Tagarchief: een perfecte dag voor literatuur

Korte zinnen

image
De korte zinnen van Walter van den Berg spreken de opmerking van Oek de Jong tegen.

Het is een korte opmerking over ‘korte zinnen’ in hedendaagse romans die Oek de Jong maakt in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen. Hij schrijft:

Tegenwoordig lijken veel schrijvers alleen nog maar korte zinnen te kunnen of willen schrijven. Korte zinnen, korte alinea’s. Snel, sneller, snelst. Ze lijken niet te beseffen dat een opeenvolging van alleen maar korte zinnen monotoom werkt. Ze lijken evenmin te beseffen dat een schrijver veel meer greep op zijn lezers krijgt wanneer hij alleen al simpelweg korte en langere zinnen met elkaar afwisselt. Zonder de wat langere, samengestelde zin verliest het literair proza aan kracht, schoonheid, verfijning, elegantie, stuwing en emotie. (71)

Misschien werkt de lange zin wel in het werk van Oek de Jong. Maar hij gaat hier wel buitengewoon kort door de bocht met zijn lange zinnen. Geeft de lange zin misschien de nuance weer, in de lange zinnen die Oek de Jong hier stuwt, mist hij weldegelijk aan kracht.

Hij moet ook weten dat de kracht van een roman niet in lange of korte zinnen zit. De kracht van een mooie roman, ligt in het verhaal. De stijl waarin het verteld wordt, draagt zeker bij aan de leeservaring, maar de kracht van het verhaal vormt het eerste en belangrijkste aspect. Zelfs in een belabberde vertaling drijft het meesterwerk naar boven. Zeker stijl kan nog heel veel toevoegen, maar de schoonheid van een roman wordt niet bepaald door lange zinnen.

Korte zakelijke zinnen

Walter van den Berg gebruikt in zijn romans korte en zakelijke zinnen. Zinnen die zich emotieloos uitdrukken. In zijn werk is dat juist de kracht. Mag het misschien in eerste instantie een beetje hinderlijk overkomen, geleidelijk wint het verhaal en ontdek je dat juist die korte zinnen meehelpen het verhaal te vertellen.

Door de stijl heen openbaart zich het verhaal. Er komt iets moois naar boven drijven en dat wordt gedragen door de korte zinnen. Zij dragen juist bij aan het verhaal. Een boek als Van dode mannen win je niet zou met lange zinnen juist aan kracht inboeten. Ze horen bij het verhaal en de sfeer van het verhaal. Ze horen bij deze schrijver.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een vervolgbijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Cultuurpessimisme

image

Tegen het einde van zijn 95 pagina’s tellende essay Wat alleen de roman kan zeggen schrijft Oek de Jong:

Bij het kranten lezen zijn er bepaalde onderwerpen waar ik liever niet over lees (80)

Dat heb ik ook bij het essay van Oek de Jong. Hij zegt hele mooie dingen over de roman en de waarde van de roman. Zo beschrijft hij prachtig de ervaring bij het lezen van de erotische scènes van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata. Dat hij winnaar van de Nobelprijs is, moet Oek de Jong uiteraard even noemen om de schrijver meer waarde te geven.

Pessimistische scènes

Het zijn juist die pessimistische scènes over de teloorgang van de cultuur die ik liever niet lees. Opmerkingen als:

Veel achttienjarigen die naar de universiteit gaan, zijn niet in staat een tekst van enige lengte te schrijven en hebben zelfs moeite met correct spellen. (83)

Het is een cultuurpessimisme dat je van de oudere generatie hoort, terwijl nieuwe studenten over heel andere capaciteiten beschikken waar ik jaloers op ben. Het is een andere zienswijze wat cultuur is. Dezelfde als waar Oek de Jong zelf iets laat doorschemeren uit de tijd waarin hij jong is. Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur is dan aan het vervagen.

De literaire roman behoorde tot de hoge en de strip tot de lage cultuur, Chopin was hoge cultuur, popmuziek lage. Voor mijzelf betekende dit onderscheid in de praktijk niets, want in de Amsterdamse subcultuur waarin ik me vanaf eind jaren zeventig bewoog werd het al niet meer gemaakt. In het Shaffy Theater keek ik in de ene zaal naar een toneelstuk van Peter Handke en in een andere naar een show van clown Django Edwards. (16)

Hoge en lage cultuur

Dat versmelten van hoge en lage cultuur gebeurt in deze tijd meer dan ooit. Luister je het ene moment nog naar Bach, het andere moment klinkt er een de muziek van Arnin van Buren door de luidsprekers. Of lees je het ene moment een gedicht van Gerrit Komrij, het andere zing je een lied van André Hazes mee.

Daarmee beantwoordt Oek de Jong een heel belangrijke vraag niet: wat voor een toekomst is de roman weggelegd. Hij blijft sterk hangen in de jeugd die niks meer kan en weet, terwijl ik op internet heel andere bewegingen zie: iedereen schrijft, iedereen blogt. Een recensent in een krant moet concurreren met de duizenden meningen over een boek op internet.

Filmpjes kijken en googlen

Internet is meer dan het filmpjes kijken en googlen dat Oek de Jong in zijn essay doet. Het www is een niet meer weg te denken medium in onze cultuur geworden. Oek de Jong gaatvoorbij aan een belangrijk onderdeel in de cultuur die hij door al zijn pessimisme niet ziet.

Hij blijft teveel hangen in een schoonheidsbeleving die hij zelf ook niet meer heeft. Hij vergelijkt zijn jeugd met de jeugd van tegenwoordig. Hierbij vergeet hij dat de processen die hij en zijn generatie in gang hebben gezet, bijdragen aan de ‘verloedering’ waar hij over schrijft.

Dat is jammer. Het cultuurpessimisme haalt de kracht uit zijn essay. Ik zou hem juist willen uitdagen om mee te gaan op internet. Zijn ervaringen met de oude klassieken daar te delen. Het levert hem en ons nieuwe gezichtspunten op en zal bijdragen aan de cultuur.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Pedant

image
De omstandigheden waarin deze blog geschreven is…

Het is de toon die de muziek maakt. Voor een roman of essay zijn het de woorden die het verhaal maken en de emotie oproepen bij de lezer. Oek de Jong gebruikt in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen veel overbodige woorden. Woorden die voor mij vooral negatieve associaties oproepen en dan is het lastig om te genieten van een boek.

Toekomst van de roman

Het essay bevat een aantal gedachten over de toekomst van de roman, gecombineerd met leeservaringen en voorbeelden uit zijn eigen werk. In zijn voorwoord zegt de schrijver van de succesvolle roman Pier en Oceaan dat het verzoek van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak en het Nederlands Letterfonds best wel goed uitkwam.

Het kwam op het juiste moment: ik had mijn handen vrij, nadat ik acht jaar had gewerkt aan Pier en oceaan. Het leek ook het juiste moment om mijn ideeën over de roman, die ik in de loop der jaren in essays, interviews en De wonderen van de heilbot (2006) had ontwikkeld, in een groter verband bijeen te brengen. (8)

Best een pedant toontje om een essay mee in te leiden. Het is een toontje dat mij afleidt bij het lezen van zijn opstel over de roman. Net als terloopse opmerkingen die volkomen overbodig zijn, maar wel bij mij een ergernis oproepen, zoals

Zelfs in een zeer arm en weinig ontwikkeld land als Tanzania (waar ik onlangs was) zijn duizenden ‘bioscopen’: in hutten en schuren krijgen betalende bezoekers een dvd te zien op een oude televisie. (20)

De opmerking dat hij er geweest is, geeft voor mij de opmerking weinig meerwaarde. Het roept bij mij een pocherige houding op, van ‘kijk mij eens waar ik geweest ben’.

Mooie afleiding

Het leidt mij af en dat is jammer, want hij zegt soms mooie dingen over de roman. Zoals wanneer hij vertelt over scenes die alleen in een roman zijn uit te drukken. Als hij schrijft over de leeservaring van Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez. Het is een boek dat in zijn ogen een ‘ongekende beheersing spreekt: stilistisch en compositorisch’.

Het succes van de roman is niet het gevolg van een marketingcampagne, zegt Oek de Jong, ‘maar louter en alleen omdat de roman een nieuwe vorm bracht: een roman die niet meer in scènes werd verteld.’

De zin die volgt doet afbreuk aan zijn mooie opmerkingen, totaal overbodig en alleen maar ergernis oproepend:

Toen ik het boek in de herfst van 1975 las, op weg naar de Provence, voelde ik dat. (47)

Die weg naar de Provence, wat draagt dat bij aan ervaring van het lezen van dit boek?

Friese terpen

Dat het noemen van een leeslocatie ook veel kan toevoegen, bewijst Oek de Jong Iets verderop. Hij voert de ervaring van het moment en de plaats van het lezen op een subtiele en mooie wijze op. Oek de Jong schrijft hoe hij Gerard Reves Nader tot u als vijftienjarige leest in de kattenbak van de Renault 4 van zijn ouders.

Ze maken een tochtje langs de Friese terpen en bijbehorende kerken. Hij leest de hele dag in het boek en kan het zelfs niet laten niet door te lezen als ze een kerkje binnengaan. Zo zwervend over het Friese platteland, langs de graven en onder de regenwolken.

Het is de perfecte atmosfeer om de wanhopige en melancholieke brieven van Nader tot u te lezen – ze werden immers geschreven in ‘de suizende leegte’ van het Friese platteland. (59)

Hier draagt locatie zeker bij aan de leeservaring. Het kan zeker een mooie toegevoegde waarde hebben. Oek de Jong neigt jammergenoeg teveel naar een pedant en pocherig toontje. Dat wekt veel ergernis op bij het lezen van zijn essay. Het leidt af en haalt de schoonheid weg van de mooie dingen die hij zegt.

Misschien leent zich hier inderdaad alleen de roman voor. Want Oek de Jong moet het hebben van de zintuigelijke ervaringen bij het lezen van romans van Dostojevski, Joyce, Yourcenar en Flaubert. Hij moet het niet hebben van het overbodige ‘oude mannetjes gezemel’ over de teloorgang van de cultuur. Dat is alleen maar irritant en zijn dingen die ik liever niet lees.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Slangen

image

Heeft hij gedronken of is hij jaloers? Dan komen de slangen bij de ik-verteller en hoofdpersoon van Van dode mannen win je niet. In deze derde roman van Walter van den Berg kruipt de schrijver in het hoofd van de man die man die zijn moeder jarenlang terroriseerde. Wat ontstaat is een roman van een man die losse handjes heeft en het niet zo nauw neemt met de liefde.

Ik herkende in het verhaal veel van de verhalen van vrouwen die jarenlang zijn misbruikt en mishandelt door hun man. Ze beloven elke keer beterschap en weten de veroorzaker van hun agressie altijd buiten zichzelf te leggen. Als hij moeder Dimphy voor de eerste keer geslagen heeft, wil hij bij haar weggaan, maar zoon haar Wesley wil niet dat de hoofdpersoon weggaat:

Ik bleef voor jou. Jij zat te huilen omdat ik weg zou gaan en dat was niet nieuw voor me, huilende vrouwen, huilende kinderen, maar de meesten huilden om zichzelf, en jij huilde om mij.
Echt, Wesley, als jij niet had zitten janken, hadden jullie gewoon rustig door kunnen gaan met jullie leventje. (39)

Dat hij zelf aandeel heeft in zijn agressie, is blijkbaar niet zo belangrijk. Huilende vrouwen, bibberende kinderen of aanhankelijke meisjes. Ze zorgen er allemaal voor dat hij besluit te blijven na de belofte dat hij het nooit meer zal doen. En elke volgende keer dat het gebeurt, belooft hij beterschap.

Bij de volgende keer refereert de verteller hier graag naar: ‘We hadden afgesproken dat het niet meer fout zou gaan.’ Dat het fout gaat, ligt niet aan hem, maar aan haar. Hij refereert dan graag aan het vertrouwen dat hij naar zijn oordeel niet krijgt. Dat hij haar niet vertrouwt, ontgaat hem. Zo mag de moeder van Wesley geen mannen meer thuis knippen voor tien gulden, omdat de mannen eigenlijk voor iets anders komen.

Het zat me niet lekker dat al die mannen bij haar thuis kwamen. Ik bleef een keer een week thuis, ik vertrouwde het niet, een vrouw alleen thuis waar mannen aanbellen. Die mannen hadden allemaal ideeën en ik dacht aanvankelijk niet dat je moeder iets met die ideeën kon, daar was ze te naïef voor, dacht ik toen nog, ze knipte die mannen gewoon, maar als ze te veel met haar borsten in hun nek hing, zaten ze daar met een stijve in mijn keuken. (153)

Dat wantrouwen merkt hij niet op. Als Dimphy vervolgens de knipafspraken afzegt omdat hij thuis is, weet hij het wantrouwen op haar af te schuiven. Hij zegt dat achter haar op de muur met hele grote letters ‘hoer’ staat geschreven.

Het zijn de jaloezie en de drank die de slangen bij hem oproepen. Daarom drinkt hij aanvankelijk ook niet veel in het bijzijn van Dimphy. Het zorgt ervoor dat hij zich niet verliest in zijn agressie. Hij heeft eerst nog de tijd nodig voordat hij echt gaat drinken. Natuurlijk gebeurt dat een keer en dan gaat het gelijk goed mis.

Elke keer volgt de beterschap. En na elke recidive volgt een nieuwe belofte. Zo vormt de belofte, het terugkerend element in Van dode mannen kun je niet winnen. Het is zijn machteloosheid. Zodra mensen dichterbij komen, komen de slangen en slaat hij ze met zijn agressie van hem af.

Walter van den Berg gaat hiermee een nieuwe weg in. Waren zijn vorige romans nog sterk door de personages van de puber die games op zijn computer speelt, hier krijg je de andere kant te zien. Over de slangen spreekt de ik-verteller en hoofdpersoon nooit met anderen. Het is een kant van hem die hij liever zelf ook niet ziet, maar het gebeurt door drank en jaloezie. De gewelddadige vriend van een moeder die – zonder het goed te beseffen – het leven terroriseert van een vrouw en haar kind.

Een perfecte dag voor literatuur

Ik las het boek voor de bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybooks.nl. Lees in de reacties de bijdragen van anderen. Lees mijn eerdere blog.

Boekinformatie

Walter van den Berg
Van dode mannen win je niet
Amsterdam: De bezige bij, 2013
ISBN: 978 90 234 8511 7.
208 pagina’s
Prijs: € 18,50

Psychologie van de eenvoud

image

In de eenvoudige zinnen, spreekt de kracht. In de roman Van dode mannen win je niet, is die zin er al op de tweede bladzijde. Het is de bepalende zin voor de nieuwe roman van Walter van den Berg. Net als dat de ik-verteller bepalend is voor het verhaal dat volgt. De zin luidt:

Jullie woonden in die flat in Slotervaart en je vader was twee jaar dood. (6)

De dode vader verdwijnt snel naar de achtergrond. Het verhaal gaat namelijk over de hoofdpersoon. Hij vertelt met veel bluf over zijn veroveringen, het vertrouwen dat hij wint van vrouwen en vervolgens de ontmaskering. Het een bijzonder jaloerse man die het niet uit kan staan dat Wesley en zijn moeder de liefde voor een andere man delen, deze man is dood. En van dode mannen kun je niet winnen, want je kunt niet tegen ze vechten.

De eerdere romans van Walter van den Berg West en De hondenkoning overdonderen door de eenvoudige – bijna simpele – taal en de mooie personages. Zijn personages zijn namelijk jongens die helemaal niet opvallen. Ze houden van computers en wonen in hoge flats in de buitenwijken van Amsterdam. Ze kijken videofilms en proberen in contact te komen met de buitenwereld, wat maar moeizaam lukt. Het zijn de personen die je wel ziet, maar nooit hoort. Walter van den Berg geeft ze een stem in deze bijzondere romans.

De derde roman van Walter van den Berg Van dode mannen win je niet, onderscheidt zich van de eerdere twee. De hoofdpersoon is niet de teruggetrokken puber die met een hoofd vol puistjes op de computer zit te gamen. Het is een lul die het niet zo nauw neemt met relaties maar vooral erg agressief is en zijn vrouwen terroriseert. De teruggetrokken puber komt er zeker ook in voor. Dat is Wesley, de persoon tot wie de ik-verteller zijn verhaal richt.

Ook voor Van dode mannen win je niet kiest Walter van den Berg de deprimerende buitenwijken van Amsterdam als locatie van het verhaal. Op van die plekken waar veel schrijvers niet hun roman situeren, heeft Walter van den Berg een voorliefde. De wijken waar niemand graag woont, maar waar iedereen woont. Voor hem geen grachtengordel of mooie natuur. Bij hem staan er flats met lage stukjes groen ertussen:

Jullie woonden achter de Derkinderenstraat, en we reden weg tussen de flatjes door, laffe flatjes van vier verdiepingen, beton en wat baksteen, flatjes die haaks op elkaar waren gezet met veldjes en parkeerhavens en garages ertussen, struiken aan de voet van de flatjes met zwerfvuil in de takken. (11)

Geen betere locatie voor een boek waarin de hoofdpersoon losse handjes heeft en de schoolgaande Wesley houdt van strips en computers. In deze flat in Slotervaart weet een man het leven van een vrouw en haar zoon te terroriseren. Walter van den Berg probeert in Van dode mannen win je niet in de psychologie van deze terrorist door te dringen. De locatie helpt daar wel een aardig handje bij.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybooks.nl. Lees in de reacties de bijdragen van anderen.

Boekinformatie

Walter van den Berg
Van dode mannen win je niet
Amsterdam: De bezige bij, 2013
ISBN: 978 90 234 8511 7.
208 pagina’s
Prijs: € 18,50

Woont Marie in Amerika?

image

Bij het openslaan van Christophe Vekemans Marie dacht ik gelijk dat het in Amerika speelde. Ik wist niet zo goed waarom, zocht naar de verklaring. Er zijn heel veel verklaringen voor. Ik geef er een paar (acht).

  1. De omslag bestaat uit een foto van een ’typisch’ Amerikaanse blokhut.
  2. Er rijden voornamelijk pick-uptrucks over de ‘van lieverlede donkerder kleurende, vrij smalle asfaltweg die afwisselend tussen weiden, akkers en boomrijke gedeelten gebaand lag en waar hier en daar de eerstgevallen bladeren al tegenaan kleefden’. (p. 12)
  3. De burgemeester van het dorp Steven Blank is ook politiechef (p. 35). Een ‘sheriff’, het staat niet zo in het boek, maar ik moest er gelijk aan denken. Naast hoofd van de politie, is hij ook uitbater van het café dat de naam ‘Jimmy Rodgers’.
  4. Het dorpje waarin het grootste deel van het boek speelt, draagt de naam ‘Abraham’ (p. 35). Alleen in Amerika kan een plaats zo’n naam krijgen toebedeeld.
  5. De ‘roze babydoll’ (p. 39)
  6. Alle namen van de personages zijn in het Engels/Amerikaans uit te spreken, maar niet allemaal goed in het Nederlands (Kenny, William).
  7. Het vrijelijk dragen en hanteren van wapens (al is de sheriff er het meest behendig in).
  8. De inwoners van het 300 inwoners tellende dorpje noemen hun plaats: stad. Dat kan alleen in Amerika, zelfs onbeduidende Nederlandse steden met stadsrechten hebben meer inwoners.

Alleen het ontbreken van een postkantoor in het dorp spreekt de duiding van Amerika als plaats van handeling tegen. Maar er is wel weer een postbode, Tom. Hij maakt het ontbreken van een postkantoor weer ruimschoots goed. Zeker ook omdat hij met de vrouw van de sheriff (vreemd)gaat.

Zodoende moet het verhaal in Amerika spelen. Niet dat het heel belangrijk is, maar ik zocht naar de verklaring waarom ik gelijk al bij het openslaan van het boek aan Amerika moest denken.

Een perfecte dag voor literatuur

Deze blog sluit aan bij het blog-initiatief “Een perfecte dag voor literatuur” van Not just any book. Lees de andere bijdragen over dit boek.

Binnenkort verschijnt er op Litnet een completere analyse van deze complexe roman van Christophe Vekeman.

Gelieve niet citeren

image

Gelieve niet uit deze uitgave te citeren staat er op de omslag van het persexemplaar van Christophe Vekemans Marie dat ik kreeg toegestuurd. Ik doe morgen mee aan de tweede blogdag van de tweesclub Een perfecte dag voor literatuur en ontving daarom de nieuwe roman van deze Vlaamse auteur. Het boek lag half september al op mijn deurmat. Ik kreeg het als één van de weinigen voor verschijningsdatum te lezen. Vandaar het persexemplaar.

Ik ben gek op citeren. Ook het boek Marie van Christophe Vekemans nodigt uit tot citeren. Een citaat is als een plaatje bij het verhaal. Je geeft een kort citaat om uit te leggen waarom je iets vindt. Of je het nu mooi, lelijk of afzichtelijk vindt, een citaat dient het argument te versterken en te duiden voor de lezer.

Daarom zal ik mij van het opschrift op de kaft van het persexemplaar weinig aantrekken. Ik citeer naar believen in mijn bijdrage over dit bijzondere boek. Want het verdient op zijn minst een citaat uit te leggen waarom dit boek zo bijzonder is. Anders stellen mijn lezers zich de vraag: heeft hij het boek wel gelezen? En wat vindt hij er dan zo bijzonder aan? Hij heeft het nu al drie keer gezegd, maar ik wil het zien.

Zo moet een citaat het plaatje verder inkleuren. Net als dat ik het jammer vind dat niet de hele omslag te zien was. Al zag ik het voor iets meer dan de helft op het ‘ongecorrigeerde persexemplaar’, ik vond het erg interessant. Ook daar ga ik de helft van mijn verhaal morgen aan ophangen.

Verder verklap ik niks. Het is morgen Een perfecte dag voor literatuur. Vandaag (nog) niet. Voor als je de vorige gemist hebt, lees gerust mijn bespreking van Niets en niemand van Ivo Bonthuis.

Bloggen in Niets en niemand

cover niets en niemand ivo bonthuis

Het koste mij enige moeite in de roman Niets en niemand van Ivo Bonthuis te komen. Het moment dat mij meenam, is als NinjaX een blog schrijft. NinjaX is het alterego van de hoofdpersoon Steven Innes. NinjaX, een ondernemende immigrant, vastbesloten u alles af te pakken, schrijft over kerst. ‘Geen tijd als de kersttijd om orde op zaken te stellen.’ De ondernemer vereffent als een Scrooge de rekeningen van zijn klanten. Het is een blog in een typerende en deprimerende ‘geenstijl’-stijl. Rauw en hard, zonder nuance.

Onder de blog verschijnen reacties. Geleidelijk verschuiven de reacties en worden onderdeel van het verhaal. Merel, een collega van Steven – haar naam ‘was iets met een vogel’ – reageert onder het bericht. Ze probeert hem te pakken te krijgen. Er is iets met zijn moeder waarvoor ze hem moet hebben. Zo dringt het blog het verhaal binnen. Een mooi gegeven. Ik die een tijdje terug er nog voor pleitte om meer de chat en tweets in romans te laten komen.

Bloggen als uitlaatklep

De blog fungeert als een uitlaatklep voor de hoofdpersoon Steven Innes in de roman Niets en niemand van Ivo Bonthuis. Het boek is vandaag overal online te vinden bij de eerste bijeenkomst van de leesclub via blogs. En een blogger houdt ervan om blogs te lezen. Als hij ze tegenkomt in een roman, gaat zijn hart sneller kloppen. Zeker ook omdat de reacties onder het bericht zo mooi vermengen met de loop van het verhaal. Het bloggen wordt zo onderdeel van het verhaal en krijgt een eigen stem die het verhaal meevertelt.

Niets en niemand vertelt het verhaal van Steven Innes, zoon van Laura en Maxime Innes. De roman opent op de luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs. Laura ontdekt daar dat haar gemiste vliegtuig net neergestort is. Geschokt blijft ze staan en laat de beelden van het neergestorte vliegtuig op het scherm tot zich doordringen. Daar had zij in kunnen zitten.

Elk hoofdstuk wisselt

Het eerste hoofdstuk vertelt het verhaal gezien vanuit Laura. Het tweede hoofdstuk volgt haar zoon Steven. Hier zet een procedé in dat de rest van de roman doorzet. Elke hoofdstuk wisselt van focalisator en voert het verhaal op vanuit de ander bezien. Zo ontvouwen zich geleidelijk de verhalen van Steven en Laura. De grote gemene deler is Maxime Innes, Frans kunstenaar die in een vacuüm is terechtgekomen. Hij maakt geen kunst meer en is verworden door hotdogs-verkoper in Utrecht.

Elk personage worstelt met zijn of haar identiteit. Het duidelijkst vormgegeven in de kunstenaar Maxime bij wie niks meer uit handen komt. Zijn vrouw Laura merkt hoe ze langzaam in de verwarde patronen van haar moeder terechtkomt. En Steven probeert zich los te maken van zijn ouders.

Gedeelde verhalen

De gedeelde verhalen maken het boek het mooiste. De verhalen van Madelein, een vrouw die plompverloren op een dag aanbelt om geld op te halen voor de armen. Zij blijft aan het gezin kleven. Zo is zij geworden tot een leidmotiv in Niets en niemand of op zijn minst de motivatie voor Laura om naar Parijs te gaan voor een interview met de vrouw die een galerie begonnen is. Het geheim voor haar succes om midden in de crisis een galerie te beginnen: ze verkoopt rotzooi. Of zoals ze het zelf toelicht:

‘Ik mag wel zeggen dat ik een neus voor rotzooi heb. Schrijf maar op: “Haar grootste talent: in een zaal vol schoonheid ziet zij dat ene, dat bijzondere, spuuglelijke kreng.’ (126)

Een volkomen zinloos interview voor het toeristisch tijdschrift waarvoor Laura Innes het artikel wil schrijven. Het wordt dan ook niet een gesprek over de galeriehoudster Madeleine in Parijs, maar het vertelt het verhaal van de familie Innes. Het artikel is een poging om zich te ontworstelen aan haar man. Iets waarin ze haar moeder verafschuwt heeft. Tegelijkertijd heeft ze de expansiedrift van haar vader: groter en groter. Om de talentloze kunstenaar die haar zoon is, een toekomst te garanderen. Laura is slachtoffer van haar eigen genen.

Pallet van verhalen

Daarmee is Niets en niemand een pallet aan verhalen, verschijningen en personages. En dat grijpt gelijk in het bezwaar van het boek: het vormt een te grote hoeveelheid bouwstenen die de lezer maar moet op elkaar moet zetten. Zeker er zitten veel aangrijpende en mooie momenten in. De ene keer dient het motief weldegelijk het verhaal. De andere keer is het een mogelijkheid die je kunt zien. Zoals de robijnrode kleur die voortdurend in verschillende gedaantes terugkomt. Je kunt het zien, maar het hoeft niet. Maar of al deze kleine bouwwerkjes, het grote bouwwerk van het verhaal ondersteunen?

Gelukkig biedt het einde voldoende houvast. Het eindigt met de blogger Steven, die zijn alterego NinjaX in de wilgen heeft gehangen. Vervolgens schrijft hij een kerstverhaal over de liefde en wat hij liefheeft. Een reflectieblog zouden sommige bloggers het noemen. Het is het einde van een verhaal dat overal ongrijpbaar is en zich verder vormt in je hoofd. Bijna het echte leven. En omdat het verhaal ergens moet stoppen eindigt het bijna als een domper in cursieve letters:

Reacties voor dit bericht zijn uitgeschakeld. (190)

Ivo Bonthuis: Niets en niemand. Roman. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2013. 190 pagina’s. ISBN: 978 90 468 1467 3. Prijs: € 17,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Deze blog sluit aan bij het blog-initiatief “Een perfecte dag voor literatuur” van Not just any book. Lees de andere bijdragen over dit boek.