Tagarchief: cultuur

Pinguïns bij Vis à Vis

De gastvrouw heet ons van harte welkom op deze expeditie naar Antarctica. Deze welbespraakte dame stelt je onmiddellijk op je gemak. Zeker er zijn wat problemen na de heftige sneeuwstorm waar wij doorheen zijn gekomen, maar het wordt vanaf nu alleen maar beter. We zitten hier veilig en droog in het pinguïn onderzoekerscentrum. De 2 onderzoekers zijn er nog niet, maar dat is een kwestie van geduld.

Wat een heerlijke voorstelling wordt dit. Dat merk je meteen al. We worden voorgesteld aan het hele expeditieteam, inclusief de kok. De kok weet niet altijd goed of hij ons wel goed kan bedienen. Zo verschijnt hij met een doos vol blikjes. Er is niks anders. De voorraad is niet aangekomen vanwege de sneeuwstorm. Verzin iets, roept de gastvrouw. Ze vraagt om te improviseren.

Zo verschijnen even later alle acteurs met Fischer-bakken waarin de blikjes zitten. Ze lopen in een pinguïnmars achter elkaar aan. De blikjes zijn lekker warm en bevatten het voorgerecht: de soep. Onderwijl worden we vermaakt met vreemde situaties en grappige sketches. Het verhaal gaat verder.

Dan maken we ook kennis met de 2 pinguïnonderzoekers. Greta met een heerlijk volvet Gronings accent en haar Vlaamse expeditiegenoot die probeert met pinguïns te communiceren. Hij draagt een lange fluit op zijn rug en blaast erop. Hij slaagt er maar niet om de juiste golflengte te vinden. Greta is woest op de gastvrouw. Hoe heeft ze het in haar hoofd kunnen halen om 180 mensen uit te nodigen! Dat is veel te veel. Bovendien laten de gasten allerlei smerigheid achter zoals sigarettenpeuken. Wat zullen de pinguïns er niet van denken!

Dat we werkelijk zullen kennismaken met de pinguïns is een bijzondere verrassing in dit verhaal. Wat een belevenis. Het is geweldig, hilarisch en bijzonder komisch. Zo weten Robbie en de Amerikaan Hank de situatie te redden. Wel op hun eigen wijze. Dat levert weer nieuwe hilariteit op. Net als het uitstapje dat Robbie met enkele dames uit het publiek maakt.

Allemaal prachtige situaties die het hoofdgerecht omlijsten. Want hier wordt toptheater gespeeld. Het eten staat midden in de belevenis en het is knap hoe hierom heen een verhaal is gemaakt. Ik geniet er met volle teugen van. Want in geen enkel restaurant beland je in zulke bizarre situaties en krijg je prachtig pianospel van een pianist die aan een touw met zijn piano hangt. Het levert prachtig theater op. Theater zoals je van Vis-a-vis kunt verwachten.

Het toetje is overweldigend en versterkt de verbondenheid met de andere gasten in het pinguïn onderszoekscentrum. Zo word je een avond lang meegenomen en maak je een heuse expeditie mee. Al vindt Greta onze aanwezigheid moord voor de pinguïns. ‘Wij horen hier niet’, roept ze. Het is slecht voor de pinguïn dat we hier zijn. En op het scherm zien we hoe de keizerspinguïn vecht voor zijn bestaan.

We hebben een prachtige avond beleefd bij Vis à Vis, samen met De jongens. Hoe mooi laat theater met lekker eten zich combineren. Het is mij nog nooit zo overkomen. En ze gaan heel mooi samen, zonder dat 1 van beide elementen aan kracht hoeft in te boeten. Het absurdisme van deze theatergroep en de bijzondere samenwerking met De jongens en de muzikanten is daar zekee debet aan.

Antarctica van Vis à Vis

In 1 avond op expeditie naar Antarctica. Bij het zien van deze advertentie op Facebook word ik superenthousiast. Ik wil wel een avond doorbrengen met theatergroep Vis à Vis, samen met De jongens. Het is alweer 3,5 jaar geleden dat we kennismaakten met dit bijzondere Almeerse theatergezelschap.

Nu is het een wintervoorstelling. Dat betekent binnen. Ze combineren de voorstelling met een maaltijd. Dat hebben we de eerste keer bij Vis à Vis ook gedaan, maar toen aten we voor de voorstelling Picnic. Nu is de voorstelling tijdens het eten. Het eten maakt onderdeel uit van de voorstelling.

‘Maar dan moet je vis eten!’ zegt Inge als ik het voorstel. Op Antarctica is immers alleen vis. En een enkele zeehond. Vergeet de pinguïns niet. We zullen wel zien, denk ik alleen maar. Als de bestelling is verstuurd krijgen we de vraag vlees of vis? Ik kies samen met Doris voor het vlees, Inge gaat voor de vis.

Zo zijn we vrijdagavond op expeditie naar Antarctica. Stipt half 7 opent de poort. Een lange rij bezoekers zoals we dat in de zomer ook gewend zijn. Nu mogen we bij het oude restaurant naar binnen. De hal is vol. En daar lopen de acteurs al tussen het publiek. Een Amerikaan, Hank, met een vet Alabama accent. De Rus Boris. De Duitser Otto. De Russin Svetlana. En vergeet Robbie niet. Robbie is gek op vrouwen. Hij papt het met elke aanwezige vrouw aan.

De gastvrouw zullen we pas later ontmoeten. Eerst de kaarten regelen en wat te drinken nemen. De bestelling van de thee en warme chocomel is een beetje overbodig. Het staat ons vooral in de weg omdat we de jassen moeten ophangen en net thuis nog een kop koffie hebben weggewerkt. Het is in deze hal wel frisjes. We krijgen dekens tegen de kou.

Dan is de inleiding door het expeditie-team. We gaan in groepjes mee. Ons tafelnummer – 3- wordt nog niet genoemd. Svetlana roept de nummers en dan mag je de stalen trap beklimmen. Als wij aan de beurt zijn maken we de expeditie mee.

We zien Robbie hakken in een vis. Verderop worden de honden getraind. We maken een frisse sneeuwstorm mee. En belanden dan eindelijk in het pinguïn onderzoekscentrum. Hier zullen we de rest van de avond doorbrengen.

Lees het vervolg: Pinguïns bij Vis à Vis »

Omwolkt door engeltjes – De Lairesse in Rijksmuseum Twenthe

De entree begint mooi. Het krachtig en effectief gebruik van blauw en rood, raken mij. Ik kan erg genieten van de mooie welvingen in de gewaden. De Lairesse verstaat daarin zeker zijn vak. De kleuren rood en blauw schieten uit de doeken en trekken je het schilderij in.

Wel worden de composities omwolkt door engeltjes, kleuters en peuters met volle billen en krulletjeshaar. Het symboliseert de zuiverheid, het pure en volmaakte. De billen ogen ook heel realistisch, de kleur op de blos laat echt een ideaal zien: gezonde, weldoorvoede mensen. De werkelijkheid was in die tijd natuurlijk anders.

Daarnaast is er een mooie verzameling reliëfs te zien. Grote schilderijen die allegorieën uitbeelden en op beelden lijken. Ze hingen in de huizen van de Amsterdamse elite. Net als het indrukwekkende plafond, dat hier nu aan de muur hangt en daarmee en bedrieglijk effect op je heeft.

Alleen mis ik in de composities een duidelijk verhaal. Het zijn zorgvuldig geconstrueerde schilderijen, in een wolk van engelen en andere fantasie. Hierbij verliezen de hoofdpersonen op de schilderijen hun zeggingskracht. Het blijft bij vlakke wezens waarbij je het alledaagse verhaal niet haalt.

Een schilderij als Jezus in de tempel, waarbij Simeon de baby Jezus vasthoudt, is qua compositie lang niet zo spannend als het gelijknamige schilderij van Rembrandt. De halfblinde Simeon die omhoog kijkt in de richting van de wolk van Cherubijnen. Maria die erbij staat in een prachtige blauwe omslagdoek. Het blijft allemaal best statisch en verliest kracht in het verhaal.

De techniek is zeker overweldigend. Het is te mooi om waar te zijn en daarmee geeft deze tentoonstelling ook meteen het antwoord waarom De Lairesse veel minder bekend is dan Rembrandt of Jan Steen. Zij houden het bij het alledaagse, vluchten niet in een klassieke wereld die vooral bedoeld is om chique te doen. De Lairesse staat echt in dienst van zijn opdrachtgevers. Hij streeft een ideale wereld na die hij verbeeldt in zijn schilderijen.

De orgelluiken van De Lairesse laten een heel andere schilder zien. Door de grote kijkafstand is dit schilderij op de houten luiken veel grover opgezet. De bloemen zijn grof gestreken en de gezichten ogen ruwer. Het is daarmee best bijzonder om de luiken van dichtbij te bekijken. Ze laten een andere kant zien van deze schilder. Veel minder poeha en directer, ruwer. Mooi om deze compositie te zien tegenover al het weelderige en opgesmukte van zijn andere werken.

De Lairesse in Rijksmuseum Twenthe

Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Het staat al lange tijd op mijn lijstje. Ik woonde er niet zo ver vandaan, in Almelo. Later op de camping bij Delden bezocht ik het museum evenmin. Deze week bezoeken we voor het eerst het grote museum in Twente. Het bezit een mooie collectie en biedt eveneens mooie wisseltentoonstellingen.

De orgelluiken van het Westerkerk-orgel in Amsterdam wilde ik wel van dichtbij zien, daarom bezoeken we de expositie “Eindelijk! De Lairesse”. Een overzichtstentoonstelling van het werk van deze grote schilder uit de Gouden Eeuw. Vergeten terwijl hij in zijn tijd gelijk stond met Rembrandt van Rijn.

Ik denk dat er een relatie is tussen Gerard de Lairesse (1640 – 1711) en Twente. Dat hij hier een oorsprong zou hebben. Maar dat is helemaal niet zo. De relatie tussen de schilder en de tentoonstelling is Bob van den Boogert. Hij heeft zich van harte ingezet om de tentoonstelling te realiseren. Helaas heeft hij het niet met eigen ogen mogen zien, hij overleed plotseling in het voorjaar van 2015.

Het is zeker indrukwekkend om de 60 schilderwerken van Gerard de Lairesse hier bij elkaar te zien. Zijn compositie en kleurgebruik verschilt wezenlijk van Hollandse meesters als Frans Hals. Hij heeft een heel eigen stijl, verwijst hierbij heel sterk naar de klassieke oudheid en de bijbehorende verhalen.

Duidelijk bedient hij de Amsterdamse, nieuwe elite. Op zoek naar een eigen identiteit waarin de klassieken duidelijk als grote inspiratie gelden. De verhalen met Endymion, Venus en Mercurius in de hoofdrol. Allegorieën, overgoten van de engelen, kleine kinderen en weelderige vrouwen.

Het zijn allemaal beelden waar Rembrandt een andere draai aan zou geven. De stijl en compositie van De Lairesse doet sterker denken aan een Vlaamse schilder als Rubens. Het verraadt misschien zijn afkomst. Hij komt uit Luik – al is dat geen Vlaanderen – en wordt door een steekpartij met 2 zusters gedwongen zijn geboortestad te verlaten. In Amsterdam komt hij terecht en zijn klassieke stijl bevalt goed onder de burgerij van de hoofdstad.

Morgen het vervolg van dit museumbezoek: Omwolkt door engeltjes

 

Hendrick Avercamp

doris-voor-haar-lievelings-avercampNa het bezoek aan de Late Rembrandt lopen we nog even door de vaste expositie. Doris wil al een tijdje heel graag het werk van de Stomme van Kampen zien. Er hangen twee schilderijen van Hendrick Avercamp in het Rijksmuseum. Het zijn twee winterlandschappen.

vissers-avercamp

Als we in de betreffende zaal komen, valt ze stil en staat met open mond te kijken. We beginnen bij het kleinste schilderij. Ze geniet van alle details en de grote hoeveelheid verhalen die in dat ene schilderij zijn samengebald. Niet iedereen staat op de schaats.

detail-van-de-zwerver-van-avercamp

Een jongen vooraan houdt de schaatsen in zijn arm. De bedelaar in lompen gehuld staat midden vooraan en trekt de aandacht. In de vele arresleetjes zitten stelletjes met Venetiaanse maskers voor hun ogen.

handtekening-van-avercamp

Het andere schilderij vraagt veel meer aandacht van haar. Ze staat heel aandachtig te kijken naar de grote compositie en zuigt alles wat erop staat op. Zo wijst ze mij op de tekst op het huisje links vooraan. Daar staat de naam van de schilder: Henricus Av.

avercamp-winterlandschap

Daarna kijkt ze naar het hele schilderij heel uitvoerig met een beschrijving erbij. De andere museumbezoekers kijken snel naar het schilderij en daarna met veel meer aandacht naar het meisje dat helemaal opgaat in het schilderij. Ik geniet van het beeld.

image

Net als dat ik er later van geniet als ze voor De nachtwacht staat en de twee hoofdpersonen vooraan het schilderij nadoet. Ze legt haar hand open naar het schilderij toe en doet een stap naar voren. Een mooi beeld van een gespiegeld schilderij. Bijna een idee voor een kunstwerk: een levende nachtwacht gespiegeld voor de echte.

image

Haiku

image

In het gedeelte over de poëzie als taalspel, haalt Johan Huizinga in Homo ludens de Japanse haiku aan. Hij noemt het hai-kai, maar de vorm van drie dichtregels met achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen komt helemaal overeen met wat nu de haiku heet.

Volgens Huizinga is de haiku ontstaan uit een spel met de taal. Dichters borduurden voort op het gedicht dat de voorganger had voorgedragen:

Oorspronkelijk moet ook hai-kai een spel zijn geweest van kettingrijmen, waarmee de een begon en de ander moest voortzetten. (162)

De haiku sluit goed aan bij andere Aziatische dichtvormen als de djawab in Java en de pantoen uit Maleisië. Beide vormen zouden terugvallen op de inga foeka uit Midden-Boeroe. Deze beurtzang is

een wisseling van strofe en tegenstrofe, zet en tegenzet, vraag en antwoord, uitdaging en betaaldzetting. (160)

Zoiets zie je ook terugkomen bij sommige psalmen in de bijbel, die duidelijk in beurtzang worden gezongen. Het geeft poëzie iets speels. De hedendaagse rappers spelen dit spel en de strijd van poëzie op een moderne wijze met hun voordracht.

Huizinga zou het spel ook in de hedendaagse cultuur nog overal terugvinden. Hij gebruikt een heel hoofdstuk om op de relatie tussen poëzie en spel te wijzen. Hij doet dit met veel overgave. Zo haalt hij Paul Valéry aan:

Wie met Paul Valéry de poëzie een spel, het spel met woord en taal noemt, bezigt niet een overdracht van betekenis, maar treft de diepste zin van het woord poëzie zelf. (172)

Om te besluiten met een vergelijking tussen het gedicht en de raadselwedstrijd, die hij eerder aanhaalt als illustratie bij de haiku.

Zoals de raadselwedstrijd wijsheid voortbrengt, zo baart het poëtisch spel het schone woord. (173)

Poëzie is een spel met beelden en geeft een taal die niet iedereen verstaat, maar die van een ongekende pracht is. Dat geldt eigenlijk voor alle dichtvormen, ook als de poëzie opzettelijk tegen andere poëzie is geschreven. Hiermee raakt Huizinga de kern van het dichterschap: de speler van het woord.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.