Tagarchief: flevoland

Pelletkachel – Tiny House Farm

Al een paar maanden keken we tegen de nieuwe kachel aan. Voor het maken van de opening in het dak, voor de schoorsteen, had de installateur de kachel nodig. De kachel stond sindsdien werkeloos ergens midden in de kamer op de pallet waarmee hij aangekomen was.

In de container bij ons huis stonden de vele pijpen, buizen en hulpstukken die nodig waren om de kachel later te kunnen installeren. De leverancier had alles alvast meegenomen zodat ze later bij de installatie over genoeg onderdelen beschikte.

Het wachten was op het deel van de vloer en het gedeelte van de muur achter de kachel waarop tegels zouden komen. We waren eerst veel te druk met het inrichten van het huis, maar uiteindelijk kwam daar het moment dat we de tegels konden leggen. Inge is daar weer heel goed in.

Ze is gezegend met een gen dat ze van haar vader gekregen heeft. Hij was stucadoor en zij blijkt dat talent schaamteloos van hem te hebben gekregen. De manier waarop zij met het cement – bij tegels heet het lijm – omgaat en uiteindelijk de tegels voegt, is bewonderenswaardig. Ik doe het haar niet na. Ik help weer mee met het opruimen en zo.

Zo kon de kachel vorige week worden geïnstalleerd. De leverancier Pelletskachels Flevo en een hulpje kwamen om de kachel vuurklaar te maken. Ze zijn een paar uur in de ochtend bezig geweest, waarna de kachel brandde en daarmee klaar is om de komende winter ons huisje te verwarmen.

En wat een kachel is het. Ik ben erg onder de indruk van de vlammen die de pellets afgeven. Het oogt best gezellig. Het is misschien geen echte houtkachel, maar het effect komt wel heel dicht in de buurt. De vlammen worden keurig gereguleerd en het verdere gebeuren vergt weinig van onze pyromane vermogens, het voelt lekker warm aan.

Zo hebben we al op een paar barre dagen afgelopen week, heerlijk de kachel aangehad. Hij is even snel aan als dat hij weer uit is. De komende periode zullen we vooral ervaren hoe het is. Waarbij we ook verschillende soorten pellets die er zijn zullen uitproberen. Ik heb al een mooie aanbieding gekregen, waarmee ik de komende periode aan de slag kan.

Regen – fietsvakantie (slot)

Vlakbij het centrum begint het te druppelen. Een regenbui. De eerste van de vakantie. Tot nog toe wisten we het heel droog te houden, maar nu gaat het dan toch los. We klimmen omhoog bij station Almere Centrum. Het Den Uylpark naderen we vanaf Stedenwijk Noord. De bocht om. Daar komen we aan. Ik app het naar huis.

Een beetje teleurgesteld ben ik als Inge ons niet opwacht om de aankomst te filmen. Ik had er een beetje op gerekend, maar ze is er niet. Druk in de weer met videobanden om ze te digitaliseren. Het is een flinke rommel in huis.

Nog nooit was ik zo snel in de realiteit. Ik heb er een jaar over gedaan om de vakantie weer te proberen op te roepen bij mijzelf. In de hoop om de verhalen weer tot leven te wekken en de reis nog een keer te maken. In gedachten. De geuren en kleuren voor de geest te halen. Het geeft je zoveel meer als je op deze manier een vakantie weer beleeft.

Ik hoop dat jij net zo genoten hebt van deze reis. Onderwijl ben ik een weekje naar Texel gefietst in juni en ga ik misschien ook nog deze zomervakantie op de fiets. Het is gewoon ontzettend lekker. Je stapt op de fiets en meteen onderweg begint de vakantie al! Een verhaal dat nooit stopt.

Knardijk – #fietsvakantie

Zoals ik 2 jaar geleden al schreef: wil je Flevoland voelen, ruiken en proeven, fiets dan over de Knardijk. De binnendijk gaat dwars door de jongste provincie heen van Zuid naar Noord.

Kaarsrecht is hij. De afwisseling zit hem in de beleving. Je fietst het mooiste bovenop de dijk, maar gelukkig mag je soms ook aan 1 kant fietsen. Bos en weiland wisselen elkaar af. Soms doorkruist een weg de dijk.

Zo fietsen we door een gloednieuw tunneltje dat onder de weg naar Zeewolde gaat. In de verte zie je het industrieterrein van Zeewolde al liggen. De rest van het dorp blijft je bespaard.

De schapen zorgen voor de afwisseling. Het Knarbos met het fraaie binnenhaventje – tenminste het oogt zo – waar nu een mooie boomgaard is. Verderop de bossen en andere natuurgebieden. Zorgvuldig gepland en geplant. De ruimte is enorm. En jij daar bovenop. Op die Knardijk.

Het zicht van het kunstwerk dat je ook vanaf de doorsnijdende A6 ziet. Het is de volstrekte rust. De oogstende machines en vooral het zien van de roofvogels, jagend en de andere natuur op dit nieuwe land.

Zelfs al hebben we er vaker gefietst, de Knardijk zorgt altijd voor een nieuwe beleving, een nieuw loflied en een nieuwe blog.

Knardijk en Vogelweg

image

Wil je de polder echt beleven, dan moet je naar de Knardijk rijden. Afgelopen zomer reden Doris en ik al over de dijk die Zuidelijk en Oostelijk Flevoland van elkaar scheidt. De dijk refereert naar de Knar, een ondiepte in de oude Zuiderzee. Het gelijknamige bos vlakbij de dijk ligt op de plek van de ondiepte.

Vandaag waren we er weer in de buurt en ik kon het niet laten er even langs te rijden. Over de langste weg van Flevoland: de Vogelweg. Deze weg begint bij het Larserbos ten zuiden van Lelystad en loopt over de Knardijk door tot aan het Cirkelbos bij Almere.

We zijn even bij de dijk uitgestapt. Een racefietser passeerde ons in volle vaart, reed met hoge snelheid over het wildrooster en stak de Vogelweg over. We keken even naar de bomen en de aparte uitsparing onder de Knardijk. Daarna stapten we weer in en vervolgden de route over de lange Vogelweg.

Gelukkig hebben we deze lange route niet genomen afgelopen zomer. Op de fiets moet de afstand zeker met de harde wind zwaar zijn geweest. In de auto was het al een eind. Laat staan hoe ver het voor de fietser is.

image

De brede uitsparing tussen de driedubbele bomenrijen links en rechts, doet vermoeden dat de weg is bedacht om nog met 2 rijstroken te kunnen worden verbreed. Nu ligt er een brede groene mat naast de weg. Verder is het uitgestorven langs de weg en zagen we geen enkele fietser over het fietspad rijden.

De bushokjes bij elke kruising oogden eveneens verlaten. Alleen in een film van Alex van Warmerdam zouden deze nog een rol kunnen vervullen. Als dan de bewoonde wereld van Nobelhorst opdoemt achter de populierenrijen, weet je dat het einde heel dicht in de buurt is. Het einde, waar Almere begint.

De laatste etappe (dag 7)

image

Alles is weer opgedroogd als we inpakken op boerencamping De IJsselhoeve in Hattem. Alleen de witte vlakken van de buitentent zijn nog niet gedroogd. De lichte kleur weerkaatst de warmte en voorkomt daarmee dat het vocht aan de binnenkant verdampt.

Daarom neem ik de witte vlakken af met een stukje toiletpapier voordat ik de buitentent afbreek. De binnentent ligt dan al lang en breed opgevouwen klaar. Je merkt aan het eind van zo’n weekje trekken en in totaal 5 keer opzetten en afbreken dat het proces steeds sneller en vloeiender verloopt.

image

Al vind ik de Coleman-tent niet echt een geweldige tent. De herinneringen aan de simpele iglo-tentjes van V&D zijn veel positiever, maar de Coleman staat snel en lijkt redelijk stevig te zijn. Wel is de gebruiksaanwijzing bij de tent summier. Misschien zet ik hem helemaal verkeerd op.

Voor vertrek nog een heerlijke kop koffie gemaakt op Indonesische wijze: een bakje tubruk. Je laat wat koffie op de bodem van je mok vallen, giet er kokend water op en laat de smurrie even trekken. Dan draai je een paar keer met de onderkant van een mes in de mok en is je heerlijk koffie klaar.

image

Let wel op wanneer je de laatste slok neemt. Hoe dichter je bij de prut komt, hoe intenser, maar als je te dicht op de prutlaag komt, willen de korrels in je mond komen. Niet lekker en dan is veel van het voorgaande plezier verdwenen. Ook hierin heb ik na een weekje fietsen weer behendigheid gekregen.

We stappen op de fiets en rijden naar het nabijgelegen Zalk. Ik ken het vooral van de beroemde inwoonster Klazien. Zij kon smakelijk op de televisie vertellen hoe je allerlei kwaaltjes kon verhelpen met producten uit de natuur.

image

De vorm van kerk en toren van Zalk lijken de inspiratie te zijn geweest voor het beroemde winterlandschap van Hendrick Avercamp dat in het Rijksmuseum hangt. Zo fietsend door het dorp valt weer op dat een kerk niet altijd omringd hoeft te zijn door huizen. De huizen staan een beetje versnipperd in het dorp. De landbouwactiviteiten worden ook midden in het dorp gepleegd.

We rijden rechtdoor naar het Zalker veer. Het is een kleine boot in de vorm van een flink vlot. Je kunt aan de bel klingelen als de veerman niet in de buurt is. Wij treffen het. De veerman zet juist 2 fietsers over van de overkant naar ons. De veerpont vaart niet rechtstreeks naar de andere kant zoals de grote veerponten dat wel doen.

image

We mogen aan boord. We stappen aan boord met 2 bijdehante fietsers. Eerder gooide de man een afvalzakje in de wagen van de vuilnisman die de prullenbakken in het buitengebied leegt. Hij zegt daarna tegen de vrouw dat hij per ongeluk de boterhammen heeft weggegooid. ‘Dat meen je niet’, zegt de vrouw geschrokken.

Aan boord van de veerpont merkt de man op dat dit de Gelderse IJssel is, want er zijn er meer. De vrouw giechelt als een verliefd meisje en kijkt ook zo naar de man. De veerman interesseert het verhaal van de 2 anderen niet. Hij vraagt waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan.

image

Tegelijk overhandigt hij ons de kaartjes. Hij gaat met ons van boord en wenst ons een goede reis en loopt mee omhoog. Als we boven staan, gaat de bel aan de andere kant van de rivier. Er staan weer mensen klaar die overgezet willen worden.

De route aan deze kant van de IJssel maakte ik zo’n 15 jaar geleden bij een rit van Dieren naar Giethoorn. De afstand viel mij toen vies tegen en helemaal afgemat arriveerde ik bij het vakantiehuis van een vriend zijn opa. Het is veranderd. De fietspaden zijn breder en de dijkhellingen staan vol met fraaie bloemen.

image

Het lijkt of het natuurbeleid zijn vruchten afwerpt. De bijnaramp in 1995 heeft het besef voor een goed dijk- en rivierbeheer goedgedaan. Het kost wel veel tijd om daar de eerste uitwerking van te zien. Nu zie ik hoe langs de rivier flinke uiterwaarden de rivier en natuur de ruimte geven. Tussen de wilgen zijn veel vogels te vinden. In de weilanden zie ik ooievaars.

Kampen zien we liggen als we door Wilsum fietsen. Voor een boerderij zitten 2 mannetjes aan een pilsje. Het is nog voor het middaguur. Wij rijden verder door in de richting van Kampen. De Bovenkerk rijst hoog boven de huizen uit. Het geeft de stad zijn bijzondere karakter. Al hebben ze geprobeerd het met de hoge brug en zijn pijlers teniet te doen. Dat is maar ten dele gelukt want als je goed kijkt zie je een bijzondere oude stad.

image

Doris vindt het geweldig om de stad vanaf de overkant binnen te rijden. Ze geniet als we over de Stadsbrug de binnenstad inrijden. Hoog in de Nieuwe Toren hangt een koe. Het refereert naar een Kamper ui, een volkslegende die vertelt hoe een koe werd opgetakeld om het gras op de omloop weg te grazen.

Wij sjezen met grote snelheid door de binnenstad. Bijna omvergereden door even haastige tegenliggers. Bij bakker Vermeij halen we broodjes en saucijzenbroodjes voor de lunch. Dan gaan we onder de iets verderop gelegen Cellebroederspoort door en zijn de binnenstad alweer uit.

image

Het is nog een aardig eindje fietsen om in Flevoland te komen. In tegenstelling tot wat mijn oude fietskaartatlas beweert, is hier nu ook een netwerk van fietsknooppunten aangelegd. Wij gaan het Revebos in en gaan op het eerste bankje dat we tegenkomen lunchen.

Iets voorbij het lunchbankje gaat de Hanzespoorlijn de grond in om aan de overkant van het Drontermeer weer omhoog te komen. De tunnel kwam al vrij snel na de bouw in opspraak. De hele Hanzespoorlijn is geschikt om met 200 kilometer per uur door te razen. Alleen de tunnel is te laag en smal geconstrueerd om met deze snelheid erdoorheen te rijden. Daarom remmen de treinen af tot 120 kilometer per uur om de ergste druk op de oren van de treinreizigers te beperken.

image

Wij rijden over het spiksplinternieuwe fietspad dat Prorail heeft laten aanleggen als doekje voor het bloeden. Het verbaast mij dat het fietspad helemaal omgeleid wordt als een weg de spoorbaan en het fietspad doorkruist. Zo fiets je bijna een halve kilometer extra. Waarom kon er niet een klein tunneltje worden aangelegd voor de fietsers. Het werkt frustrerend zeker met de harde polderwind die hier altijd waait.

Want dat ontdekken we al snel, zeker voorbij Dronten dat fietsen in de polder frustreert. De ellenlange wegen die kaarsrecht het polderlandschap kruisen. Weinig kruisingen, vrijwel geen slingerpaadjes en nergens bankjes. Het draagt niet bij aan een fietsvreugde. We merken aan de lange Rietweg dat de bomen weliswaar veel zon tegenhouden, maar de wind raast tegen ons in. Zo doen we bijna anderhalf uur over 10 kilometer.

image

Het grote voordeel is dat we onderweg vrijwel geen tegenliggers of inhalers tegenkomen. We kunnen zelfs zonder problemen naast elkaar rijden op het brede fietspad. Hooguit nadert een gehaaste wielrenner ons bellend van achteren. Het moet hier een goede plek zijn om te trainen voor de wielersport.

Verder bij het Larserbos leiden de bordjes ons keurig om het bos heen. Geen bankje te vinden. Daarom klappen we onze campingstoeltjes maar uit en houden daar even pauze. Op de Vogelweg zit het iets meer mee. De uitgestrekte korenvelden hebben hier zelfs iets van heidevelden. Dan ligt bruin niet zo ver van de paarse heidestruiken af.

image

Bij het Knarbos mogen we afslaan om over de Knardijk de rit naar huis te vervolgen. Het is 4 kilometer om zegt het bordje, maar om de rit door te rijden over de kilometerslange Vogelweg is het laatste waar we zin in hebben.

Een rit over en naast de Knardijk is een belevenis. We hebben de wind in de rug en zien aan de kanten mooie bloemen groeien. Grote combines halen het koren binnen en boven ons vliegt een deltavlieger op zijn motortje. Ik dacht eerst dat het een drone was.

image

Bij de Oostvaardersplassen fietsen we weer door wilgenbos. De storm van 2 weken geleden heeft hier flink huisgehouden. Wat een enorme hoeveelheid bomen zijn hier met kluit en al omver geworpen. Het geeft de waterkant langs de vaart iets tropisch. De hoge boomwortels lijken zo te verwijzen naar de weggespoelde aarde van een buiten de oevers getreden rivier in het regenwoud.

Hier rijden we op bekend terrein. 3 jaar geleden fietsten we vanuit de andere richting naar Lelystad. Nu rijden hier 2 volleerde fietsvakantiegangers op weg naar huis. Wat een genoegen om zo dicht bij huis te zijn.

image

Aan de waterkant van de vaart die ons nu al vergezeld sinds we de Knardijk hebben verlaten, genieten we onze laatste korte pauze. Even op adem komen, want vandaag hebben we veruit de langste afstand van de vakantie gereden. We voelen het in de benen en in de kont. De laatste lijkt wel van hout en stribbelt bij iedere trap tegen.

De hemel lijkt vandaag op zijn mooist. Ik geniet van de regenboog in de hemel en gespiegelde zon aan weerszijde van het hemellichaam. Het laat het einde van een mooie zomerdag zien. Bij het centrum piept de zon precies tussen de hoge gebouwen door.

image

Inge staat al klaar om onze binnenkomst te filmen. De bami is snel warm en de verhalen komen net zo snel los. Met een weekje fietsen maak je veel mee. Zoveel meer dan je in een blogje kunt opschrijven. Misschien is het daarom zo leuk om een weekje door Nederland te fietsen.

En zo pratend komen de ideeën los. Volgend jaar fietsen naar Twente. Misschien neem ik Wilmink mee onderweg. Een ander fietskarretje of andere fietsen? We hebben weer veel geleerd op de fiets door de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Van elkaar en van het bijzondere Nederlandse landschap.

image

Almere 30 jaar

20140928_211716Al zolang Almere bestaat, kent de stad zijn jubilea. Elke paar jaar wordt aangegrepen een nieuw jubileum te vieren. Mij staat het 25-jarig bestaan van Almere nog helder voor de geest in 2001. Het was het jaar waarin ik de avondvullende documentaire over Almere zag. Paradijs in de Polder, een documentaire waarnaar ik nog steeds op zoek ben. Hij ontbreekt tot mijn eigen verbazing in het Stadsarchief van Almere.

Het zien van deze documentaire versterkte mijn gedachte dat ik Almere als woonplaats helemaal niet zo gek zou vinden. Waarom zou geluk moeten afhangen van een niet te bereiken bestaan aan een Amsterdamse gracht, als dezelfde staat van geluk bereikt kan worden aan een gracht in Almere? Het is natuurlijk wel een staat van geluk, niet status.

Ik verhuisde in 2006 naar Almere. In het jaar dat ik die eerdere droom werkelijkheid zag worden, werd Almere 30 jaar. Het was het jaar dat het Stadshart opgeleverd werd en de koningin haar verjaardag in Almere vierde. Het was ook het jaar waarin een torentje in het Stadshart zorgde voor landelijke ophef en vertraging van het openingsfeestje.

Sinds die tijd verzamel ik boekjes die met Almere te maken heb. Als ik ze voor een leuke prijs tegenkom, schaf ik ze aan en lees ik met veel belangstelling over de geschiedenis van Almere. Ik zou zelfs meehelpen aan een boek over de openbare gebouwen in Almere met een gedicht van mij over het uitkijktorentje dat bij het Weerwater staat. Helaas ging dat niet door.

Ik dacht eerst dat het om hetzelfde boek als het boek van Frits Huis ging. Maar dat is een ander boek. Het boek van Frits Huis, oud-journalist en tegenwoordig wethouder en bekend als panellid bij de Rijdende Rechter, verscheen dit jaar en kreeg de titel: Almere 30 jaar in verbinding met haar inwoners. Helaas kreeg ik het boek niet aangeboden om het te bespreken op mijn blog, maar ik vond het te leen bij de bibliotheek.

Natuurlijk hebben we allang het dertigjarig bestaan van Almere gevierd, maar het boek staat stil bij de totstandkoming van de Gemeente Almere in 1984. Op 2 januari 1984 veranderde het bestuur van het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders met een landdrost in een gemeente, zoals de rest van Nederland wordt bestuurd. Met aan het hoofd een gemeenteraad, een door het volk gekozen raad.

Wordt vervolgd…