Tagarchief: dordrecht

Ronde Maaskamer – Dagje Dordrecht (5)

De ronde Maaskamer in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven van Dordrecht is wel het meest overweldigend. Onbetwist is dit de pronkkamer van het huis en een uiterst verstandige beslissing geweest van een latere bewoner om het prachtige uitzicht vanaf deze mooie plek in Dordrecht optimaal te benutten.

Doris gaat heerlijk op de vloer zitten en kijkt zo aandachtig naar het wisselende uitzicht. Al die langsvarende binnenvaartschepen en in de hemel de voortdurende veranderingen van de wolkenhemel, geven deze plek een continue stroom van beweging en beleving.

Het hartelijke ontvangst en de buitengewoon sfeervolle inrichting van het huis doen de rest. Je voelt je welkom en het huis voelt ontzettend goed aan. Ergens ben je geneigd om te wensen dat je er langer mag blijven en misschien lekker in bed kan kruipen om er te overnachten.

Zo verlaten we Dordrecht weer. Zeker, we hadden nog een paar andere musea willen bezoeken, waaronder het Dordrechts Museum of het Hof van Nederland waar de kiem ligt van het hedendaagse Nederland. Allemaal dingen waar we langsgelopen zijn.

Gelukkig hebben we wel aandacht voor de kiem van de familie De Wit. Hier in Dordrecht bestierden de De Witten jarenlang de stad. De 2 zonen van Jacob, Johannes en Cornelis hebben het land vanuit Den Haag geregeerd, tot ze in 1672 noodlottig ten einde kwamen door het gepeupel. Een standbeeld midden in de binnenstad doet aan deze 2 broers herinneren.

Daarmee is Dordrecht meer dan interessant voor een dagje weg. Eigenlijk kun je er zo meerdere daagjes doorbrengen. Buiten het feit dat bijvoorbeeld in de Grote of Onze Lievevrouwekerk een buitengewoon puik orgel staat en een toporganist speelt. Een weekendje Dordrecht zal daarmee zeker geen straf zijn.

Schilderijen van Kuipers – Dagje Dordrecht (4)

Het andere dat in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven buitengewoon de aandacht trekt, zijn de schilderijen van de Dordtse schilder Cornelis Kuipers, kunst gemaakt aan het eind van de 18e eeuw. De schilderijenverzameling is per ongeluk ontstaan omdat in het huis 2 haardstukken van zijn hand zijn.

De laatste familie die dit huis bewoonde, besloot hierop meer werk van hem te verzamelen. Ze hebben een aantal indrukwekkende schilderijen bij elkaar gekregen, waarvan de 2 bloemstillevens in de voorkamer rechts wel het mooiste zijn.

De fijnschilderkunst beheerst Kuipers tot in de kleinste details. De verzameling kleine dieren, spinnen, wespen en zelfs de doodshoofdvlinder, zijn uiterst precies uitgevoerd. Erg indrukwekkende schilderijen die in de kamer voor hangen. Ook in dit veel kleinere huis, is er een mooie gang die het huis in midden deelt. Achterin buigt hij af naar de 18e eeuwse stijlkamer, de Maaskamer.

Dit huis kenmerkt zich vooral door de prachtige, heldere kleuren. Het geeft de bezoeker een heel prettig gevoel. Ook in combinatie met het heldere licht die de rivier in het huis lijkt te geven.

Op de eerste etage is ruimte voor een tentoonstelling. Bij ons bezoek is dat een uitgebreide expositie over tabak. De hartelijke conservator die de voorwerpen nog aan het rangschikken is, de mensen die de voorwerpen in bruikleen hebben gegeven, hadden nog verbeterpunten, vertelt over de snuifdoosjesverzameling van Napoleon.

De Franse dictator zou er bekend om hebben gestaan dat als iemand hem een snuifje aanbood, het doosje adequaat in zijn zak te steken. En daar durft natuurlijk niemand iets van te zeggen. Ook zie ik nog een paar indrukwekkende tabakspotten. Ik herinner mij dat ik ook ooit eentje heb gehad.

Verder veel pijpen, waaronder een aantal Goudse en andere soorten pijpen die in de 18e en 19e eeuw populair waren. Een interessante expositie, waarbij het mij vooral verwondert hoe snel het tabak uit ons dagelijkse leven verdwijnt.

Lees morgen het laatste deel van Dagje Dordrecht: Ronde Maaskamer

Patriciërshuis – Dagje Dordrecht (3)

Als we weer buiten staan, wil ik graag nog even naar het Havenhoofd lopen voor het uitzicht over de rivier en de driesprong die Dordrecht gemaakt heeft. Het typische Hollandse landschap bereikt hier namelijk wel zijn hoogtepunt. Wat ik niet weet, is dat hier vlakbij een prachtig woonhuis staat dat toegankelijk is voor publiek. Sterker nog: met de Museumkaart kom je erin.

Het wordt gerund door enthousiaste vrijwilligers. Je gaat hier echt op bezoek. Is Huis van Gijn een woonhuis dat sterk museaal is ingericht, compleet met hekjes en draadjes die je tegenhoudt om de hele ruimte te kunnen betreden. Dit woonhuis is een echt avontuur om binnen te wandelen. Je bent hier namelijk gewoon op bezoek.

De naam van het museum aan de Wolwevershaven 9: Het Dordts Patriciërshuis, Museum aan de Maas. Je beklimt hier de entree om bij de voordeur te komen en belt dan aan. Zoals bij een echt woonhuis word je binnengelaten, alsof je bij een kennis langsgaat. De jas wordt keurig opgehangen en je krijgt een rondleiding door het huis.

In tegenstelling tot het Huis van Gijn is dit huis qua stijl ingericht naar de ontstaanstijd van het huis, de 18e eeuw. Het interieur is zoveel mogelijk teruggebracht in deze stijl door de laatste bewoners. De laatste bewoners die leven ook gewoon nog. Sterker nog in een videofilm op zolder vertellen de jonge kinderen hoe zij het ervaren hebben om in zo’n museaal en monumentaal huis te wonen.

Het mooiste onderdeel van het huis: de 18e eeuwse stijlkamer, de Maaskamer met zicht op het drierivierenpunt van Dordrecht, het drukstbevaarde water van Europa. De Maaskamer is veruit het prachtigste deel van het huis. Zuiver rond van binnen, zelfs de deur en de ramen buigen met de cirkel van de kamer mee.

Het uitzicht vanuit deze kamer op het drierivierenpunt is overweldigend. Waar de Merwede zich splitst in de Oude en de Nieuwe Maas zorgen de wolkenhemel en de vele schepen die langsvaren voor een iedere keer weer ander uitzicht. Prachtig, een kamer om niet snel te vergeten.

Lees morgen het 4e deel van het Dagje Dordrecht: Schilderijen van Kuipers

Huis van Gijn – Dagje Dordrecht (2)

Na het Nationaal Onderwijsmuseum voert de tocht naar de binnenstad van Dordrecht. Een prachtige binnenstad, zo ontdekken we snel. Wij gaan vandaag de huizen in. Op het prachtige havenhoofd, de Nieuwe Haven, zijn 2 oude woonhuizen die voor het publiek toegankelijk zijn.

Het eerste van de familie Van Gijn is aan de Nieuwe Haven 29. Het is een indrukwekkend en groot pand met een grotendeels 19e eeuws interieur. Er zijn wel oudere elementen, maar de toestand is teruggebracht in de situatie van de laatste bewoner die tot 1922 in het huis woonde.

De gang in het midden meet het formaat van een galerij, loopt mooi van voor naar achteren. Dit refereert wel naar de oude koopmanshuizen, die dit huis natuurlijk van origine was. Het interieur is in de loop van de eeuwen meeveranderd met de bewoners van het huis.

Aan weerszijden van deze gang staan veel klokken en bevinden zich achter de deuren diverse vertrekken. De pronkkamer, een ontvangstkamer voor gasten en daarnaast ook een eetkamer en een mooie, intieme tuinkamer. Het is een indrukwekkend pand, met hoge plafonds, rijk gedecoreerd en veel grandeur.

Veel contrast boven met slaapkamers en andere vertrekken. De bibliotheek is erg mooi, net als de imposante goudleerkamer. Alleen zou ik nooit die groene lapjes ophangen om het stof uit de boeken te houden. Verder bevat het gigantische woonhuis op zolder veel vertrekken met een praktisch doel, zoals de waskamers.

De zolder is in vroeger tijden vooral gebruikt voor het mangelen, persen en drogen van de was. Op de opperste zolder vind je een gigantische speelgoedverzameling van treinen, zeilboten en heel veel poppen. De draaimolen springt in het oog, net als het levensechte winkeltje.

Het is wel mooi hoe het Huis van Gijn is ingericht. Echt als een 19e eeuws woonhuis waarin de kamers hun oude, functies hebben behouden. Het aangrenzende huis is gebruikt voor alle museale ruimtes en trappenhuis met lift. Zo blijft het eigenlijke huis al deze rompslomp bespaard.

Lees morgen deel 3 van het Dagje Dordrecht: Het Patriciërshuis

Nationaal Onderwijsmuseum – Dagje Dordrecht (1)

Een dagje in de herfstvakantie vrijgenomen. Bij het vragen waar we naar toe zouden ga, laat ik kiezen uit Delft of Dordrecht. Zonder twijfel appt Doris het antwoord terug: Dordrecht.

Wat moet je dan gaan doen daar? Ik heb het Dordrechts Museum op mijn lijstje staan. Net als Statenzaal in De Hof, in deze ruimte heeft de eerste vergadering van de Nederlandse Republiek plaatsgevonden in 1572. De plek waar Nederland is ontstaan.

We zijn in allebei niet geweest. Wel naar het Nationaal Onderwijsmuseum. Het zit in een statig pand uit 1939 van Sybold van Ravesteyn en is zandkleurig. Herkenbare architectuur, die vooral na de oorlog een grote bloei kende. Het staat evenwijdig aan de spoorbaan en ik herken het gebouw omdat het mij vanuit de trein al vaker is opgevallen.

Wat een prachtig pand is dit gebouw met de naam De Holland. Het is terecht een echt monument. De architect heeft ook veel stations ontworpen, waaronder het vorige Centraal Station in Rotterdam, maar ook de stations in ’s Hertogenbosch en Vlissingen. De beeldpartij boven de ingang is heel herkenbaar.

Het Nationaal Onderwijsmuseum laat veel zien: een feest de herkenning zijn de vele lesmethodes en de onderwijsplaten. Het biedt een mooi kijkje in het Nederlands onderwijs, geconcentreerd op het basisonderwijs.

Ook kun je er schrijven met een echte kroontjespen, maar ook de lei en griffel in je hand nemen. Je maakt kennis met de vele schrijfwijzen die er zijn. Met mooi krul of vierkante blokletters. Of het skelet dat er hangt en waarvan uiteraard enkele botten ontbreken.

Het is heerlijk om daar rond te neuzen. Jammergenoeg was de bovenzaal van het gebouw gesloten vanwege een vergadering. Ik had er graag even geneusd. Het is een opvallend element aan dit monumentale pand van Van Ravesteyn.

Improvisaties van Bert Matter

De cd ‘Bert Matter improviseert’ die voor Bert Matters 80e verjaardag is verschenen, bevat een flink aantal toppers. Dat geldt bijvoorbeeld voor de improvisatie in Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dordrecht. De opening met de ronde prestanten van Kam. Het motief zet de hele improvisatie prachtig door. Op geen manier te vergelijken met de improvisatie uit 1996 op de eerste cd van het orgel in Zutphen na restauratie waar hij op hetzelfde lied improviseert.

Op de nieuwe improvisatiecd heeft het protestantse Marialied een heel andere lading. De 2-stemmige opening is eenvoudig en tegelijk monumentaal, zoals alleen Bert Matter kan. Als het pedaal inzet, treedt de beweging in het stuk. Het stuk mondt zo uit in een heuse lofzang, de Lofzang van Maria. Het Dordtse orgel wordt hierbij ten volle benut. Vervolgens eindigt het weer in de verstilde sfeer waarmee het begon.

Vrouwenstemmen

De vorm waarbij Bert Matter met 5 vrouwenstemmen improviseert, heeft hij vaker beproefd. Voor televisie speelde hij in de jaren ’80 een improvisatie op ‘O Geest, die onze Trooster zijt’, LvdK 310, vers 3. Hij doet dit op het orgel in Zwolle. Op de nieuwe improvisatiecd geeft hij een improvisatie op exact hetzelfde lied. Ik vreesde een kopie van de prachtige impressie die hij op televisie toont.

Die vrees is onterecht. Hij speelt op het König-orgel in Nijmegen een overtuigende variant, waarbij voor het einde heel mooi verstild is als het orgel stopt en de vrouwen doorzingen. Het geeft iets van de ruimtelijke werking mee van deze manier om te improviseren. Wat een overweldigende improvisatie is dat.

Psalm 121

Dat geldt ook zeker voor de improvisatie op psalm 121. Ik was erbij, het was een concert samen met Albert de Klerk. Volgens mij het laatste openbare concert van de Haarlemse organist. Hij stierf niet veel later. De improvisaties van Bert Matter waren die avond in september minstens zo overtuigend.

Dat gold ook voor psalm 121 die de cd heeft gehaald. Hij weet hierin een koraalbegeleiding zo in zijn improvisatie in te bedden, dat het er helemaal onderdeel van wordt. De improvisatie is een avontuur waarin je wordt meegenomen bij het luisteren. Voor mij met de Lofzang van Maria en de minimal improvisatie in Nijmegen een absoluut hoogtepunt van de cd.

Noord-Duitse koraalfantasie

De afsluitende improvisatie van de cd, een klassiekere variant in de stijl van een Noord-Duitse koraalfantasie, is een waardige afsluiting. Bert Matter is in deze improvisatie niet zo vormvast als bijvoorbeeld Jan Jongepier dat wel was, maar hij geeft de koraalfantasie weer nieuwe dimensies. Daarbij ben ik ook onder de indruk hoe hij het Arnhemse Strumphler-orgel helemaal in een Noord-Duitse sfeer weet te krijgen.

De echomotieven werkt Bert Matter heel origineel en treffend uit. Daarbij speelt hij niet alleen met motieven, maar vooral met de spanning. Hij houdt je vast als luisteraar. Een effect dat alleen grote improvisatoren bij je weten op te roepen. Dat haal ik vooral uit lange improvisaties waarbij iemand als Jan Jongepier je ook bij de kladden grijpt. Bert Matter doet dit in deze slotimprovisatie in Arnhem ook.

Prachtige aanwinst

Daarmee is de improvisatiecd een prachtige aanwinst in de cd’s die de laatste jaren verschijnen. Het luisteren naar deze cd maakt je ook weemoedig. De huidige improvisatiepraktijk haalt het niet bij deze improvisator. Het vernieuwde en buiten de voor de hand liggende keuzes spelen. Tijden zijn veranderd. Het historiseren heeft zijn hoogtepunt bereikt. Maar in de lawine aan stijlimprovisaties verlang je naar improvisatoren als Bert Matter en Jan Jongepier.

Van zijn leerlingen zie ik het verstilde en originele vooral terug in Toon Hagen. Hij weet in zijn kerkmuzikale improvisatiepraktijk in Zwolle je ook te raken. Ook hij zoekt voortdurend naar vernieuwing en verliest zichzelf in het zoeken naar perfectie. Iedere keer net ietsje mooier en beter dan de vorige keer. Maar hoe anders weer dan Bert Matter. Niet voor niets wordt zijn werk internationaal heel vaak uitgevoerd, zoals in Den Haag-Loosduinen door Olivier Latry.

Wat van Bert Matters improvisaties rest zijn de opnames waarvan deze cd een prachtig inkijkje geeft en vooral de herinnering. De eerste heerlijk om naar te luisteren en de tweede onvergetelijk…

Bestel de cd voor € 14,95