Tagarchief: de duif

De Duif

We lopen langs de grachten en stappen het Begijnhof in. Dan gaan we op het Spui op een bankje in de zon zitten. We genieten van onze broodjes en kijken naar de vele toeristen die voorbij lopen. Hoe een wagentje van de gemeente het plein schoonzuigt. Een grote stofzuiger waar een grote stofwolk vanaf komt als hij over het plein rijdt en tussen de kinderkopjes het vuil wegveegt en opzuigt.

We genieten van de voorjaarszon. Het vriest, maar het is helemaal niet koud om hier te zitten. De zon doet de rest en warmt je heerlijk op. Als we later langs de plek lopen met Vlaamse frites waar we vroeger altijd een zak patat aten aan het einde van een dagje Amsterdam, gaan wij verder naar De Duif.

Langs de Munttoren in de richting van de Prinsengracht waar we moeten zijn. Voorbij de Amstelkerk, helemaal van hout, vanwaar je al heel mooi de imposante gevel van De Duif ziet. Verstopt achter de hoge bomen, maar door de kale wintertooi is het gebouw goed te zien. De kerk zelf is ook indrukwekkend. Hoeveel ruimte er achter zo’n gevel verborgen zit.

We zijn mooi op tijd. Tijd om te acclimatiseren en de ruimte tot je te nemen. Als ik dan aan de beurt ben om te spelen, geniet ik vooral van de subtiele kanten van dit instrument. Het blijft een bijzonder orgel in Amsterdam, met veel Brabantse elementen erin. Dat komt ook door de lange bouwtijd van dit orgel waarbij de mooie dingen met elkaar verenigd zijn.

Ik moet wennen aan het toucher en de positie van het pedaal. Ik probeer er wat voorbereide werken op te spelen en leer dat je ‘Erbarm dich mein’ echt veel losser moet spelen, anders wordt het zo’n brei. Het beste lijkt Brahms uit de verf te komen, samen met die rustieke verfdoos boordevol met een klankpalet in alle soorten en toonaarden. Een instrument om bij weg te dromen, zelfs als je erop speelt. Het halfuur is zo voorbij.

Lees verder: De wallen en Oude kerk »

Dodelijke val

image

De wind slaat in het gezicht als ik de hoek om fiets bij het station. Ik rij net uit de tunnel bij het station, naast het busstation en krijg de wind van voren. De hoge gebouwen achter het station van Almere maken een windtunnel waardoor elk briesje in een storm verandert.

De zon schijnt net door een gat in het wolkendek en ik tuur over het vrij lege plein. Iets verderop rijdt een vrouw in een scootmobiel. Ze draagt een lichtgevend vestje. Naast haar loopt een andere vrouw, ze houdt het wagentje met een hand vast.

image

Ineens valt iets uit de lucht. Het wordt half meegenomen door de wind maar komt hard naar beneden. Het schiet door de lucht voor mij. Er klinkt een doffe smak. Ik kijk goed en zie een duif liggen. Het dier beweegt niet.

De dame naast de scootmobiel snelt toe. Ze kijkt verbaast omhoog. ‘Hij viel zo uit de lucht’, zei ze. Misschien een hartaanval gehad of zo. ‘We moeten iets doen’, roept de vrouw in het wagentje. ‘Er valt niets te doen’, zeg ik. De andere vrouw is bij de duif. ‘Ik leg hem aan de kant. Anders rijden er mensen overheen.’ Ze pakt het dode dier op. De nek bungelt omlaag. De pootjes staan omhoog. Er loopt een straaltje bloed uit de nek.

image

Als ze weg zijn, maak ik snel een foto. Dat dit dier hier zomaar uit de lucht viel. Het regende vogels, las ik vorige week. Dit is wel een heftige vorm van regenen. Wat als je zo’n beest voor de kop krijgt, denk ik. De wind streelt in het gezicht.

Ik maak nog een foto van de hemel. ‘Mooi hè dat dat allemaal ken vanuit zo’n klein gaatje’, roept een man die langsfietst. Hij ziet de vogel niet liggen. Zijn vrouw rijdt naast hem en giechelt. Hij probeert een lolletje te slaan uit de fotograaf van vallende vogels. En slaat de hoek om. Veilig uit de wind, onder de tunnel van het station door.

image

Thuis vertel ik het verhaal over de vallende duif. Inge kijkt aandachtig naar de foto op mijn mobieltje. ‘Een vogel valt niet zomaar uit de lucht. Die is aangevallen door een roofvogel.’ Ze wijst naar de pennen die uit de kop steken. ‘Dat gebeurt echt niet als hij zomaar uit de lucht valt. Een roofvogel heeft hem te pakken gehad en per ongeluk laten vallen.’

Het zou best kunnen en ik denk aan de twee vrouwen die het diertje wilden begraven. Ze dachten ook dat de duif zomaar uit de lucht viel. Dat het diertje prooi was van een roofvogel, zou het allemaal nog erger gemaakt hebben. Een dood zomaar is toch minder erg dan een moord door een roofvogel.

image

2013 in blogs (7) – Muziek maken

image

Muzikaal volgt 2013 de weg die ik in 2012 insloeg. Met als hoogtepunten het spelen op het Smitsorgel in De Duif te Amsterdam en de rit langs vijf orgels in Groningen. Mijn vader schafte een ander pijporgel aan en ik hielp hem met de verhuizing.

Met improviseren ben ik verder gegaan op de ingeslagen wegen, met onder andere filmpjes op de orgels van De Duif in Amsterdam en De Rank in Zuidhorn. De maat houden is een punt van aandacht. Ik ben aan het zoeken naar nieuwe wegen, zoals ik afgelopen week heb gedaan met een improvisatie bij het gedicht Spiegel.

Lees verder

Dit is de zevende blog van tien blogs over 2013

Improvisatie op Ic wil mi gaen vertroesten

image

Daar is hij dan: de improvisatie op Ic wil mi gaen vertroesten die ik zaterdag speelde op het orgel van De Duif in Amsterdam. Gelukkig kreeg ik hulp van de organist Stephan van de Wijgert bij het kiezen van mooi registraties. Het zijn 6 variaties geworden, omlijst met het koraal aan begin en einde.

De improvisatie bestaat uit de volgende variaties (met de tijden ervoor in het filmpje):

00:00 koraal: quintadeen
00:58 variatie 1: fluiten
02:50 variatie 2: cornetten hw en pos
07:27 variatie 3: 8-voeten positief
08:49 variatie 4: alle 8-voeten
10:17 variatie 5: sesquialter
11:32 variatie 6: pedaalsolo
14:37 koraal: plenum hoofdwerk

Opnemen

hoofdwerkkas-smits-orgel-de-duif-amsterdamIk mag haar nieuwe camera meenemen om mijn orgelspel in de Amsterdamse De Duif op te nemen. Trots maar ook met de vrees iets kapot te maken, draag ik het ding in mijn tas. Een statief om hem goed te positioneren slingert los aan mijn hand. Ik pak het allemaal goed aan vandaag.

Ik durf de camera met statief niet te ver weg te zetten. Daarom met zicht op de speeltafel staat de apparatuur ook voor mij goed in het zicht. Ik stel alles in en zet mij achter de klavieren van het indrukwekkende Smits-orgel.

Het aantal orgels met drie klavieren waarop ik gespeeld heb, is op de vingers van een hand te tellen. Daarom voel ik mij deze ochtend de gelukkigste mens op aarde. Ik laat mij adviseren door de vaste organist van deze kerk. Hij weet welke klanken de verschillende combinaties opleveren.

Zo zit ik helemaal klaar en zet het beginakkoord in van Viernes Berceuse. Ik heb een paar noten gespeeld als ik besef dat de camera nog niet op opnemen staat. Snel stop ik mijn spel en vlieg naar het toestel. Mijn voeten tikken tegen de registers als ik mij losworstel van de speeltafel.

Het rode knopje druk ik in. De video loopt. Hij neemt op. Ik vlieg weer terug. Kijk nog even snel naar de registercombinatie en zet het akkoord weer in. Niet alles verloopt vlekkeloos. Ik loop vast in een akkoord en besluit opnieuw te beginnen. Ik ben nog niet ver genoeg op weg om de blunders voor lief te nemen.

De foutloze opname gaat vandaag niet lukken. Daar ken ik dit instrument niet goed genoeg voor. De pedaalpartij lukte mij thuis al amper goed in te studeren. Vandaag zit het helemaal niet mee. De brede en korte toetsen brengen mij nog meer van slag. Zodoende laat ik het zoveel mogelijk bij manualiter-spel.

Dan de improvisatie. Het koraal klinkt fantastisch op de quintadeen van het positief. Wat een prachtig register is dit. Ik krijg er wat verderop een fluit bij. Het klinkt goed. Dan een minimal-stijl zoals ik thuis had bedacht. Op de fluiten van dit orgel. Ik strand ergens en besluit dat het voldoende is.

Het gedeelte met de cornetten van hoofdwerk en positief vraagt wat voorbereiding in de registratie. Ik speel en geniet van de klank. Het zijn allebei prachtige registers die leuk tegen elkaar afsteken. Ik geniet maar besef dat het langdradig kan zijn.

Daarna ben ik alleen, de organist is even weggelopen. Ik probeer de pedaalpartij die ik thuis een beetje heb voorbereid, zoek er de juiste registratie bij. Het wordt voor mijn gevoel te machtig. Ik ga door en besef dat dit misschien allemaal iets teveel van het goede is.

Nog wat gerommeld en dan is mijn halfuurtje voorbij. Tijd voor de volgende. Hij neemt plaats op de orgelbank en zet een imposant boek voor zich op de lessenaar. De verticale balken verraden dat het een ander muziekschrift is dan ik ken. Hij zoekt een registratie en zet een imposant contrapuntisch evenwichtig muziekstuk in.

Ik druk voor de tweede keer op het rode knopje. De camera gaat uit. De komende dagen durf ik het resultaat nog niet te beluisteren. Dat is mij wel duidelijk.

Spelen in Amsterdamse De Duif

rugwerk-orgel-de-duif-amsterdamGisteren op de open orgeldag in de Amsterdamse De duif gespeeld. Daar staat een prachtig orgel van de Brabantse orgelbouwer Smits. Het is gebouwd in 1864 en in 1882 voltooid door zijn zoon. Het is het grootste Smits-orgel van boven de rivieren.

Het is een prachtig instrument waarop ik een halfuur mocht spelen. Ik speelde de Berceuse van Vierne met de mooie strijkers en fluiten die dit instrument rijk is. Elk werk bezit een holpijp met elk een eigen karakter.

Ik moest erg wennen aan het pedaal. De toetsen waren breed en vielen anders uit dan ik gewend ben. Zodoende was het lastig spelen. Ik heb het pedaal maar een beetje ontweken.

Na Vierne improviseerde ik enkele variaties op het lied ‘Ic wil mi gaen vertroesten’ (gezang 174). Het is natuurlijk altijd lastiger te improviseren op een onbekend orgel dan literatuur te spelen. Het gaf mij wel de kans om veel van het geleerde van de improvisatiecursussen in praktijk te brengen. Al met al leverde het best leuke stukjes muziek op.

hoofdwerkkas-smits-orgel-de-duif-amsterdam

Blijft staan dat je zo’n orgel eigenlijk nog beter wil leren kennen. Daar heb je meer tijd voor nodig dan het halfuurtje. Ook omdat het orgel van De Duif niet zo snel te doorgronden is. Het vraagt tijd en aandacht om de mooie dingen vand dit orgel te vinden.

Gelukkig hielp de organist Stephan van de Wijgert mee om het instrument wat sneller te leren kennen. Verder gebruikte ik mijn eigen gehoor om snel de fraaie elementen op te diepen uit de grote orgelkassen. De ruimte deed de rest, want het is een eerlijke profane ruimte waar ik echt van genoot.

smits-orgel-de-duif-amsterdam

Nadat ik gespeeld had, luisterde ik nog naar andere deelnemers. Het bewees weer dat het ‘boven’ heel anders klinkt dan beneden. Zo ontdekte ik dat het beneden nog intiemer klinkt. Een orgel naar mijn hart.

Bekijk de dispositie van het Smits-orgel op de website van De Duif

Beluister de improvisatie over ‘Ic wil mi gaen vertroesten’