Tagarchief: columns

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

Het Alvites-syndroom

image

De Brieven uit Alvites bevatten naast de columns ook dagboeknotities. Samensteller Mark Schaevers wisselt de columns af met korte notities uit het dagboek van Gerrit Komrij. Hier begint het zeker ook met idyllische schetsen, maar wordt de sfeer steeds grimmiger.

In de dagboeknotities komt geleidelijk aan een veel schuchtere Gerrit Komrij naar voren dan in de columns. Iemand die in paniek om zich heen kijkt om te zien of niemand hem achtervolgt. Hier constateert hij:

Padre Fernando heeft zich tegen ons gekeerd. (97)

Het leven wordt ondraaglijk. De 2 Nederlanders mogen niet meer komen in bepaalde delen van het huis. Een deel van hun bezittingen worden buiten het huis in brand gestoken. Het is de limiet, schrijft Komrij. Ze gaan verhuizen. Hier is geen leven:

Argwaan en angst overheersen. De verhoudingen zijn nog wel zo dat een aantal mensen in ons gelooft, maar de algehele houding kan gerust ineens omslaan. Er zijn er heel wat die zitten te stoken, iedereen wacht op zijn kans. Het is een voelen en een snuffelen van wie op zijn knieën ligt en wie alweer een centimeter omhoog is gekropen. Vertrouwen is onmogelijk. Het gevoel dat je de pest hebt, melaats bent verklaart. (99/100)

Nee, de droom is een nachtmerrie geworden. En met veel pijn in zijn pen, schrijft de dichter dat de droom vervlogen is. De naweeën van dit avontuur in de bergen, zullen hem nog lang achtervolgen voorspelt hij:

Ik denk dat ik nog heel lang zal lijden aan het Alvites-syndroom. (100)

Inderdaad. Pas als hij echt vertrokken is, schrijft hij openhartiger over het avontuur in Alvites. Met als hoogtepunt zijn roman Over de bergen. Het verhaal in deze roman is sterk geïnspireerd op het avontuur in Alvites.

De titel komt in Portugese vertaling wel heel dicht bij de werkelijkheid: Atrás dos montes. De titel van de roman is een letterlijke vertaling van de naam van de Portugese provincie Trás-os-Montes waarin Alvites ligt.

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers. Amsterdam/Antwerpen: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 9389 I. 126 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Komrij’s Brieven uit Alvites

image

In de documentaire De gelukkige schizo bezoekt Gerrit Komrij met zijn geliefde Charles het afgelegen plaatsje Alvites in de Portugese provincie Trás-os-Montes. De plek is zichtbaar een kwelling voor de 65-jarige schrijver. Hij loopt er rond met de herinnering van een mooie droom die geleidelijk veranderde in een nachtmerrie.

Het vorig jaar verschenen boekje Brieven uit Alvites bevat buitengewoon interessante verhalen uit deze periode. Uit de columns die Gerrit Komrij in de periode tussen 1984 en 1988 schreef voor de rubriek ‘Een en ander’ voor NRC Handelsblad, is een mooie selectie gemaakt voor dit boek dat een mooie inkijk geeft van het ‘ooievaarsnest in de bergen’.

Tussendoor krijgt de lezer enkele fragmenten uit het dagboek van Gerrit Komrij te lezen. Hierin geeft hij een fascinerend inkijkje in het schrijversbestaan, waarbij het paradijs geleidelijk verandert in een kwelling. De nachtmerrie van het afgelegen dorpje waar de bewoners in eerste instantie de 2 Hollanders enthousiast verwelkomen, maar waar de liefde omslaat in haat.

Waar de oorzaak ligt, is niet helemaal duidelijk. De aanvankelijke vriendelijkheid slaat om in wantrouwen in de periode dat Gerrit en Charles de onderhandelingen over de aankoop van het Palácio dos Botelhos hebben afgerond. Ze belanden in een nachtmerrie.

In de columns voor de krant overheerst vooral de idylle van het onaangetaste landschap, de leefwijze van eeuwen geleden. Al weet Komrij het ook te verbloemen. Hij schrijft bijvoorbeeld in een column over de dag dat Sante Isidro aanbeden wordt in het dorp. Hij blijft thuis vanwege migraine maar heeft beloofd om bij het langskomen van de stoet, op het balkon van zijn huis te staan.

Als hij in een boek verzonken is, vergeet hij de migraine:

Ik schrik op van getinkel en gezang buiten. IJlings schiet ik naar het balkon. Daar, op het pad dat naar beneden loopt, zie ik de processie. Maar ik zie alleen ruggen. Langzaam deint Santo Isidro van me weg. Ze zijn al langs geweest. De stoteheeft stilgestaan voor een leeg balkon. (87)

Komrij hoopt dat de heilige hem deze daad zal vergeven. En verzucht:

Als dat maar goed komt, straks, met mijn erwtjes en mijn penen. (87)

Als dat maar goed komt, straks, met mijn erwtjes en mijn penen. (87)

Een opmerking waarin misschien meer vermoeden schuilt dan de lezer in eerste instantie zou denken. Gerrit Komrij is een goede observator en klaagt niet vaak over lichamelijk ongenoegen in zijn artikelen. De migraine waarover hij hier spreekt, zegt genoeg. Niet alleen de warmte bezorgt hem hoofdpijn.

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers. Amsterdam/Antwerpen: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 9389 I. 126 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Columns – #50books

20141005_113903Columns, ik ben er gek op. Ik denk dat voor mij de literatuur met columns begon. De columns op de kerkpagina van Trouw door A.J. Klei bijvoorbeeld. Ik verslond de verhalen over dominee’s en anekdotes die daar langskwamen. Of de stukjes van Carmiggelt, Bomans of Kees van Kooten. Allemaal prachtig, luchtig en grappig tegelijk.

Maar dat was allemaal voordat ik kennismaakte met Martin Bril. Voor mij staat hij symbool voor de mooie column. Hij schrijft prachtig over zijn omzwervingen door het land. De details en de korte, krachtige stijl. Ze zijn niet te evenaren. Telkens als ik een columnboekje van hem lees, ben ik weer getroffen door die stijl.

Niet dat elke column even sterk is, maar over het geheel genomen is het heerlijk een boekje van hem op te slaan. Je komt altijd weer een bijzondere zin tegen die het hele verhaal vat. De kwinkslag of het detail die je weer op een andere manier naar het verhaal laat kijken.

Daar kan niemand aan tippen, al probeer ik heel vaak een andere auteur een kans te geven. Ik lees nu bijvoorbeeld de bundel korte verhalen van Sanneke van Hasselt Hier blijf ik voor de Perfecte dag voor literatuur van 15 oktober. Het zijn ook prachtige schetsen, ze weten de stad heel mooi tot leven te wekken en ook hier komt soms zo’n krachtige zin voorbij die alles zegt.

Maar het is geen Martin Bril. Zijn columns zijn niet te evenaren. En voor de rest van al die columnisten: het meeste wat in de kranten en tijdschriften staat is het lezen niet waard. Het zijn die kleine pareltjes die het verschil maken.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 40 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Rijk!

image

Bij de opruiming zag ik het boekje Rijk! van Marjan Berk liggen. Ik wist dat deze schrijfster een paar jaar geleden een miljoen euro bij de Lotto had gewonnen. Het geld kwam goed van pas. Ze zat financieel aan de grond en overwoog zelfs haar oude huis in Kalenberg te verkopen. De prijs zorgde ervoor dat dit niet meer hoefde.

Het verhaal van iemand die de Lotto wint, trok mij om het boekje mee te nemen in de opruiming. Ook omdat ik weet dat Marjan Berk heel aardig schrijft. Ik heb een paar boeken van haar in de kast staan en zelfs gelezen. Het zijn leuk boeken om tussendoor te lezen. Ze halen je even uit de diepzinnige kost van Dante en andere literaire zwaarwichten waaraan ik normaal knabbel.

Middagje lezen
Het boekje heb ik in een middagje uitgelezen. Het zijn heerlijke columns over geld en rijkdom. En dan vooral het gebrek eraan. Een onregelmatig inkomen, een leven op grote voet en een gezin van 5 kinderen zijn daar de oorzaak van. Als kleine zelfstandige moet de gescheiden Marjan Berk op een bepaald moment zien rond te komen.

Alimentatie weigert ze. Ze herinnert zich het gedonder als vijfjarige om de 115 gulden die haar vader aan haar moeder maandelijks moest betalen. Het gezeur hield aan tot haar dood. Dat wil Marjan Berk zich besparen. Maar het freelance bestaan is een onzeker bestaan. Ze wordt vaste klant bij het pandjeshuis. De heren in de stofjassen herkennen haar.

Het zijn allemaal vermakelijke verhalen over de financiele onzekerheid. Tegelijkertijd leer ik hier ontzettend veel van. Geluk hangt niet af van een bankrekening. De financien hangen niet af van een vast inkomen. Mijn financiele huishouden is helemaal niet zo chaos als ik zelf geloof.

Vertrouwen
Ik lees bij Marjan Berk het vertrouwen dat het allemaal wel goedkomt. Ze leidt een leven dat meedijt op de financiele golven. Is er geld, dan wordt het uitgegeven. Is er geen geld, dan wordt de broekriem aangehaald. Het is belangrijk na te denken over je toekomst, maar het is belangrijker om je aan te passen aan de situatie waarin je terechtkomt en te werken aan een oplossing.

Het boek kabbelt van lening naar lening. Alles wordt keurig afbetaald, maar de leefwijze wordt Marjan Berk toch fataal. Ze redt het niet meer. Zeker als er allerlei hoge kosten bijkomen. Nieuw riet voor op het dak van haar huis, bijvoorbeeld. De 13 jaar oude Saab waarvan de koppeling stroef begint te lopen. Of de kleinkinderen. Oma zijn vindt ze het ‘toetje van het leven’, maar het is wel een duur toetje.

Marjan Berk krijgt door ‘deze kleine, schijnbaar onbelangrijke tegenvallers […] plotseling het gevoel op een hellend vlak terecht te komen. En ik houd helemaal niet van hellende vlakken, ik nogal hevige hoogtevrees.’ (130) Ze vraagt zich vertwijfeld af hoe ze dat hellend vlak weer horizontaal krijgt.

Nepcheque
Ineens staat daar Robert ten Brink voor haar deur met een grote nepcheque van 1.000.000 euro. ‘Je hebt een miljoen gewonnen! In de Lotto!’. Ze heeft eerst het gevoel dat ze voor de gek wordt gehouden. Maar het is echt. Jaren eerder vulde ze een formulier van de Lotto in omdat Erica Terpstra zulke lovende woorden had gesproken over de sportieve doelen van de loterij. Ze was het vergeten. Als ze dezelfde cijfers in de oranje vakken had ingevuld, zou ze 7 miljoen hebben gehad, beweert Robert ten Brink nog. Maar van die ene miljoen is Marjan Berk ondersteboven genoeg.

Het verhaal erna is leuk om te lezen. Ze geniet van de plotselinge rijkdom die haar ten deel valt. Ze trakteert haar vrienden en familie en haalt het ‘te koop’-bord van haar huis. En ze slaat het advies van haar financieel adviseur niet in de wind. ‘Genieten, mevrouw Berk! U moet er wel van genieten!’

Goed doel
En dat doet ze ook. Ze kan nu boeken schrijven waarbij ze de opbrengst aan een goed doel schenkt. En ze laat een prachtig straatje naast haar huis aanleggen van ‘handgevormde zogenaamde waaltjes, bakstenen’. Tegelijk maakt ze duidelijk dat een miljoen euro heus niet alle zorgen weghaalt. En is het echt zoveel als het lijkt?

Van de miljoen euro verdwijnt al drie ton in de schatkist van het rijk. De overblijvende zeven ton is ook niet eeuwig. Het klinkt als veel geld, maar het is ook zo op. Zeker als blijkt dat haar huis verzakt. Moet ze het laten repareren voor een ton? Ach, de gaten dichtsmeren en eens kijken hoe alles er over een jaar of tien bijstaat, kan ook. Wie dan leeft, wie dan zorgt. En zo kom je toch weer terug bij het echte onderwerp van Rijk!

Marjan Berk: Rijk! Derde druk. Pandora Pocket, 2010 [eerste druk 2008].