Tagarchief: eten

Bloemendief – Sientje (49)

Sientje at alles wat ook maar enigszins op eten leek. Het riep bij haar onmiddellijk de neiging op om het te verorberen. Ze zette bijna overal haar tanden in. Vooral zaken waar ze niet aan mocht komen, plunderde ze. We hadden zelfs het vermoeden dat ze in staat was ritsen open te maken.

Een rits die niet helemaal afgesloten was, drukte ze met het puntje van haar neus open. Ze haalde dan zonder geweten de tas leeg. In alles zette ze haar tanden of probeerde ze te openen.

Snoep verdween tussen haar tanden. Voor zover ze die nog had, op latere leeftijd moest de ene na de andere tand worden getrokken. Naast alle andere artikelen als potloodjes, pennen en gummetjes werden vermorzeld. Het enige waar ze vanaf bleef waren zoetjes.

Soms maakte ze heel doosje met zoetjes open, zodat ze niet meer met het mechaniekje in de koffie konden vallen, maar ze liet de hele hoeveelheid zoetjes onaangeroerd liggen. Ze lagen dan allemaal verspreid over het kleed om ongebruikt in de vuilnisbak te belanden.

Vakantiebloemen

Dat ze de bloemen onaangeroerd liet toen we samen voor de eerste keer op vakantie gingen, heeft mij achteraf verbaasd. We namen de grote bos bloemen mee die ik van mijn collega’s had gekregen bij mijn afstuderen. Ik had het vooraf nog zo duidelijk gezegd: Geen bloemen, we gaan de volgende dag op vakantie.

Maar nee hoor, zij kwamen met een immense bos bloemen aan. Dan neem je ze toch gewoon mee! De grote bloemenbos stond vlak naast Sientje tijdens de lange rit naar Zuid-Limburg. Het liet haar toen nog koud. De bloemen kregen gedurende de vakantie een plekje buiten naast de tent.

Ze bleven door de koelte en het vocht ’s nachts heel erg mooi. Toen het ook nog eens begon te regenen bleven ze helemaal mooi. Eigenlijk hoefden ze niet eens meer in een vaas te staan. Op weg naar de volgende locatie hebben we de bloemen maar weggegooid. Niet dat ze helemaal verlept waren, maar bloemen mee bij het kamperen is gewoon heel onhandig. Misschien kan het nog wel in een stacaravan, maar zo op doorreis in een tent stonden de bloemen erg in de weg.

Geboortebloemen

Bij de geboorte van Doris kregen we eveneens een enorme bos bloemen. Mijn collega’s kwamen ermee toen ik een paar dagen na de geboorte langskwam om te trakteren op beschuit en muisjes. Ze waren helemaal vergeten om iets te kopen. Ik zag hoe een collega wegsnelde en even later terugkwam met een bos bloemen en een doosje. In dat doosje zat een rompertje met een grappige tekst. De bos bloemen nam ik met een brede glimlach in ontvangst.

De bos kreeg een plekje op het lage tafeltje naast de bank. Op de foto’s in het fotoalbum van Doris zie je hoe ze daar stonden. Steeds naast de gasten die dan met de baby op schoot op de foto werden geschoten. Bij de gasten die een paar dagen later kwamen om de baby te bewonderen, is de bos bloemen ineens verdwenen. Het is slechts enkele dagen later, maar de bos was verschalkt door Sientje.

We waren heel even weg, echt heel even maar. Bij thuiskomst zagen we hoe de bloempot was omgegooid. Een deel van het witte kleed had het vieze bloemwater opgezogen. De rest van het water dreef op het kleed. Het kleed was doorweekt. De bloemen waren vervolgens keurig over het kleed verspreid waarbij met name de rode chrysanten eraan moesten geloven. Ze waren ontdaan van de steel en lagen los overal op het kleed. Er restte niets anders dan de hele boel op te ruimen en in de vuilnisbak te kieperen.

Altijd als ik nu die foto’s zie, moet ik hier even aan terugdenken. Dan zie ik voor mij hoe een bladzijde verder gasten trots onze baby vasthouden, maar dan zonder die indrukwekkende bos bloemen erachter.

Lees het vervolg: Onder het mes »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Fietskar – Sientje (47)

Een dochter en een hond. Wat zou dat mooi passen in een fietskar. Dat was de gedachte. Een aanbieding bij de Hema bracht ons op het idee om een fietskar te kopen. Er was ruimte in de fietsaanhanger voor 2 kinderen, maar 1 kind en 1 hond, zou toch ook moeten lukken? Sientje kon best wel vast met het tuigje dat we ook gebruikten in het fietsmandje of in de auto. Doris paste goed in een constructie van de fietskar zelf. Zo zou we de tocht veilig verlopen. Hier kon niets meer mis gaan.

Fietskar past niet door poort

Een gedoe! De fietskar paste niet door de poort. Eerst de kar er diagonaal uit, dan buiten de poort weer opbouwen, kind erin en de hond erbij. We konden eindelijk gaan rijden. Is altijd al een gedoe om met een kind snel weg te kunnen rijden, laat staan als daar ook nog een teckel bij komt. En Sientje was niet onwillig, maar ze stond bij dit experiment zeker niet te trappelen van ongeduld. Ze hanteerde eerder de bekende teckelhouding: ik werk niet tegen, maar zeker niet mee.

We zouden een lekker rondje rijden en ergens onderweg een picknick genieten. Al het eten klaargemaakt, broodjes gesmeerd, lekker drinken in flessen. We hadden best veel zin in een lekker fietsritje door onze nieuwe woonplaats Almere. Ik leerde gaandeweg al wel wat wegen kennen bij het hardloopgroepje waarmee ik iedere vrijdagavond een rondje holde.

Goed vastzetten

Eindelijk zat de hele familie vastgeklemd. Ook Sientje zat vast aan het tuigje. Het was een ingewikkelde constructie waarmee ze goed vastzat. Doris ernaast en het gezelschap kreeg zo een mooie lift achter de fiets van papa aan. We reden weg, onwennig, alles schudde op de klinkertjes bij de parkeerplaatsen. We konden niet gelijk het fietspad pakken, daarom namen we een stukje van de grote weg.

Ik sloeg de grote weg in of er gebeurde vanalles achterin. Sientje wist uit de kar te springen en de kar kapseisde op zijn kant. Een noodstop, langs de drukke weg. Doris hing gelukkig stevig vast in het tuigje. Ze huilde. Eerst Sien weer zien terug te krijgen in de kar en daarna alles weer overeind zetten. Doris troosten en alles naar een veiliger plekje brengen.

Sientje voelde er weinig voor om zich in de kar mee te laten voeren. Misschien zou ze liever zelf lopen of eigenlijk nog veel liever op de bank blijven liggen. Van haar hoefde het allemaal niet zo nodig. Ze wist heus wel dat er iets leuks kwam, maar om daar goed van te kunnen genieten was al dat gedoe vooraf teveel. Daarom wilde ze nog voor we goed en wel reden, al uitstappen.

Gevaarlijk

Niet handig en eigenlijk heel erg gevaarlijk om dat midden op een drukke weg te doen. Daarom zetten we de fiets op een rustig plekje iets verderop en probeerden Sientje beter vast te ketenen. We deden het met de overtuiging dat het leuk was dat ze met ons meeging. De hele picknick die we zo mooi hadden klaargemaakt thuis, lieten we ons niet afnemen door ons teckeltje.

We maakten Sientje nog vaster en ketenden haar zo stevig vast dat ze weinig kanten op kon. Alles was gerustgesteld en ik mocht weer gaan rijden. Zo reden we. Sientje probeerde natuurlijk te ontsnappen. Ze drukte de beschermende laag omhoog en wist haar neus naar buiten te krijgen. Zo hing ze met haar kop tot vlak boven het fietspad. Het waren slechts enkele millimeters die haar scheidden van het asfalt. Wij zagen het met angst en beven aan, maar lieten het maar zo. Zolang niemand schade opliep, was dit een acceptabele manier van transporteren. We hoopten dat de hobbels haar neus zouden sparen.

Best lastig om een geschikt plekje te vinden. Maar bij Almere Haven, ergens in het park, langs het fietspad maakten we een heerlijk plekje op het gras voor onze picknick. We spreidden een kleed over het gras. Om ons heen de voorjaarsbloemetjes. Sientje snuffelde heerlijk in het gras. Doris vond het ook lekker om in het zonnetje te zitten.

Genieten van buitenlucht

Genieten van de picknick in de buitenlucht. Ik dacht terwijl ik in een broodje hapte, nog even terug aan de omgevallen fietskar op nog geen 100 meter van ons huis. Wat was dit avontuur weer goed afgelopen. Het zorgde ervoor dat ik dubbel genoot van de picknick. Dat we hier zaten hadden we aan geluk te danken. Voor hetzelfde geld zaten we nu in het ziekenhuis bij de afdeling traumatologie.

Niet te lang aan denken, maar verder genieten van het samen zijn en vooral van elkaar.

Lees het vervolg: Schone was »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Kiwi-drol – Sientje (23)

Na het bezoek aan vrienden waar Sientje allerlei stukjes kaas en worst kreeg, kwam haar hongerige geest los. Van een hond die een pak stroopwafels gewoon liet staan, zelfs als je weg was, veranderde ze in een schrokop. Altijd op zoek naar eten. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om te eten.

Nadat de dierenarts opmerkte dat ze echt te dik was geworden, was het tijd voor maatregelen. In het eerste jaar hadden we te nauwgezet de aanwijzingen op het pak hondenbrokken gevolgd. Aanwijzingen die je met een grote korrel zout moest nemen, zei de dierenarts. Als je de helft nam van de aanbevolen hoeveelheid, dan zat je wel goed. Zo snel zou ze niet verhongeren. Verder goed letten op het gewicht en in de gaten houden of het niet allemaal te bol wordt.

Het strikte dieet hielp niet mee de hongerige geest te temperen. We hielden het nauwgezet in de gaten, wogen haar soms om even te kijken of we op de goede weg zaten. Maar dan was het nog altijd moeilijk. Een teckel is namelijk heel sterk gericht op eten. Het lijkt wel een hongerige wolf, altijd op zoek naar iets eetbaars. Is het niet buiten, dan is het wel binnen.

Sientje greep elke kans. Zo moest de vuilnisbak die in de keuken stond er al heel snel aan geloven. Ze haalde het ding leeg als er iets eetbaars in zat. De buit werd breed uitgemeten op de vloerbedekking.

Samen met de ongelukjes zorgde het ervoor dat we vrij snel besloten het huis maar eens te onderwerpen aan een grote opknapbeurt. Het nieuwe kleed dat we daarna in de woonkamer hadden liggen, kreeg flinke opdoffers. Zo legde Sientje een keer beslag op een zakje met macaroni. De tomatensaus werd mooi uitgesmeerd over het witte kleed. Het kleed lag er om warme voeten te houden bij de bank, maar Sientje benutte het wol om het helemaal rood te maken.

Het kleed zou populair blijven om de veroverde prooi op te verorberen. Zo zou later nog een doos Nesquik over de witte wol worden verspreid. Het bruine poeder verdween in alle vezels van het kleed en zorgde er vanaf dat moment altijd voor dat het kleed iets groezeligs behield. Hoe vaak we het ook hadden uitgeboend, het wit was veranderd in een vreemde kleur geel. Ik had na de ontdekking in paniek de dierenarts gebeld.

Sientje stond te stuiteren van het suiker uit de chocoladepoeder. De assistente vroeg me hoe het ging met Sientje. ‘Ligt ze te hijgen?’ vroeg ze. Nee, ze lag niet te hijgen. ‘Heeft ze schuim op de bek?’ Nee, er was geen schuim op de bek. ‘Draait ze met haar ogen?’ De hond draaide heel snel rondjes om de tafel die midden op het kleed stond. De stofzuiger loeide, maar de hond draaide zeker niet met de ogen. Dus met die vergiftiging viel het wel mee.

De eetlust kwam na het stroopwafelincident snel aan het licht bij iets anders. Op het kastje bij de deur naar het halletje stond een fruitschaal. Daarin lagen wat kiwi’s. Op een avond waren we allebei in de computerkamer aan het werk. Ik hoorde beneden iets schuiven. Snel rende ik naar beneden. Niets te zien. Daarna weer naar boven. Ik schoof net mijn stoel aan voor achter de computer. Weer lawaai. Er viel iets, leek het.

Ik weer naar beneden. Daar lag de fruitschaal op de grond met alle kiwi’s op het kleed. Ik ruimde alles op, weer naar boven. Ik schoof de stoel aan en weer het kabaal. Weer naar beneden en daar lagen ze weer: de kiwi’s keurig verspreid over het kleed. Eentje leek aangevreten een andere lag klaar om verorberd te worden.

Hoeveel kiwi’s lagen er in die schaal? vroeg ik aan Inge. ‘Ik zou het niet weten’, zei ze. Volgens mij heeft ze er 1 of meer opgegeten, antwoordde ik. Geen idee. Het bleef een raadsel. We konden niet geloven dat Sientje zo gek op kiwi’s zou zijn. Het bestond toch niet, een teckel verslaafd aan de enigszins zure vrucht. We lieten het maar zo. Tot we de volgende dag heel toevallig samen met Sientje liepen. We staken de straat over en daar moest ze poepen.

Netjes als we waren, stond ik klaar met de poepschep om de uitwerpselen op te scheppen. Ze perste de drol eruit, keurig om de buitenkant verscheen het stickertje met daarop Nieuw-Zeeland van de kiwi. Het stickertje lag als een wikkel om de goedgekeurde drol. We barsten in lachen uit. Wie lacht er nou om een drol? Nou als je ziet dat je hond van de kiwi’s gegeten heeft, dan moet je echt lachen. Het raadsel was opgelost.

Lees het vervolg: Sloopbedrijf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf – Sientje (13)

We gaven Sientje netjes haar eten en verder niets extra’s. Af en toe kreeg ze een botje. Daar was ze gek op. Dat wisten we al toen we haar ophaalden. Voor het eerst liepen we met Sientje aan de lijn door de tuin van de vorige eigenaar.

Bij de perenboom trok ze heel erg aan de lijn en wilde niet mee. ‘Dat komt omdat daar een botje ligt’, verklaarde de vorige eigenaar. Hij trok haar weg bij het enige strookje groen in de achtertuin.

Ik was in die tijd verslaafd aan stroopwafels. Ik at ze als enige thuis, daarom stond op het tafeltje naast waar ik op de bank zat, het pak met stroopwafels. Bij het drinken van een kopje koffie nam ik dan mijn geliefde shot in de vorm van een stroopwafel. Sientje liet het pak onaangeroerd. Zelfs als we weg waren, stonden daar die stroopwafels. Bij terugkomst wachtte het pak nog netjes op mij en nam ik een stroopwafel bij het kopje koffie.

Later dachten we met smart terug aan deze tijd, waarbij al het eten gewoon kon staan waar het stond. Geen teckel die loerde op iets eetbaars en bij ontdekking het eten direct in een verleden tijdsvorm omzette. Waar ligt de verandering?

We bezochten vrienden in Wormerveer. Daar aangekomen kreeg Sientje ook stukjes kaas en worst van de omstanders, net als de hond van het huis. Ons teckeltje kreeg meer te eten dan ze normaal kreeg in de vorm van de bak met brokken.

Dat was op een zondag. De volgende dag ging ik weer naar Leiden om te gaan werken. ’s Avonds aan de telefoon hoorde ik wat er was voorgevallen. Inge kwam thuis en trof een buitengewoon slome hond aan. Ze lag helemaal stil op de vloer. Alleen het staartje bewoog traag op en neer. Ze lag op haar zij met een hele dikke buik.

Inge ging op onderzoek uit en zag dat het hele pak stroopwafels op het tafeltje aan mijn kant van de bank weg was. Het inpakplastic lag zorgvuldig op de grond naast Sientje. Net als het metalen lipje waarmee de stroopwafels waren afgesloten.

Pas veel later die dag kwam de teckel in beweging. Ze kreeg die dag en de daarop volgende uiteraard geen eten meer. We merkten snel dat ze na de worst en kaas bij die vrienden obsessief speurde naar eten. Als ze de kans kreeg snaaide ze ergens wat. Wij gaven haar niks, maar het hielp niets. Als ik opstond van mijn plaats, moest ik altijd goed kijken of er niets te eten lag. Anders was het bij terugkomst verdwenen. De honger naar eten verergerde toen de dierenarts haar op een dieet zette. Ze was veel te dik geworden vond hij.

Zij vond van niet. Hongerig struinde ze door het huis. Dan wierp de hongerig wolf in teckelformaat de vuilnisbak om, sleurde alles wat eetbaar was naar het witte wollen kleed dat midden in de kamer lag. Zo hebben we de prachtige rode kleuren van tomaat en paprika in het kleed teruggezien. Zo heeft Sientje de gevonden en verslonden macaronieschotel blijvend in het kleed vastgelegd.

Help!

Lees het vervolg: Teckel in studentenhuis, mag dat wel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Pinguïns bij Vis à Vis

De gastvrouw heet ons van harte welkom op deze expeditie naar Antarctica. Deze welbespraakte dame stelt je onmiddellijk op je gemak. Zeker er zijn wat problemen na de heftige sneeuwstorm waar wij doorheen zijn gekomen, maar het wordt vanaf nu alleen maar beter. We zitten hier veilig en droog in het pinguïn onderzoekerscentrum. De 2 onderzoekers zijn er nog niet, maar dat is een kwestie van geduld.

Wat een heerlijke voorstelling wordt dit. Dat merk je meteen al. We worden voorgesteld aan het hele expeditieteam, inclusief de kok. De kok weet niet altijd goed of hij ons wel goed kan bedienen. Zo verschijnt hij met een doos vol blikjes. Er is niks anders. De voorraad is niet aangekomen vanwege de sneeuwstorm. Verzin iets, roept de gastvrouw. Ze vraagt om te improviseren.

Zo verschijnen even later alle acteurs met Fischer-bakken waarin de blikjes zitten. Ze lopen in een pinguïnmars achter elkaar aan. De blikjes zijn lekker warm en bevatten het voorgerecht: de soep. Onderwijl worden we vermaakt met vreemde situaties en grappige sketches. Het verhaal gaat verder.

Dan maken we ook kennis met de 2 pinguïnonderzoekers. Greta met een heerlijk volvet Gronings accent en haar Vlaamse expeditiegenoot die probeert met pinguïns te communiceren. Hij draagt een lange fluit op zijn rug en blaast erop. Hij slaagt er maar niet om de juiste golflengte te vinden. Greta is woest op de gastvrouw. Hoe heeft ze het in haar hoofd kunnen halen om 180 mensen uit te nodigen! Dat is veel te veel. Bovendien laten de gasten allerlei smerigheid achter zoals sigarettenpeuken. Wat zullen de pinguïns er niet van denken!

Dat we werkelijk zullen kennismaken met de pinguïns is een bijzondere verrassing in dit verhaal. Wat een belevenis. Het is geweldig, hilarisch en bijzonder komisch. Zo weten Robbie en de Amerikaan Hank de situatie te redden. Wel op hun eigen wijze. Dat levert weer nieuwe hilariteit op. Net als het uitstapje dat Robbie met enkele dames uit het publiek maakt.

Allemaal prachtige situaties die het hoofdgerecht omlijsten. Want hier wordt toptheater gespeeld. Het eten staat midden in de belevenis en het is knap hoe hierom heen een verhaal is gemaakt. Ik geniet er met volle teugen van. Want in geen enkel restaurant beland je in zulke bizarre situaties en krijg je prachtig pianospel van een pianist die aan een touw met zijn piano hangt. Het levert prachtig theater op. Theater zoals je van Vis-a-vis kunt verwachten.

Het toetje is overweldigend en versterkt de verbondenheid met de andere gasten in het pinguïn onderszoekscentrum. Zo word je een avond lang meegenomen en maak je een heuse expeditie mee. Al vindt Greta onze aanwezigheid moord voor de pinguïns. ‘Wij horen hier niet’, roept ze. Het is slecht voor de pinguïn dat we hier zijn. En op het scherm zien we hoe de keizerspinguïn vecht voor zijn bestaan.

We hebben een prachtige avond beleefd bij Vis à Vis, samen met De jongens. Hoe mooi laat theater met lekker eten zich combineren. Het is mij nog nooit zo overkomen. En ze gaan heel mooi samen, zonder dat 1 van beide elementen aan kracht hoeft in te boeten. Het absurdisme van deze theatergroep en de bijzondere samenwerking met De jongens en de muzikanten is daar zekee debet aan.

Zoektocht

In de zoektocht naar de geschiedenis van haar lichaam speelt de verkrachter die Roxane Gay als 12-jarig meisje misbruikte de hoofdrol. Ze gaat in haar boek Honger, De geschiedenis van mijn lichaam op zoek naar hem. Het kan niet anders dat hij advocaat of politicus is geworden. Ze ontdekt dat hij algemeen directeur is van een groot bedrijf.

Een vreemde gewaarwording die haar enerzijds tevreden stelt, maar aan de andere kant ook veel onrust bezorgt:

Ik heb hem eigenlijk niets te zeggen, of eigenlijk niets wat ik tegen hem wil zeggen. Ik weet het niet. Ik vraag me af waar hij woont. Als ik naar zijn werk zou gaan, bij de parkeerplaats op hem wachtte en hem naar huis volgde , zou ik erachter komen waar hij woont en hoe. Ik zou kunnen zien waar hij slaapt. Ik vraag me af of hij getrouwd is, of hij kinderen heeft, of hij gelukkig is. Is hij een goede echtgenoot en vader? (252)

Het is een heel dubbel hoofdstuk in Roxane Gay’s geschiedenis van haar lichaam. Aan de ene kant verfoeid ze haar vroegere verkrachter, aan de andere kant spreekt bijna een verering in haar taal. Ze fantaseert over de confrontatie met hem. De man die met zijn vrienden haar leven verwoest heeft.

Hij is altijd bij me. Altijd. Ik krijg geen moment rust. (254)

Het hele boek lees je over deze aangrijpende gebeurtenis. Het litteken dat haar hele lichaam en zijn tekent. Roxane beseft dat ze van haar lichaam een vesting gemaakt heeft. Tegelijk ze weet dat zelfs als ze haar slanke zelf zou zijn, het litteken nog altijd te zien is.

Het is haar droom ooit bevrijd te zijn van dat littekenweefsel. En als lezer voel je je net zo machteloos als de verteller, want je weet dat het nooit zal gebeuren. Hoogstens kan ze ermee leven en je hoopt dat je haar door het meelezen hiermee helpt.

Roxane Gay: Honger, De geschiedenis van mijn lichaam. Oorspronkelijke titel: Hunger. A Memoir of (My) Body. Vertaald door Lette Vos. Amsterdam: De bezige bij, 2017. ISBN: 978 90 234 7461 6. Prijs: € 19,99. 268 pagina’s.Bestel