Tagarchief: dichten

Dichter op de IJssel

Mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de gedichtenbundel Dichter op de IJssel. 26 dichters zingen een loflied in deze bundel over de rivier de IJssel. Het is een dichtbundel die het literaire antwoord is op de IJsselbiënnale 2017 die vorige week is geopend.

Bij de IJsselbiënnale staan in de steden langs de IJssel mooie kunstwerken opgesteld langs de rivier. Ze leggen de verbinding tussen het landschap en de rivier. Het thema is dit jaar klimaatverandering. Daarom is een dichtwedstrijd uitgeschreven waaraan ik heb meegedaan. Het resultaat: mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de bundel.

De dichtbundel is verkrijgbaar in de lokale boekhandels van de IJsselsteden waar de biënnale gehouden wordt. Daarnaast zal hij zeker ook te koop zijn bij 1 van de poëzievoordrachten de komende maanden.

Meer informatie op: dichteropdeijssel.nl

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Gedichten leren eten

img_20160724_180716.jpgGedichten schrijven zouden veel Nederlanders kunnen, schrijft Ellen Deckwitz in haar inleiding bij haar schriftelijke cursus hoe je kunt genieten van poëzie. Dat het lezen een stuk lastiger is, bewijst ze in haar Olijven moet je leren lezen.

Poëzie lezen is hetzelfde als het leren eten van olijven, schrijft de dichteres. Hoe vond je de eerste olijven? Of het allereerste biertje? Je hebt ontdekt dat het lekker is door het te eten en te drinken. Zo werkt het ook met poëzie, stelt Ellen Deckwitz.

Ook gedichten kun je leren eten. (11)

Of ze daar gelijk in heeft, weet ik niet. Ze doet wel een poging om poëzie bereikbaar te maken. In 23 artikelen schetst ze verschillende aspecten van gedichten en licht ze bepaalde dingen toe. Moet een gedicht bijvoorbeeld rijmen of kan poëzie troosten? Het zijn legitieme vragen over de geheimzinnige wereld van de gedichten.

Het blijft voor mij wel de vraag of poëzie niet onbereikbaarder wordt door het te proberen uit te leggen. Juist die geheimzinnigheid, dat weëe gevoel in je maag. Dat helpt je verder om gedichten tot de diepste kern te vinden. Niet het praten dat het mooi is, maar het voelen dat hier iets machtigs gebeurt waar je geen invloed op hebt. Dat vind ik het mooie van poëzie. Het verstand kan er daarom niet altijd bij en ik weet niet of je verder moet willen.

Zo beweert Ellen Deckwitz dat een gedicht zeker niet alles kan betekenen. Als je dat zou beweren, doe je het gedicht onrecht:

Poëzie betekent dus een leesafspraak. Een gedicht kan veel betekenen, maar niet alles. Wie dat denkt is gemakzuchtig en doet het gedicht onrecht. Je beroept je dan op het moeilijke imago van de poëzie, terwijl hier net in amper achthonderd woorden is gedemonstreerd dat interpretatie in de praktijk reuze meevalt. (77)

Het draait bij poëzie niet om wie er gelijk heeft, maar wat het losmaakt, stelt ze. Ik ben het maar gedeeltelijk met haar eens. Juist dat interpreteren maakt voor veel lezers zoveel stuk. Het onheimelijke gevoel dat een gedicht of een dichtregel kan oproepen, hoeft niet altijd verklaart te worden. Maar mag er zijn en in dat geval mag er betekenis zijn, maar het hoeft niet.

Dat is juist het geheim van de poëzie.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Brieven uit Genua

image

In zijn jonge jaren droomde de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ervan een boek te schrijven met de titel Brieven uit Genua. Dat schrijft de classicus, dichter en romancier die sinds 2010 in de havenstad Genua woont. Hij schrijft het in het boek met dezelfde titel als waarvan hij vroeger droomde.

Hij eert deze stad in zijn roman La Superba. Dat is een project waaraan hij 4 jaar werkte, zo schrijft hij in 1 van zijn 50 brieven aan Gelya.

700 pagina’s egodocument

Nu verwent hij zijn lezers op een 700 pagina’s egodocument boordevol met brieven uit de Italiaanse stad. Een gigantisch project, niet alleen voor de lezer, maar ook voor de schrijver, kan de lezer lezen. Vanaf de eerste brief op 27 april 2012 tot de laatste, 2 november 2015, ligt bijna een even lange periode als hij over de roman La Superba heeft gedaan.

Er gebeurt ontzettend veel in deze periode. Niet alleen sterft zijn oma en wint hij diverse literaire prijzen als de Libris Literatuurprijs. Hij brengt ook een nieuwe dichtbundel Idyllen uit, waarmee hij eveneens in de prijzen zal vallen. Net als dat hij een ontsteking aan zijn achterste krijgt.

Brieven aan Gelya

Niets blijft de lezer bespaard. De rode draad in de bundel vormen de 50 brieven aan Gelya. Ze worden afgewisseld met andere brieven, aan officiële instanties, aan Europa, aan zijn moeder, familie van moederskant en aan de Ilja Leonard Pfeijffer uit het verleden.

Om met het laatste te beginnen. Deze brieven zijn een mooie vondst binnen het genre van het egodocument. Ze staan in het hart van de bundel en beslaan bijna 170 pagina’s. Deze brieven zijn verreweg het meest interessant. In elk van de 12 brieven, haalt de brievenschrijver een ander tijdperk en een ander facet uit zijn leven aan.

Hele leven

Ilja Leonard Pfeijffer deelt zijn hele leven overzichtelijk in. Het leuke is ook dat de brieven in omgekeerde volgorde zijn geschreven. De datum loopt steeds verder terug met elke nieuwe brief. Je leest ze in de omgekeerde volgorde waarin ze geschreven zijn.

Al heeft het ook iets pathetisch en laten sommige delen een iets te overtrokken beeld bij de lezer achter. Ze lijken de schrijver groter te willen maken dan hij al is, waarmee hij zich soms een tikkeltje bespottelijk maakt.

   Intussen begint die zo effectief opgebouwde reputatie je een beetje dwars te zitten, ik weet het. Waar je allergisch voor bent geworden, is het woord ‘virtuoos’. Ik gebruikte het net ook. Om je te pesten. Het lijkt een compliment, maar wie jouw werk virtuoos noemt, bedoelt daarmee dat het allemaal effectbejag is, toeters en bellen, briljant gejongleer, heel knap, maar dat het uiteindelijk nergens over gaat. Omdat je het fatsoen hebt om, anders dan je meeste collega’s, aandacht te besteden aan de vorm, denken ze dat het je alleen te doen is om de vorm. Het is niet makkelijk om jou kwaad te krijgen, maar daar kun je woedend over worden. (455)

Zeker, een leven kan haast ongemerkt aan je voorbij gaan, maar dat doet de brievenschrijver Ilja Leonard Pfeijffer vooral niet. Elk detail wordt als een groots wapenfeit beschreven. Olifanten en muggen zwermen om elkaar heen en maken zichzelf groter dan ze zijn.

Zuchten

Dat zijn de delen waarbij je het even moet zuchten. Het is de herinnering die het dan van je wint. De studie in Leiden, de fietstocht naar Genua, de romans en dichtbundels trekken aan je voorbij. En de vele liefdes die de held van het verhaal steeds tot diep in het hart raken.

Net als de flamboyante levensstijl van Ilja Leonard Pfeijffer. Het aantal drankglazen en peuken tel je niet meer, maar het zijn er meer dan het aantal pagina’s die het boek telt. Dat kan niet anders dan misgaan, al valt de ontknoping een beetje in het niet bij al het woordengeweld dat uit de rest van de brieven spreekt.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Intrigerende keuzes – #WoT

imageJe krijgt weleens van die vragen waarbij je een intrigerende keuze moet maken. Bijvoorbeeld: stel je moet naar een onbewoond eiland en mag 10 boeken meenemen. Welke boeken neem je dan mee? Van die keuzes die je bijna onmogelijk kunt maken. Waarom zou ik het boek dat ik vandaag meeneem, morgen willen lezen?

Ik laat dit soort vragen het liefst onbeantwoord. Buiten het feit dat afgevoerd worden naar een onbewoond eiland gewoon verbanning is. En het meenemen van een paar boeken een vorm van zelfcensuur is. Je beknot je eigen vrijheid met zo’n radicale keuze.

Bij een bijzonder gesprek vorige week, kreeg ik de vraag waarmee ik zou stoppen als het moest: mijn persoonlijke blog of mijn gedichtenblog.

Een duivels dilemma. Het kiezen tussen mijn veelbezochte blog of een blog die mij erg aan het hart is. Ik beloofde er een blog over te schrijven en dat doe ik nu.

Het antwoord weet ik nog steeds niet. De gedichtenblog is mij dierbaar, net als mijn persoonlijke blog. Zeker ik kreeg al weleens eerder de vraag waarmee ik zou stoppen als het moest.

Ik neig eerder naar het afwisselen van beide blogs dan het helemaal stoppen met één van de twee. Al vind ik de nieuw ingeslagen weg op wolkenhemel.blogspot.nl minstens zo intrigerend. Voor degene die het niet gemerkt heeft, sinds maart schrijf ik om de dag een haiku.

Deze andere dichtvorm beïnvloedt sterk hoe ik naar de wereld kijk en lijkt bijna op mediteren. Daarom kan een vernieuwing nooit kwaad, maar een radicale keuze vind ik een stap te ver.

Liefdewerk, oud papier – #WOT

image

Liefdewerk, oud papier. Het gebeurt belangeloos. Of je ergens wil opdraven om een gedichtje voor te dragen. Of je wil meedoen met het schrijven van een blog, liefst elke maand een keer. Of je een artikel wilt schrijven voor een tijdschrift. Of je ergens orgel wilt spelen. Allemaal vragen waar je erg verguld mee bent, maar die allemaal zonder vergoeding moeten gebeuren.

Natuurlijk wil ik het allemaal wel doen voor de eer. En het is geweldig om ergens een verhaal te mogen voordragen. Of een gedicht van jezelf in een mooi boek terug te zien. Maar waarom zou dit altijd maar belangeloos moeten. Soms ben ik uren in de weer om zo’n gedicht te kunnen maken. Omdat het een opdracht is, doe ik er extra moeite voor en raffel het niet zomaar af. Ook een gastblog bij een ander krijgt meer aandacht dan een standaard blogje op mijn eigen blog. En dan moet het allemaal gratis!

Tot voor kort durfde ik nooit geld te vragen voor mijn creatieve uitingen. Tot ik een interview met Arjen Lubach las. Hij stelt daarin dat dichters en woordkunstenaars zich niet altijd door organisaties moeten laten afschepen het gratis te doen. Voor een festival krijgen de bouwers van het podium, geluidsmensen en lichtmensen netjes betaalt, alleen de dichters die optreden moeten het gratis doen. Hij stelt dat dichters gewoon geld voor iets moeten durven vragen.

Na het lezen van dat artikel ben ik wel wat kritischer geworden. Voor de kunst, betekent niet altijd voor niks. Mijn kunst mag best iets kosten voor een organisatie. Als het publiek voor Frans Bauer 75 euro betaalt, waarom zou ze niks voor mij over hebben. Natuurlijk, het klinkt arrogant, maar ik denk dat soms best iets voor een optreden mag vragen.

Mijn vraag voor een vergoeding voor een gedicht voor een boek waarin ik een tijdje geleden meewerkte, is niet wat ik droom, maar het laat wel zien dat ik wel voor iets wil staan. Het heeft nog niet tot het gewenste effect geleid, ik ben nog in discussie met de organisatie. Maar het principe is voor mij duidelijk.

Overigens komt de term ‘liefdewerk, oud papier’ van een liefdadigheidsinstelling uit Amsterdam die sinds 1876 oud papier inzamelde voor de armen. De combinatie sprak blijkbaar zo tot de verbeelding dat het symbool staat voor belangeloos iets doen.

In mijn verbeelding staat het papier ervoor dat het ook waardeloos, want ik ervaar het liefdewerk vaak als iets waar mensen geen geld voor over hebben. Ik wil graag belangeloos aan iets meewerken, als het geld dat ik daarmee niet krijg, naar een goed doel gaat. Zolang mij dat doel niet duidelijk is, doe ik niet meer automatisch gratis mee.