Tagarchief: franz wilhelm junghuhn

Reconstructie van Humboldts reis door Amerika

wpid-img_20150830_163255.jpgOp basis van de feiten heeft hij een zorgvuldig verslag geschreven van de 5 jaar durende reis van de Duitse ontdekkingsreiziger. Hanno Beck legt alles zeer gedetailleerd vast waardoor vooral het eerste deel over de voorbereidingen taaie kost is. Het verhaal komt goed los op het moment dat Alexander von Humboldt en Aimé Bonpland wekelijk op reis gaan.

Dat begint al met het bezoek aan de Canarische eiland Tenerife. Hij beklimt daar de vulkaan, de Pica de Teide. Een zware tocht waarbij hij al veel ideëen opdoet rond de verschillende plantenzones voor zijn geografie van planten. Het verhaal van de tocht die 2 dagen duurt naar de top van de vulkaan is het begin van alle ontdekkingen die Alexander von Humboldt tijdens zijn expeditie doet.

Al zijn de eerste 100 pagina’s pittig en theoretisch om doorheen te worstelen, het verhaal dat dan volgt zou ik niet graag willen missen. Vooral zijn belevenissen in de jungle van Venezuela zijn erg mooi. Alexander von Humboldt laat zich zien als een sterke, dappere onderzoeker die het avontuur niet schuwt.

De belevenissen onderweg liegen er niet om. Je proeft iets van de ontberingen die een reiziger als Redmond O’Hanlon tot in detail weet te beschrijven. Voor Humboldt lijken het terloopse opmerkingen over de vele muskieten en ander ongedierte dat hij onderweg tegenkomt.

Herhaaldelijk dreigt hun boot om te slaan of het gebeurt zelfs. Humboldt weet steeds zijn dagboeken en instrumenten net op tijd veilig te stellen. Of als ze onderweg willen aanmeren op een eilandje om de totale maansverduistering goed te kunnen bestuderen, dreigen ze te worden aangevallen door gevluchte slaven.

Het mooist en indringendste zijn de passages waarin Hanno Beck de wetenschapper citeert uit zijn reisverslag. Het mag dan fragmentarisch zijn overgeleverd, de stijl dringt zich onherroepelijk op en grijpt je bij de kladden. Hier spreekt een begenadigd verteller als hij op de rivier de Orinoco vaart:

Zover het oog reikte, strekte zich een ontzaglijke watervlakte – het leek wel een meer – voor ons uit. Wij hoorden niet meer het ondoordingende geschreeuw van reigers, flamingo’s en pelikanen, wanneer ze in langgerekte zwermen van de ene oever naar de andere trokken. Tevergeefs keken wij uit naar watervogels… De hele natuur leek te sluimeren. Op de golven in de baaien zagen wij slechts af en toe een grote krokodil, die met zijn lange staart het onrustige wateroppervlak schuin doorkliefde. De horizon werd door een bosgordel beperkt, maar nergens liepen de bossen door tot aan de stroombedding. Brede, voortdurend aan de hitte van de zon blootgestelde oevers, kaal en dor als het zeestrand, leken uit de verte als gevolg van de luchtspiegeling op poelen stilstaand water. Door deze overs van fijn zand vervaagden de walkanten van de rivier veeleer in plaats van ze voor het oog vast te houden… Deze verspreide, karakteristieke landschappen, dit symbool van eenzaamheid en indrukwekkendheid kenmerken de loop van de Orinoco, een van de machtigste rivieren van de Nieuwe Wereld. (134-5)

De reis van Von Humboldt inspireert na hem vele andere reizigers. Zijn theorieën blijken dan vaak te kloppen. Hij heeft als de eerste Amerika in kaart gebracht en de basis gelegd voor de moderne geografie en natuurbeschrijving. Hij doet dit zo inspirerend dat ik wetenschappers als Darwin, Wallace en Junghuhn kan begrijpen in hun aanbiddelijke houding naar deze grote Duitse wetenschapper.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Junghuhns gedenksteen – #50books

Gedenksteen Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld
Burgemeester Dietmar Sauer bij de onthulling van de gerestaureerde gedenksteen van Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld.

Leiden staat vol met gedenkplaquettes: hier woonde Nicolaas Beets, hier schreef Kneppelhout zijn Studentenschetsen en hier woonde Wilem Bilderdijk. Bij de oprichting van veel van deze gedenkstenen was mijn docent Peter van Zonneveld betrokken.

Literair Leiden in plaquettes

Hij is een lopende encyclopedie als hij door literair Leiden loopt en weet precies welk huis welke schrijver en/of hoogleraar als bewoner heeft gehad. Of de plaats waar Karel van het Reve met zijn auto te water geraakte aan het Rapenburg.

Voorzover ik weet is in Leiden alleen het huis van Japanoloog Von Siebold een museum geworden. De woonhuizen van de meeste schrijvers zijn woonhuis gebleven of bieden onderdak aan een onderdeel van de Universiteit Leiden. In het ergste geval herbergen de monumentale panden studenten. Dat zijn dan vaak niet de studenten met de meeste literaire kennis en liefde, maar met het meeste geld.

Gedenksteen Junghuhn Leiden

Zelfs het huis van Bomans fictieve personage Pieter Bas bezit een gedenksteen op de Breestraat. Temidden van al die plaquettes in Leiden zit ook een gedenksteen in de muur van het huis waar Junghuhn woonde tussen 1848 en 1855. Jarenlang liep ik er gedachteloos langs, totdat dezelfde Peter van Zonneveld over deze bijzondere natuuronderzoeker vertelde. Ik raakte helemaal vervuld van deze natuuronderzoeker.

Sindsdien keek ik bij het fietsen altijd even naar het pand aan het Rapenburg. Ik maakte zelfs in de achtertuin een keer een borrel mee en staarde vol ontzag naar de indrukwekkende boom die daar stond. Misschien had Franz Wilhelm Junghuhn die boom wel gepland en het kleine spruitje elke avond een emmer water gegeven.

Gedenksteen Mansfeld

In 2009 mocht ik een bezoek brengen aan de geboorteplaats van Junghuhn in Mansfeld. Zijn huis staat er niet meer. Het is een open ruimte tussen twee huizen in. Het huis zou in de jaren zeventig zo vervallen zijn geweest, dat het is afgebroken. Vermoedelijk waren de kelders onder het huis nog wel intact. Al was er in de DDR-tijd een zware tractor doorheen gezakt, vertelden de bewoners van het kleine stadje mij.

De plaquette die in 1909 boven de deur werd geplaatst, staat nu op de lege plek waar het huis stond. In 2009 werd het in aanwezigheid van de burgemeester en de directeur van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap Nederland onthuld. Het genootschap is nog altijd eigenaar van de plaquette.

Ik sliep in het hotel naast het geboortehuis van Junghuhn. Mijn kamer grensde aan het huis van Junghuhn. Als ik goed keek kon ik in de tuin kijken. Ook genoot ik van het uitzicht op het slot aan de andere kant van het dal. De volgende morgen liep ik door de straat waar Junghuhn en veel eerder Luther liepen om naar school te gaan. Op weg naar de burcht waar ik de lezing zou geven.

Tangkuban Perahu

Zo kroop ik even in de huid van Junghuhn. Maar of ik hier nu dichter bij hem gekomen ben? Ik heb nog altijd het idee dat ik misschien dat gevoel alleen maar op de Tangkuban Perahu kan hebben. Het immers zijn lievelingsvulkaan.

Zijn graf en grafmonument liggen aan de voet van de berg, maar ik denk dat je alleen op de top het dichtste bij Junghuhn komt. De vrees voor teleurstelling en financiële redenen weerhouden mij nog steeds naar Indonesië te gaan.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Romantisch – #WOT

image
Pure romantiek, het landschap van Indonesie zoals Franz Wilhelm Junghuhn het beschreef en tekende.

Ik raak altijd een beetje in de zweem van ‘romantisch’. Mensen zien dan een tafel met twee stoelen, een kaarsje en een ober die de maaltijd voor de twee mensen op de stoelen serveert. Romantisch diner voor twee, heet dat.

Geen romanticus
Ik vind daar niet veel romantisch aan. Dat komt ook omdat ik niet zo’n romanticus ben. Ik kom niet thuis met een bosje rode rozen. Als ik op een mooie kikkerverzameling stuit, neem ik het mee voor haar en geef het. Dat doe ik weer.

Echt romantisch is de cultuurhistorische stroming, met imposante parken als het Vondelpark. De kronkelpaadjes en het op het oog ongeordende, dat haast symbool staat voor de verborgen hartstochten in de mens.

Als in een roman, betekent romantisch dan ook. De personages van een roman doen ook zo overdreven en excentriek. Later slaat het vooral op een bepaald soort romans, op liefdestaferelen en schattige paartjes in datzelfde romantische park. Het heeft weinig meer van doen met de romantiek.

Pure romantiek
Voor mij is de natuur pure romantiek. Bij het horen van Peter van Zonnevelds college over Junghuhn werd ik geraakt. Hier was een schrijver van mijn hart. Iemand die de natuur in al zijn hartstocht beschreef. Ongrijpbaar en bijna onmogelijk in woorden te vatten.

Daar wilde ik meer van weten en mijn studie stond vanaf die dag in 1998 in het teken van Franz Wilhelm Junghuhn. Ik kreeg een paar dagen later het artikel van Peter van Zonneveld mee waarin hij over Junghuhn schrijft. ‘Groots, woest of bekoorlijk? Het romantisch landschap en de Nederlandse literatuur (1750-1850)’

Extase
Veel wist ik al van zijn colleges maar de vergelijking die Van Zonneveld maakte tussen Alexander von Humboldt en Junghuhn, bracht mij in extase. Ik ging verder met die vergelijking en schreef een scriptie van 32 pagina’s. Veel te veel voor die 3 studiepunten, maar wat een feest om te doen.

En dat is nog altijd het toppunt van Romantiek: de natuurbeschrijvingen van Junghuhn. Het heeft mij nooit meer losgelaten. Ik studeerde op Junghuhns Terugreis af en werd zelfs genomineerd voor de scriptieprijs. Nog altijd grijp ik een paar keer per jaar naar zijn werk. Dan lees ik weer die ontroerende passages en voel mee met de natuur die Junghuhn presenteert in zijn werk.

Ontbrekende geloofsbelijdenissen

Licht- en Schaduwbeelden
Titelblad van de 6e druk van Licht- en Schaduwbeelden van Franz Wilhelm Junghuhn.

In 2006 kocht ik mijn eerste exemplaar van Licht- en schaduwbeelden. Ik trof het boek aan op Antiqbook voor 80 euro. Omdat ik liefhebber ben van Junghuhn wilde ik het werk graag hebben en ik bestelde het. Ik kreeg het boek met de rekening toegestuurd van antiquair Ab van der Steur uit Haarlem.

Het was de 6e druk uit 1867, uitgegeven voor F. Gunst. Gunst had in 1854 de rechten overgenomen van Hazenberg in Leiden. Hazenberg trok zich terug nadat het boek veel kritiek te verduren kreeg. Gunst bracht de tweede en derde aflevering uit in 1854 en 1855.

Junghuhn-kenner Hans van der Kamp heeft over de bijzondere eerste druk van dit boek geschreven in 1997. In de bibliotheek van het KNAW vond hij namelijk een eerste druk met uitgever Hazenberg op het titelblad.

De 6e druk is de laatste druk uitgegeven door Gunst. In deze druk zijn een aantal gedeeltes weggelaten. Het gaat om de geloofsbelijdenissen van de broers Morgenrood en Avondrood. Daarmee ontbreken bijna 60 pagina’s tekst en argumentatie. Voor mijn onderzoek was dat echter wel noodzakelijk.

In de 7e druk uit 1883 is deze tekst weer teruggekeerd. Hier ontbreekt de levensschets van Junghuhn van Gunst. De 7e en laatste druk van Licht- en Schaduwbeelden werd uitgegeven door Brinkman. Het is dit exemplaar dat uit de bibliotheek van Gerrit Komrij komt en ik nu in mijn bezit heb.

Komrij en Junghuhn

Junghuhns Licht- en Schaduwbeelden
Het exemplaar van Junghuhns Licht- en Schaduwbeelden uit de bibliotheek van Gerrit Komrij.

Deze week kreeg ik het exemplaar van Junghuhns Licht- en Schaduwbeelden uit Komrij’s bibliotheek in bezit. Het was het enige boek dat mij toebedeeld was bij de veiling eind november. Een bijzonder bezit omdat het boek mij verbind met Komrij en het onderwerp van afstudeerscriptie: Franz Wilhelm Junghuhn.

Ik kwam Gerrit Komrij ergens in 2000 tegen in cafe De Swart in Amsterdam. Hij vertelde dat hij die dag Junghuhns Java had aangeschaft. ‘Ken jij Junghuhn?’ vroeg hij toen ik heel enthousiast reageerde. ‘Zeker, ik ga erop afstuderen’. En ik kwam helemaal los. In die tijd ontmoette ik nooit iemand die Junghuhn kende. Altijd moest ik de naam van de Mansfelder spellen, omdat iedereen zijn naam verkeerd zei.

Ik vertelde hem van het college van Peter van Zonneveld in 1998. ‘Dit is het’, dacht ik terwijl Van Zonneveld een prachtige presentatie gaf over deze Duitse natuurwetenschapper in Nederlandse dienst. Het heeft me niet meer losgelaten. Ik schreef er een scriptie en artikel over, waarna ik mij voornam om als ik ging afstuderen ‘iets met Junghuhn te doen’.

Ik werd geplaagd door allerlei verplichte colleges en mislukte liefdes. Uiteindelijk maakte ik in 2000 een begin met mijn afstudeerscriptie. Het werd een heruitgave van Junghuhns Terugreis van Java naar Europa uit 1848. Een monnikenwerk, eerst moest het boek worden ingescand en daarna alle ingevoerde tekst worden gecorrigeerd. Ik werd geholpen door Ton Harmsen die het boek voor mij inscande. De lap met teksten moest ik helemaal doorworstelen. Alle tekens van het 19e eeuwse Nederlands, met veel Duitse zinsconstructies, verbeterend.

Daarna alle annotaties bij de tekst zoeken. Overal legde ik keurig uit wat alle geologische termen betekenden of de namen die genoemd werden. Het leverde veel bladeren op in encyclopedieen, biografische woordenboeken en geologische naslagwerken. Het schrijven van de inleiding was de laatste klus die ook weer maanden in beslag nam. Ondertussen moesten al mijn vrienden mijn ervaringen rond Junghuhn aanhoren. Ze werden er bijna zelf enthousiast door.

Mijn werk werd beloond met een nominatie voor de Nationale scriptieprijs. Ik was waanzinnig trots. En toen Komrij mij in 2003 plotseling mailde wat ik in hemelsnaam in Almelo deed met mijn teckel Sientje, vroeg ik of hij mijn scriptie wilde hebben. Misschien kon hij mij helpen uitgevers geinteresseerd te maken voor het werk van Junghuhn.

Het is er niet van gekomen en staat nog op een lijstje met voornemens. In 2009 probeerde ik wel mijn scriptie voor ALW te schrijven. Dat ging over Junghuhns Licht- en schaduwbeelden. Het enige filosofisch en levensbeschouwelijk getinte werk dat Junghuhn schreef. Hij deed het anoniem. Veel te gevoelig. Geen overbodige luxe. De Duitse vertaling van het boek werd zelfs in Oostenrijk en enkele Duitse staten verboden.

Bij de veilingcatalogus zag ik dat Gerrit Komrij ook enkele werken van Junghuhn in bezit had. Het waren naast Licht- en Schaduwbeelden, ook Reizen door Java. Een prachtig boek waarin Junghuhn verslag doet van zijn reizen langs alle vulkanen op Java. Het zijn de artikelen die hij voor het Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie schreef. Uiteindelijk zijn deze ook in het grote overzichtswerk Java (deel 2, de vulkaanbeschrijvingen) gekomen.

Ik weet niet of dit het boek is waarnaar Komrij refereerde in de Amsterdamse kroeg. Misschien had hij ook nog Java in zijn bezit. Hij had in elk geval ook Schmidts biografie over Junghuhn. En het eerder genoemde Licht- en Schaduwbeelden, de 7e herziene en vermeerderde druk uit 1883. Een prachtige uitgave, zo zag ik bij de kijkdag.

Ik had al een exemplaar van Licht- en Schaduwbeelden, de 6e druk uit 1867. Dit is een onvolledige druk. Er zijn allerlei gedeeltes weggelaten ontdekte ik bij het lezen van het boek. Terwijl ik die gedeeltes heel erg nodig had bij mijn onderzoek voor ALW. Daarom kwam ik weer uit bij mijn eigen fotokopieen uit 1998.

De nieuwe aankoop is een mooie aanvulling op mijn huidige Junghuhn-verzameling. Het bezit van Komrij’s exemplaar bevestigt de gedeelde interesse in de bijzondere 19e-eeuwer Franz Wilhelm Junghuhn.