Tagarchief: fokker

Nala(tig) – Onze teckel Sientje (6)

Daar zat ik achterin de auto met onze nieuwe aanwinst: een heuse teckel van 4 jaar! De hond ging naast mij liggen. Ik aaide het dier over de wollige vacht. Het voelde zacht aan.

Op de stamboom en in het dierenpaspoort stond haar naam: Nala van het Reggestadje. Nog voor Inge de sleutel in het contact stopte, besloten we dat we haar niet zouden aanspreken met deze naam.

‘Wie noemt zijn dier nou Nala’, zei ik. ‘Waarschijnlijk moest hij dit nestje een naam beginnend met een N geven en bedacht hij dit maar…’

We reden Goor uit om over de 100 kilometerweg naar de snelweg te rijden. Voor 100 euro waren we de trotse bezitters geworden van een heuse teckel. 4 jaar oud was het dier. We sloegen snel aan het rekenen. Kwam het nu wel uit om een teckel te kopen?

Ik was de eerste dagen van de week vrij van mijn werk in Leiden. Dan zou ik een begin maken met de heropvoeding en zat ze niet meteen helemaal alleen thuis.

Ik voelde me onwijs trots daar zo op die achterbank van de auto. Vroeger hadden we thuis ook een hond gehad, Blekkie. Dat was de huishond. We deelden het dier met z’n vijven. Al liep ik het meeste met het beest toen ik nog thuis woonde. Elke ochtend voor het ontbijt en in de middag reed ik er een rondje mee naast de fiets. Mijn vader sloot de dag af en liet hem voor het slapen gaan nog even uit.

Nu voelde het heel anders, dit was de eerste hond die echt van ons was. Het was onze eerste gezamenlijke aankoop. Achterin de auto lagen de nieuwe spullen. We reden de snelweg op. Inge maakte vaart. De hond kroop steeds dichter tegen mij aan. Ik voelde hoe het koppie zich op mijn bovenbenen neervlijde. Het hele lijf drukte tegen mij aan.

Ze keek me even aan. Wij gaan het maken samen, leken de ogen te spreken. Daarna streelde ik haar over de rug. ‘We noemen haar gewoon Sientje’, zei ik. Ik liet de naam nog een paar keer uit mijn mond gaan. Inge keek in de achteruitkijkspiegel. ‘Ze zal er vanzelf aan wennen. Zeker als wij er consequent in zijn en de oude naam niet meer gebruiken.’

We dachten verder na. Er zou nu ook snel een bench in huis moeten komen. Waar zouden we die zo gauw vandaan halen. ‘Volgens mij zag ik er eentje in de krant staan’, zei Inge. ‘Misschien is die er nog wel.’

Gelijk maar bellen als we thuiskomen. We naderden het einde van de snelweg en reden Almelo binnen. Wat spannend, we waren er bijna. Hoe zou Sientje reageren in huis? Tot nog toe was ze stilletjes en dicht tegen mij aangekropen. Ademde rustig en keek stuurs voor zich uit. Ze liet het maar over zich heenkomen.

Het lopen vanuit de auto het huis in, was nog best wennen. Ze liep niet zo goed mee en wist de richting niet aan te houden. Onzeker slingerde ze achter mij aan. De drempel van de deur stapte ze weifelend over. De deur achter ons dicht, mocht ze los. Ze liep over de vloerbedekking. Elke stap klonk gedempt terug.

De naam Nala zou voor ons het eerste deel van het woord NALAtig worden. We konden niet beter verzinnen waarom het dier zo heette. Bovendien zou ik 2 dagen later bij de dierenarts ontdekken dat de conditie van het dier maar magertjes was.

Pas jaren later ontdekten we waar de naam Nala vandaan kwam. Bij het kijken van de tekenfilm The Lion King, hoorden we de naam vallen. Nala is het vriendinnetje van Simba. Later als Simba de leeuwenkoning wordt, trouwt hij met haar en wordt zij daarmee de leeuwenkoningin. In de tijd dat Sientje geboren werd in 1998, was The Lion King een kaskraker.

Een mooi verhaal maar niet voor de teckel met de lange wimpers die wij adopteerden. Daar paste de naam Sientje stukken beter bij.

En dat vind ik nog steeds.

Lees verder: Tweedehands bench »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Teckelsnoetjes – Sientje (5)

We reden snel weg bij de fokker. Hij woonde tegen het centrum aan. De dierenwinkel zat iets verderop na de bocht, had de teckelverkoper ons verteld. In de auto vroeg ik of we hier nou verstandig aan deden. Was deze man wel te vertrouwen? Waarom deed hij dat beest precies weg? En hoe wisten we dat het dier niks mankeerde?

We moesten nog wel een ontsnappingsclausule inbouwen. Voor hetzelfde geld zou deze man ons enorm besodemieteren. En al voelde het niet zoveel. Honderd euro was best veel geld hoor. We rekenden hoeveel gulden het eigenlijk was: 220 gulden. En dat is best veel. We zouden maandag met de teckel naar de dierenarts gaan, besloten we.

We liepen de dierenwinkel binnen. Voor het eten moesten we Fokker Plus we hebben, had de verkoper ons verteld. Dat waren ze gewend en je kon niet zomaar iets anders geven. Verder zochten we naar alle basisproducten: een mandje, een riem, een halsband, voerbakken en wat speelgoed.

Tussen de aanbiedingen lagen ook wat spullen. Een mandje dat was opgebouwd uit piepkleine piepschuim balletjes en dat zich vormde naar het lichaam. Ik kende het materiaal. Bovendien was het eenvoudig schoon te maken als het vies werd. Ook namen we Fokker Plus mee. Alleen verkrijgbaar in van die grote voerzakken voor fokkers. We kozen de kleinste van 15 kilo.

We waren bij de dierenwinkel evenveel geld kwijt als de hond ons ging kosten. Wat verderop pinde ik de 100 euro voor straks. Zo liepen we vlak voordat de winkels zouden sluiten, weer terug naar de auto. We waren net op tijd geweest. Terug naar de fokker.

We haalden de hond op. Ik zag in het buitenverblijf hele kleine teckelsnoetjes onder de deur snuiven. Dat was een nest jonge honden, vertelde Averdijk erbij. Voor de jachtlijn. Daar vroeg hij zeker 1100 gulden voor. Ik was nog niet helemaal overtuigd. We spraken af dat we maandag naar de dierenarts zouden gaan. Mocht hij iets tegenkomen, dan konden we ons geld terugkrijgen. De fokker ging akkoord.

Daarna ging de roodleren halsband om bij de hond. De fokker had onze aankoop al apart gezet. Ze kwispelde toen ze ons zag. Daarna liep ik met haar naar de uitgang. Ze trok. ‘Ze moet nog wennen aan de halsband’, vertelde de fokker. ‘Ik neem ze heel af en toe mee naar het bos, maar verder zijn ze niet gewend aan het lopen aan de lijn.’

In het midden van de tuin, bij een fruitboom, trok de hond wild. Het leek wel of ze haar staart eraf kwispelde. Ik vroeg wat er aan de hand was. ‘Daar ligt een botje van de huishond’, zei hij. Het dier werd helemaal gek van de geuren die haar neus opsnoof.

De verkoper liep met ons mee naar de auto die we bij het bejaardentehuis iets verderop hadden geparkeerd. De hond liep al heel aardig mee. Bij de auto gaf de verkoper ons de hand en gaf het dierenpaspoort en de stamboom met daarop de naam Nala. We kregen de hond achterin. Ik ging naast haar zitten.

Voor deze autorit zou ik een plekje naast haar innemen. De hond ging vast met de nieuw aangeschafte autoband. Het paste mooi in de gordel. Zo reden we veilig weg. Ik zag hoe de verkoper terug naar zijn huis liep en zwaaide nog. Hij zag ons niet, keek stuurs voor zich uit. Hij zou wel vaker honden uitzwaaien. Ik vroeg mij af of hij nog lang aan Nala zou terugdenken. Ik verwachtte het niet.

En of wij haar Nala zouden blijven noemen?

Lees het vervolg: Nala(tig) »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Roze bril – Sientje (4)

We zouden dat weekend eigenlijk naar Maastricht afreizen. Het zesde deel van de orgelencyclopedie verscheen en werd gepresenteerd met een heus concert in de Sint Servaas. We wilden er meteen een weekendje weg van maken. Een hotelletje met bijbehorende overnachting, zouden we gaan regelen.

Een paar dagen voor vertrek kreeg Inge spit. Het schoot haar in de rug en ze was niet meer in beweging te krijgen. De urenlange reis in de auto zou haar te zwaar vallen. Daarom gingen we niet.

Die zaterdag zaten we niet bij het concert, maar met de krant op schoot op zoek naar mogelijke banen. Geen enkele baan voor mij. Daarom keek ik verder op een plek waar ik helemaal niet hoorde te kijken. Daar zag ik het staan: ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. De tekst greep ons aan. Dat was iets voor ons. We zochten een teckel. En een lieve teckel was helemaal welkom.

Een weekend eerder waren we helemaal de verjaardag van onze zwager vergeten. De hele avond hadden we op internet gezocht naar informatie over ruwhaar teckels. Boos belde iemand om negen uur ‘s avonds aan. Het was mijn schoonzusje. Zij was mam maar gaan halen, omdat ze op zat te wachten. De telefoon was de hele tijd bezet. We waren de hele verjaardag vergeten. Loes nam mam nu wel mee.

Zo vertrokken we naar Goor. Inge met haar zere rug. Ook haar been deed zeer. Zij achter het stuur; ik had geen rijbewijs. Als ze voorzichtig deed kon ze het halfuur wel naar Goor rijden. We reden de bocht in naar de snelweg. ‘Hoe zullen we haar noemen als ze een verschrikkelijke naam heeft?’ vroeg ik.

We lieten wat namen langskomen. Truus, Marie of Takkie. ‘Nee, Sientje’, zei Inge. ‘Sientje is een mooie naam.’ We reden de scherpe bocht in naar de A1. Ik liet de naam even over mijn tong rollen alsof ik een slokje wijn proefde. ‘Sientje, Sientje.’ Dacht nog even na. ‘Ja, Sientje is een mooie naam’, herhaalde Inge. ‘Ik had een tante die Sientje heette.’ Dan bedacht ik mij. ‘Wat als ze al een hele mooie naam heeft.’

We wisten ook wel dat we de hond kochten door er te gaan kijken. Je ziet dan alles door een roze bril. Dezelfde verliefde bril als waarmee wij van elkaar aankeken. Ook wij wisten best dat we bij onze eerste ontmoeting verkocht waren. Er waren al zoveel bijzondere en persoonlijke mailtjes verstuurd. Het kon niet meer misgaan. We zouden aan elkaar kleven. Dat wisten wij ook wel.

Nu reden we naar Goor en beseften dat we straks met een teckel op de achterbank naar huis zouden rijden. Kijken = kopen, had ik gezegd op het moment dat ze de verkoper belde. Oké, er waren bepaalde dingen niet in de haak. Het dier was nooit in huis geweest en had in de schuur achter het huis geleefd. Daar was ze voor de fok om de eigenaar van mooie nieuwe teckeltjes te voorzien. Ze was net 4 jaar. Blijkbaar te oud voor nog een nestje.

We kwamen er aan, parkeerden wat verderop bij een verzorgingstehuis en belden er aan. Een teckel stond afgebeeld op het naambordje. Binnen geblaf van een teckel. We mochten achterom. Onderwijl vertelde de fokker over de hond. Hij deed haar weg, want ze had genoeg nestjes gehad. Hoeveel vertelde hij niet.

We liepen naar de grote schuur achter het huis. In de eerste bak zaten kleine ruwhaarteckels. ‘Dat is de jachtlijn’, vertelde hij. Daar ging hij geregeld mee het bos in. Een hok verder zaten 2 grote teckels. Een hele enthousiaste teckel sprong van blijdschap alle kanten op. Stond zelfs op het hoofd van de andere teckel. De andere teckel bleef rustig staan, al roerde de staart ook alle kanten op.

De hond die bovenop de andere stond, was het niet. Dat was Winnie, een teefje dat hij niet te koop aanbood. De onderste, dat was ze. Een enorme hond. We staarden met grote ogen in de bak. Hij haalde haar eruit. We konden haar even goed bekijken. Inderdaad, hij wilde er honderd euro voor hebben. Een schijntje voor zo’n hond, verzekerde hij. Bij hem gingen puppies voor een veelvoud van dat bedrag weg.

We moesten er rekening mee houden dat het dier niet zindelijk was en nog nooit in een huis had gewoond. Hij drukte haar stamboom onder onze neus. Nala van het Reggestadje stond erop, geboren op 17 januari 1998. Ze was een paar dagen eerder 4 jaar oud geworden.

We keken elkaar snel in de ogen. ‘Ja, we nemen haar’, zeiden we. De honderd euro was een koopje, beseften we ook. We hadden de honden eerder voor 1100 gulden te koop zien staan. We waren druk aan het rekenen, maar beseften niet hoeveel geld 100 euro eigenlijk was. Het voelde in elk geval niet zoveel het bedrag later zou aanvoelen. Daarvoor was de nieuwe munt nog te nieuw.

‘We nemen haar. Alleen hebben we nog geen geld.’ Ik keek op mijn horloge. ‘En we hebben nog niks voor een hond in huis.’ ‘De dierenwinkel in het dorp is tot 4 uur open’, zei de fokker. Nog iets meer dan een uurtje. Als we opschoten, konden we alles die middag nog afhandelen. Ook het laatste obstakel hadden we bijna overwonnen.

Lees het vervolg: Teckelsnoetjes »

Lees elke zondag een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.