Tagarchief: familiegeschiedenis

Vermenging feit en fictie

Paul Theroux staat wel bekend om zijn vermenging van feit en fictie. Veel plaatsen waar hij gewoond heeft, krijgen een plek in een roman. Zoals Singapore in Saint Jack, Hawaii in Hotel Honolulu of Cape Cod in zijn laatste roman Moederland. Zijn vriendschap met Naipaul kreeg een plekje in het boek Geschiedenis van een vriendschap.

De verteller speelt vaak met deze vermenging. Onwillekeurig trek je het leven van de schrijver in het boek. Een boek als Moederland schildert een heel bijzondere, egocentrische moeder af. Ze neigt naar het tirannieke. Ze manipuleert de kinderen uit haar gezin. Als volwassen mensen voelen ze zich in haar nabijheid een kind. Moeder behandelt ze als een kind, maar ze gedragen zich ook helemaal als kinderen bij moeder.

Onwillekeurig verschuift het beeld dat de verteller schetst, naar de werkelijkheid van Paul Theroux. Zeker de hoofdpersoon Jay en hij bezitten buitengewoon veel overeenkomsten. Ze zijn allebei schrijver en wonen een deel van het jaar op Cape Cod. Ze hebben allebei 2 beroemde zonen die in Engeland wonen. Net als Paul Theroux heeft Jay diverse gestrande huwelijken achter de rug. In het verhaal Moederland komt een buitenechtelijk kind naar voren, waarvan de familie zeker weet heeft.

De broers van Paul Theroux zijn eveneens hoogleraar en advocaat. Enkele broers zijn romancier, die zie je niet terug in het boek. Wel de veelbelezenheid van Floyd, zoals die ook terugkomt bij Pauls broer Alexander, die hoogleraar en romancier is. Of Peter Theroux die ondermeer het werk van de Egyptische Nobelprijswinnaar Nagieb Mahfoez in het Engels vertaald heeft.

Een boek als Moederland laat een familie zien die erg met elkaar worstelt. Ze voelen zich niet gelijk behandeld. Moeder vervult hier best een manipulatieve rol in. Een bijzonder extreme rol, maar er lopen zeker moeders rond met een afgezwakte vorm van gedragingen. Blijkbaar schuiven sommige moeders zich in deze rol. Kinderen lijken hierin ook nog als volwassenen om de aandacht van hun moeder te schreeuwen. Best herkenbaar.

De hoofdpersoon Jay heeft in Moederland heel erg de neiging zich in een slachtofferrol te plaatsen. Hij probeert de aandacht van zijn moeder te trekken. Hij hoopt dat ze zijn boeken leest. Hij smeekt om erkenning en aandacht. Dat hij niet krijgt wat hij wil, frustreert hem buitengewoon. Het maakt hem alleen maar meer slachtoffer tot zijn eigen frustratie belandt hij hierdoor regelmatig in een vicueuze cirkel waar hij niet uit komt.

Tot hij zich realiseert welke rol zijn moeder voor hem in zijn werk speelt:

Pas op mijn oude dag, toen moeder stokoud was, had ik begrepen dat zij mijn muze was. (620)

Moeder als hoofd van het gezin en voor de verteller zijn muze. Het boek is uiteindelijk aan haar opgedragen, door het hele verhaal inclusief manipulatie en frustratie op te dienen. Het verlangen dat zij zijn boeken zal lezen, is zij uiteindelijk de motor en de inspiratie tot het schrijven.

Paul Theroux: Moederland. Roman. Oorspronkelijke titel: Mother Land. Nederlandse vertaling Linda Broeder, Betty Klaasse en Anne Roetman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2017. ISBN: 978 90 254 5101 1. 622 pagina’s. Prijs: € 27,99. Bestel

Lees verder: Angela »

De klokkenluider een historische roman?

Is De klokkenluider van de Notre-Dame een historische roman? Zeker het verhaal speelt in januari 1482. De opening begint op Driekoningen én het Narrenfeest. Het is dubbel feest en de dichter Gringoire heeft het toneelstuk geschreven dat wordt opgevoerd.

De verteller plaatst zich regelmatig buiten de tijd met verwijzingen buiten de roman. Hij doet dit soms terloops en met humor. Bijvoorbeeld als hij met een spreekwoord verwijst naar de nieuwe wereld, die pas 13 jaar later ontdekt zal worden door Columbus.

Gringoire ziet een optreden van het zigeunermeisje Esmeralda en haar geitje Djali. Hij wil haar rijkelijk belonen, maar hij heeft niks. Het zweet gutst van zijn voorhoofd als ze langskomen om geld op te halen voor het straatoptreden.

Als hij heel Peru in zijn zak had gehad, zou hij dat zeker aan de danseres hebben gegeven, maar Gringoire had Peru niet, en Amerika was trouwens nog niet eens ontdekt. (76)

Een speelse verwijzing naar de moderne tijd die de verteller vertegenwoordigd. Ook maakt de verteller toespelingen op de verdwijning van de koningengalerij aan de voorgevel van de kathedraal. De 28 koningen werden na de revolutie in 1789 gezien voor de Franse koningen. Dit hardnekkige beeld, hangt ook in het hoofd van de verteller.

Na publicatie van Victor Hugo’s roman is ontdekt dat het de beelden van de Bijbelse koningen van Juda waren. Uiteraard zijn de middeleeuwen mans genoeg om hier een indirecte verwijzing naar iets anders te maken, zoals de koningen van Frankrijk. Hier hoeft de verteller dus niet per sé fout te zijn.

Volgens de verteller zijn er 3 vormen van onttakeling:

Op de ruïnese kan men drie soorten kwetsuren onderscheiden, die elk een specifieke diepte verotnne: ten eerste de tijd, die her en der gevoelloos heeft toegeslagen en vooral het oppervlak heeft aangetast; dan de politieke en godsdienstige omwentelingen, die met de hun eigen blindheid en furie de kerken te lijf gingen, de rijke ornamentatie met beeldhouwwerk en snijwerk vernielden, de roosvensters stuksloegen, de serranden van arabesken en figuurtjes kapotmaakten en de beelden verbrijzelden, de nee keer vanwege hun mijter, de andere vanwege hun kroon; en als laatste de bouwkundige modes, die steeds onwaarschijnlijker en dwazer werden en die, na de anarchistische en briljante zijsprongen van de renaissance, het onontkoombare pad van de decadentie bleven volgen. (126)

In onze tijd kunnen we aan de door de verteller genoemde revoluties ook oorlogen toevoegen. Oorlogen hebben veel bouwwerken verwoest. In Nederland zijn het bijvoorbeeld de Rotterdamse Laurenskerk en in Arnhem in de Eusebiuskerk die door oorlogsgeweld zijn vernietigd.

De beschadigde beelden bij de beeldenstorm zijn nog altijd in de Utrechtse Domkerk te zien. De beschadigingen zijn zelf monumenten geworden. Het is echter niet de ergste verwoesting. De verwoestingen van oorlog, geweld en de tijd, wegen niet op tegen de derde en laatste verwoesting: architecten.

Met de verteller ben ik het eens dat de grootste bedreiging de architecten zijn. Zij verwoesten met hun visionaire inzichten mooie bouwwerken. Je ziet het tegenwoordig vooral op het terrein van stadsgezichten en stadscentra. Genadeloos moeten bouwwerken uit het verleden plaatsmaken door hedendaagse inzichten. Gepresenteerd als verbetering maar meer een uiting van machteloosheid. Wat onze voorouders hebben gebouwd kunnen wij met geen mogelijkheid meer bouwen.

Daarmee is De klokkenluider van de Notre-Dame meer een ideeënroman dan een historische roman. Het speelt in het verleden, maar de gedachten van het heden dringen voortdurend door de tekst heen. Het overtuigt mij ook van de schoonheid van dit boek. Een boek dat een eerbetoon is aan de kathedraal. Maar waar het verhaal als kroon (of mijter) prachtig uitsteekt.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

Fansi’s stilte

image

In het boek Fansí’s stilte, Een Surinaamse grootmoeder en de slavernij, gaat schrijfster Tessa Leuwsha op zoek naar haar roots. Ze woont al in het land van haar grootmoeder Fansi: Suriname. In 1995 is ze er gaan wonen, haar liefde achterna en ook een beetje op zoek naar de geschiedenis van haar oma.

Tessa Leuwsha is dochter van een Surinaamse vader en Hollandse moeder. Haar oma Fansi is verhuisd naar Nederland, haar kinderen achterna en vanwege een aandoening aan haar ogen. Ze zwierf van kind naar kind en belandde uiteindelijk in het bejaardentehuis.

Zoeken naar verhaal van oma

Haar oma sprak nooit over Suriname, schrijft Tessa Leuwsha. Maar ze wil dolgraag het verhaal van haar oma leren kennen en bezoekt in Suriname de geboorteplek, Nickerie, het grensstadje in het uiterste westen van Suriname. Daar realiseert ze zich hoe dicht de slavernij van haar oma stond: 42 jaar voor haar geboorte was hij in 1863 afgeschaft.

In Suriname begint ze bij haar oom Albert, het enige kind van oma Fansi die in Suriname is blijven wonen. Daarna gaat ze alle kinderen van haar oma af en reconstueert zo het leven van haar grootmoeder. Tussen de gesprekken met haar ooms en tantes en herinneringen aan haar vader schrijft Tessa Leuwsha over de plaatsen die ze aandoet, de plaatsen van haar grootmoeder.

Bijzondere ontdekkingen

Daarbij doet ze bijzondere ontdekkingen. Haar oma is een pleegkind, haar moeder heeft afstand van haar genomen. Tessa Leuwsha vindt de nazaten van haar oma’s pleegouders en ondertussen zoekt ze verder. Niet iedereen gaat daarin mee, zo wil haar schoonmoeder Joyce als ze op reis zijn door de binnenlanden van Suriname niet met de schrijfster mee over de rivier bij Domburg:

‘Ik ga echt niet mee!’ zei Joyce. We keken haar vragend aan. ‘Echt niet!’ voegde ze eraan toe.
‘U kunt niet zwemmen?’ vroeg Cowboy droog.
Joyce schudde haar hoofd, niet daarom. ‘Een lukuman, een ziener, heeft me voorspeld niet over het water te gaan. Het gaat me ongeluk geven.’ Joyce’ intonatie was opeens diep Surinaams, zo kende ik haar niet. (49)

Het geloof in Bakru, boosaardige geesten is sterk. Ook Surinamers die graag op Nederlanders willen lijken, hebben maar een dun westers laagje over zich heen. Boosaardige geesten en dansrituelen voor de goden. Het eindeloze trommelgeluid roept de voorouders op. Afrika in Suriname.

Prachtige document over Suriname

Fansi’s stilte is een prachtig document over Suriname. Alles komt voorbij, de slavernij, de emigratie en de verhalen van een familie. Het valt hierbij op hoe sterk de belevingen van Fansi’s kinderen van elkaar verschillen. De 9 kinderen zijn geboren tussen 1928 en 1946 en schelen daarmee flink in leeftijd van elkaar.

Deze familiegeschiedenis helpt mee om de geschiedenis van Suriname van de laatste 100 jaar te vertellen. Het verhaal van de grote geschiedenis vertelt Tessa Leuwsha aan de hand van het verhaal van haar oma. Daarmee is het mooi portret van een bijzondere vrouw. Een reis door het leven van haar oma, afgewisseld met de verhalen van het hedendaagse, onafhankelijke Suriname, opgetekend door de schrijfster zelf.

Tessa Leuwsha: Fansi’s stilte, Een Surinaamse grootmoeder en de slavernij. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2015. ISBN: 978 90 450 3042 5. 224 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel