Tagarchief: geld

Geld in beha

Geld uit de muur trekken is er in Soedan niet bij. Daarom neemt Fleur van der Bij veel contant geld mee. Maar om de sancties te omzeilen kun je beter het geld dat je meeneemt goed verborgen houden.

De briefjes moeten een veilige plek krijgen. Voor Fleur is dat haar beha. Ze koopt er speciaal een grotere maat beha met flinke vullingen voor:

Voor vertrek heb ik die vullingen eruit geknipt en vervangen door twee plastic mapjes met duizenden dollars. Mijn hoedanigheid als wandelende pinautomaat bezorgt me soms hartkloppingen, maar het idee went snel. (21)

Zo loopt ze als een ontdekkingsreiziger met de duurste big boobs rond door Soedan. Langzaam maar zeker nemen haar borsten in volume af. Elke keer herinnert de vertelster dan aan het verdwijnen van de dollars.

Zoals wanneer ze Omran inhuurt om haar naar het gebied te brengen waar haar held Juan Maria Schuver in 1883 voorgoed verdween.

Ik voel aan mijn bh om mijn financiële situatie te peilen. Door het inhuren van Omran ben ik zeker van een volle D-cup naar een C gegaan, maar hij in ale opzichten het geld waard. (70)

Het levert weer een mooi nieuwe wending in het verhaal op. Ze zoekt verder naar de sporen van haar held, de ontdekkingsreiziger Schuver die op raadselachtige wijze verdween.

Maar eigenlijk is ze op zoek naar iets heel anders: haar 3 jaar jongere zus Ylse die verongelukte toen zij 15 was.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel

Bedelkerk

Kerken bedelen, stelt Bill Bryson in zijn reisboek Een klein eiland. Al bij de entree staan de grote borden klaar die vragen om een vrijwillige bijdrage. Daarna word je als bezoeker regelmatig herinnerd aan:

Alles bij elkaar telde ik negen verschillende collectebussen tussen de entree en de cadeauwinkel – tien als je die voor de votiefkaarsen meetelt. (116)

Hij schrijft dit over de kathedraal in Salisbury, maar het geldt voor heel veel kerken in Engeland, stelt Bill Bryson. Al is hij zich ervan bewust dat de kerken veel geld moeten hebben om overeind te blijven.

£ 8.000 per jaarEen klein eiland.

En gelijk heeft hij, maar tegelijk zet het mij aan het denken over de openstelling van kerken. Ergens verwacht je dat je geen entree hoeft te betalen, maar het instandhouden van al deze monumenten kost verschrikkelijk veel geld.

Sinds ik dit gelezen heb, houd ik hier extra rekening mee als ik een kerk binnenstap en langs zo’n collectebus loop.

Lees morgen het vervolg: Bijzondere vloer

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Alles of niks

image

In de ochtend absorbeer ik het meeste. Als ik dan een mooie blog lees, spookt hij de hele dag door mijn hoofd. Soms zoek ik hem weer op, lees de tekst nog een keer later die middag. Soms gaan de gedachten een deel van de nacht verder. Het hoort bij mij. Zo verwerk ik indrukken.

Zo las ik gistermorgen de indringende blog van Jacob Jan over Geld en niksdoen. Over de keuze die hij een jaar geleden maakte. Zijn baan opzeggen en het theater in. Een radicale keuze.

Ik dacht terug aan het filmpje dat Henk Jan Winkeldermaat van hem maakte in de aanloop van de try-outs. ‘Ik heb keuzes gemaakt’, zegt Jacob Jan op dat filmpje. De angst dat het misgaat, het risico dat hij loopt.

Het geld. Bestaanszekerheid. ‘En als je het niet gaat redden, kun je het geld niet nog een keer uitgeven. Geloof je er genoeg in om daar die keuzes voor te maken?’

‘Bijna alles of niks’, zegt hij. Bijna? Toch nog terugkrabbelen? De twijfel die voortdurend knaagt en landjepikt met het zwaard dat geld heet. Nu knabbelen oude schuldgevoelens daar ook nog eens bij. De keuzes die hij gemaakt heeft, zijn die wel goed geweest?

De herkenning. Die twijfel, zoektocht naar zekerheid. Verbrand niet al je schepen achter je. Ik zoek eerst de financiële houvast. Als ik dat heb, kan ik ook creatief bezigzijn.

Maar die zoektocht naar houvast is een bevestiging van onzekerheid. De brieven die elke dag de deur uitgaan. De afwijzingen die even snel op de deurmat vallen. Het gevoel de tijd doelloos te verlummelen, terwijl je het zo nuttig zou kunnen besteden.

Daar draait het om, die voortdurende worsteling. Het zoeken, verdwalen en weer teruglopen. Dat is leven. Het volgen van je dromen is mooi, maar ook doodeng. Alles of niets.

Jacob Jan Voerman keuzes from punkmedia on Vimeo.

Quatsch – #WOT

image
Crisis in mijn portemonnee

Waar is het geld dat er eerst was eigenlijk gebleven? De spaarrekeningen zijn hoger dan ooit. Niet dat ik zo zonder werk het geld kan oppotten, maar mensen met een zeker inkomen geven het ook niet uit. Maar ja, het is crisis hè?

Terwijl dat het onverstandigste is wat je kunt doen. De huidige tijd biedt producten goedkoper dan ooit aan. De rente staat keilaag en een huis kopen is voordeliger dan het ooit geweest is. Maar ja, het is crisis hè?

Bedrijven ontslaan het personeel vanwege de ‘barre tijden’ waarin we leven. Directies zelf voorzien van een riant inkomen trekken een ernstig smoel en kondigen bezuinigingen aan. Tja, want het is crisis hè?

Er gebeurt weinig. De huizenmarkt zit al jaren op slot. Banken lenen niks uit en mensen die best groter kunnen wonen, doen het niet. De crisis staat ze in de weg. En dan is het niet het geldgebrek dat ze in de weg staat, maar het woord.

Quatsch!

Als ik iets leer van deze crisis dan is het dat dit helemaal niks met geld te maken heeft. Het heeft met vertrouwen te maken! Vertrouwen in elkaar, vertrouwen in de toekomst en vertrouwen in jezelf. Geld is niks. Geld heb je de ene dag en als je bank omvalt, is het verdwenen.

Verdwenen? Zou dat geld echt verdwenen zijn? Of is het er nooit geweest? De crisis bestaat, maar het heet geen crisis bij de boodschapper die het als reden voor ontslag opgeeft. Het is wantrouwen dat heerst.

Degene die zegt dat het crisis is, heeft meestal geen crisis. De crisis ligt bij de mensen die de boodschap ontvangen.

Politie

wpid-2013-05-30-18.09.50.jpg

Wat is de overeenkomst tussen een politieagent en een briefje van 1000? Als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. En als je ze niet nodig hebt, dan zijn ze er. Dat mopje ging bij mij op het schoolplein. De politie: je beste vriend maar soms ook je vijand.

Bijvoorbeeld de prent die ik een jaar of vier terug kreeg voor rijden zonder licht. In het najaar als het later licht wordt, bij het station als alle forensen op weg zijn naar hun werk. Makkelijk scoren om zo boete-inkomsten te genereren. Zo kreeg ik een boete voor rijden zonder licht. Het was snel afgewikkeld, maar ondanks dat fietsten er een flinke hoeveelheid mensen voorbij zonder licht.

Na de woninginbraak kwamen twee agenten. Het was midden in de nacht. Terwijl zijn collega alle papieren aan het invullen was, maakte de andere agent grapjes. ‘Tja, ik heb ook zo’n ding thuis’, zei hij over onze hond die de hele tijd aan het blaffen was. ‘Ze blaffen als het niet nodig is en houden hun bek als het nodig is. Als deze geblaft had, was hij echt niet naar binnen gekomen hoor.’

Daarmee leek Sientje een beetje op politieagent en een briefje van duizend. Als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. Al ging die nacht de mop helemaal niet op. Ze waren keurig op tijd en ze hebben ons prima geholpen.

Rijksdaalder

image
Rijksdaalders die ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis werden geslagen. Links de herdenkingsmunt voor het 400-jarig bestaan van de Unie van Utrecht in 1979. De rijksdaalder rechts werd een jaar later geslagen bij de troonswisseling van Juliana naar Beatrix.

Een slungelige jongen komt de bestelling halen voor de familie. Hij noemt de familienaam. ‘Drie keer een tijger’, zegt hij erbij. Het winkelmeisje dat hem helpt, kijkt naar haar oudere collega. ‘Is het voor Debora?’ vraagt ze tegn de donkere zonnebrilglazen. De jongen knikt. ‘Mijn moeder heet Debora’, antwoordt hij. ‘Kijk, dat weet ik dan weer, maar die achternaam ken ik niet onthouden.’

Het meisje snijdt het brood en de oudere winkeldame helpt afrekenen. ‘Heb je er misschien een stuiver bij?’ vraagt de winkeldame. Ze kijkt over haar leesbril naar de jongen. Hij kijkt haar verbaasd aan. ‘Een wat?’ ‘Een stuiver’, herhaalt ze en kijkt hem nog eens goed aan. ‘Dat is 5 cent, maar jullie kennen de stuiver zeker niet.’ ‘Nee’, reageert het winkelmeisje. ‘Wij zijn van de euro en niet van die andere munt.’

‘Sorry’, zegt de oudere winkeldame. ‘Ik word ouder, dan reken je nog in guldens en vraag je om een stuiver of een dubbeltje. Of een kwartje.’ De jongen kijkt nog altijd verbaasd naar de benamingen. ‘Maar zo lang is het toch niet geleden? Wacht eens.’ Ze slaat aan het rekenen. ‘Het was 2002 toen de euro kregen. Maar jij bent toch veel ouder?’ ‘Ik ben 16’, zegt de jongen.

Ze vertelt verder over de gulden. Mijn brood wordt gesneden. ‘Ook had je vroeger een munt voor 2,50 gulden. Tjonge, hoe heet dat ding ook alweer.’ ‘Rijksdaalder’, zeg ik. ‘Ja, een rijksdaalder’, bevestigt ze. Ze knikt en kijkt me snel aan. Even denken we aan die grote munt van 2,50 gulden. De munt die er al bijna 12,5 jaar niet meer is. ‘Dat wordt dan 7 euro 55’, zegt ze. Ik geef haar er keurig een stuiver bij.