Tagarchief: enschede

Verraad

In zijn roman Odyssee, Fernweh geeft Jan Cremer een indringend portret van de Tweede Wereldoorlog. Hij verliest in die periode niet alleen zijn vader, maar veel meer.

Zijn moeder, een Hongaarse dame van adel, lijkt ondanks haar huwelijk met Jan Cremer geen aanspraak te mogen maken op zijn bezittingen na haar mans overlijden. Aan het eind van de oorlog worden ze opgesloten in Kamp Scholten, als vermeende NSB’ers. De buren pikken alles in:

Toen we terug uit het kamp kwamen en waren leeggeroofd, liepen de kinderen van schoenmaker Nijhuis in mijn kleren, zijn vrouw in de jurken en jassen van mijn moeder, stonden delen van onze huisraad – de schemerlamp – in hun huis. (243)

Jan Cremer kan niet begrijpen dat je van naast buren kon pikken en het zonder schaamte open en bloot liet zien. Het verraad is groot en zijn moeder vergeeft het de buren nooit. Later maakt de slager aanspraak op het huis en raken ze van de ene op de andere dag dakloos. Het begin van een zwerftocht door de stad.

Het helpt zijn moeder niet om anders over haar overleden man en de Nederlanders te denken. Als Hongaarse van adel ziet ze de toestand waarin ze is terechtgekomen als een grote vernedering.

Als ze later de kans krijgt terug te keren naar haar geboorteland, ziet ze er op de laatste nipper vanaf. Het is opnieuw haar eer die haar tegenhoudt. Ze vindt dat ze als grande dame ontvangen moet worden.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Twente: land tussen Overijsselse Heuvelrug en Teutoburger Wald

Met liefde schrijft Jan Cremer over Twente. Is het in zijn debuutroman Ik, Jan Cremer juist de Twentse benepenheid die het moet ontgelden, in Odyssee, Fernweh is het de basis van waaruit vader Jan Cremer werkt. Hij keert na al zijn reizen altijd weer terug in Enschede om weer zijn diensten als elektricien aan te bieden. Al gooit hij gerust de winkel weer dicht om een paar maanden op reis te gaan naar Spanje of Syrië.

Jan Cremer schrijft dat zijn vader niet de voorkeur voor de zee heeft. Hij heeft liever vaste grond onder de voeten. Mogelijk ook veroorzaakt door zijn achtergrond. De Twentse bodem brengt hem naar het verlangen naar stevige grond en niet naar de onstuimige zee:

Opgegroeid immers in het lage land, tussen de Overijsselse Heuvelruge en het Teutoburger Wald was hij thuis in de dichte wouden voorbij Münster. Hij maakte daar dagenlange wandeltochten en logeerde dan in Hotel Drei Kronen in Tecklenburg. (132/3)

Tegelijkertijd zorgde het bij de oude Cremer wel voor een voorliefde voor de bergen. Hij hield niet van het vlakke land. Dat had zijn vader gemeen met Jan Cremers moeder: zij heeft nooit kunnen aarden in het kale en vlakke land en verlangde hartstochtelijk naar de heuvels en bergen van haar jeugd.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Verlangen naar de verte

Fernweh heet de nieuwe autobiografische roman van Jan Cremer. Het is het eerste deel uit een nieuwe cyclus onder de naam Odyssee. Jan Cremer schrijft hierin over zijn geschiedenis. Op zoek naar de verhalen over zijn vader en zijn moeder. De Twentse stad Enschede vervult hierin een belangrijke rol.

Op zoek naar zijn vader, wordt Jan Cremer de zoektocht moeilijk gemaakt door zijn moeder. Ze heeft veel van wat zijn vader achterliet, vernietigd. Zoals de vele foto’s van dames die Jan Cremer sr. bij zijn reizen ontmoette en op de plaat zette.

De beelden zijn er niet meer. Net als enkele manuscripten waarvan Jan Cremer zeker is dat ze hebben bestaan. Ze zijn er niet meer. Verwoest in de haat van zijn moeder. Zijn moeder die zich bedrogen voelt door zijn overleden vader.

De oude Jan Cremer is erg handig en woont weliswaar in Enschede. Hij heeft er later zijn eigen bedrijf als elektricien. Hij beheerst de nieuwe techniek buitengewoon goed rond de eeuwwisseling. In de wijde omtrek is hij bekend vanwege zijn handigheid met elektriciteit.

Jan Cremer is een grote vrouwenverslinder. Zijn zoon komt er op zijn zoektocht naar zijn vader heel wat tegen. Of ze van adel zijn of huishoudster, voor de oude Jan Cremer maakt het niet uit. Hij verleidt elke vrouw en heeft heel veel vrouwen lief. Het brengt Jan Cremers moeder tot wanhoop:

Stelselmatig heeft ze alles wat met Cremer te maken had vernietigd. Herinneringen werden met pek overgoten. Alles wa maar enigszins aan hem herinnerde verdween. (215)

Ondanks deze vernietigingsdrift weet Jan Cremer een mooi portret van zijn vader te geven in zijn boek Odyssee, Fernweh. Postuum krijgt zijn vader de aandacht die hij verdient. Het is een imponerende persoonlijkheid uit Twente. En wat vooral opvalt: zijn zoon lijkt heel erg op hem. De naam is niet het enige dat overeenkomt.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Kinderkunst

Een leuk inkijkje geeft het Rijksmuseum Twenthe in de speciale ruimte voor kinderen. Hier kunnen kinderen zelf kunst maken van klei. Het concept is eenvoudig maar door de grote hoeveelheid voorbeelden, kun je als bezoeker heel erg genieten van de concrete objecten.

Zeker ook omdat ze allemaal heel klein en behapbaar zijn. Ze geven een inkijkje in de creatieve kindergeest. En levert mooie beeldjes op. Ze staan tentoongesteld op de enorme stellage tegen de wand. De grote hoeveelheid beeldjes maakt het tot een heuse belevenis.

Natuurlijk maakt 1 drol meerdere drollen. Werken met klei is ook erg verleidelijk om dit te doen. Ik kan het me nog goed herinneren dat de bruine klei, zacht en glad dat bij je wakkermaakt. En er zijn heel wat kinderen op het idee gekomen. Zo zijn er enkele toiletten ontstaan in de wand.

Ook veel poppetjes en dieren. Ik zie enkele slangen, mooi uitgewerkt. Of een molentje, met een beetje mollige wieken. Bij kinderen weet je nooit of het bewust is gedaan of door onhandigheid. Het geeft de beelden iets onschuldigs. Ik geniet ervan. Ook omdat de klei zo helder en kleurrijk is.

Zo’n ruimte in het museum geeft kunst gemaakt door kinderen een extra dimensie. Dat komt ook omdat je in een museum als bezoeker anders kijkt. Daarmee maak je iets op het oog heel onschuldigs nog rijker aan betekenis.

Twentse Welle

We bezoeken het Rijksmuseum Twenthe en hebben de auto geparkeerd in Roombeek, vlakbij het monument van de vuurwerkramp. Midden in dit open terrein ligt de plek waar de explosies zijn geweest. Een grote krater ligt hier als het bewijs van deze verschrikkelijke ramp op 13 mei 2000.

De wijk is na deze ramp helemaal uit haar as herrezen. Wat een prachtige wijk is dit geworden. De vermenging van oude fabrieken en de nieuwbouw van na de ramp. Het zijn voorbeelden hoe moderne stedenbouw te midden van de industriële gebouwen een harmonieus geheel vormen.
In 1 van die gebouwen zit de Twentse Welle, de bron van Twente. In dit museum kun je de geschiedenis van Twente beleven. In de grote fabriekshallen, proeven we de historie. Het begint met de ijstijd, de wolharige neushoorn en de mammoet. Enorme dieren dier hier leefden. De gereconstrueerde neushoorn maakt indruk. Het grote mammoetskelet is samengesteld uit een heel veel gevonden mammoeten.
Bij de entree maken de gigantische slagtanden van een andere mammoet indruk. En wat dacht je van de doorsnede van eikenboom van Oele! Het is een boom die zeker duizend jaar oud moet zijn geweest. Wat een gigantisch ding en wat mooi dat hij hier staat. Zulke voorwerpen nemen je mee het verleden in.
Zo worden we meegenomen in de verdere geschiedenis van Twente. Het ontstaan van de wereld laat zich vertellen aan de hand van dit stukje Nederland. Het is te zien in een 3D-animatie. Het verplaatsen van de wereldplaten en daarmee het verschuiven van het klimaat. Zo ligt Twente ter hoogte van de koude polen of juist midden in de tropen. De uitwerking van deze gebieden is hier allemaal in de bodem terug te vinden. De gevonden afdruk van een man in een graf, brengt het verleden even heel dichtbij.
Het model van het Los Hoes dat hier staat, is eveneens indrukwekkend en roept meteen herinnering op aan de zomervakantie toen we in het gelijknamig museum waren in Ootmarsum. Iets verderop komt de geschiedenis steeds dichterbij: de textielindustrie hier in Twente. De grote machines die draaien klinken lieflijk, maar dat komt ook omdat het er maar een paar zijn. Toch geven ze genoeg indruk hoe het eraan toe ging in de Twentse textielfabrieken.
Zo geeft dit museum een mooie inkijk en combineert geschiedenis met natuurlijke historie. De vogelnestjes in alle soorten en maten, de levende spinnen en de machinematige spinnenkop. Ze komen heel treffend samen in de Twentse Welle.

Omwolkt door engeltjes – De Lairesse in Rijksmuseum Twenthe

De entree begint mooi. Het krachtig en effectief gebruik van blauw en rood, raken mij. Ik kan erg genieten van de mooie welvingen in de gewaden. De Lairesse verstaat daarin zeker zijn vak. De kleuren rood en blauw schieten uit de doeken en trekken je het schilderij in.

Wel worden de composities omwolkt door engeltjes, kleuters en peuters met volle billen en krulletjeshaar. Het symboliseert de zuiverheid, het pure en volmaakte. De billen ogen ook heel realistisch, de kleur op de blos laat echt een ideaal zien: gezonde, weldoorvoede mensen. De werkelijkheid was in die tijd natuurlijk anders.

Daarnaast is er een mooie verzameling reliëfs te zien. Grote schilderijen die allegorieën uitbeelden en op beelden lijken. Ze hingen in de huizen van de Amsterdamse elite. Net als het indrukwekkende plafond, dat hier nu aan de muur hangt en daarmee en bedrieglijk effect op je heeft.

Alleen mis ik in de composities een duidelijk verhaal. Het zijn zorgvuldig geconstrueerde schilderijen, in een wolk van engelen en andere fantasie. Hierbij verliezen de hoofdpersonen op de schilderijen hun zeggingskracht. Het blijft bij vlakke wezens waarbij je het alledaagse verhaal niet haalt.

Een schilderij als Jezus in de tempel, waarbij Simeon de baby Jezus vasthoudt, is qua compositie lang niet zo spannend als het gelijknamige schilderij van Rembrandt. De halfblinde Simeon die omhoog kijkt in de richting van de wolk van Cherubijnen. Maria die erbij staat in een prachtige blauwe omslagdoek. Het blijft allemaal best statisch en verliest kracht in het verhaal.

De techniek is zeker overweldigend. Het is te mooi om waar te zijn en daarmee geeft deze tentoonstelling ook meteen het antwoord waarom De Lairesse veel minder bekend is dan Rembrandt of Jan Steen. Zij houden het bij het alledaagse, vluchten niet in een klassieke wereld die vooral bedoeld is om chique te doen. De Lairesse staat echt in dienst van zijn opdrachtgevers. Hij streeft een ideale wereld na die hij verbeeldt in zijn schilderijen.

De orgelluiken van De Lairesse laten een heel andere schilder zien. Door de grote kijkafstand is dit schilderij op de houten luiken veel grover opgezet. De bloemen zijn grof gestreken en de gezichten ogen ruwer. Het is daarmee best bijzonder om de luiken van dichtbij te bekijken. Ze laten een andere kant zien van deze schilder. Veel minder poeha en directer, ruwer. Mooi om deze compositie te zien tegenover al het weelderige en opgesmukte van zijn andere werken.