Tagarchief: gedichten

Boekenverslinder – Sientje (25)

Wat heeft Sientje nog meer gemold? Teveel om op te noemen. In de lijst met kostbare dingen, valt op dat ze de stapels boeken op mijn tafel en naast mijn plekje op de bank vrijwel onaangeroerd heeft gelaten.

Een groot wonder voor een boekenliefhebber als ik. Vrijwel mijn hele bibliotheek heeft kortere of langere tijd naast mijn zitplekje gelegen. Daar zaten ook kostbare boeken tussen. Kostbaar genoeg om in woede of groot verdriet te ontbranden als de boel gevild zou worden zoals zoveel andere dingen het slachtoffer werden van sloopbedrijf Sientje.

Boeken verslinden

In de lijst met stukke spullen staan 2 boeken die Sientje verslonden heeft. Eentje behoorde toe aan Inge en eentje behoorde toe aan de Openbare Bibliotheek van Almelo. Verder verdwenen er heel veel voorwerpen – eetbaar en oneetbaar – in de keel van Sientje.

Van de boeken was er een boek van Inge dat onderin de boekenkast stond. De rug stak een stukje uit omdat het boek breder was dan standaard. Het was een juist aangeschaft kookboek van Jamie Oliver. Een langgekoesterde wens met heerlijke recepten.

Omgedraaid

Er was iets eigenaardigs met het exemplaar aan de hand. Bij het inbinden was een katern per ongeluk omgedraaid waardoor het verkeerd in het boek was terechtgekomen. Midden in het recept van de zalmsalade moest je het boek omkeren en het katern terugslaan om verder te lezen. Een omslachtige handeling die bij het koken natuurlijk allerlei ongewenste gevolgen kan hebben.

Sientje viel het uitstekende boek op en greep de opvallendheid. Vakkundig knabbelde ze de rug van het boek weg. Zo hing de rug los en zweefde op een klein stukje van de rug dat nog vastzat. Je staarde tegen de ingebonden katernen aan, inclusief het omgekeerde katern. Het zag er komisch uit en het boek was zeker niet onbruikbaar, maar we konden met de inbindfout niet meer teruggaan naar de winkel vonden wij.

weggeknabbeld

Sindsdien staat het kookboek zonder rug in de rij met kookboeken. Het valt niet meer op, want de weggeknabbelde rug heeft de maat gelijkgetrokken met de andere boeken. Het wordt voornamelijk om de spaghetti met kleine gehaktballetjes te maken en dat zit precies in het omgekeerde katern. Zo is tegenwoordig elke keer als we dit gerecht maken een herinnering aan Sientje.

Het ander geval was een boek van de bibliotheek. Ik had het rechtop staan in de grote leren tas die ik van mijn verjaardagsgeld had gekocht. Een miskoop, want ik heb de tas nooit meer zo intensief gebruikt als zijn leren voorganger. Het was een geleend boek van de Openbare bibliotheek: de verzamelde gedichten van Simon Vestdijk.

Druk in de weer

De kloeke boekband stond mooi te zijn in mijn tas. Ik was even naar boven gegaan en kwam een moment later naar beneden. Ik hoorde dat Sientje druk grommend in de weer was. Het leek wel of ze met een botje bezig was. Vreemd, omdat ze bij mijn weten helemaal geen botje gekregen had. Botje kauwen enige wat ze deed, aangezien ze met niks speelde. Balletjes, touwen of stukjes spijkerbroek deden haar niks. Ze speelde niet.

Ik opende de kamerdeur en zag tot mijn verbijstering dat ze haar tanden niet in een bot zette, maar in de dikke gedichtenbundel van Vestdijk. Geleend van de bibliotheek nota bene. Ik voelde een woede loskomen, krijste waarna Sientje haar literaire prooi onmiddellijk losliet.

Vakkundig gereten

Ik griste het boek weg tussen haar poten en zag dat ook van dit boek de rug vakkundig was gereten van de rest van het boek. De voorkaft en achterkaft zaten nog mooi om het boek. Op een enkele tandafdruk na in het papier, leek het verder allemaal mee te vallen.

Met een rood hoofd meldde ik een dag later het vernietigde exemplaar bij de bibliotheek. Ik mompelde er iets bij dat mijn hond het boek had gemold. Ik voelde mij de scholier die vertelt dat de hond het huiswerk heeft opgegeten. Maar dan erger. ‘Dat wordt betalen’, zei de bibliothecaresse streng. Ik vreesde het ergste. Hier zou een flink bedrag aan verbonden zijn. ‘We zullen het repareren en de rekening nazenden’, zei ze en liet me in spanning gaan.

Kleinere bladspiegel

Weken later viel de rekening op de deurmat. Het werd 4,50 euro voor de gemaakte kosten. Later leende ik het boek met alle gedichten van Simon Vestdijk bij de Almelose bibliotheek. Naast de nieuwe kaft was een klein stukje van de beschadigde bladzijden afgesneden. Hierdoor werd de bladspiegel wat kleiner.

Die kleinere bladspiegel hinderde mij het leesplezier niet. Dan genoot ik stiekem van de kleine tandafdrukken die er nog in zaten van Sientje. Het idee dat dit boek daar nog altijd ergens op een schap in de bibliotheek staat, doet mij goed. Ik bekijk met net zoveel genoegen de tandafdrukken die ze in het boek van Jamie Oliver heeft achtergelaten.

Lees het vervolg: Afgesleten hoektanden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Dichter op de IJssel

Mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de gedichtenbundel Dichter op de IJssel. 26 dichters zingen een loflied in deze bundel over de rivier de IJssel. Het is een dichtbundel die het literaire antwoord is op de IJsselbiënnale 2017 die vorige week is geopend.

Bij de IJsselbiënnale staan in de steden langs de IJssel mooie kunstwerken opgesteld langs de rivier. Ze leggen de verbinding tussen het landschap en de rivier. Het thema is dit jaar klimaatverandering. Daarom is een dichtwedstrijd uitgeschreven waaraan ik heb meegedaan. Het resultaat: mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de bundel.

De dichtbundel is verkrijgbaar in de lokale boekhandels van de IJsselsteden waar de biënnale gehouden wordt. Daarnaast zal hij zeker ook te koop zijn bij 1 van de poëzievoordrachten de komende maanden.

Meer informatie op: dichteropdeijssel.nl

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Grappige gedichten – #50books

Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Haiku’s leren lezen

img_20160724_183836.jpgBij het afscheid van mijn collega’s van Ziggo vorig jaar kreeg ik een bijzonder cadeau: een bundel met foto’s van de lucht met een haiku. Iedere haiku had een heel eigen karakter en vertelde mij veel over de persoon die het schreef.

Wat mij veel meer trof bij het initiatief van de bundel, was dat deze collega’s de wereld betraden waarin ik mij dagelijks begeef. Ze probeerden een gevoel te verwoorden in die paar lettergrepen die een haiku telt. Daarbij kwam er soms een heel treffende verwoording uit.

Ellen Deckwitz gaat in haar cursusboek over het lezen van gedichten ook in op de haiku. De Japanse dichtvorm haalt ze aan bij het hoofdstuk over de betekenis van gedichten. Ze citeert hier een haiku van de grote haikudichter Matsuo Bashõ. Ze schrijft:

Zelfs in Kyoto
wanneer de koekoek roept,
mis ik Kyoto.

Ze heeft er zelf een gedicht over Charlie op geschreven als verwijzing naar deze haiku. Helaas is de haiku niet heel mooi vertaald. Hij mist hiervoor een lettergreep in de 2e regel. Erg is het niet, maar het leidt mij erg af. Een gedicht bestaat zeker uit regels, zeker een haiku van Bashõ, de Shakespeare van de haiku.

Je zou veel moois over dit gedicht kunnen vertellen. Bijvoorbeeld dat de eerste regel een abstractie is, de 2e een natuurbeschrijving en de laatste een typering wat het met het lyrisch ik doet.

Die koekoek is veelzeggend, schrijft Ellen Deckwitz. Het verwoordt de naderende zomer. Het hele gedicht is veelzeggend en laat zien dat een paar woorden genoeg kunnen zijn om een hele wereld op te roepen.

Ik noem het mijn wereld omdat ik elke dag een haiku probeer te schrijven. Ik weet wel beter, want bij het lezen van Basho sta ik weer helemaal terug op mijn plaats.

En toch blijf ik het proberen.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Lezen of schrijven

img_20160724_183538.jpgBij het lezen van de cursus poëzie lezen in 23 antwoorden op hetzelfde aantal vragen van dichteres Ellen Deckwitz, scheidt ze het schrijven van poëzie. Waarom zou een gedicht schrijven toegedaan zijn aan weinigen en het lezen aan velen?

Ze pleit in haar boek namelijk voor het lezen van poëzie en eigenlijk niet voor het schrijven van gedichten. Terwijl het tweede net zoveel plezier (of nog meer plezier) kan geven dan het eerste.

De oervraag die ze stelt is misschien wel begrijpelijk: waarom schrijven mensen wel veel gedichten, maar haken ze af om ze te lezen. De dichtbundels zijn niet gretig in aftrek, terwijl een miljoen Nederlanders geregeld een gedichtje op zou schrijven. Als die miljoen mensen nu eens gedichten zou lezen…

Niet dat dit die lezer aan te rekenen is:

Ik vermoed dat hier sprake is van onkunde in plaats van onwil. En onwil strikt genomen draagt het huidige literatuuronderwijs op de middelbare school daaraan bij. (8/9)

Het onderwijs, de leraar Nederlands op de middelbare school, is de sleutel tot de bijzondere wereld van de poëzie. Zonder hem of haar zul je het geheim niet leren kennen. Daarom denk ik zeker dat docenten Nederlands en andere talen leerlingen kunnen helpen bij het lezen van poëzie.

Poëzie draait namelijk om de lezer. Zonder lezer bestaat een gedicht niet. Al spreken de gedichten van de door Ellen Deckwitz bewonderde Emily Dickinson dit een beetje tegen. Het grootste deel van haar werk is pas gepubliceerd na haar dood. Daarmee bestonden haar gedichten pas echt na haar dood.

In gedichten draait het daarmee veel meer om de lezer dan menig dichter zou willen. Veel thuisdichters schrijven niet voor een lezer, maar voor zichzelf. Ze proberen een bepaald gevoel juist te verwoorden of een bepaalde gedachte heel sterk op papier te zetten. Het gedicht zelf staat daarmee op de 2e plaats.

Dat is niet erg, maar slaat de spijker precies op zijn kop. Het lezen van gedichten stimuleert enerzijds om zelf te schrijven en helpt tegelijkertijd om kennis met een wereld die je ervoor nog niet kende. De wereld van de poëzie is een ontdekkingstocht.

Als Ellen Deckwitz iets doet in haar boek, dan is het haar enthousiasme voor het gedicht. Ze wil niet alleen gelezen worden, ze wil juist stimuleren verder te lezen. Of je daarvoor veel gedichten moet lezen, weet ik niet. Soms helpt het juist om kleine stapjes te maken en de ruimte te geven aan het gedicht.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Gedichten leren eten

img_20160724_180716.jpgGedichten schrijven zouden veel Nederlanders kunnen, schrijft Ellen Deckwitz in haar inleiding bij haar schriftelijke cursus hoe je kunt genieten van poëzie. Dat het lezen een stuk lastiger is, bewijst ze in haar Olijven moet je leren lezen.

Poëzie lezen is hetzelfde als het leren eten van olijven, schrijft de dichteres. Hoe vond je de eerste olijven? Of het allereerste biertje? Je hebt ontdekt dat het lekker is door het te eten en te drinken. Zo werkt het ook met poëzie, stelt Ellen Deckwitz.

Ook gedichten kun je leren eten. (11)

Of ze daar gelijk in heeft, weet ik niet. Ze doet wel een poging om poëzie bereikbaar te maken. In 23 artikelen schetst ze verschillende aspecten van gedichten en licht ze bepaalde dingen toe. Moet een gedicht bijvoorbeeld rijmen of kan poëzie troosten? Het zijn legitieme vragen over de geheimzinnige wereld van de gedichten.

Het blijft voor mij wel de vraag of poëzie niet onbereikbaarder wordt door het te proberen uit te leggen. Juist die geheimzinnigheid, dat weëe gevoel in je maag. Dat helpt je verder om gedichten tot de diepste kern te vinden. Niet het praten dat het mooi is, maar het voelen dat hier iets machtigs gebeurt waar je geen invloed op hebt. Dat vind ik het mooie van poëzie. Het verstand kan er daarom niet altijd bij en ik weet niet of je verder moet willen.

Zo beweert Ellen Deckwitz dat een gedicht zeker niet alles kan betekenen. Als je dat zou beweren, doe je het gedicht onrecht:

Poëzie betekent dus een leesafspraak. Een gedicht kan veel betekenen, maar niet alles. Wie dat denkt is gemakzuchtig en doet het gedicht onrecht. Je beroept je dan op het moeilijke imago van de poëzie, terwijl hier net in amper achthonderd woorden is gedemonstreerd dat interpretatie in de praktijk reuze meevalt. (77)

Het draait bij poëzie niet om wie er gelijk heeft, maar wat het losmaakt, stelt ze. Ik ben het maar gedeeltelijk met haar eens. Juist dat interpreteren maakt voor veel lezers zoveel stuk. Het onheimelijke gevoel dat een gedicht of een dichtregel kan oproepen, hoeft niet altijd verklaart te worden. Maar mag er zijn en in dat geval mag er betekenis zijn, maar het hoeft niet.

Dat is juist het geheim van de poëzie.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Gedichten lezen – #50books vraag 30

img_20160721_074700.jpgDeze week bespreek ik op mijn blog de cursus genieten van poëzie van dichteres Ellen Deckwitz. In haar boek Olijven moet je leren lezen merkt ze op dat er heel veel gedichten geschreven worden, maar niet veel gedichten ook echt worden gelezen.

Lezers hebben geen idee hoe ze een gedicht moeten lezen en dan is het veel prettiger om zelf iets te produceren dat op een gedicht lijkt, dan dat ze iets van iemand anders moeten lezen. Dan heersen er nog allerlei misvattingen dat een gedicht alles kan betekenen bijvoorbeeld of dat songteksten altijd poëzie zijn.

Wat een misvattingen. en dat terwijl poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend én ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. (10)

Dat brengt mij bij de leesvraag van deze week.

Lees je weleens poëzie en hoe lees je poëzie?

Wat zou je voor een tips hebben hoe je gedichten leest en waarom zou je gedichten moeten lezen?

Ik ben erg benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

De onmacht van poëzie – #50books antwoorden vraag 7

image

Magie en poëzie. Het schrikt sommige mensen af. Zo schrijft Fokke dat hij er te weinig poëzie voor leest. Bovendien heeft hij nog minder met magie. Magie dat misschien uit de toverstaf spreekt, maar zeker niet uit een gedicht.

Brug tussen verhaal en beeld

Gelukkig levert het genoeg antwoorden op. Jannie schrijft dat poëzie de brug slaat tussen de verhalende kunst en de beeldende kunst. Een beetje waar de roman ophoudt en het schilderij begint. Er zijn niet voor niks zoveel schilders die zich ook aan poëzie wijden zoals Armando en Lucebert.

Het geheim begint al dat poëzie en magie op elkaar rijmen, al mogen van sommige dichters gedichten helemaal niet rijmen. Het gedicht laat het verhaal los en laat de taal vieren.

Ontroering

Voor Jannie ligt de magie van poëzie in de ontroering dat een gedicht oproept, of dat een gedicht je aan het denken zet:

Ze biedt een gesublimeerde verbeelding aan van de werkelijkheid zoals we die zelden direct ervaren.

Inderdaad, bijna een heus schilderij of beeld. Om af te sluiten met een gedicht van Rutger Kopland, een dichter die beelden oproept om de werkelijkheid op een andere manier te vatten.

Lachbui

De tijdlijn van Ali bezorgt haar niet alleen hoofdbrekens voor de boekenvraag, maar ook een lachbui. Want na haar reactie dat ze de boekenvraag liet zitten omdat ze niks met poëzie heeft, verscheen er spontaan een limerick in haar tijdlijn van volger Raymond.

In spanning afwachten op een leuke boekenvraag en dan ontdekken dat de vraag geen antwoord van jou zal opleveren. Genoeg voer voor een vers en zeker ook een mooie limercik. Gedichten zijn niet alleen om van het taalspel te genieten, maar ook gewoon om heerlijk te lachen.

Boekenkast vol poëzie

Mocht Ruud de aanleiding voor de boekenvraag zijn, hij laat zich niet snel uit de tent lokken erop door te gaan. Gelukkig doet hij het voor deze vraag wel. De foto van zijn boekenkast helemaal gevuld met poëzie laat al zien dat de passie hier telt: de liefde voor de poëzie.

Dan volgt een liefdesverklaring voor de poëzie. Waarom de gedichten van Pablo Neruda zo fantastisch zijn. De Spaanse gedichten leest Ruud het liefst in de 2-talige uitvoering:

Dat is pas volledig genieten… Dan kan ik echt geen genoegen nemen met alleen de klank, dan wil ik doorgronden.

Ik zal niet zeggen dat hij ongelijk heeft, want hier spreekt iemand die geniet en die weet waarvan hij geniet. Of we ver uit elkaar liggen in de mening denk ik niet. Het genieten lijkt verdomd veel op elkaar.

Andere rol van taal

Het is wat ik de magie van poëzie noem. De taal die een andere rol vervult dan in het gesprek met de ander of de taal van het verhaal. Het is een spel met taal die het gevoel veel directer aanspreekt en daarmee veel dieper weet door te dringen.

Kwade vloek

De magie als kwade vloek, schrijft Peter in zijn reactie op deze gedichtenvraag. Dat het begrip van het gedicht heel dichtbij is en toch onbereikbaar ver weg. Peter voelt het als onmacht en heeft misschien daarom die bijzondere relatie met poëzie.

Juist dat gebrek aan betekenis kenmerkt in mijn ogen de poëzie. Dat je je helemaal niet hoeft af te vragen wat het betekent, maar het er gewoon is. Dat je juist die betekenis loslaat om het te begrijpen. Het verstand kan er niet bij, maar je voelt het in je tenen en kan er niet bij.

Onmacht

Dat borrelen in je buik, kenmerkt poëzie. Dat is genieten van taal zoals Peter het beschrijft: die machteloosheid dat je het wilt vatten maar dat het niet lukt. Het is binnen handbereik en verder weg dan ooit.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen