Tagarchief: dierenarts

Plukjes haar – Sientje (69)

Hoe lang is je hondje er nog, ook al is ze er niet meer? Door het hele huis zwierven nog de haren. Herkenbaar aan de donkere kleur van onderen en het lichte puntje bovenin. Ze waren slap, verborgen zich in stofnesten.

Ik vroeg me af waarom we niet een plukje haar hadden bewaard. Zoals we hadden gedaan met het plukje van het eerste babyhaar van Doris. We hadden het haar veilig opgeborgen in een klein potje.

Mijn schoonmoeder vond dat maar niks. Een pluk haar bewaarde je niet. De pluk babyhaar is er niet meer. Dat zachte haar. Daarom vermoedden we ook dat mijn schoonmoeder het haar had weggegooid. Ze vond het luguber. Zo’n pluk haar roept alleen maar het ongeluk over je kunt af.

Haarlokken

Ze snapte al die kunstwerken met haarlokken niet. In de achttiende en negentiende eeuw bewaarden mensen de haarlokken van overledenen. Vaak verfijnd verwerkt in kunstwerken. Verborgen achter glas werd de lok haar van de geliefde opgehangen. Mijn schoonmoeder vond het niks.

Na haar dood zochten we ons rot op zoek naar die pluk haar. Totdat we ze tegenkwamen in het envelopje in een herinneringsalbum. Uit angst dat mijn schoonmoeder het haar zou weggooien, hebben we het daar opgeborgen.

De haren van Sientje waren niet verwerkt in de kunstwerk. Dat vonden we te gortig. Het is wel een dier. Daarom lieten we Sientje ook achter op de behandeltafel van de dierenarts. Ze zou tegen de avond worden opgehaald. Een gespecialiseerd bedrijf waarvan de vrachtwagens als anonieme transporteurs over de weg razen. Niemand hoeft te weten dat in die grote vrachtwagen misschien wel een paar honderd overleden honden en katten, konijnen en cavia’s, misschien een verdwaalde parkiet, worden vervoerd.

Overal haren vinden

In de maanden en zelfs jaren na Sientjes dood, vond ik nog haren. Niet met grote plukken, maar gewoon ergens een losse haar. In een pluk stof onder het bed. In een hoek van mijn studeerkamer. Of hij bleef aan mijn wijsvinger plakken als ik ergens over een richeltje schoof. Net als haar geur, in alle kleedjes, zelfs in de bank, hing hij. Een muffig luchtje. Een luchtje dat ergens tussen pies en natte hond zweefde. Als het warm en benauwd was of de verwarming weer ging aan, dan rook je het weer.

Het kleed in de kamer met de 45 vakjes in verschillende kleuren is misschien wel de grootste herinnering. Al de vlekken die Sientje daarin achtergelaten heeft. Van de omgegooide bekers met limonade en yoki drink. Ze liggen daar de donkere vlekken op de lichtere vlakken. Om er nooit meer uit te gaan. Net als de gedroogde piesvlekken waar Sientje het heeft laten gaan.

Kleed

Zo lang het kleed er is zullen ze duidelijk zichtbaar blijven. Misschien dat het zonlicht de felheid wat vervaagd. Maar de tijd zal die zwarte vlekken nooit uit het kleed krijgen. Uiteindelijk hebben we het kleed vervangen. Te vies om te bewaren.

Net als het teckelkleedje in de hondenmand. Sientje heeft het heelgelaten. Het vormt een aandenken uit die tijd, die ongetwijfeld door een volgende teckel zal worden aangevreten. Want herinneringen in materialen, verdwijnen altijd. Is het niet een schoonmoeder die het weggooit, dan is het wel de slijtage die de voorwerpen verwoest.

Lees het vervolg: Vergeelde herinnering »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Kaartje – Sientje (68)

Na het overlijden van Sientje, hoefden we niet gelijk af te rekenen bij de dierenarts. Ze zouden de rekening nasturen. Na zo’n bezoek bij de dierenarts, heb je wel iets anders aan het hoofd. We liepen terug naar de auto. Ik voelde mij week en huilde. Mijn benen zwabberden alle kanten op. Geen wonder. We hadden geen hondje meer.

Ik sloeg een arm om Inge heen en hield Doris’ handje vast. Zij was nog verbaasd over het afscheid en tuurde naar de lucht of Sientje misschien nu al een sterretje geworden was. Of ze dan bij oma zou zijn, vroeg ze. ‘Ik denk dat ze vanavond bij oma is’, zei Inge. Ze lachte. ‘Dan krijgt ze de hele tijd pepermuntjes van oma.’

Overal haar geur

Dan kom je thuis en is je hond niet meer bij je. Maar het hele huis ruikt nog naar het beestje. De geur van een oude hond verdwijnt niet snel uit je huis. Het mandje stond hinderlijk in de weg. Net als de bench en alle kleedjes. Wat zouden we er allemaal mee gaan doen. Geen idee.

Laten we het eerst maar eens opruimen, zei Inge. De kleedjes die niks meer waren, verdwenen in de vuilnisbak. De rest kreeg een plekje op een verzamelplaats op zolder. Even uit het zicht, zodat we niet steeds hoefden terug te denken.

Rode halsband

De rode halsband, meer dan 9 jaar daarvoor gekocht op zaterdagmiddag een uur voor sluitingstijd in Goor, legden we in een mandje. Het ding had het al die jaren uitgehouden. Net als het kokertje dat aan de halsband hing met naam en telefoonnummer voor als ze zoek zou raken. Het roodharige meisje uit de buurt had het als laatste opengemaakt om haar bij de rechtmatige eigenaar terug te brengen.

2 dagen later – op zaterdagmorgen – viel een kaartje op de deurmat. Mollige letters van een meisjeshandschrift. Het was van de dierenarts. Ze wenste ons sterkte met het verlies. Ik zag haar staan bij de behandeltafel. Sientje erop. Ik voelde weer de tranen.

Herinneringen opschrijven

Op mijn eerste vrije vrijdag wilde ik mijn herinneringen aan mijn teckel opschrijven. Probeerde het begin te zoeken en te vinden. Het verlangen naar een teckel, de krant waarin die advertentie stond ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. De tranen kwamen. Ik dacht aan de autorit waar Inge de naam bedacht op het moment dat we de snelweg opreden. Ze gaf gas. ‘Sientje. We noemen haar Sientje.’

Ik probeerde wat te tikken, maar kreeg geen letter van het toetsenbord ingedrukt. Weer die tranen. Maar ik wilde zo graag een eerbetoon aan ons hondje schrijven. Waar het allemaal mee begonnen was. Het hondje die ons verbond en die overal was bijgeweest. Zelfs bij de verloving, bijna bij de geboorte van onze dochter. Altijd zat ze er met haar neus bij.

Nooit opdringerig, maar op de achtergrond was ze altijd aanwezig. Nu was ze er niet meer. Al zag ik haar bij elke oogopslag die ik in de richting van de bank deed, even liggen.

Hoorde ik haar nou?

Ik meende haar te horen lopen. Keek aandachtig op de bank voor ik ging zitten. Of ze niet toevallig op mijn plekje lag. Maar het was leeg. Het bleef leeg. Zelfs niet het ‘oef, oef, oef’, wat ze op het eind alleen maar uitstootte. Ik dacht er de hele dag aan. Voelde hoe erg ik haar miste. Al twijfelde ik eraan of ik haar miste of het idee dat ze er niet meer was, mij juist aangreep. Aan het eind was ze er al niet meer. Haar lijf was er nog geweest, maar ze was leeg geweest. De geest was al verdwenen.

Het lijf keek haar geest nog na, maar was slechts de schim die achtergebleven was. Heel soms tintelde ze even op, maar het meest van de tijd sliep daar een oude hond. Moe van het leven. Zonder geest. Maar nu was ook dat geestloze wezen verdwenen.

De schimmen bleven over en verdwenen zodra je keek. De bank bleef leeg. Het mandje was opgeruimd. Net als alle andere dingen die geleidelijk verdwenen. Naar zolder, weggestopt. Zoveel mogelijk uit zicht.

Lees het vervolg: Plukjes haar »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Afscheid nemen – Sientje (67)

Daar zaten we te wachten in de wachtkamer bij de dierenarts. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Sientje wilde niet gaan zitten en bleef ijsberend lopen aan de riem. We kregen haar niet op het gemak. Natuurlijk voelde ze het. Net als dat wij gespannen waren over wat dadelijk zou komen.

Iets verderop zat een man met een jonge pup. Het diertje trok in Sientjes richting. ‘Zo dat is een ouwetje’, zei het baasje. ‘Ja, we nemen vandaag afscheid van haar’, antwoordde Inge. ‘Zo verdrietig’, zei de man. ‘Heb ik vorige maand ook moeten doen met mijn labrador.’ Nu sprong een jonge hondje tegen zijn been op. Hij vroeg om een beetje aandacht, beloond met een aai over zijn bol.

In de wachtkamer

Iemand kwam uit de kamer van de dierenarts. Een hond aan de riem. Of hij wilde betalen bij de receptie. Hij maakte stampij over de laatste rekening van zijn kat, die in zijn ogen te hoog was. ‘Maar meneer, dit hebben we allemaal gedaan met uw kat.’ Daarna kwam een lang verhaal over zijn kat van wie hij afscheid had moeten nemen. Iemand anders kwam naar binnen en vroeg van wie die auto was die de weg blokkeerde. De man die stampij maakte, rekende af en liep boos weg om zijn auto weg te rijden.

Wij waren aan de beurt. Ik kreeg Sientje niet mee en trok voorzichtig aan de riem. Het lukte niet. Ze wilde niet mee, daarom pakte ik haar maar op. Het was een jonge dierenarts die ons hielp. In haar witte jas luisterde ze aandachtig naar het verhaal dat wij vertelden. Ik had Sientje op de grond gezet.

Loslaten

Ze wilde lopen, trok aan de ketting. ‘Laat haar maar los hoor’, zei de dierenarts. Terwijl ik onze hond op de grond zette, keek ze naar Sientje die rondjes om de tafel liep. De rustige stappen klonken op de plavuizen. Ik dacht even aan de pootjes die bij ons in Almelo op de vloerbedekking klonken.

De dierenarts concludeerde ook dat het tijd was. ‘Maar u kunt dat het beste beoordelen’, zei ze. ‘Wat ik zo zie, is ze echt in de war. Ze kan geen rust vinden. Elke hond stopt na een tijdje met lopen, maar zij blijft uitdrukkingsloos rondjes lopen.’ Ze vroeg wanneer we haar wilden laten inslapen. ‘U kunt haar nog even mee naar huis nemen voor het afscheid.’ ‘Nee’, zei Inge. ‘We hebben de afgelopen week al afscheid genomen.’

Foto’s gemaakt

Ik dacht terug hoe ze een dag geleden nog op de bank lag. Ik had er nog foto’s van gemaakt. Nog steeds kan ik er niet zo goed naar kijken. Ze ligt te slapen in het voorjaarszonnetje. De ogen open, maar zonder uitdrukking. Ze ziet er ontzettend pluizig uit. De vacht is dof. Het leven is eruit. Ze wacht op het moment dat ze kan sterven.

De dierenarts haalde de spullen voor de handeling. Ze legde geduldig uit hoe het proces zou verlopen, terwijl ze met haar buik tegen de behandeltafel aandrukte. ‘Eerst krijgt ze een spuitje met een slaapmiddel. Als ze slaapt, krijgt ze de uiteindelijke injectie. Dat verlamt het hart. Ze zal langzaam doodgaan. Het kan wel enkele minuten duren.’ Ik zette Sientje op de tafel. We gaven haar allemaal een knuffel. Doris keek aandachtig naar alles. Ze wilde er per sé bij zijn.

Langzaam in slaap vallen

Het begon met de eerste injectie. Ze lag rustig terwijl wij haar streelden gaf de dierenarts haar het spuitje. Haar ogen draaiden, ze viel langzaam maar zeker in slaap. Wij aaiden haar verder. Ze was goed weg. De dierenarts wachtte nog even waarna ze tweede spuit klaarmaakte. Er stond een gele sticker met een doodshoofd op het flesje. Gevaarlijk. Het gevaar werd in Sientje gespoten. ‘Het kan nog wel even duren’, zei ze erbij.

Haar adem vertraagde in haar slaap. Nu trok het zojuist ingespoten middel door de bloedbanen van onze teckel. Het einde naderde. Ze hoefde nu niet meer op de dood te wachten. We hielpen haar een handje. Ik dacht aan mijn schoonmoeder. Een hond is beter af dan een mens, vond zij. Misschien had ze wel gelijk. Het was genoeg geweest. Ik voelde de neus. Er stroomde nog een vleugje adem door de neus. Maar de onrustige ademhaling van eerst, werd rustiger en vlakker. Nog even en het hield helemaal op.

Sterretje

Het ging snel. Sneller dan gebruikelijk, zei de dierenarts. Ik voelde de tranen wellen in mijn ogen. Doris vroeg of Sientje nu ook een sterretje werd. Inge vertelde de dierenarts van haar moeder die driekwart jaar eerder was overleden en een ster was geworden. ‘Sientje wordt vanavond opgehaald en dan wordt ze daarna een sterretje’, vertelde de dierenarts. Sientje lag er op die tafel. Ik betrapte me erop dat ik haar nog even streelde. Het hele lijf gaf mee. Het voelde raar. Ook werd het lichaam kouder en stijver. De tong hing uit de bek. De dierenarts stopte hem er weer in.

We konden nog afscheid nemen als we wilden, dan ging de dierenarts weg. Maar het was genoeg. Ik keek nog een keertje om toen we wegliepen. En zag haar daar liggen. Sientje. De eerste hond die echt van mij geweest was. De hond die ik met mijn liefde had gekocht. Een tijdperk was voorbij.

Lees het vervolg: Kaartje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Het laatste zetje – Sientje (66)

Wel moeilijk om uitgerekend als je je hond wilt laten inslapen een andere dierenarts te zoeken. Ze was na de hernia niet meer bij een dierenarts geweest. We hadden na de ruggenprik en de aansluitende pijnstillers gemerkt dat het wel weer ging. Daarom probeerden we het contact met een dierenarts zo lang mogelijk uit te stellen.

Bij het maken van de afspraak legde Inge het al uit aan de telefoon. Dat we het heel vervelend vonden om uitgerekend op dit moment een afspraak met hen te moeten maken. Je komt liever met een blije puppy binnen dan met een oud bessie die alleen nog een zetje hoeft te hebben om dood te kunnen gaan. Maar ze maakten geen enkel bezwaar. We konden komen en ze zouden ons helpen. Natuurlijk zou de dierenarts ook nog even kritisch naar Sientje kijken.

Het uiteindelijke moment

Er lagen nog wat dagen tussen dat de afspraak gemaakt werd en het uiteindelijke moment. Ik dacht terug aan hoe mijn vader elk jaar met ons konijntje Snuffie naar de dierenarts ging om hem te laten inslapen. Zo rond de zomervakantie dook de vraag op: het gaat niet meer met snuffie. Mijn vader pakte het konijn, deed het beestje in een boodschappentas en reed naar de dierenarts. Voor vertrek hadden we uitvoerig afscheid genomen. Tranen gehuild. Snuffie was ontzettend lang bij ons. Mijn hele leven al.

Na een uurtje kwam mijn vader weer terug. Snuffie zat nog gewoon in de tas. ‘Hij is nog te goed’, zei hij droogjes. Het diertje verdween weer in de kooi, waar hij weer terughipte naar zijn hoekje. Daar zat hij weer in zijn vertrouwde stand. Een kennis zei eens: ‘Het lijkt wel of hij de hele dag aan het bidden is.’ Misschien bad het dier tot de heer dat het eindelijk eens afgelopen was. We vroegen de buurvrouw of ze om de dag het beestje eten en schoon water wilde geven.

Afscheid nemen

2 jaar later ging mijn vader weer naar de dierenarts. We hadden een aai als afscheid genomen. Mijn handen zaten vol met haren. Het diertje hield geen enkele haar meer vast. Zat de hele dag in zijn hoekje in de kooi. ‘Het lijkt wel of hij om zijn einde bidt’, had een kennis gezegd.

De amechtige houding waarin het beestje de hele dag zat, leek dit vermoeden inderdaad te bevestigen. Snuffie ging weer in dezelfde donkere boodschappentas. Bij het wegfietsen maakten we nog grapjes. ‘Tot zo, snuffie.’ Een halfuur later was mijn vader weer terug. De tas was leeg. Ik had het gevoel dat ik niet goed afscheid genomen had.

Dodenrit

‘Misschien vinden ze Sientje nog te goed’, zei ik tegen Inge. Daarbij hield ik de dodenritten van mijn vader met ons konijn in gedachten. Ik hoopte het stiekem, dan kon ze nog eventjes wat langer bij ons blijven. ‘Ik kan het mij niet voorstellen’, zei Inge. Ik vertelde het verhaal van mijn vader en Snuffie. De laatste keer had de dierenarts het beestje uit de tas gehaald.

Het dier was zo licht en zag er meer dood dan levend uit. ‘Hou hem maar hier’, had hij gezegd. Mijn vader had niet eens gezien dat het diertje de injectie kreeg toegediend. ‘Hij wilde er 5 gulden voor hebben.’ Ik had het diertje graag nog in de tuin naast het huis begraven. Op de plek waar we later de duif Koertje zouden begraven en waar een paar jaar later grote graafmachines de grond afgroeven voor de uitbouw die er nu staat.

Hele gezin bij afscheid

Nu reden we met het hele gezin naar de dierenarts. Het afscheid moesten we met zijn allen nemen. Ik was een paar uur eerder van mijn nieuwe werk naar huis gegaan. Ik denk dat we de hond straks een spuitje moeten geven, had ik gezegd. ‘Maar je weet het nooit wat zo’n dierenarts ervan vindt.’

De hond uit mijn jeugd, Blekkie hadden mijn ouders ook laten inslapen. Ik kon er niet bij zijn. Het moest hals over kop. Ik woonde niet meer thuis. Ik studeerde in Leiden. Ze probeerden me nog te bellen, maar ik was de hele dag aan de studie geweeest in de bibliotheek en ‘s avonds bij vrienden.

Toen ik ‘s avonds laat thuiskwam en het bericht hoorde, moest ik huilen. Al wist ik heus wel dat het einde eraan zat te komen. Die zomer was ik speciaal op de hond wezen oppassen met mijn vriendinnetje. Blekkie kon amper lopen. Na een paar stappen zakte hij in elkaar. De poging om zijn pootje te lichten als hij ging plassen, was het meest schrijnend. Soms viel hij al plassend om omdat hij zijn evenwicht niet meer kon houden.

Ik had er best lang mee rondgelopen dat ik geen afscheid had kunnen nemen. Daarom vond ik dat we nu samen afscheid moesten nemen. Geen uitzonderingen. Ook Doris mocht mee bij de afspraak met de dierenarts. Hoe klein ze ook was, ze wilde er met haar neus bovenop. Het was ook haar hondje.

Lees het vervolg: Afscheid nemen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Nodeloos rekken – Sientje (65)

Mijn schoonmoeder vond dat dieren het beter hadden dan mensen. Een hond mag inslapen als het genoeg is. Bij een mens wordt het leven eindeloos gerekt, vond zij. Zelfs als het zinloos is, dan nog wordt het gerekt. Ze wilde zo niet doodgaan, maar op een moment dat ze het zelf genoeg vond. Lang voor haar dood regelde ze dat via de vereniging voor euthanasie. Het mocht helaas niet zo zijn.

Haar huisarts wilde het niet doen vanuit geloofsovertuiging. Hij vertelde dat ze bij hem kon blijven, maar dat als het zover was ze dan bij een andere arts terecht kon. Toen het zover was, verscholen alle andere artsen zich achter het excuus dat zij niet hun patiënt was. Eigenlijk had ze voor het vastleggen van de euthanasie-verklaring meteen naar een andere huisarts gemoeten.

Aangrijpend

Euthanasie is ook voor een arts aangrijpend en doe je niet zomaar. Zodoende viel ze op het moment dat ze het nodig had, tussen wal en schip. Zelfs de in het ziekenhuis toegezegde morfine-injecties bleven achterwege. Dunne pleisters drukten we op haar huid, zonder veel resultaat. Na veel bellen en zeuren kreeg ze uiteindelijk een injectie morfine van een weekendarts van de huisartsenpost. Later die dag is ze overleden.

Het was meer dan een jaar later voor we zo met Sientje worstelden. Zeker, ze was een oude hond. Maar ons teckeltje was aan het lijden. Het was uitzichtloos. Voor wie houden we haar nog in leven? Ik vroeg het Inge, maar misschien nog meer aan mijzelf. ‘Volgens mij hoeft het van haar niet meer’, antwoordde Inge. Sientje staarde met een lege blik de kamer in. Het leek of haar ogen al voorbij de voorwerpen keken.

Niet meer duiden

Haar ogen keken naar iets dat er niet was. Ze kon het niet meer duiden. Voor het eten in haar voerbak, kwam ze nog wel. Ze hapte. De drang te (over)leven was daar sterk genoeg voor. Maar in de wilde natuur was ze allang overleden. Een dementerend lid van de roedel zou een veel te groot gevaar zijn voor de groep. Ze zouden haar in de steek laten.

Wij hielden haar nu in leven omdat wij haar niet konden missen. Daar lag een verkeerde gedachte. Het was namelijk niet in het belang van Sientje om haar in leven te houden. En we dachten terug aan wat Inges moeder zei: een hond heeft het menselijker dan een mens.

Zij werd weerhouden om te sterven als het voor haar genoeg was. De geloofsovertuiging van haar huisarts stond in de weg. Hij legde haar zijn geloof op door haar niet te helpen. Soms help je iemand ook door hem of haar dood te laten gaan.

Hele verantwoordelijkheid

Ik vond het wel een hele verantwoordelijkheid. Dat wij gewoon over het leven van Sientje konden beslissen. Het paste niet. Moest ze niet gewoon op een ochtend dood in de bench liggen? Dan was het gebeurd. Gewoon ergens in de nacht op een moment waar niemand bij was. Maar wie zegt dat dit ‘s nachts gebeurt? Gebeurt het niet op een heel ander moment, als je met haar aan het lopen bent en zij ineens instort.

Een lange lijdensweg zou dan volgen. Misschien eindigt het sowieso met euthanasie, maar dan ben je wel een hele dag of misschien wel een paar dagen aan het tobben. En waarom? Van Sientje hoefde het allemaal niet meer. Die was al weg. Ze ademde nog, maar ze leefde niet meer. Het was niet meer de hond die we 9 jaar bij ons hadden gehad. Ze was op. Versleten en ze dementeerde. Het was tijd voor het moment. Daarom maakten we een afspraak.

Lees het vervolg: Het laatste zetje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Hernia of ‘Herni-nee’ – Sientje (61)

Bijna een uur na het SMS’je waren ze er weer. Sientje liep zelfs weer een stukje. Ze waren naar de dierenarts geweest. Die had uitvoerig de rug bevoeld. Waarschijnlijk was ze door de rug gegaan bij de val. Verkeerd ingeschat door het duister. Er was een hernia.

De stramme rug van de winter en daarna hadden parten gespeeld. Ze moest het gewoon rustiger aandoen. Geen trappen lopen en ook niet op de bank springen. Probeer elke belasting van de rug zoveel mogelijk te ontzien, had de dierenarts gezegd.

De kosten waren erg meegevallen. Sientje kreeg een prik in de rug ter bestrijding van de eerste pijn. Ook kreeg ze een doosje met pijnstillers mee. Ik was helemaal blij om mijn hondje weer in de arm te kunnen sluiten. Ze bleef er vrij stoïcijns onder, keek me met rustige blik aan. Waar ik mij druk over maakte! Alles kwam toch wel weer op zijn pootjes terecht. In elk geval op haar pootjes

Pijnstillers

Voor de komende 10 dagen kreeg ze pijnstillers. In elk geval goed het advies opvolgen. Mocht ze thuis weer last krijgen, zo snel mogelijk naar de dierenarts voor een nieuwe prik en pijnstillers. De volgende dag kreeg ze haar eerste portie. Een hele prestatie om die in de bek te krijgen, maar met allemaal trucjes lukte het eindelijk.

Na de inname wilde ze alweer het afstapje van de caravan afspringen. Dat vroeg om aandacht, want onder geen beding mocht ze die grote afstand al met haar tere ruggetje springen. De rug zou zo weer in een hernia terechtkomen. Dat was veel te gevaarlijk. De hele dag probeerde ik erop te letten dat ze geen rare bewegingen maakte. Dan tilde ik haar voorzichtig op als ze op de bank wilde kruipen. Haalde haar er even voorzichtig af als ze eraf dreigde te springen. Veel te gevaarlijk allemaal.

Ze herstelde snel en met het herstel kwam de overmoed. ‘We geven haar gewoon wat minder pijnstillers’, stelde Inge voor. ‘Ze wordt wel heel erg vrij en daarmee overmoedig. Dat kan niet de bedoeling zijn.’ Zo verminderden wij langzaam de dosis. Met elke extra overmoed, kreeg ze wat minder pijnstillers. Elke dag wat minder.

Kippentrappetje

‘Misschien moeten we een kippentrappetje maken voor haar om in de caravan te komen’, kreeg Inge als idee. Ik legde een plank bij de ingang van de caravan vanuit de aanbouw. Maar Sientje ontweek die liggende plank keurig om ernaast naar binnen te springen. Het springen leek beter dan ooit te verlopen.

Thuisgekomen in Almere kon ze ook weer het trappetje voor het huis nemen. Dat ging voor vertrek veel moeizamer. De pijnstillers gaven we haar al na een paar dagen helemaal niet meer. Ze leek niet veel last meer van haar rug te hebben.

Ze liep weer lekker rond en sprong op en van de bank alsof ze niks had gehad aan haar rug. Het leek zelfs of de hernia de rug weer in het gareel had gekregen. Ze was bij het lopen niet meer zo stram als voorheen. De hond leek helemaal genezen van alle kwalen. Inge vroeg zich af of de hernia niet een ‘herni-nee’ was geweest.

Goed besluit

Dat de goede dosering van pijnstillers een goed besluit was geweest, hoorde ik later van de kapster. De vrouw bij wie ik mijn haar altijd liet doen, had ook een heel schattig teckeltje. Van een veel kleiner formaat, maar zeker zo schattig was dat hondje. Die ruwhaar teckel was altijd bij haar en sliep in een mandje bij de ingang. Dan begroette ze je enthousiast als je je haren kwam doen.

Op een dag dat ik mijn haar liet doen, was het hondje er niet. Ook het mandje stond er niet meer. Ik vroeg waar haar teckel was. ‘Die is dood’, zei ze. Ze begon gelijk te snikken. ‘Ja, ik mis hem nog elke dag.’ Daarna volgde het verhaal. Hij was net 4 jaar oud geworden. Ze dacht zelf dat hij als puppie een keer hardhandig door een herder was gegrepen en dat zijn rug daar zwak door was geworden. Later kreeg hij hernia op hernia. De laatste keer kreeg hij een prikje en pijnstillers mee.

Overmoedig

De pijnstillers maakten hem overmoedig. Een sprong van de bank gaf het de genadeklap. Hij was niet meer te redden en werd uit zijn lijden verlost met het genadespuitje. Ze huilde weer en ik vertelde van Sientje bij wie we juist de dosering hadden aangepast. Het had haar leven gered, besefte ik en dankbaar verliet ik de kapper.

Ons was veel leed bespaard gebleven door ons niet aan de voorgestelde dosering te houden. De dierenarts bezochten we niet meer sinds de laatste operatie. Daar hadden we ook geen behoefte aan.

Lees het vervolg: Oververhit »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief