Tagarchief: dichtbundel

Dichter op de IJssel

Mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de gedichtenbundel Dichter op de IJssel. 26 dichters zingen een loflied in deze bundel over de rivier de IJssel. Het is een dichtbundel die het literaire antwoord is op de IJsselbiënnale 2017 die vorige week is geopend.

Bij de IJsselbiënnale staan in de steden langs de IJssel mooie kunstwerken opgesteld langs de rivier. Ze leggen de verbinding tussen het landschap en de rivier. Het thema is dit jaar klimaatverandering. Daarom is een dichtwedstrijd uitgeschreven waaraan ik heb meegedaan. Het resultaat: mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de bundel.

De dichtbundel is verkrijgbaar in de lokale boekhandels van de IJsselsteden waar de biënnale gehouden wordt. Daarnaast zal hij zeker ook te koop zijn bij 1 van de poëzievoordrachten de komende maanden.

Meer informatie op: dichteropdeijssel.nl

Zwanger van een gedicht

image

In Ingmar Heytzes nieuwe dichtbundel De man die ophield te bestaan is het lyrisch ik meer dan zwanger van een gedicht. Hij vult de bladzijden met het lief en leed van het zwanger zijn. De machteloosheid van de man en tegelijkertijd zoekt hij naar bevestiging. Hij heeft weldegelijk ook een bijdrage aan het prille gezinsgeluk.

De nieuwe dichtbundel van Ingmar Heytze laat ook duidelijk zien in welke fase van het leven hij beland is: die van het naderende vaderschap. Op overtuigende wijze volgt het lyrisch ik de verschillende fases die bij het krijgen van kinderen gepaard gaan. Van de eerste echo, het inrichten van de babykamer, de bije doos tot aan de geboorte.

Vertwijfeling en verwachting

Elke onderdeel van de zwangerschap vult het lyrisch ik met een nieuw gedicht. Hij weet hierbij heel mooi en treffend de vertwijfeling, onzekerheid en verwachting naar de nieuwe levensfase te verwoorden. Dat gaat van het timmeren van het ledikantje tot aan het meeleven bij de vele echo’s die gedurende de zwangerschap gemaakt worden.

Gelukkig weet Ingmar Heytze tussendoor ook gevoelige dichtsnaren te raken. Zoals het gedicht Smalfilmjaren waarin hij refereert naar de filmer zijn vader:

[…]. Mijn vader, eeuwig
buiten beeld, plakt ons leven aan elkaar.
Regie, montage. Lijm en schaar. (14)

Hij weet hier een mooi beeld op te roepen van zijn eigen jeugd waarbij zijn vader alles filmde en zelf buiten beeld bleef. De ratelende projector, de korte fragmenten en de stilte waarin de film speelt. Een herinnering van een kind uit de jaren ’70. Herinneringen die naadloos aansluiten op de liedjes van Spinvis. Deze zanger uit Nieuwegein zinspeelt op dezelfde soort beelden.

Monster

En dat kind krijgt nu zelf een kind. Je leest de vertwijfeling die je zelf als toekomstig vader ook voelt. Is het leven straks na de bevalling nog wel hetzelfde en misschien zit er wel een monster in haar buik zoals in het gedicht Nekplooi:

Je maakt een kind om te vergaan.
Ik was er zelfs soms liever niet geweest.
Maar dan, wie weet wie later naar
de sterren springt, de redeloze aarde
redt. Wie de nieuwe Breivik baart. (27)

Dichtregels die regelrecht naar regels uit een liedje van – geloof ik – Annie M.G. Schmidt verwijzen. Hierin zingt ze dat elke moeder hoopt een beroemd kind te baren. Misschien wordt hij wel professor, schrijver of president. Dat hij net zo goed een dief of moordenaar kan worden, vergeet ze liever. Daarvoor zet je geen kinderen op de wereld. Ingmar Heytze geeft er zijn eigen draai uit onze tijd aan door het monster Breivik aan te halen.

Zo deint Ingmar Heytze mee op de golven van zijn levensfase. Elke nieuwe fase krijgt een eigen dichterlijke dimensie. Dat levert nu mooie gedichten op die ik elke aankomend vader van harte zou aanbevelen. De bundel De man die ophield te bestaan geeft een mooi beeld van een even mooie tijd, die bij mij een gevoel van weemoed oproept van een tijd die geweest is. De tijd van de verwachting.

Ingmar Heytze: De man die ophield te bestaan. Gedichten. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2015. ISBN: 978 90 5759 698 8. Prijs: 16,50. 56 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over De man die ophield te bestaan van Ingmar Heytze. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Achter de wolken

image

De hoogste verwachtingen had ik bij het openen van de bundel Waar we wonen van Thomas Möhlmann bij de cyclus ‘Achter de wolken’. De onderlinge verbanden proberen een vliegreis voor te stellen, met verwijzingen naar een vliegtuig, een vertrekhal en een haven. Waarbij het lyrisch ik de ene keer op de grond staat en andere keer vliegt.

Het vijfde gedicht steekt met kop en schouders boven de andere gedichten in die cyclus uit. Het heet ‘De lucht trekt open, de lucht trekt dicht’. Hier spreekt het lyrisch ik in heel mooie en treffende beelden in de tweede strofe:

een blaar drukt langzaam een nagel van zijn plaats
een man trekt als een T-shirt een paardenvel
over zijn hoofd, de aarde sleurt de wijzers omlaag
en de maan beurt ze weer op, in de ketel tikken
lucht en water elkaar aan, in de vitrine ademt het ijs
onder een vis, een vliegtuig slaat sierlijk zijn vleugels uit. (27)

Het typeert de dichter Thomas Möhlmann. Hij zet de lezer graag op het verkeerde been. Want trekt de man nu een t-shirt of een paardenvel over zijn hoofd? Het is een beetje een flauw spel, dat na een paar gedichten zelfs begint te vervelen, maar in een gedicht zijn werk goed doet. Hetzelfde geldt voor de beelden die hij steeds weet op te roepen.

Het zijn mooie op zichzelf staande beelden waar je lekker bij kunt wegdromen. Het spel met de lezer komt op een grappige manier tot uiting in het negende gedicht uit deze cyclus. Hier blaast het lyrisch ik de rook van zijn sigaret omhoog ‘ín een dunne trechter’:

trek jij daar boven in het donker
achter de wolken, over de wolken
in een lichte stip aan mij voorbij. (31)

Een grappig beeld, dat zeker hout snijdt op deze plek. Alleen vraag ik mij af of het gedicht nog mooi is bij herlezing. De raadselachtigheid lijkt met deze duiding te zijn verdwenen. Dat effect weet Thomas Möhlmann in zijn bundel niet zo goed te overstijgen. Het blijft een beetje zweven bij die eenmalige lezing en nodigt niet uit om vooruit of terug te bladeren.

De bundel vraagt daarmee niet om herlezing. Het grijpt je niet vast, wat ik bij andere dichters wel vaak heb. Om ze nog een keer te lezen en nog een keer. Tegelijk besef ik dat het een heerlijke bundel is om te lezen. Het effect is genieten op het moment. Geen opsmuk, in eenvoudige taal en universele beelden.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een vervolgbijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Waar we wonen

image

Er zijn weinig dichtbundels die je in één ruk kunt uitlezen. Daarvoor vragen de gedichten teveel van je. Alleen bij dichtbundels van Gerrit Komrij heb ik dat, of in de mooie cycli van Pablo Neruda en Simon Vestdijk. De bloemlezing trekt me meestal wel naar binnen en houdt mij al bladerend goed vast.

Verder leg ik dichtbundels heel vaak weg, lees er weer een paar. Hap, snap. Blader vooruit, sjees achteruit en speur naar de verbanden tussen de gedichten. Het lezen gaat zo niet snel en soms verlies je de helft van de gedichten uit het oog. Dat is niet erg. Het gaat om de beleving.

Gestructureerder lezen

Waar we wonen van Thomas Möhlmann probeer ik wat gestructureerder te lezen. Het lukt niet. De heldere structuur waarin de bundel is ingedeeld, zou het wel makkelijk moeten maken. Ik haal die beleving uit de eerste vier gedichten onder de noemer ‘Afspraak’. Hierin speelt Möhlmann op een aantrekkelijke manier met gegevens uit de verschillende gedichten. Ze verwijzen naar elkaar, schieten kris kras over elkaar heen. En buitelen als de vonken van een vuur omhoog de hemel in.

Iemand wees naar de sterren en zei we leven
maar zo kort, nog een uur en twee blokken hout
voor het donker wordt, we moeten de huiden
zoeken en een bootje van twee mensen wordenom warm te blijven, om te weten met wie
je in hetzelfde schuitje, met wie zo lang
het donker duurt, zo lang een leven duurt
zo lang het duurt je een leven delen kan. (10)

Een magistraal begin, kijkend naar de sterrenhemel terwijl je aan het kampvuur zit. Dan spreek je over de diepere dingen van het leven. Wel is het einde iets te vanzelfsprekend en herhaalt het lyrisch ik teveel zichzelf. Hierdoor blijven de woorden een beetje rondcirkelen zonder echt doel te raken.

Weg

Na de vier openingsverzen is het weg. De verbanden in de rest van de cyclus ‘Hiervandaan’ schieten hun doel voorbij. Het zijn de flarden die mij treffen, de beelden die Thomas Möhlmann zo mooi oproept. Zoals in ‘Twee overzijden’ waarin het lyrisch ik spreekt over wolken die fluitend voorbij razen en ‘het tikken van wolken tegen de zon’. Zulke beelden spreken mij zeker aan als wolkendichter.

Zo klinkt de verzuchting door in de derde dichtbundel van Thomas Möhlmann. De dichter, bloemlezer en redacteur van het tijdschrift Awater heeft vanaf 2009 om de vier jaar een nieuwe dichtbundel het licht gegund.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.