Tagarchief: fietspad

Verleid door zonnetje – #omzwervingen

Na een week vol zon wil ik het niet als straf laten aanvoelen dat ik op zaterdag even naar Amsterdam ga. Daarom stap ik op de fiets. Het zonnetje verleidt me, maar ik zie ook de dreigende wolken. Ik krijg het ook mee als waarschuwing: misschien ziet het er lekker uit, het is helemaal niet lekker.

Toch rij ik weg. De wind bindt al vrij snel na vertrek de strijd met mij aan. De rit door Almere Poort heeft hij vrij veel vat op mij. Het gaat gestaag voort. En ik weet dat hij gaat draaien, zoals hij altijd draait hier in de polder. Altijd de mindere kant van fietsen in Almere: de tegenwind en de saaie lange wegen.

De Hollandse brug geeft hier weinig verandering in. Dat maakt de klim extra zwaar, maar de echte tegenwind komt als ik van de brug ben en langs het strand van Muidenberg rijdt. De temperatuur helpt ook niet mee en ik ben blij dat ik mijn winterjas heb aangetrokken.

De bekende route

Zo zwoeg ik tegen de wind in, langs de bekende route, het strand en de kerk van Muiderberg. Het strand dat vroeger een echt zeestrand was zoals in het album Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse staat. Nu oefenen kitesurfers in het water staand tot hun middel hoe ze de reusachtige vlieger in bedwang kunnen houden.

De polder naar Muiden is zo’n geduchte overwinningstocht. Het groene gras omhelst de weg. Een boer rent door het weiland, stopt, kijkt naar iets en rent weer verder. Verderop de dijk en het kasteel, het Muiderslot.

Het ziet er heel indrukwekkend uit van deze afstand, maar is voor een kasteel eigenlijk best klein. Niet veel meer dan een uitgebreide vestingtoren. Kastelen zijn in Nederland eigenlijk heel klein. Neem nou slot Loevestein, ook niet heel groot van binnen. Al staat daar weer veel meer omheen dan het Muiderslot.

Zo’n slot, altijd strategisch gelegen aan een riviermonding of op de splitsing van rivieren. Het Muiderslot is 32 x 34 meter, Loevestein 60 x 40 meter. Hoe anders is het met kastelen in het buitenland. Daar gelden veel grotere afmetingen.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Lammetjes en een vuilnisbelt

Het rulle zandpad – #fietsvakantie

img_20160812_144953.jpgOp mijn kaart staan de wegen keurig aangegeven, alleen staat er niet bij wat voor een soort weg het is. Je ontdekt tijdens het fietsen dat er veel verschillende soorten wegen zijn. Naast asfalt (rood of zwart), betonplaten, tegels of klinkertjes, zijn er ook onverharde wegen.

Ook op het terrein van onverharde wegen zijn veel varianten. Er is er eentje waarbij de bovenlaag mooi aangedrukt is met steenpuingruis. Heel veel smalle fietspaden zijn op die manier verhard. Het is voor fietsers ideaal. Bovendien zijn fietsen niet zo zwaar dat het wegdek snel wordt aangetast.

Bij het fietsen door de Veluwe krijgen we soms ook te maken met heuse zandpaden. Bijna altijd liggen de smalle fietspaden waar je elkaar net kunt passeren, naast zandpaden. Maar soms is er alleen maar een zandpad of moet je het met een grindpad doen. Je hebt dan weinig grip. Zeker als je zwaarbeladen bent.

Er zijn een paar plekken waar wij fietsen en waar alleen een zandpad ligt. Het zijn vaak wel prachtige stukken om te fietsen. Als wij de rit naar Apeldoorn willen maken, het bord van Landgoed Het Loo passeren, dan treft ons een zandpad.

Het is een rit van bijna 10 kilometer door rul zand. Op de hei aangekomen, mogen we niet van het pad afwijken, zeggen dreigende bordjes. Het is een gebied dat van Defensie is geweest. Hier liggen nog veel explosieven in de bodem die eerst opgeruimd moeten worden.

Het pad kronkelt over de heuvels. En dat maakt het extra lastig. Als we even later weer in het bos fietsen, zie ik eindeloze hoeveelheden bosbessen aan weerszijden in het bos. Dat is mij nog niet gebeurd de laatste weken waarin ik zo graag zou willen plukken.

Doris vindt het fietsen door het rulle zand heel zwaar. Er klinkt dan ook een kreet van verlichting als we op het fietspad fietsen evenwijdig aan de drukke weg naar Apeldoorn.

Daar fietsend besef ik dat ik hier in de buurt moet hebben gepicknickt met Inge bij onze eerste ontmoeting. In de auto omdat het veel te hard regende. We zijn de picknick nooit meer vergeten, het precieze plekje waar de auto geparkeerd stond wel. Maar ik denk dat het hier ergens was, langs de weg naar Apeldoorn, in de richting van Het Loo.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Het pad van de 4 bruggetjes

image

De Groene kathedraal in maart heeft iets geheimzinnigs om zich heen. Je weet dat de boomsprieten eigenlijk groene pilaren zijn die tot in de hemel reiken als je omhoog kijkt. De stammen massieven die de brede groene muren van de kerk met elkaar verbinden. De hoogte doet de rest.

In maart is dat allemaal niet. Het moet nog allemaal komen, de natuur houdt even pauze om straks weer helemaal in bloei te komen. Toch lokt het zonnetje ons naar buiten. Doris gaat de gisteren gerepareerde fiets van Inge proberen. Het zadel staat op zijn laagst, de achterband is gerepareerd. Net als dat het voorspatbord er weer goed op zit.

image

Een fiets met 8 versnellingen gaat nog altijd sneller dan de 3 op het roze kinderfietsje. Ze heeft nu veel grotere wielen onder zich op deze fiets voor volwassenen, net als dat ze beduidend sneller rijdt dan eerst. Nu vliegt ze over de weg en ik kan haar nauwelijks bijhouden op mijn nieuwe fiets. Zo rijden we in hoog tempo langs het kasteel en fietsen door het Waterlandse bos.

Als we verderop fietsen over het pad van de 4 bruggetjes. De stalen bruggen vallen op. We moeten flink klimmen en als we tegenliggers tegenkomen, lukt het niet om elkaar op de brug te passeren. Ik geniet meteen van het zilverachtige licht op het water. De zon valt uit elkaar in honderden lichtkristallen die op het water dobberen. Echt genieten van dit prachtige water.

image

We rijden nu langs de oude vuilnisbelt. Smalle pijpjes steken op uit de berg om het afval van zuurstof te voorzien. Zo blijft de grond onder de berg in beweging en zal langzaam het vuil van weleer worden opgenomen in de kringloop. De bevers leven hier ook. We zien de sporen in de afgeknaagde boomstronken. Zo mooi taps toelopend van boven, de sporen van de tanden in het hout, alsof het een ragfijn dakpannendak is.

Zo fietsen we in hoog tempo verder. De hogere versnellingen vinden wij en we steken de vaart over. Het fietspad kronkelt nu tussen bomen en landerijen. De donkere aarde ligt in de lange repen van de ploeg. Straks zal hier het zaad over de akkers vallen en groeien tot de planten die rijpen voor de oogst. Nu is het kaal en kijken we over het veld door naar het bos dat er omheen ligt.

image

Verschijning

image

Van werk naar huis fiets ik in het duister. De tuintjes zijn aangeharkt en alleen nog te zien in het licht dat uit de ramen schijnt. Geen mens te zien. Alleen de gestalten in de huizen die schaduwen over de muren vormen.

De eerste kerstverlichting is te zien, maar het valt in het niet als ik langs een huis rijd waar een felle lamp in de tuin schijnt. Het rood waar de lamp door schijnt, trekt mijn aandacht.

Het zou zo een verdwaalde kerstman kunnen zijn die met zijn postuur de tuin verlicht. De baard en rode muts vertellen veel. Het is alleen geen kerstman verraadt de rest van de gestalte die door de kale takken van de bosjes voor het huis te zien is.

Het is een verlichte tuinkabouter. De verf in het puntmutsje is licht gebarsten, het blauwe jasje en de witte baard. Ik zie het allemaal door de kalte bosjes heen. En ik kan het niet laten even stil te staan om deze verschijning beter te bekijken.

Daarvoor hoef je niet in kabouters te geloven.

Vers beton

image

Het fietspad voor ons huis wordt vernieuwd. Een dikke laag beton is gestort en ‘s avonds bewaken mannen in hesjes het verse beton. Een stap in het beton is voldoende om een afdruk achter te laten. Daarom lopen de mannen in de felgekleurde hesjes rond.

Ze houden het sluipverkeer tegen dat toch over de afgezettingen heen wil. Met succes. Ze praten met elkaar in de walkie-talkie. Ik hoor het over de gracht galmen. Een groepje mensen klimt het taluud op. Ze zijn gestrand met hun bootje.

image

Een dame in zomerjurkje wil op het vers gelegde fietspad stappen. Het beton is nog niet helemaal hard. De man in het hesje stuur haar glimlachend om de afzetting heen. Ze belt bij ons aan. Of ze een tangetje kan lenen, want de motor doet het niet meer. Een pinnetje is losgeschoten.

Even later klinkt het geluid van een ronkende buitenboordmotor over de gracht, gevolgd door grote blauwe rookwolken. Even later komt een man met het hesje naar ons huis. ‘Namens de jongelui in de boot, veel dank voor het lenen.’

image

De hesjes blijven tot het donker wordt. Het verse beton wil niet drogen in de vochtige avond. Als de opperman in het hesje met zijn vingertoppen op het beton drukt en ze niet meer wegzakken, mogen ze gaan.

De volgende dag gaat het werk onverminderd voort. Nu snijden diepe messen door het verse beton. Ze frezen een dun gootje, maar niet helemaal door de dikke betonlaag heen. Misschien om het regenwater af te voeren. Het beton is zo dik dat de boomwortels het wegdek onmogelijk kunnen wegdrukken.

image

Iets verderop is een nieuwe laag beton gestort en wachten de mannen in hesjes weer tot het droog is. Een hele belevenis. Morgen zullen ze daar weer gootjes frezen. Maar eerst strandt er misschien wel een bootje met elfjes op zoek naar een tangetje om hun buitenboordmotor weer aan de praat te krijgen.

image

Familie Zwaan

image

Ze broedde tussen de waterkant en het fietspad in en lag op een heuveltje van riet. Ik bedoel de aanstaande moeder zwaan die ik een tijdje geleden beschreef in mijn blog. Vader zwaan bewaakte het nest en zorgde ervoor dat de fietsers op afstand bleven.

image

Op de terugweg dat ik erlangs fietste, zag ik dat het nest leeg was. De zwanen waren er niet meer. Het nest was uitgevlogen. Zo bleven ik en de lezer achter zonder een afloop. Hoe groot was de vreugde toen ik een tijdje terug de familie zag zitten. Op de plek van het nest.

image

Het gras was weggemaaid. Het nest kon ik niet meer zien, maar daar stonden ze. Vader, moeder en twee uit de kluiten gewassen kuikens. Ze kijken even eigenwijs als hun ouders. Ze nestelen zich lekker aangenaam op het stukje geboortegrond. Moe van een dag zwemmen en rondzwerven.