Dat moet je ook niet doen. Het advies van Fokke: lezen, lezen en nog eens lezen. Dan vind je het geheim van de schrijver tussen de regels door.

Voor blogger Paul mag het creatief proces van het schrijven best geheim blijven. Een uitzondering is het schrijfproces van zijn favoriete schrijvers. Het lijkt dan ook meer anekdotisch te gaan om bepaalde tics en eigenaardigheden, rituelen rond het schrijfproces. Ook is hij nieuwsgierig of het creatief proces van het schrijven verschilt bij het genre of bij andere vormen van schrijven zoals vertalen.

De kinderboekenschrijver Jacques Vriens spreekt bij zijn lezingen vaak over zijn schrijfproces. Dat kreeg ik ook mee toen ik hem bezocht een paar jaar terug in de Almeerse bibliotheek. De tips die Paul in zijn blog noemt, noemde hij niet. Hij vertelde juist een prachtige tip: begin bij het einde, dan is het veel makkelijker schrijven. Je weet immers waar je naartoe moet.

Niks mee hebben

Voor Niek is het antwoord duidelijk. Net als bij Ali en Ruud. Zij hebben er niks mee. Ze hoeven niet zonodig mee te kijken in de keuken van de schrijver. Niek schrijft dat ze liever zelf wil ontdekken hoe het werkt. Ze wil er vooral plezier in hebben en hoeft dan niet te weten hoe haar voorbeelden het doen.

‘Geen echte mening dus dit keer’, schrijft ze bijna verontschuldigend. Voor mij is deze vraag ook een les in vragen stellen. Want het antwoord begint met de vraag. Zeker ook toen Fokke mij er terecht op wees dat hij het jammer vond geen gedichtenvraag te krijgen. Uitgerekend in de gedichtenweek. Inderdaad jammer. Dus als iemand een idee heeft voor een vraag over gedichten…

Lees morgen de zesde vraag voor #50books

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Gerard Reve en Veenendaal – #50books

image

Het was bij de introductiedag van de opleiding Nederlands in Leiden. Ik zat in het groepje met Peter van Zonneveld. We deden een voorstelrondje en ik vertelde dat ik uit Veenendaal kwam. Zeker, ik ben er niet geboren, maar ik heb er vrijwel mijn hele jeugd doorgebracht.

Peter van Zonneveld, bij wie ik later afstudeerde, wist er wel een literaire anekdote bij te geven. Ik kende Veenendaal niet uit de literatuur. Er is niet zoveel literaire activiteit in Veenendaal. Zodra iemand ook maar iets aan literaire kracht wint, vertrekt hij uit het dorp dat op de rand van de provincie Utrecht ligt.

Innige band met Veenendaal

Maar mijn kersverse docent vertelde vol enthousiasme dat Veenendaal en Gerard Reve een innige band hebben. De schrijver woonde er een maand of tien in 1971 en 1972. Hij had toen een relatie met Teigetje en Woelrat.

image

De moeder van Henk van Manen, door Reve steevast Teigetje (hij zelf schrijft in zijn brieven Tijgertje) genoemd woonde in Veenendaal. Ze betrok een huurhuis aan de Boslaan 34 en daar vestigden Gerard en zijn twee minnaars zich. In zijn brief van 4 mei 1971 aan Josine M. schrijft Gerard Reve over het huis:

Dit huis in Veenendaal is een goedkoop huurhuis, van een woningbouwvereniging. Henk, als zoon van de huurster, waarborgt de continuïteit van de huur. Henk zijn moeder is een nog jeugdige gezonde vrouw van 62, die dolblij is, dat wij bij haar komen wonen, want ze werd allengs beroerd van het nergens meer hoeven zorgen, sedert Henk de deur uit was. (282)

De schrijver beleefde in Veenendaal een opleving in het schrijven. Hij haalde zijn rijbewijs en reed ’s morgens ‘het Woud’ in om daar te zitten schrijven. Hij zat dan in zijn auto en stapte alleen uit om even te bewegen. Zo schreef hij in nauwelijks een jaar tijd in Veenendaal twee romans: De taal der liefde en Lieve jongens.

Veenendaal niet onopgemerkt gebleven

Het verblijf van Gerard Reve in Veenendaal is niet onopgemerkt gebleven. Juist dat aspect wist mijn nieuwe docent Peter van Zonneveld in geuren en kleuren te vertellen. Een vechtpartij in een Veense supermarkt haalde de landelijke krant De Telegraaf. Gerard Reve zou daarbij iemands kleding hebben beschadigd en moest smartengeld betalen.

Het is zo’n akkefietje waarvan naderhand iedereen een eigen versie heeft. Reve schrijft er zelf vrij luchtig over in zijn brief van 11 juni 1971, een paar dagen na het opstootje:

Maak je over ons maar geen zorgen, want het gaat werkelijk veel & veel beter dan vroeger, & dat incident in de supermarkt is niet representatief voor mijn toestand het is een ongelukkige samenloop geweest. Ernstige konsekwenties heeft het niet gehad. Ik ben het met je eens dat ik hier, zo kort na onze vestiging, alle opspraak moet vermijden. (283)

Veel consequenties heeft de ruzie in de supermarkt inderdaad niet gehad. Gerard Reve slaat aan het schrijven en concludeert dat hij al jaren eerder naar Veenendaal had moeten komen. Toch betrekt hij wat later in Weert een kamer in een drie etages omvattende flat van een vriend.

Teigetje en Woelrat beginnen in Veenendaal een eigen winkel aan de Kerkewijk, De Eenhoorn. Later als de relatie met Gerard Reve is verbroken, gaan de twee ex-geliefden van Gerard Reve samen verder als modeontwerpers.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

De Avonden – Dag 10

image

‘Ik leef,’ fluisterde hij, ‘ik adem. En ik beweeg. Ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef!’ (Gerard Reve De Avonden, p. 222)

Leesdagboek De Avonden

woensdag 31 december, 10.36 uur

Ik leef!

Dag 10, de laatste dag. Het laatste hoofdstuk. Ik heb de honden uitgelaten en nestel mij heerlijk op de bank. De honden liggen op mijn schoot, over elkaar heen. Het dekentje erover en nu heerlijk lezen. De honden beginnen te snurken. Ik trek het dekentje weg bij de koppen zodat ze vrij kunnen ademen.

Het tiende hoofdstuk is het langste van allemaal. Het telt in mijn uitgave 45 pagina’s. Het is de dag waar bij de hoofdpersoon Frits van Egters alles loskomt. Dat de dag pas ’s middags om 14.30 uur begint met de constatering dat het een dag is als zaterdag, maar het is dinsdag.

Dat gevoel herken ik. Het ritme wordt aan het eind van het jaar met de kerstdagen en de jaarwisseling genadeloos door elkaar geschut. De laatste jaren was ik niet anders gewend dat ik de dagen tussen kerst en oud en nieuw vrij was. Die dagen was de universiteit namelijk gesloten en verbruikten we verplicht onze vrije dagen. Vorig jaar zat ik helemaal thuis dus vielen de feestdagen op doordat ik niet alleen thuis was.

Nu schieten de buurjongens hun vuurwerk af. In De Avonden worden welgeteld drie vuurpijlen afgevuurd. Rode vuurpijlen, maar Frits vindt ze meer een paarse kleur hebben. ‘Zoals het zilverpapier om de chocoladetorentjes, toen we klein waren.’ Hier knalt de ene knal na de andere. Eerst is er de lichtflits en dan de knal. Het zijn strijkers weet ik.

In het boek van Gerard Reve vormt Oudjaarsavond de climax en ook de anti-climax. De spanning heerst in het gezin. Moeder wil het goed doen. Ze bakt oliebollen, maar heeft zich een dure fles bessen-appelsap laten aansmeren. Terwijl ze zich eerder zo uit de naad heeft gewerkt met een heerlijk avondmaal, met als dessert gele vanillepudding met beschuiten, jam en chocoladehagelslag in lagen erin verwerkt.

Ook ik merk spanning zo in de uren voor de jaarwisseling. Inge wil testen of een spijker wel werkt op vuursteen en schiet met het metaal langs de steen die Doris vorig jaar op Texel vond. Er gebeurt niks. Het geeft alleen krassen. Ik bemoei me ermee. Dat moet ik niet doen. Het levert ergernis op. Ik vind het jammer van de steen en Inge wil graag laten zien dat het stukje steen in de tuin vuursteen is.

Het gedrag van Frits irriteert zijn moeder. Hij wil zijn fietsband plakken in zijn slaapkamer. Dat staat ze niet toe, want het geeft vlekken. Later is hij op zoek naar de krant van gisteren. Hij ziet zelfs dat zijn vader hem heeft, maar gaat nog even door om zijn ouders te jennen. Als hij uiteindelijk ’s avonds kort voor 12 uur iets tegen zijn vader wil zeggen, krijgt hij er enkel uit dat alleen mensen kunnen zingen. Dat bestrijdt zijn vader. Vogels kunnen ook zingen, mijn jongen.

Om na de nachtelijke wandeling door Amsterdam thuis te constateren dat hij leeft. En eigenlijk is dat ook meer dan genoeg. Ik leef! In deze tijd is het niet veel anders. Omringd door een internet dat alle vormen van informatie binnen handbereik brengt. Het huis met overal verwarmde kamers en in elke ruimte een nieuw vermaak. De vrijetijd die met de vrije zaterdag enorm is toegenomen. De weelde die ons omringt, de rijen voor de oliebollenkraam op de markt.

Maar er gaat niks boven die zelfgebakken oliebol en de constatering dat je leeft!

Een heel mooi nieuw jaar. Al mijn lezers. Bedankt.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 9

image

‘Oude mensen zijn een plaag. Zodra ze moeilijk lopen, zich bevuilen, beginnen te klagen of aan tafel morsen-weg! Een slag achter de oren met een zware staaf en dan in de kalkput.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 162)

Leesdagboek De Avonden

dinsdag 30 december, uur

Fictie en werkelijkheid

Verandert een boek als je er meer van te weten komt? Ik lees naast het boek zelf ook in de biografie van Nop Maas. Het gaat hierin over de werkelijkheid in De Avonden. Veel personages zijn gemodelleerd aan echte vrienden, of beter: vrienden van Gerard Reves broer Karel.

In Hoe word ik een beroemde schrijver schrijft Ilja Leonard Pfeijffer dat het werkelijke leven zich nooit leent voor een roman. De wonderbaarlijke dingen die iemand meemaakt, zijn slechts onder voorwaarde van verregaande manipulatie materiaal voor een roman. Daarom moet je bij het schrijven van een roman niet vanuit een verhaal denken, maar vanuit een constructie.

Gerard Reve doet dat ook in De Avonden verklapt Nop Maas. De fout die de biograaf maakt, is door uitvoerig naar de werkelijkheid in Gerard Reves roman te verwijzen. Daar zijn biografen gek op. Ook Gerard Reve gebruikt elementen uit de werkelijkheid als materiaal voor zijn roman. Dat hij hierbij schuift met de tijd, spreekt voor zich. Nop Maas doet bijna of het een zonde is. Zo werkt Frits van Egters op een kantoor en is Gerard Reve journalist bij Het Parool:

De avonden van 26 tot en met 31 decemer besteedde Reve tenminste gedeeltelijk aan het schrijven van zijn boek, terwijl Frits van Egters niets tot stand brengt.

De film De groene weiden waar Frits vandaag naartoe gaat, is de enige film die Gerard Reve in de laatste dagen van 1946 bezoekt. Hij heet in werkelijkheid anders, De grazige weiden. Alleen is het niet in de nachtvoorstelling van 30 december, maar op zondagochtend 29 december om half elf. In het boek ligt Frits op dat moment zijn roes uit te slapen.

De werkelijkheid in de roman is een andere dan de werkelijkheid zoals die zich aan de verschillende vrienden heeft voorgedaan. Het zou een leuk spel zijn om een boek of verhaal te schrijven vanuit een personage in De Avonden. Zo komen vrouwen er slecht vanaf in de roman van Gerard Reve. Ook irriteren de buitengewoon denigrerende opmerkingen over oude mensen andere personages in het boek.

Vandaag misdraagt Frits zich in zijn uitspraken over de die dag begraven opa van zijn vriend Jaap. Het irriteert vooral Jaaps vrouw Joosje. Ze zegt herhaaldelijk dat ze niet leuk zijn en vraagt of ze willen ophouden. Ze gaan natuurlijk door. Dat zit in de aard van Frits. En dan is het weer jammer dat biograaf Nop Maas daar niet zoveel over te melden heeft.

Het is leuk om al deze dingen bij het boek zelf te lezen, maar daarmee gaat ook veel leesgenot verloren. Het is een keuze en ik vind die lastig te maken. De wetenschap van allerlei dingen haalt de verbazing en verrassing weg. Dan wordt het een soort verhaal over de dingen die ik zou moeten zien en die ik van anderen heb. Terwijl een leeservaring vooral een persoonlijke ervaring is.

Dat overpeinzend zie ik vanuit het raam hoe een oude vrouw op haar scootmobiel stapt en wegrijdt. Een jongere man – haar zoon? – loopt eveneens het huis uit en gaat de andere kant uit. De scootmobiel is buiten mijn gezichtsveld, maar plotseling doemt het in de hoek van het raam weer op en rijdt in volle vaart achter de man aan.

En dan is opeens de opmerking van Frits van Egters over oude mensen helemaal niet zo verschrikkelijk.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

De Avonden – Dag 8

image

‘Ik voel me vandaag beroerd. Maar laat ons om ons heen zien. Sommige mensen worden reeds bij het begin van hun leven zwaar gestraft: zij worden als vrouw geboren. Frits van Egters, wijsgeer. Bladzijde tweeëntachtig.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 140/141)

Leesdagboek De Avonden

maandag 29 december, 11.12 uur

Stoommanifestatie

Vroeg opgestaan vanmorgen. Ik kon niet meer slapen en loop daarom voor zonsopkomst langs de gracht met de honden. Daarna lekker onder het dekentje gekropen voor het lezen van De Avonden. De honden nestelen zich om mij heen. Het leesproject past zo goed bij de tijd van het jaar, maar kost tegelijk ook veel energie.

Ik vraag me af waar ik in vredesnaam aan ben begonnen. Elke dag weer een tekstje verzinnen bij wat ik gelezen heb. Een project dat zo mooi is als je eraan begint, maar dat je gaandeweg wilt opgeven.

Maar dan begin ik te lezen. Het is zondag in De Avonden, de ochtend van de kater bij Frits. Hij heeft een vreemde geur in zijn neus die er niet uit wil. Tenslotte gaat hij er maar op uit en bezoekt Bep.

Hij weet haar de angst aan te praten dat ze daar alleen in het huis zit. Ook heeft hij opmerkingen over haar been met vlekken. Hij neemt haar wollen speelgoedkonijn mee dat hij mag lenen. Het beest mag een paar weken bij hem logeren.

Het konijn is wereldberoemd geworden vanwege zijn glorierijke rol in het boek. Het is later geschonken aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Zo vermengen werkelijkheid en fictie zich eindeloos in dit boek.

Na het lezen gaat de DVD in de speler. Afgelopen weekend zag ik hem liggen bij de bibliotheek. Ik zie de beelden van de treinmanifestaties in 1989 in Utrecht. Ik zie de stoomparade waarbij ik ook op het perron van de posttrein stond. De stoomtreinen rijden in beeld die ik toen in het echt zag langstrekken.

Net als de locomotieven die aan elkaar gekoppeld met veel gefluit door het station Utrecht reden op weg naar de manifestatie. We hebben er verschillende keren op het perron van de posttreinen staan kijken naar al die stoomtreinen.

Gelukkig zoek ik in de middag ook mijn eigen heil. Ik fiets een rondje Lepelaarplassen en geniet van het prachtige licht. Wat een schoonheid levert dit jaargetijde. Het licht valt precies goed voor de mooiste beelden. De wereld is even van goud en voor ik het weet vergeet ik De Avonden.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding