Tagarchief: dagje weg

Catharijneconvent – Op zoek naar Maria (2)

We nemen de route via het Domplein naar het museum Catharijneconvent. In het oude klooster gewijd aan de martelares Catharina van Alexandrië, zit het museum voor religieuze kunst, met de nadruk op het Christendom. De kloostergangen zijn prachtig. Net als de naastgelegen Catharinakathedraal.

We komen er binnen. De entree nodigt niet zo erg uit. Ook omdat de kassa’s zo raar open in de ruimte staan. De garderobe weggemoffeld. Toiletten weer aan de andere kant en daar omheen is ook nog een museumwinkel.

Kinderen betalen hetzelfde bedrag als ouders. Ik ben dat niet meer echt gewend bij een museumbezoek. Het lijkt namelijk heel vaak zo dat de Museumkaart voor Doris een beetje overbodig is. Daar hebben we hier geen last van. De 3 euro extra entree moet ook voor haar worden betaald.

We dalen af naar de kelder om de doorsteek te maken naar het kloostergebouw waar we zojuist door de tuin liepen. In deze grote zaal krijg je een mooi overzicht te zien van de werken die in dit bijzondere museum te zien zijn.

Soms tref je al een religieus hoogtepunt aan, een altaarstuk of de middeleeuwse verluchtigde getijdenboeken. Prachtige werken, kleine kunstwerkjes op zich. Ik voel mij helemaal in de Middeleeuwen, proef de studie die Umberto Eco deed voor zijn prachtige kloosterroman In de naam van de roos.

Werken gemaakt in gevecht met het weinige daglicht, zeker in de wintermaanden die het bijna onmogelijk maakten om zo mooi te werk te gaan. De verschillende monniken die hieraan werkten.

Er hangt een groot gewaad dat Bonivatius zou hebben gedragen. Een deel van de stof van meer dan 900 jaar oud is al vergaan, een onderliggende stof moet het materiaal beschermen. Dat de missionaris al enkele eeuwen overleden was voor de stof er was, lijkt minder belangrijk.

Op zoek naar Maria

Dit is de 2e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (3) Middeleeuws religieuze kunst

Mariaplaats – Op zoek naar Maria (1)

We lopen van het station Utrecht Centraal naar het Catrijneconvent. Onderweg stoppen we bij de Mariaplaats, de halve kloosteromgang bij de voormalige Mariakerk. Het is nog altijd jammer dat deze kerk gesloopt is.

De kerk staat er al 200 jaar niet meer en toch mis je iets. Alsof hier een fundament uit de stad geslagen is op deze plek ten Westen van de Dom, onderaan het Middeleeuwse kruis van kerken.

Nu is de Mariaplaats het plekje voor zwervers en toeristen. Toeristen lopen in grote wolken van mensen door het rustieke plekje. De vele kruiden en bloemen die hier groeien, geven de mystiek een extra dimensie.

Een zwerver rolt een joint. Naast hem op het bankje staat een blikje bier. Wij gaan een niveau lager zitten, naar het Mariabankje waar bij de kloostermoppen rozen groeien. Ze vormen een heel eigen rozenkrans.

Wij nestelen ons op een bankje, halen de meegenomen broodjes met chocoladepasta en jam uit de tas. Heerlijk peuzelen we de broodjes op en drinken het water uit het meegenomen flesje.

Uit het conservatorium klinken pianoklanken. Een aspirant pianist oefent zijn vingers op een ingewikkeld stuk van Liszt. Ik kan echt genieten van zo’n moment. Niet gestoord door een openbare eetgelegenheid, maar gewoon op een plek waar je kunt genieten en een moment voor jezelf hebt.

Een groepsleider vertelt hier over de Mariakerk en het gat dat hier in de stad is achtergebleven. Ze geeft Napoleon de schuld, hij brak de kerk af om geld te werven voor zijn veldtochten naar onder andere Rusland.

Natuurlijk is het niet helemaal waar. De kerk werd toen niet helemaal afgebroken, het laatste gedeelte zou bijna een halfjaar later volgen om plaats te maken voor het huidige kanariegele gebouw waarin sinds jaar en dag het conservatorium gevestigd is.

Als je de Mariaplaats uitloopt, kijk je recht in het straatje naar de Domtoren. Het geeft iets mee van de gedachte aan het Middeleeuwse kerkenkruis. Al betwijfelen sommige onderzoekers of dit kruis ooit zo bedacht is en niet meer toeval is geweest.

Op zoek naar Maria

Dit is de 1e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (2) Catharijneconvent

Hyperrealisme

Het museum aan de andere kant van het Rotterdamse Museumpark, wat een heerlijke tegenhanger is van het Museumplein in de hoofdstad, is de Kunsthal. Het staat naast het Natuurhistorisch museum in Rotterdam wat op haar beurt de beroemde ‘Dominomus’ in zijn collectie bevat.

Wij stappen de Kunsthal binnen, vooral op zoek naar de tentoonstelling over het Hyperrealisme. Het vormt een mooi contrast tegenover de tijdelijk tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen met surrealistische schilderijen.

Het Hyperrealisme is een Amerikaanse stroming. Dit zijn schilderijen die heel waarheidsgetrouw lijken. Het lijken wel foto’s, soms bezitten de schilderijen dezelfde gladde laag als het glanslaagje op een kleurenfoto.

De compositie oogt als een alledaags tafereel van de straat. Het zijn namelijk bijna allemaal beelden van de stad en de straat. Een heus pretpark, een huis dat in de sneeuw staat of een druk kruispunt met auto’s wachtende bij het stoplicht en haastige wandelaars op weg naar het werk.

Zeker, er zijn uitzonderingen. Het levensgrote schilderij van een man in achter zijn bureau. Of een reusachtig gebakken ei. Een enorme hamburger op tafel, naast een zoutpotje en fles ketchup. Deze schilderijen zijn weer zo uitvergroot, dat het wel weer onrealistisch wordt. De hamburger en de erop liggende dressing verandert in een abstract schilderij.

De grap vindt plaats als je een foto maakt van deze schilderijen. Dan lijkt het schilderij opeens in een foto te transformeren. Een aparte gewaarwording. Van de beelden als je het schilderij van heel dichtbij bekijkt en ziet dat het geschilderd is en niet een foto is. Op de foto verdwijnen deze details weer.

Misschien is dat wel hyperrealisme. Zo realistisch dat het weer ongewoon wordt en verandert in een saaie foto. Alleen het origineel kan je nog overtuigen dat het echt een schilderij is.

Labyrint Boijmans Van Beuningen

Museum Boijmans Van Beuningen lijkt misschien het meeste op een labyrint. Een kunst-labyrint. Het museum is opgebouwd als een klassiek klooster. Het is gevormd rond 2 binnenplaatsen, waaromheen de kunst in kloostergangen gegroepeerd is.

Het is een labyrint ontdekken we vrijwel meteen als we vanaf de garderobe de eerste zalen binnenwandelen. Want waar is wat? Een enorme kaart van de wereld als kantklos hangt aan de muur. Het is niet wat het lijkt, niet kant, maar heel dun porselein.

De kunstenares ontdekte dat de vereiste techniek voor kantklossen jaren duurt en vond porselein bakken als alternatief. Net zulke dunne reepjes, maar in een paar uur te leren. Het effect is mooi. Net als de met behulp van digitale techniek kaart van Brugge. Of de lange bruidssleep.

Prachtige kunst en we kijken aandachtig. Maar moeten we naar rechts of naar links. We slaan de andere kant af en zien een huisje staan. Een groot raam gehuld in een soort plastic. Ik heb het weleens eerder gezien. ‘Iets voor je schrijvershuisje papa’, zegt Doris. Inderdaad, het interieur dat uit een ingebouwd bankje en groot bureaublad bestaat, is klein en geborgen.

Een prima hol om in te schrijven. Alleen vraag ik mij af hoe warm het hierbinnen wordt als het hartje zomer is en de zon vol op het dak schijnt. En ik zie hoe mos en schimmels het dak veroveren en ervoor zorgen dat het helemaal past in de omgeving.

Maar hoe zit het hier in elkaar. We lopen langs het restaurant, groot Chinees porselein. Hoge potten, kleine beeldjes en grappige schotels waar bovenop een vrouw in jurk te zien is, en waar ze achterop de jurk optrekt om haar billen te laten zien.

Het publiek is ook op zoek naar het surrealisme. Een man verzucht: ‘Waar is het surrealisme’.  De muur van de lange gang is opgetrokken in dikke lijnen in rode tinten. Het ziet er heel imposant uit. De gang is daarmee zelf een kunstwerk. De binnentuin bevat een beeld en water. Een vreemd ogende stoel staat ergens in een hoek. Is dit kunst?

De toegepaste kunst is leuk. Een bad in de vorm van een boot. Grappig en functioneel tegelijk. De wand met bolle lampen die spiegelen in allerlei kleurtjes, lijkt regelrecht uit StarTrek te komen. Of het bureau en de boekenkast. Misschien kijken we over een paar jaar hier naar meubels uit de Ikea.

De garderobe van Boijmans Van Beuningen

Het museum Boijmans Van Beuningen. Ik ben er nog nooit geweest en als ras-Rotterdammer schaam ik mij er ook best een beetje voor. Het is een museum met een kunstverzameling van internationale allure. De entree heeft al iets weg van een labyrint. Het museum zelf nog veel meer. Je draait in rondjes.

Dat rondjes draaien begint al bij de ontvangsthal. De balies zijn halfrond en achter de balies is een imposante garderobe. Hoog boven je hangen de jassen aan een ronde stellage, waarmee je als bezoeker zelf je jas omhoog kunt trekken.

Er hangen nog maar een paar knaapjes, maar aan 1 setje kun je precies 3 jassen ophangen. Zo krijgen onze jassen een mooi plekje. Hoog en droog in de hoge hanggarderobe.

Hoe zou het hier zijn als de jassen allemaal nat van de regen zijn en druipen. De jassen die hier hangen als de enorme stalactieten in een druipsteengrot, zouden dan als ware druipgesteentes hun vocht naar beneden laten glijden. Alleen is de grond beneden te vlak en kunnen mensen moeilijk als stalagmieten fungeren.

Best de moeite waard om naar te kijken. De bijzondere constructie van jassen, in een ronde cirkel. In het midden de kluisjes waarin je je tas kunt bergen. Het krijgt iets van kunst. Zeker als je in een museum bent. Alleen gedraagt het publiek zich totaal anders. Ze schiet onder de jassen door. Op weg naar de tentoonstellingen.

Per spoor naar Rotterdam

Toen wij naar Rotterdam vertrokken… De vorige keer dat we naar Rotterdam wilden, reden de treinen niet verder dan Den Haag. We zijn maar naar het Mauritshuis en de Gevangenpoort geweest. Een andere keer dat we naar de tentoonstelling van Brueghel wilden gaan, was er wat anders. Maar we gaan het gewoon weer proberen.

De reis verloopt vlekkeloos. Al is de nieuwe dienstregeling best wennen. In 1 keer doorrijden zit er niet meer in. NS ziet mensen liever overstappen. Het verslechtert je reiscomfort. Maar goed. Niks aan te doen. Het zitten in een trein is al een genot op zich.

Dat je lekker zit, tegenover elkaar, gezellig kletst en naar buiten kijkt over de geluidschermen heen het landschap aan je voorbij trekt en een conducteur hard in je oor tettert vanuit de geluidsbox die vlak boven je hoofd zit.

Dat is ook reizen per trein.

Vogelshow in het zonnetje

Daarna lopen we om de andere kant van de vijver terug naar het park. Genieten van de rode panda’s die heerlijk in het zonnetje liggen, hoog in de boom. Ze kijken soms verstoord op, om daarna met hun neus weer in hun vacht te kruipen.

Het is wel tijd voor de lunch. Naast de paar broodjes die we bij ons hebben, nemen we ook wat patatjes en een kroketje. Onderwijl praten we over alles en niks. De tijd goed in de gaten houdend, want straks begint de grote vogelshow in het midden van het park.

Het is al druk op de tribunes van vogelpark Avifauna. We vinden een mooi plekje en gaan er zitten in het warme najaarszonnetje. Je zou niet denken dat dit het laatste weekend van september is. We weten niet goed wat we hier nu van kunnen verwachten, maar het is overweldigend.

Vanaf het moment dat de hokken aan de overkant van de vijver opengaan, kijk ik met grote ogen wat er hier gebeurt. De grote ara’s vliegen over. De lange staarten achter zich aan. Net als de neushoornvogel of de vele gele parkieten. Wat een schoonheid. Dit is echt genieten en we krijgen er nog een leuk lesje bij ook.

Ze vliegen allemaal langs. Sommige krijsen, anderen volgen gedwee de instructies op van de presentatoren. Alles vliegt en komt langs. Tot en met het bijzondere vogeltje dat de muntjes in ontvangst mag nemen voor het goede doel. Hij weet ze behendig in de collectiepot te stoppen. Alle reden om na afloop contant te betalen.

Dit is het 2e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het laatste deel.

De vogels van Avifauna

We gaan een dagje naar het vogelpark Avifauna in Alphen aan de Rijn. Mijn moeder kon kaartjes krijgen. Omdat we op haar verjaardag in Aviodrome gratis binnenkonden, krijgen wij dit bezoekje aan het vogelpark. Bovendien zijn we allemaal gek op vogels. Een heerlijke traktatie aan het eind van de zomer.

Het mooie weer is een enorme kers op de appelmoes, om in ‘Van de Valk’-beeldspraak te blijven. We zijn erg nieuwsgierig naar de vele vogels die het park herbergt. Niet alleen bijzondere vogelsoorten, maar ook bijvoorbeeld een grote kolonie ooievaars, net als de wilde aalscholvers en talloze kauwtjes die in het park te vinden zijn.

Al bij binnenkomst worden we enthousiast onthaald door vrijwilligers die tekst en uitleg geven over de vogels. Vandaag is het de dag van de kasuaris, een vogel met een buitengewoon bijzondere kop, het lijkt of er een helm op geplakt zit. Net als de vlijmscherpe klauw, een dolknagel, aan de poten waarmee het dier dat op Nieuw-Guinea leeft, heel goed zijn vijanden te lijf kan gaan. Het dier is lastig te zien. Hij leeft alleen, ze vliegen elkaar anders te lijf. Vandaag houdt hij zich verborgen achter een schotje.

We lopen naar de grote vijver achter, een groot helofytenfilter. Daar is een mooie groep pelikanen en flamingo’s te bewonderen. Net als een paar oude ooievaars. Er hangen bordjes bij die vertellen dat de dieren misschien ongezond ogen, maar ze zijn gewoon oud en mogen hun laatste dagen hier in het park slijten.

We lopen achterlangs de vijver om naar het voeren van de halfapen te gaan kijken. Het is nog niet zover, maar de apen zijn duidelijk te zien al best zenuwachtig. Er zijn ringstaartmaki’s en rode vari’s in dit gedeelte van het vogelpark.

Terwijl we daar op een laag hekje gaan zitten, komen de ringstaartmaki’s dichterbij. De bordjes verbieden om ze aan te halen. Het valt daarom ook best op dat ze zo dichtbij komen. Ze zijn geïnteresseerd in de tas van mijn vader, maar komen even later ook naast ons zitten. Er zit er zelfs eentje even op schoot bij Inge. Ze krijgt zelfs de kans om een leuke selfie te maken. Zo behendig als hele apen is deze ringstaartmaki gelukkig niet. Hij pakt niet brutaal het mobieltje af om er mee te gaan spelen.

De toelichting die de verzorger even later geeft is verhelderend. Ze zijn zo tam omdat ze niet aangehaald worden, blijkt. De kolonie bestaat alleen uit mannen. Alleen de kroonmaki’s bestaat uit een stelletje. Het mannetje verdedigt zijn wijfje tegen alle aanwezige halfapen.

Dit is het 1e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het 2e deel.

Twentse Welle

We bezoeken het Rijksmuseum Twenthe en hebben de auto geparkeerd in Roombeek, vlakbij het monument van de vuurwerkramp. Midden in dit open terrein ligt de plek waar de explosies zijn geweest. Een grote krater ligt hier als het bewijs van deze verschrikkelijke ramp op 13 mei 2000.

De wijk is na deze ramp helemaal uit haar as herrezen. Wat een prachtige wijk is dit geworden. De vermenging van oude fabrieken en de nieuwbouw van na de ramp. Het zijn voorbeelden hoe moderne stedenbouw te midden van de industriële gebouwen een harmonieus geheel vormen.
In 1 van die gebouwen zit de Twentse Welle, de bron van Twente. In dit museum kun je de geschiedenis van Twente beleven. In de grote fabriekshallen, proeven we de historie. Het begint met de ijstijd, de wolharige neushoorn en de mammoet. Enorme dieren dier hier leefden. De gereconstrueerde neushoorn maakt indruk. Het grote mammoetskelet is samengesteld uit een heel veel gevonden mammoeten.
Bij de entree maken de gigantische slagtanden van een andere mammoet indruk. En wat dacht je van de doorsnede van eikenboom van Oele! Het is een boom die zeker duizend jaar oud moet zijn geweest. Wat een gigantisch ding en wat mooi dat hij hier staat. Zulke voorwerpen nemen je mee het verleden in.
Zo worden we meegenomen in de verdere geschiedenis van Twente. Het ontstaan van de wereld laat zich vertellen aan de hand van dit stukje Nederland. Het is te zien in een 3D-animatie. Het verplaatsen van de wereldplaten en daarmee het verschuiven van het klimaat. Zo ligt Twente ter hoogte van de koude polen of juist midden in de tropen. De uitwerking van deze gebieden is hier allemaal in de bodem terug te vinden. De gevonden afdruk van een man in een graf, brengt het verleden even heel dichtbij.
Het model van het Los Hoes dat hier staat, is eveneens indrukwekkend en roept meteen herinnering op aan de zomervakantie toen we in het gelijknamig museum waren in Ootmarsum. Iets verderop komt de geschiedenis steeds dichterbij: de textielindustrie hier in Twente. De grote machines die draaien klinken lieflijk, maar dat komt ook omdat het er maar een paar zijn. Toch geven ze genoeg indruk hoe het eraan toe ging in de Twentse textielfabrieken.
Zo geeft dit museum een mooie inkijk en combineert geschiedenis met natuurlijke historie. De vogelnestjes in alle soorten en maten, de levende spinnen en de machinematige spinnenkop. Ze komen heel treffend samen in de Twentse Welle.

Stormvloedkering – rondje Deltawerken (5)

img_20161125_143909We rijden naar het hoogtepunt van deze autorit langs en over de Deltawerken: de stormvloedkering in de Oosterschelde. Het duurt best lang voordat we er aankomen. De duinen waarachter wij rijden geven zich niet zo snel prijs. Als we dan de bocht nemen, zien we de pilasters al staan. De lange witte palen waaraan de grote schermen hangen.

Het is de trots van Nederland en laat zien hoe eeuwen van strijd met het water, kan samenkomen in dit machtige bouwwerk. Het biedt veiligheid en tegelijkertijd geeft het ruimte om de bedrijvigheid in de Oosterschelde door te kunnen zetten. Het compromis dat tot iets buitengewoons geleid heeft.

img_20161125_144720.jpgOp het eiland Neeltje Jans pauzeren we even. We nemen een smal dijkje en kijken in de richting van de middelste stormvloedkering. Het is eb want het water trekt zich terug. Als je goed luistert, hoor de zee. De ijzig koude wind maakt het beeld compleet. Wat is dit mooi. Dit is Nederland zonder opsmuk.

Als we weer instappen, pakken we het laatste stukje van de Deltawerken. De Brouwersdam over de Grevelingen en dan door over Goeree Overflakkee. De smalle dam over het Haringvliet is de laatste bescherming tegen de onstuimige zee waarover we rijden. Dan komen we in de drukte van de Europoort.

img_20161125_144836.jpgHet ruikt hier onwelriekend naar onbewerkte olie. De enorme silo’s waarin de brandstof wordt bewaard geven het gebied iets unheimisch. De petrogene industrie heeft het hier gewonnen van de natuur. De schoonheid van Rozenburg waar bijvoorbeeld Maarten ’t Hart over schrijft in zijn romans.

Het is er allemaal niet meer en heeft plaats moeten maken voor de stinkende industrie. Ik kan alleen maar hopen dat de natuur zal winnen van deze stinkzooi. Dat wij hier rijden op dezelfde olie, vergeet ik maar even. We hebben een schitterende autotocht en moeten ook dit stukje van Nederland niet vergeten.

img_20161125_145237.jpgDan sluiten we aan in de vrijdagmiddagfile rond de havenstad. De tunnels en het nieuwe stukje snelweg van de A4 naar Delft. Ook hier wint de economie het van de natuur. De lange tunnel ten spijt die naar ik mij heb laten vertellen voornamelijk door Spaanse arbeidskrachten is neergezet.

De honden hebben de strijd opgegeven en liggen op mijn schoot te slapen. Zelfs Teuntje ligt half op haar rug. Zou het dan toch gelukt zijn om ze te laten wennen aan een lange rit in de auto?

Ik durf het alleen te hopen…

img_20161125_145028.jpg