Tagarchief: gastschrijver

Redmond O’Hanlon, Almere en de groene stad

De 3e stadsschrijver in Almere, Redmond O’Hanlon, heeft 3 jaar in Almere doorgebracht. Na Stephan Sanders en Renate Dorrestein, is ook het resultaat van zijn verblijf een boek: De groene stad. Na zijn beroemde tochten door Borneo, Zuid-Amerika en Congo, was Almere aan de beurt. Dat schept hoge verwachtingen.

De stad en het groen

Het boek is vorige maand gepresenteerd; ik was bij de presentatie. Hier veel aandacht voor de bijzondere kant van de stad, het groen en de archeologie. Blijft bij mij wel de vraag steken wat hij echt van Almere vindt. Het schippert een beetje tussen walging en respect. Het is natuurlijk ook een beetje wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek.

Buiten dit valt mij het resultaat De groene stad tegen. Het boek blijft heel getrouw aan de gesprekken die de Britse natuurschrijver heeft gehad met Almeerders. Het blijft bij deze droge opsomming en weergave van de gebeurtenissen. Zeker O’Hanlon doet enkele pogingen om geleerd over te komen. Zo citeert hij meermaals zijn landgenoot Ebenezer Howard (1850 – 1928) die aan de basis staat van Almere met zijn visie op stedenbouw.

Satellietstadjes

Howard is een voorstander van een stad met eromheen kleinere, grotendeels onafhankelijke satellietstadjes. Precies hoe Almere is opgebouwd in zijn verschillende stadsdelen, Almere Stad, Almere Poort, Almere Buiten, Almere Haven en Almere Hout. Het aantal keer dat O’Hanlon hem aanhaalt, is tot vervelens toe. Zo belangrijk is Howard ook weer niet voor Almere. Het lijkt meer te wijzen op Britse trots van de schrijver.

Boven alles mis ik het verhaal. Zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon echte verhalen, in dit boek blijft het tot een droge opsomming van informatie. Ze krijgt niet de transitie die je wel vindt in de oude verhalen. Het brengt mij bij het schokkende feit dat O’Hanlon bij zijn reis op de Beagle al verklapte: hij kan niet meer schrijven.

Dat vind je ook terug in De groene stad. Een mooi promotieverhaal voor Almere, maar je mist het verhaal dat O’Hanlon ervan maakt. Hij maakt er geen verhaal van en laat het over je overkomen als een stortvloed van VVV-weetjes. Geen origineel idee en helemaal geen verhaal.

Beginnen bij het begin

Want waar zou je de speurtocht naar de Almeerder beter kunnen beginnen dan bij het begin? De oorsprong waarvan de laatste jaren – en ook in de periode dat Redmond in Almere woonde – veel nieuwe informatie is bijgekomen. Het is vrijwel zeker bijvoorbeeld dat hier neanderthalers geleefd hebben.

De vondst van vuursteentjes en verbrande hazelnootjes wijst op mogelijk verblijf van neanderthalers. Of de vondst van het visfuik in Almere Poort wat duidt op menselijke activiteit ver voordat in Engeland Stonehenge werd opgericht. Ingrediënten voor een verhaal waarbij je fantasie op hol slaat, maar bij Redmond O’Hanlon blijft het heel stil.

Grote verwachtingen

Zeker, het zijn de verwachtingen die je misschien hebt van een schrijver, zeker bij een begenadigd schrijver als O’Hanlon. Maar De groene stad laat zich op geen enkele manier vergelijken met deze werken. Heel jammer, maar buiten het feit dat je kunt twijfelen of O’Hanlon hier nog toe in staat is, heeft hij mogelijk minder affiniteit met Almere dan hij zou willen.

Iemand die de ene keer Almere de verschrikkelijkste plaats op aarde noemt en de andere keer dat afdoet met een journalist die hem verkeerd geciteerd heeft. Buiten het feit dat dit verhaal mogelijk nog veel interessanter zou zijn, is het jammer dat O’Hanlon zich er zo makkelijk van afgemaakt heeft.

Redmond O’Hanlon: De groene stad. Vertaald en bewerkt door Rudi Rotthier. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2018. ISBN: 978 90 450 3080 7. 160 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Het geheim van Almere

Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’

Congo en Almere

De gastschrijver van Almere, Redmond O’Hanlon houdt zijn 2e avond in de bibliotheek. In november vertelde hij over zijn eerste ervaringen in onze stad. Nu vergelijkt hij Almere met zijn reiservaringen in Congo.

In het eerste gedeelte van de avond leest hij voor uit zijn magnum opus Congo. Zo vertelt hij over de fetisj die hij aan het begin van zijn reis koopt bij een Congolese tovenaar. Volgens de verkoper zit er een kindervinger in, maar Redmond O’Hanlon kan dat niet geloven, hij denkt dat er de vinger van een aap in zit.

Naast de fetisj heeft hij nog iets bij zich: een Afrikaans beeldje, uit hout gesneden en waarin onder meer met een mes bij de nek delen zijn weggeschraapt. Of de 12 knopen in het rode touw dat om zijn nek hangt. Elke knoop is een geslaagde vloek.

Na het voorlezen uit Congo is het de beurt aan een serie dia’s. Aan de hand van deze beelden vertelt Redmond O’Hanlon over zijn verdere belevenissen in Afrika. Zo komt het beroemde petje voorbij, net als de jonge gorilla die Redmond dagenlang heeft verzorgd. Hij is als een moeder voor het dier.

Het deel na de pauze is echt interessant. Hier vertelt Redmond over de overeenkomsten tussen Congo en Almere. Hij weet er aardig wat op te sommen. Zo geniet hij van de kleine gemeenschap in Nobelhorst. Er wonen betrekkelijk weinig mensen bij elkaar. De ideale gemeenschap zou volgens hem – en een bevriende professor die hij citeert – bestaan uit 60 tot 80 personen. Daarmee verklaart Redmond ook dat mensen niet meer vrienden/bekenden hebben dan dit aantal. Je kunt niet meer onthouden dan het seksleven van maximaal 60 mensen, zegt hij.

De pygmeeën die hem in Congo bij zijn reis door de jungle vergezellen, zijn vijanden van de banda. De banda zijn best agressief, maar volgens Redmond kunnen de pygmeeën vrij eenvoudig hun jachtgebieden veiligstellen tegen de banda. De banda’s zijn ontzettend bijgelovig. Elke boom heeft een ziel. ‘Dan zeggen ze tegen een banda, loop niet langs die boom, want anders vallen je ballen eraf. De banda geloven dat en durven nooit langs die boom te lopen. Zo weten de pygmeeën de beste jachtgebieden te behouden.’

In Congo is Redmond op zoek naar de dinosaurus die in het meer zou leven volgens de overlevering. Het dier is al lange tijd niet meer gezien, maar toch probeert Redmond het prehistorische dier te zullen zien. Het Weerwater is zeker zo waardevol als het meer in Congo. ‘Alleen mist het een monster’, stelt de Engelse schrijver van reisverhalen. ‘Of nee, er is wel degelijk een monster. En dat monster heet Floriade!’

De Oostvaardersplassen kent Redmond O’Hanlon al. Een jaar of 30 geleden nam Adriaan van Dis hem hierheen. Als vogelliefhebber zag hij het pasgeboren natuurgebied. Het is ondertussen veranderd in een heuse farm met al die buffels, stelt hij. Buffels zie je op elke boerderij, die hoef je niet in een natuurgebied uit te zetten. Net als de herten en paarden, vindt hij dat er teveel zitten. ‘Er moeten gewoon 3 of 4 roedels wolven komen, dan is er snel een natuurlijk evenwicht.’ Maar dat heeft een keerzijde: ‘Wolven zijn gek op mensenbaby’s.’

Een gebied als de Oostvaardersplassen moet zeker de poorten openen, maar wel voor alleen natuurliefhebbers. Liefhebbers van iets anders kunnen ook naar een pretpark gaan. Het gaat juist om het contact met de natuur. Het idee dat je heel even op survival bent om dan maandag gewoon weer op kantoor aan het werk te kunnen.’

Lees verder over Het geheim van Almere

Vogels

img_20161201_213213
Een tijdje terug zat ik in vergadering op de bovenste verdieping van mijn werk. Het was prachtig, helder weer en ik zag hoe 2 roofvogels prachtig om elkaar heen cirkelden. Het had wel weg van een paringsdans of misschien bepaalden ze hun leefgebieden, maar ik kon even heerlijk ontsnappen in een saaie meeting.

Het zijn taferelen waar ik echt ontzettend van kan genieten. Redmond O’Hanlon woonde op uitnodiging van de Floriade een tijdje in het lege gebouw van de voormalige duikersschool bij het Weerwater. Vanuit het huis keek hij uit op het Vogeleiland. Een prachtig klein gebiedje dat aan de aandacht van mensen is ontsnapt en waar de natuur zich heel verrassend ontwikkelt.

De menselijke aandacht is nu wel op het gebied gericht. De gemeente heeft het gebied aangewezen voor de Floriade in 2022. Een evenement waar veel discussie over heerst. Ik zie veel protesten op de fietspaden gekliederd in grote letters tegen dit evenement. De keuze voor dit gebied als Floriadeterrein is in mijn ogen ook echt verkeerd.

Met name op het Vogeleiland leven veel dieren. Bevers, er is een schildpaddenkolonie en vogels als de havik hebben hier hun leefgebied. Redmond O’Hanlon laat het in zijn films ook prachtig zien. Zo dicht bij de stad beleeft hij veel avonturen met de dieren die hier wonen. Het geeft de stad extra gewicht en juist een groen evenement als de Floriade zou de natuur in dit gebied niet mogen verstoren.

Helaas mag Redmond daar niks over zeggen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt, luidt het spreekwoord. Wel jammer dat uitgerekend een natuurschrijver als Redmond O’Hanlon dit lot treft.

Gelukkig helpt de trage besluitvorming wel mee om nog even te genieten van dit stuk. Als ik de vogels, schildpadden en bevers was, zou ik een rechtszaak beginnen. Grote kans dat je wint.

Redmond Petje

img_20161201_213116Het Redmond Petje. Een begrip hier in huis. Ik draag het linnen hoedje als ik de natuur inga. Heerlijk genieten van de Lepelaarplassen of op een fietsrit naar het Naardermeer. Ik heb het petje op mijn hoofd. Bij het fietsen door Twente afgelopen zomer, droeg ik het eveneens. Heerlijk.

Toen ik las dat Redmond O’Hanlon in de bibliotheek zou komen vertellen over zijn Almeerse avonturen, wist ik het: ik neem mijn Redmond Petje mee. Na afloop vraag ik hem of hij het wil signeren. Dit deed ik ook omdat er de mogelijkheid was om je boeken te signeren. Ik had geen boek bij mij, maar het petje waarmee ik de natuur in ga.

Hij was licht verbaasd dat ik hem vroeg juist het petje te signeren. ‘Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een pet signeer’, zei hij tegen de cameraman die hem vergezelde. Hij herkende de pet, wees op de kleine luchtgaatjes aan de zijkanten. ‘Deze pet heeft mij heel veel horzels voor mij weggehouden.’

img_20161130_215108

Ik vertelde hem dat ik de pet mee de natuur in nam en dan even aan hem moest denken. Hij citeerde als antwoord Joseph Conrad: ‘Een man ontleent zijn identiteit aan zijn hoed.’ De hoed heeft voor mij extra identiteit gekregen. Vanaf nu is het écht mijn Redmond Petje.

Redmond O’Hanlon in de bibliotheek

img_20161201_213018De ‘writer in residence’ van Almere, Redmond O’Hanlon, logeert sinds vorig jaar verschillende periodes in Almere. Het stadshart verfoeit hij, de natuur aan de andere kant van het Weerwater bewondert hij. Zo dicht bij de snelweg, is hij diep verbaast over hoe de natuur zich hier ontwikkelt. Juist door het zijn gang te laten gaan. Hij roemde het Vogeleiland dat hij typeert als het paradijs.

Dat de gemeente juist dit gebied heeft gekozen voor de Floriade gooit veel roet in het eten. Dat Redmond O’Hanlon hier niks over mag zeggen, is een nog grotere vergissing. Hoe kun je een natuurschrijver als O’Hanlon verbieden iets te zeggen over dit bijzondere stukje natuur. Dat komt over alsof je tegen een racefietser zegt dat hij zo hard mogelijk moet fietsen door een bochtig parcours, maar je geeft hem een fiets zonder stuur.

Tijdens het interview in de bibliotheek viel dit wel erg op. Zo was O’Hanlon vol lof over het vele groen dat Almere biedt, maar hoorde ik niets over het megaproject van de Floriade of de wilde bomenkap van de gemeente. Het is juist het groen dat hij zo waardeert dat voortdurend in gevaar is. Het groen dat we moeten koesteren en onze echt identiteit is.

Daar kan geen stenen stadshart tegenop. Al heeft Redmond genoeg ideeën om ook dit deel van de stad groener te krijgen. ‘Je kunt tegen de wanden prachtige klimplanten laten groeien. En op de daken is er eindeloos veel ruimte voor groen.’ Een stad waar alle wegen omhelst worden door groene bomen, beantwoordt aan het ideaal van de Engelse natuurschrijver.

Of zoals hij het zelf aanhaalt tijdens het gesprek met de Almere Vandaag journalist. ‘Het is wetenschappelijk bewezen dat in een ziekenhuis met zicht op veel groen, mensen sneller genezen dan in een ziekenhuis in een betonnen jungle.’ De saaie bouw uit het verleden waar veel delen uit Almere uit bestaan, typeert O’Hanlon als een milde, Nederlandse vorm van communisme.

In een stad waarvan de meerderheid van de bewoners vindt dat een boom gekapt moet worden als de weg erdoor kapot dreigt te gaan, is het fijn zo’n natuurevangelist te horen. De hoeveelheid bomen die momenteel gekapt worden en waarvan ik vrijwel geen nieuwe aanplant voor terugzie, is buitengewoon groot. Hopelijk is de gastschrijver Redmond O’Hanlon een inspiratie voor het groenbeleid in de stad, waarbij ik de laatste jaren een sterk negatieve kentering bespeur.