Tagarchief: dichters

Schuldige knoop losmaken: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 23a

Dante, Vergilius en Statius lopen nu samen op. Terwijl Dante staat te dromen bij de boom, haalt Vergilius hem weer bij de les. Kom opschieten, de tijd die ons rest is te kort om te dromen.

De dichter achtervolgt hem vaak met het nuttig besteden van de tijd. De reis door het hiernamaals is er een van haastige spoed. Er is weinig tijd om even weg te dromen en te staren in het groen.

Een groep uitgemergelde zielen passeert het schrijverstrio dat hier door de 6e omgang loopt. De vergelijking die Vergilius maakt in zijn antwoord aan Dante is mooi:

“O lieve vader, wat is het dat ik hoor?”
Begon ik. En hij: “Misschien schimmen, die
Rondgaan, den knoop van hun schuld losmakend (vs 13 – 15; vert. Bremer)

Het zijn zielen die de knoop van hun zonden proberen te ontwarren, stelt Vergilius tegenover Dante. De schimmen zingen een tekst uit psalm 51. In deze boetepsalm smeekt de zanger of God zijn lippen wil openen om Hem de lof toe te zingen.

Hier merkt de verteller eveneens op dat de zielen niet eens in de gaten hebben dat ze langslopen. Al voorbijgaand, kijken ze wandelend naar het drietal dichters om.

Evenals peinzende pelgrims doen,
Die opweg onbekende menschen inhalen,
En zich naar hen omwenden en niet blijven staan.

Zóó, achter ons aan, zich sneller bewegend,
Komend en voorbijgaand, nam met verwondering op
Een groep van zielen, zwijgend en devoot (vs 16 – 21; vert. Bremer)

Ze zijn uitgemergeld en met open mond kijken ze de dichters na. Hun gezichten zien er uit als ‘omo’, waarbij de m heel duidelijk zichtbaar is. Het duidt op het Latijnse woord voor mens.

Het is op deze plek dat Dante een vriend ziet. Forese uit Florence.

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Dubbele inspiratiebron: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 22

In de 6e omgang op de Louteringsberg – de P van de hebzucht wordt van Dantes voorhoofd geveegd door een engel – spreken Vergilius en Statius met elkaar. Dante loopt gedwee achter hen en luistert naar wat de 2 dichters uit de oudheid elkaar te vertellen hebben.

Hier weet de verteller heel mooi het lastige onderwerp van de uitverkiezing te omzeilen. Hij zegt namelijk dat Statius stiekem Christen is geworden. Bovendien krijgt Vergilius hier een mooie rol toebedeeld. Statius zou zijn gestimuleerd door een fragment uit Vergilius’ herderszangen, Bucolica.

De verteller haalt het hier ruw vertaald aan. Hij laat Statius het heel mooi inleiden door te verwijzen naar de donkere wereld waarin Vergilius geleefd zou hebben. De dichter heeft de lamp op zijn rug gedragen en de mensen na hem verlicht. Waaronder Statius:

“Door u was ik een dichter, en door u een
Christenmens. Maar om u beter aan te tonen wat ik teken,
zal ik het met de hand u schilderen.”
“Reeds was de hele wereld zwanger
van het waar geloof, gezaaid door de afgezanten
van het eeuwig rijk;”
“En uw woord, dat ‘k zoëven meldde,
paste zó goed op de nieuwe heilverkonders,
dat ik placht hen te bezoeken.” (vs 73 – 81; vert. Haghebaert)

Vergilius als dubbele inspiratiebron. Niet alleen om te kunnen dichten, maar ook om Christen te worden. Daarna volgt het verhaal van zijn bekering in het verborgene. Uit angst houdt Statius zijn nieuwe geloof voor iedereen verborgen. Vandaar dat hij ook gestraft wordt.

Dante loopt verder achter de 2 dichters aan en luistert naar hun gesprek over de dichtkunst. Het geeft Dante meer inzicht in de dichtkunst. Het inzicht dat hem brengt tot het resultaat: het boek waarin dit tafereel staat: De Divina Commedia.

Gedichten rond Canto 22

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1901. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Bloggende dichters

Leo Vroman mag een oud mannetje zijn, hij schrijft fantastische gedichten. Ik voelde mij een keer zo trots als een pauw toen ik een mailtje van hem kreeg over een recensie die ik geschreven had. Ik besprak in de recensie de bundel Tweede verschiet.
Vanmorgen ontdekte ik bij toeval de weblog die hij deze week voor de Volkskrant bijhoudt. Daar kun je zien dat een dichter aan het woord is. Prachtige dichtregels ontkiemen uit het dichterlijk moeras van de blog:

Als ik eindelijk mijn ogen sluit
zeilt er een vlucht hyacinthen
in gebleekte linten gebundeld
naar buiten en voor mij uit
(of niet, natuurlijk)

Ik maakte wel wat los vandaag bij mij, ineens ontsproten vier dichtregels tijdens kantoortijd:

Heel langzaam wissen de sporen
verdwijnen in het universum
zwaaien naar maanmannetjes
en lege marsplaneten

Dan is het op…