Tagarchief: citaat

Goudstrelend tafereeltje

image

De najaarszon streelt de straat. Een vrouw loopt met haar fiets in de hand. De fietstassen zwaar beladen en een tas op het bagagerek. Ze houdt de tas vast met een hand en balanceert met het gevaarte door de zonovergoten straat.

Twee jongens lopen met een stapeltje flyers in de hand. Ze kijken om zich heen op zoek naar een slachtoffer. ‘Jesus loves you’, staat op hun shirt en petje geschreven. De vrouw houdt haar fiets scheef en roept naar de jongens: ‘Als Jezus van me houdt, wil die me dan even helpen.’

De jongens aarzelen, maar lopen naar haar toe en helpen haar de tassen die dreigen te vallen, weer rechtop te zetten. Terwijl de ander de fiets vasthoudt en zo de vrouw helpt, haar rit weer te vervolgen.

Alles wat de zon aanraakt, verandert in goud. Alleen licht en geluk lacht je toe. Zo sterk dat de twee jongens helemaal vergeten een flyer bij de vrouw achter te laten en de straat oversteken in de richting van de markt.

De Avonden – Dag 2

image

Hij keek achterom. ‘Het achterlicht brandt,’ zei hij bij zichzelf. De schemering viel in. (Gerard Reve: De Avonden, p. 27)

Leesdagboek De Avonden

dinsdag 23 december, 6.47 uur

Droom

Ik merk de moeheid in mijn lijf. Tel de dagen af na alle inspanning van de afgelopen tijd. Terugblikken kost veel energie. Dan denk ik aan de tijd dat ik werkeloos was, de ooroperaties van Doris, de nieuwe baan en tenslotte het overlijden van mijn schoonvader, eind vorige maand. Ik ben er moe van ben.

Als mij iets treft in De Avonden dan zijn het de bijzondere dromen van de hoofdpersoon Frits van Egters. Vrijwel ieder hoofdstuk begint of eindigt ermee.

Gisteravond om 21 uur naar bed. Wilde dromen tegen de ochtend. Ik loop met medeblogger Peter naar het huis van Carel. Hij is voor een paar maanden op reis. We willen hem verrassen. Ineens zijn er allemaal vrouwen aanwezig, waaronder mijn moeder. We gaan Carels huis versieren en bakken een verjaardagstaart.

Bij het weggaan, kijk ik nog even om en zie een wild varkentje staan in de woonkamer. Die hoort hier niet. Meteen roep ik de anderen en overleg wat we met het biggetje gaan doen. Eerst moet ik mijn teckels bij me roepen om te voorkomen dat zij het jonge beestje iets aandoen.

Het biggetje gaat terug naar het plekje in het weiland voor Carels huis, daar is hij door de omheining van losse takken gebroken. De constructie is niet stevig. Hij kan er zo uit. Er loopt al een grote herdershond in de richting van het weitje. Ik blijf erbij staan, maar veel helpt het niet. Het dier loopt gevaar en ik kan er moeilijk bij blijven staan.

De wekker verlost mij uit deze hachelijke situatie. Aankleden, honden uitlaten, broodsmeren en ontbijten. De roman De Avonden sla ik open. Een heerlijk moment. Even op de bank kruipen met de honden.

Het is niet veel tijd. Een minuut of tien, maar genoeg om mij in de sfeer van Frits van Egters onder te dompelen. Ik lees over zijn fietsrit naar huis vanuit het werk en geniet van het gemoster met zijn ouders.

Ik leg het boek snel weg. Het is tijd. Ik maak me gereed voor de fietsrit naar het station. De lichten aan en ik fiets naar het station. Onderweg kijk ik achterom, net als Frits in De Avonden. Het lampje brandt.

De rest van het hoofdstuk lees ik in de trein. Heerlijk. Ik weet weer waarom het zo’n verrukkelijk boek is om te lezen.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

Een nieuwe waarheid

image

In De man met de witte das rekent Godfried Bomans af met zijn vader en met politici. De grote overeenkomst tussen politici en schrijvers is dat ze allebei over een teveel aan fantasie beschikken en spelen met de waarheid.

Het verschil is misschien dat politici voordoen of hun leugen de waarheid is, terwijl schrijvers liever proberen de waarheid voor een leugen aan te merken. Schrijvers onttrekken zich het liefst aan de werkelijkheid door te zeggen dat het verhaal allemaal verzonnen is, terwijl er weldegelijk elementen uit de werkelijkheid zijn ontleend. Politici zijn allergisch voor de leugen, omdat ze zich eerlijk willen voordoen. Maar ze liegen meer dan dat ze de waarheid spreken.

Godfried Bomans beschrijft dat heel treffend als hij zegt dat zijn vader verkiezingspraatjes opende met de bewering dat hij jarig was. Het leverde een mooie binnenkomer op. Hij kon laten zien dat zijn gehoor belangrijk was, al besefte hij ook dat het vieren van zijn geboortedag in het gezin ook heel mooi was.

Dat vader Bomans dit elke avond deed, wist zijn gehoor niet en hij is er ook nooit op betrapt. Het is misschien liegen in de eigenlijke zin van het woord, maar volgens Bomans is het de goede verteller die ‘een nieuwe waarheid schept’.

Onder het kopje ‘liegen’ schrijft Godfried Bomans het volgende over zijn vader:

‘Mijn vader vertelde vaak uit het evangelie en zelfs daar veroorloofde hij zich enige vrijheden. Een daarvan herinner ik mij. De apostelen hadden de gewoonte om in de Hof van Olijven hun namen in de bomen te snijden, hoewel Christus zelf dat niet deed. Eén boom sloegen zij altijd over, zij wisten zelf niet waarom. Alleen Judas Iskarioteh bespeurde die weerzin niet en kerfde zijn letters in het verboden hout. Na de dood van Christus kwamen de elf verslagen in de Hof bijeen en zie, de boom was weg. Zij gingen nu naar het kruis op Golgotha en vonden daarin de letters J.I. gesneden. Ik zie ons nu weer zitten, in de ademloze stilte na die laatste woorden. Alleen een tovernaar kan zoiets bedenken.’ (46/47)

Dat is een nieuwe waarheid scheppen wat goede vertellers en dichters doen. Ik kan mij die beleving als luisteraar goed voorstellen. Ik herinner mij dominees die dit op soortgelijke wijze wisten te doen in een bomvolle kerk. Muisstil waren de toehoorders en de waarheid was er op dat moment. Al klopte er niks van het verhaal, het verhaal was zo goed dat het een beleving werd.