Tagarchief: euforie

Buskruitramp

leiden-na-de-buskruitramp-in-1807In een roman over een ramp in hartje Den Haag, midden in de tramtunnel, kan een andere ramp niet onbesproken blijven: de buskruitramp van Leiden. Christiaan Weijts haalt de ramp in het hart van Leiden aan in zijn roman Euforie:

Op een januari waren er in geboortstad 151 doden gevallen na een explosie aan de Steenschuur. Een schip met bijna achttien ton buskruit aan boord blies alle huizen in de wijde omgeving tegen de vlakte. Tientallen jaren bleef het gebied leeg: de Grote Ruïne. (300)

Op de plek waar het schip aangemeerd lag, is het Van der Werfpark verrezen. Aan de overkant staat het imposante Kamerlingh Onnesgebouw. Het gebouw waarin een paar Nobelprijswinnaars werkten is een paar jaar terug heel mooi gerestaureerd. Iets verderop is de Lodewijkkerk die na de ramp weer mooi is herbouwd en een heel bijzonder orgel herbergt.

Voor Christiaan Weijts is het aanleiding te schrijven over het park waarin de hoofdpersoon Johannes Vermeer zijn jeugdliefde Isa zoent. Voor de verteller is het ingebed in een vergelijking waarin het voorjaar explodeert, ‘in inslagkracht verwant aan de opening van Mahlers Eerste.’

De Leidse ramp keerde vaak terug tijdens mijn studie Nederlands in Leiden. Onze docent Peter van Zonneveld vertelde er al over op de eerste studiedag tijdens de rondleiding door de stad. Hij haalde daarbij de brief van Bilderdijk aan die tussen de puinhopen van zijn huis schreef. De docent negentiende-eeuwse letterkunde glimlachte en keek met guitige ogen over zijn leesbrilletje. ‘Terwijl de maar een paar ruiten gesprongen waren.’

De Leidse buskruitramp is in de negentiende eeuw talloze malen bezongen. Het was een nationale ramp van formaat. De net aangetreden koning Lodewijk Napoleon maakte zich verdienstelijk door naar de rampplek te gaan. Het was de eerste keer dat een vorst in Nederland poolshoogte kwam nemen bij een ramp. Sindsdien bezoekt een vorst altijd een rampplek om met eigen ogen de ramp te zien en het volk te steunen en te troosten.

Een tijdje terug vond ik op een boekenbeurs het boekje Het dichterlijk tafereel der stad Leyden van Willem Bilderdijk. Hierin voorziet de grote dichter een gedicht van Robert Hendrik Arnztenius van commentaar. Hij vult de dichtregels aan en voorziet het ook van veel onzin, zo schrijft Marinus van Hattum die het gedicht in zijn uitgave uitvoerig onder de loep neemt.

Bilderdijk weet een gedicht van 370 regels aan te lengen tot 1260 regels. In de drie bijlages spreekt de meester zelf. Hij gebruikt hier niet minder archaïsch taalgebruik:

Ja, Dichtkunst, kerm en schrei, rijt ingewanden open!
Graaf onmeêdogend om in ‘t siddrend, lillend hart!
Gods Englen schreien hier en staan met bloed bedropen.
De taal is zonder kracht; wy smoren in de smart.

Op die puinhopen in het latere Van der Werfpark, zoent de hoofdpersoon Johannes Vermeer in Christiaan Weijts Euforie met het meisje van zijn dromen: Isa.

Christiaan Weijts: Euforie. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012. ISBN 978 90 295 8627 6. 400 pagina’s.

Eurofie op Utrecht Centraal

image

Kijkend naar al die machtige kantoorgebouwen die worden opgeworpen in de omgeving van Utrecht Centraal, bekruipt mij het gevoel dat imponerende gebouwen organisaties nog altijd trekt. De gebouwen mogen dan leeg staan, ze staan symbool voor een grote bedrijf. De gemeente Utrecht heeft een groots stadskantoor bij het station laten planten. Een indrukwekkend gebouw dat de Domtoren moet doen vergeten.

Het boek Euforie van Christiaan Weijts behandelt precies die grootsheid van gedachten. Architecten die zich onsterfelijk willen maken door een lelijk gebouw op deze aarde te planten. Vrijwel iedereen bestempelt ze als onooglijk, maar de bouwer laat het met trots achter. Ergeren is natuurlijk ook een emotie en daarmee drukt de architect een stempel op veel mensenlevens.

De aanleiding in Euforie is wat minder. Een aanslag in de tramtunnel van Den Haag zorgt ervoor dat er een prijs wordt uitgeschreven. De opdracht luidt om een gedenkwaardig monument voor de slachtoffers op te richten, dat eveneens van praktisch nut is.

Als de ramp zich heeft voorgedaan, wordt de architect Johannes Vermeer van de weg gehaald om assistentie te verlenen bij de ramp. Met zijn busje moet hij de gewonden vervoeren naar het ziekenhuis. Hij vertelt niemand van zijn heldendaden. Zelfs zijn vrouw hoort het niet van hem. Als zijn architectenbureau een ontwerp mag aanleveren, houdt hij zijn mond.

Christiaan Weijts weet in Euforie op een geraffineerde manier de architectuur te verheffen tot de voetafdruk die mensen proberen achter te laten op deze aarde. Zeker architecten benadrukken graag hun ontwerp en proberen dat op alle mogelijke manieren aan het voetlicht te brengen.

Het draait daarbij wel om bij een gebouw. De meeste ontwerpen zijn spuuglelijk en een compromis tussen architect, opdrachtgever, publiek en de commerciële belangen die meewegen. Daarmee worden de meeste gebouwen spuuglelijk, zonder enig respect voor de omgeving of de mensen die in het gebouw moeten leven en werken.

image

Dat gevoel van die nutteloosheid. De enorme bouwput en de belofte die veel mensen doen door te zeggen dat dit mooi is, bekruipt mij bij een bezoek aan Utrecht Centraal. Want wie zegt dat het nieuwe Stadskantoor echt mooi is. Of de golven in het nieuwe dak van het stationshal zoveel mooier zijn dan de oude ronde bogen van de vorige stationshal. Is het hoofdkantoor 3 van de NS, dat in 1989 bij het 150-jarig bestaan van de spoorwegen werd gebouwd, nu lelijker dan de hoogbouw van de Rabobank?

Ik weet het niet, maar vind de puisten die nu uit de grond ploppen, minstens zo lelijk als wat er stond. Er klinkt teveel prestige in de gebouwen door. Prestige die Christiaan Weijts in zijn boek zo mooi afstraft. Draait het niet om de harmonie, de verbeelding en de functionaliteit? Een vraag die op Utrecht Centraal wordt ingehaald door het verlangen groter en mooier te zijn dan het vorige.

Een missie die bij voorbaat gedoemd is te mislukken.

Christiaan Weijts: Euforie. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012. ISBN 978 90 295 8627 6. 400 pagina’s.