Tagarchief: fietsrit

Zwanenoog

image

We fietsen langs een groepje zwanen die het grasveldje vlak naast het fietspad tot slaapplaats heeft gemaakt. We fietsen akelig dicht langs de dieren als we de bocht nemen. Sommige liggen in het gras, met de kop tussen de veren. Anderen staan rechtop en kijken nog om zich heen. Of ze wiebelen nog met het lijf om de slaap op te roepen.

Een zwaan ligt vlak op het hoekje waar wij langsrijden. Het dier heeft zijn kop in het verenkleed gestoken. Een oog steekt precies ter hoogte van de staart uit de veren.

Het oog opent zich als wij langsrijden en volgt ons waakzaam. We zwijgen en trappen extra stevig om de brug op te komen. Ik moet aan onze teckel Saar denken als die lekker ligt te slapen in haar mandje. Ze kan je net zo met een oog volgen als deze zwaan.

Als we afdalen zegt Doris: ‘Die zwaan keek ons achterna en ik moest aan Saar denken.’ Ik moet lachen. Ik moest daar ook aan denken. ‘Ja, ze kan je precies zo met een oog volgen als ze in haar mandje ligt.’ We lachen allebei dat dezelfde gedachte naar binnen vloog bij het zien van hetzelfde oog.

Gooi naar ontsnapping – #WOT

image
Ontsnappen met een fietsrit door het bos

Het is drukkend warm. Tijd voor de ontsnapping. Ik maak een tochtje op de fiets. Dit keer heb ik het Gooi voor ogen. Ook hier kwam Nescio op zijn zwerftochten door de regio. Hij hield erg van Huizen, Laren en de streek rond Bussum en Naarden. Ik weet dat er vandaag een temperatuur van 30 graden is voorspeld, maar ga het proberen.

Plechtig beloof ik aan het thuisfront naar huis te gaan als het niet meer gaat. Op mijn krent blijven zitten, is warmer, is mijn redenatie. Ik smeer mij snel in om mij te beschermen tegen de warme zon. Natuurlijk neem ik ook een beetje zonnebrandcrème mee.

Op de Hollandse Brug voel ik de warmte over mij heen gaan. Het is inderdaad heet. Ik fiets verder in de richting van Naarden, langs de kringloopwinkel. De deur is gesloten. Hij gaat pas om 13 uur open. Daarom fiets ik maar verder in de richting van het Hilversumse bos. Ik weet Bussum mooi te ontwijken door onderlangs te fietsen, langs het Naardermeer.

Het is rustig. Niemand waagt zich buiten. Een fietser heeft zich onder een boom geïnstalleerd. Naast hem ligt een plastic tasje waarin de ronde vormen van de blikjes bier zich aftekenen. Aan zijn lippen brengt hij een geopend blikje. Hij zwaait uitbundig als ik voorbij fiets.

Ik rij het Spanderswoud binnen. De bomen geven verkoeling. De warmte lijkt moeilijk het bos binnen te dringen. Over het smalle fietspad fietsen tegenliggers mij tegemoet. Ik ga even op het bankje zitten om even te pauzeren.

Een man en een vrouw komen voorbij. Hij loopt voorop met een hondje. Zij achter hem aan. De jurk floddert langs haar lichaam. Witte benen steken onder het jurkje uit. Ze zwijgen. Het grint van het fietspad kraakt onder hun schoenen. Als ze bijna uit zicht zijn hoor ik de man tegen de vrouw schreeuwen. De hond blaft.

image
Hervormde kerk van Gravenland

Weer verder, ik kan moeilijk mijn route bepalen. Weer terug, want ik wil naar ‘s Gravenland. Ik wil eens Trompenburgh zien. De creatie in de vorm van een schip is van Daniël Stalpaert en behoort tot de hoogtepunten van de Gouden eeuw. Ik wilde het eens zien, maar als ik in ‘s Graveland aankom, zie ik het bouwsel niet. Een gebouw dat doet denken aan de Hervormde kerk van Renswoude met imposante muren in een vierkant gebouwd. In de toren prijkt het jaar 1658.

Ik mis de Trompenburgh en besluit de ingekorte route naar Hilversum te gaan maken. Het is best warm en om nu helemaal door te rijden naar Vreeland, vind ik net te ver. Ik weet niet beter, anders was ik doorgereden, dan zou ik de Trompenburgh wel zien. Nu staat een meisje in een zomerjurkje achter mij stil bij het stoplicht.

Alle fietsers gelijk groen, staat er bij het stoplicht. We rijden de ‘s Gravelandseweg op in de richting van Hilversum. Passeren allerlei landhuizen. De koeien staan in de sloot vanwege de hitte. Ik hoor de koe die midden in het water staat tevreden snuiven.

Ik vind het fietsnetwerk weer en zak af naar Hilversum. De warme stad kom ik binnen. Een stad die ik alleen ken als wandelaar en automobilist. De laatste verdwaalt nogal eens, maar als fietser red ik mij goed.

Ik fiets de stad in, struin bij de boekwinkel door de afgeprijsde boeken en moet nog even wachten tot De Slegte open is. Solare staat op de winkelruit, ‘voorheen de Slegte’. De winkel is niet ingrijpend veranderd. Achterin nog altijd de tweedehands boeken. Voorin loop ik langs de nieuwe boeken.

Dan nog even langs de kringloopwinkel, waar ik een aardige buit vandaan haal. Als ik weer buiten sta, voelt het warm. Het is iets na twee uur en de temperatuur stijgt tot tropische waarden. Ik stap weer op de fiets en vervolg mijn route. Daar komt de hei: de Zuiderheide. De zon brandt moordend.

Ik rij helemaal alleen en waan mij even als enige aanwezig hier op deze heide. Bij de eerste boom zit een stelletje op het bankje. In het enige schaduwplekje. Ze groeten als ik langsrijd. Ik ben hier niet de enige. Als ik de heuvel op klim, raast het verkeer van de A1. In Nederland ben je nooit alleen. Zelfs niet in een hutje op de hei.

image
ANWB-paddestoel nummer 1

De volgende heide op. Daar tref ik de eerste ANWB-paddestoel aan. Het is de eerste paddestoel die geplaatst is. Iets verderop op de Bussumerhei staan de vervolgpaddestoelen. Een bord herinnert aan deze eerste paal. Het is inmiddels wel een modern model. De vorige paddestoel liep een stuk minder steil af langs de zijkanten.

image
Schaapskudde Tafelbergheide zoekt verkoeling

Op de Tafelbergheide lopen de beroemde Gooise schapen van de schaapskooi. Vaak vastgelegd door de schilders die in de 19e en 20e eeuw naar Laren en Blaricum kwamen om het authentieke landleven vast te leggen. De schapen zijn naar het fietspad gekomen voor de verkoeling. Onder de bomen staan ze, dicht tegen elkaar. Ze hijgen en drukken hun kop tegen de bast van de boom.

image

Als ik door Blaricum fiets, wil ik mij nog even insmeren met zonnecrème. Ik zoek in mijn tas maar kan de fles niet vinden. Ik zou hem toch niet vergeten zijn? Ik vrees het ergste. De zon brandt op mijn huid. Kan ik zo nog doorrijden. Het is een vol uur nog fietsen naar huis. Ik rij door. Er zit niet veel anders op. Door de bossen rijdt het heel prettig. Onder de bomen over de smalle paden, langs al de villa’s van bekende Nederlanders zitten verborgen achter de hoge hekwerken.

Ik kom weer terug waar ik begonnen ben, bij de kringloopwinkel van Naarden. Daar ga ik nog even naar het toilet en fris mij op aan een flinke hoeveelheid water. De verkoeling is niet zo moeilijk te vinden. Bij de boeken neus ik vanzelfsprekend nog even, maar ik vind zo snel niks van mijn gading. De fietsrit zit in mijn benen en in mijn hoofd. Ik ga snel naar buiten om de rest van het rondje Gooi af te maken.

image
Fiets zo de Grote kerk van Naarden binnen.

De Hollandse brug voelt warmer dan de heenreis. De tegenwind zorgt voor een prettig verkoelend briesje. Al is briesje wel erg warm, het voelt nog niet als een föhn waarover ik mensen uit warme landen vaak hoor. Nog een klein eindje. Ik kies de route door het Kromslootpark voor de beschutting.

De schapen in het Kromslootpark grazen gewoon in het open veld. Blijkbaar hebben deze het minder warm dan hun soortgenoten op de Tafelbergheide. Een paar keer de trappers naar beneden drukken en ik ben helemaal thuis. De ontsnapping heeft lang genoeg geduurd.

image
Weer thuis na de ontsnapping

Goeroe – volg Nescio – #WOT

image

Ik heb een goeroe nodig die me aanmoedigt: waarom zou ik ver van huis de schoonheid moeten zoeken? Bij de kringloopwinkel van Enkhuizen kocht ik een leesexemplaar van Nescio’s Natuurdagboek. Ik heb al weleens delen uit het boek gelezen, maar wil nu concreet op pad en al lezend het landschap rond Amsterdam leren kennen.

Wat Paul Theroux doet voor treinreizen over heel de wereld, dat doet Nescio in het klein. De ondernemer die in het weekend op pad gaat naar Muiden, Weesp, Ouderkerk aan de Amstel, Loenen aan de Vecht en Vreeland. Het Natuurdagboek zit vol met dit soort uitjes. Hij gaat zeker geregeld verder naar Groningen of Noord-Brabant, maar de kern van het boek bestaat uit ritten in de directe omgeving van Amsterdam. Dan gaat hij met de bus naar Muiden of fietst vanuit zijn woonplaats naar Abcoude.

Allemaal op fietsafstand van mij thuis. Het weer is aantrekkelijk met de zon en het briesje. Daarom fiets ik een stevig rondje, geïnspireerd op Nescio’s zwerftochten door dit deel van Noord-Holland. Ik rij eerst naar de flessenhals: de Hollandse brug. Het is wel jammer dat een rondje pas begonnen kan worden als je weer op de oude wal bent. Zo moet ik zeker 6 kilometer fietsen voordat ik een fietsdoel kan kiezen.

Ik fiets naar Amsterdam via Muiderberg en Muiden. Ik zie dat de dijkwoning waar je bijna doorheen rijdt van Muiderberg naar Muiden, te koop staat. Snel kijk ik om en zie ik dat achter het huis een indrukwekkende plantenkas staat. Zo eentje die ik dinsdag nog in het Zuiderzeemuseum zag staan, met een stenen onderkant en houten frame. Na een kilometer of 20 fiets ik de stad in. Snel bezoek ik mijn geliefde kringloopwinkel Juttersdok. Boeken kopen gaat vandaag niet makkelijk. Een harde housedreun vult de ruimte en leidt teveel af van de boektitels.

image

Ik fiets door naar de plekken waar ik normaal altijd alleen wandelend of per tram kom. Afstanden krijgen een heel andere dimensie. Voor het Scheepvaartsmuseum maak ik een foto van mijzelf. Vele zullen volgen op toeristische plekjes. Ik fiets langs het Centraal Station over het Damrak naar de Dam om vandaar door te rijden naar het Vondelpark.

Wat zijn het in wezen korte afstanden. Niet alles is in Amsterdam op loopafstand, maar fietsafstand is een heel stuk beter te doen. Al moet je uitkijken voor de drommen toeristen die onwennig een rondje Amsterdam op de fiets doen. Ze slingeren alle kanten uit, rijden links of fietsen over de volle breedte. Om onderweg abrupt met de hele rij te stoppen en al het fietsend verkeer de verdere rit te beletten.

In het Vondelpark eet ik een broodje op een bankje in de schaduw. De fietssnelheden wisselen hier op alle mogelijke wijzen. Bovendien krioelen de Duitsers met brede kinderwagens en hippe moeders met bakfietsen door het park. Ik smul van mijn boterhammen. Naast mij gaat een Duitse moeder zitten met haar kind. De vader blijft staan met de kinderwagen en rijdt het ding zenuwachtig heen en weer.

image

Dan rij ik het park over de volle lengte door. Het is een smal park en aan het einde is ergens in de Baarsjes een andere kringloopwinkel. Het ligt daar prachtig aan het water. Een bundel fietsen markeert de plaats van de winkel. Ik ben er best een beetje zenuwachtig. Voor mijn fiets heb ik namelijk niet een losse ketting bij mij en in Amsterdam lijkt het zo’n beetje een keurmerk.

Alle fietsen die waar dan ook staan, zitten vastgeklonken aan een extra ketting met hangslot. Ik vermoed dat de andere fietsen zonder extra ketting gestolen zijn. Daarom vrees ik dat mijn fiets snel meegenomen wordt terwijl ik met mijn neus in de boeken zit.

De vrees blijkt ongegrond. De fietsen voor deze kringloopwinkel zijn geen van alle vastgeklonken aan een kettingslot. Ik vind een flinke stapel bloemlezingen: Coster en de Spiegel in een derde druk die ik nog niet heb. En kan mijn geluk niet op met de laatste Dickens uit de reeks van Spectrum. Mijn geluk kan niet op.

image
De plaatsen die Nescio regelmatig aandoet in zijn Natuurdagboek.

Helaas niet de boeken van Paul Theroux die ik nog mis. Er liggen nog genoeg ongelezen boeken van die andere goeroe in mijn boekenkast. Gauw weer verder, voordat een dief mijn fiets ‘leent’. Ik ben benieuwd naar de ervaringen aan de Zuidkant van Amsterdam, de wereld van Nescio.

Lees mijn ervaringen bij het Haarlemmermeerstation