Tagarchief: china

Draken

20141019_102845Hongkong ligt op het schierland Kowloon wat negen draken betekent. In Paul Theroux’ De laatste dagen van Hongkong wordt een aantal keer naar de draken verwezen. Zo zou oprichter Chuck de textielfabriek in ‘de Buik van de Draak’ hebben gebouwd. Een speciale wichelaar wijst deze plek aan om de fabriek te bouwen.

De grond lag aan de rand van de oude tong waar de Negen Draken zich, zo zei hij, in een legendarische eeuw voorover hadden gebogen om te drinken. (23/24)

De verteller verwijst graag naar dit aspect en de draken keren vaak terug in de roman. De koper Hung nodigt Bunt uit in de Golden Dragon. De verteller weet mooi tussen haakjes te melden dat de naam van dit restaurant hem bekend voorkomt.

Later trakteert Hung op thee en noemt het de drakenbron. De vijver waar de draken uit dronken, de plek waar de fabriek staat en die weer terug moet naar de Chinezen.

De draken geven het verhaal iets geheimzinnigs. Het spel met de draken maken deze roman van Paul Theroux tot een heerlijke belevenis.

Paul Theroux: De laatste dagen van Hongkong Oorspronkelijke titel: Kowloon Tong, The Last Days of Hongkong. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 1997. ISBN 90 254 2102 4. 238 pagina’s.

Geen heilig boontje

20141019_102827Hoofdpersoon Bunt in De laatste dagen van Hongkong is zeker geen heilig boontje. Hij is niet getrouwd, maar weet wel waar hij de liefde haalt. Zijn favoriet is zijn werkneemster Meiping en daarnaast bezoekt hij tussen de middag geregeld een club om aan zijn grieven te komen. Of zoals de verteller het zegt:

[H]et kwam hem voor alsof hij met zijn lunchbezoekjes aan The Pussy Cat, Happy Bar en Kack’s Place misschien wel een familietraditie voortzette. (31)

De meisjes uit de clubs en het bedrijven van de liefde met een medewerkster, zijn Bunts geheim. Niemand weet het. Zelfs zijn moeder niet, terwijl zij alles van hem weet.

Het maakt hem chantabel want als de Chinees Hung de geheimen op het spoor komt, zet hij het goed in om Bunt tot verkoop van zijn textielfabriek te dwingen. Het maakt Bunt tot een hopeloos figuur. De lezer heeft het zelf al op de eerste bladzijde in de gaten. Terwijl de hele wereld zich tegen hem spant, lijkt Bunt de laatste te zijn die de val ziet.

Paul Theroux: De laatste dagen van Hongkong Oorspronkelijke titel: Kowloon Tong, The Last Days of Hongkong. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 1997. ISBN 90 254 2102 4. 238 pagina’s.

Open einde en vervolg

20140904_211432Bij het lezen van Jean Kwoks debuutroman Bijna thuis vond ik het jammer dat het boek een epiloog had gekregen. Ik vind het nog steeds jammer. Het haalt voor mij het prachtige open einde uit het boek waarmee het dertiende hoofdstuk eindigt.

Nog steeds ben ik ervan overtuigd dat het boek juist aan kracht zou winnen zonder dat veertiende hoofdstuk, waarin Jean Kwok nog snel de eindjes aan elkaar breidt. Het verhaal eindigt dan helemaal open, zonder dat de toekomst ingevuld wordt.

Dat biedt ruimte voor een vervolgroman, maar het helpt ook om de lezer zijn eigen invulling te geven aan het verhaal. Ze neigt bij Dans met mij ook het einde enigszins gesloten te houden. Gelukkig doet Jean Kwok dat in deze roman veel minder sterk dan in Bijna thuis. Ze steekt een brug over met haar ogen dicht, het onbekende tegemoet.

In Dans met mij verwijst Jean Kwok wel naar haar debuutboek. Er dansen namelijk ook Aziatische leerlingen op haar introductielessen. Charlie Wong is erg in ze geïnteresseerd:

In een van mijn beginnerslessen had ik een Aziatisch stel en een Chinese vrouw die samen was met een lange zwarte man. Deze vier mensen waren duidelijk vrienden van elkaar, want voor de les begon waren ze altijd met elkaar aan het kletsen. Ze waren heel goed gekleed en zelfverzekerd. Was een van hen in Chinatown opgegroeid? (212)

De lezer van Bijna thuis weet dat Kimberly Chang niet in Chinatown is opgegroeid. Ze is het hoofdpersonage uit Bijna thuis en nu kinderhartchirurg, maar kan totaal niet dansen. Daarom blijft het bij die introductieles.

Het is een speelse knipoog naar dat andere mooie boek over een jonge Chinese vrouw in New York.

Lees ook mijn recensie op Litnet over Dans met mij van Jean Kwok

Jean Kwok: Dans met mij. Oorspronkelijke titel: Mambo In Chinatown. Vertaling: Mireille Vroege. Amsterdam: Uitgeverij Boekerij, 2014. Prijs: € 19,95. 400 pagina’s. ISBN: 978 90 225 7075 3.

Jean Kwok: Bijna thuis

image

De roman Bijna thuis vertelt het verhaal van Kimberly – Ah-Kim – die op elfjarige leeftijd van Hongkong naar New York emigreert. Ze is met haar moeder. Haar vader is overleden. Op uitnodiging van haar moeders zus, tante Paula zijn ze naar Amerika geëmigreerd.

Om haar tante te helpen, is het voorwendsel. Maar ze worden in een onleefbaar en eigenlijk onbewoonbaar appartement in Brooklyn gestopt. En ze mogen werken in de textielfabriek waar tante Paula en haar man oom Bob bedrijfsleider zijn.

Ze krijgen verschrikkelijk slecht betaald waarbij tante Paula ook nog eens veel geld inhoudt om een schuld te vereffenen. De schuld bestaat uit kosten van de oversteek en medicijnen die Kims moeder kreeg toen ze tbc had.

Ze moeten leven in een appartement zonder verwarming. Zelfs ontbreken fatsoenlijke ramen en het ongedierte tiert er welig. In de fabriek krijgen ze per kledingstuk betaald, waardoor ze een heel karig loon bij elkaar weten te sprokkelen.

Kim gaat naar een school in een achterstandswijk en heeft het er moeilijk mee de taal en in haar ogen vreemde gewoonten aan te leren. Bovendien probeert ze na schooltijd haar moeder zoveel mogelijk te helpen in de fabriek. Ze levert een harde strijd om haar weg in deze andere maatschappij te vinden. Ze leeft in twee werelden.

Als ze bijvoorbeeld tot diep in de nacht in de fabriek heeft gewerkt, terwijl ze de volgende dag een belangrijke mondelinge toets heeft op school:

Ik voelde me net een vogelverschrikker bij harde wind. Ik kon elk moment omver worden geblazen, in talloze stukjes uiteenvallen, en dan zou ik wakker worden en merken dat er niets van me over was, niets van de persoon die ik zo graag wilde zijn. (195)

Jean Kwok weet prachtig de vertwijfeling bij Kimberly te beschrijven. Ze verwoordt de totale vervreemding waarmee Kim wordt geconfronteerd op een humoristische wijze en met mooie beeldspraak. Je wordt meegenomen in het verhaal en de beleving van Kimberly.

Daarbij weet ze het gedrag van de medeleerlingen en docenten, maar ook van haar tante en moeder op een innemende manier over te brengen op de lezer. Want Kimberly krijgt een applaus aan het einde van de toets. De docenten hebben zich vergist. Kimberly is echt zo slim.

Ze doet dit nooit op een vervelende manier, zoals Lulu Wang bijvoorbeeld wel op mij overkomt. Jean Kwok stelt het verhaal zelf centraal. En dat verhaal staat als een huis. Ze weet een hele wereld tot leven te wekken van Chinese migranten die overleven en vechten voor hun nieuwe bestaan.

Jean Kwok: Bijna thuis. Vertaling Jeannet Dekker. Oorspronkelijk titel: Girl in Translation Amsterdam: De Boekerij, 2010. 303 pagina’s. ISBN: 9789022553640
Binnenkort in voordelige editie verkrijgbaar voor: € 7,50 (ISBN: 9879022570845)

Ontwapenend

imageZe komt uit China, is opgegroeid in New York en ging haar liefde achterna naar Nederland. Bij het blogevent van Meulenhoff sprak ik deze bijzondere schrijfster, Jean Kwok. Ze stond bij het eerste tafeltje in de tuin. Ik liep haar meteen tegen het lijf toen ik in de tuin kwam.

Ze begroette me als een oude vriend en barstte meteen los met haar verhaal. Het voelde heel welkom, enthousiast en gemeend. Ik genoot van haar verhaal. We stonden onder Ginkgo in de tuin van Meulenhoff. De groene bladeren lagen op het grind. Op een biels vlakbij het tafeltje zat haar zoon met een tablet.

Ze vertelde mij over haar boek dat over twee weken uitkomt: Dans met mij. Het is haar tweede boek en verschijnt volgende week al in Amerika. Jean Kwok schrijft in het Engels en verwerkt veel uit haar leven in haar boeken.

Ontwapenende humor

Wat mij direct aan haar opviel was haar enorme gevoel voor humor. Haar humor is heel ontwapenend. Ze haalt zichzelf naar beneden en doet dat op een heel vertederende manier. Zo vertelde ze over haar leven in New York. Over het harde bestaan aan de onderkant van de samenleving in de kledingfabriek. Een kant die vrijwel onzichtbaar is, maar die ze in haar boeken probeert te laten zien.

imageEen paar jaar geleden maakte de VPRO een documentaire van haar. Ze gingen met Jean Kwok mee naar New York. ‘Mijn man zei van tevoren dat ze mij wel moesten ondertitelen. Ik praat zo snel en onduidelijk. Ik geloofde daar niks van. Ik vertelde het de regisseur en die glimlachte beleefd terug. En toen zag ik de uitzending. Ik werd ondertiteld! Wat moest mijn man lachen.’

Niet koken

Volgens Jean Kwok kan ze helemaal niets. Ze heeft gestudeerd aan Harvard University en Columbia University, maar ze kan helemaal niet koken. ‘Bij mij brandt alles aan’, vertelde ze lachend. ‘Mijn familie dacht dat ik nooit zou trouwen.’

Ze vond een man, voor wie ze naar Nederland verhuisde. Maar haar familie heeft het volgens haar altijd te doen met haar man. ‘Ze vragen altijd aan hem of het wel goed met hem gaat. Ze hebben medelijden met hem.’

Ik hoop vurig dat het boek aansluit bij deze kennismaking in de tuin van Meulenhoff. Zo’n gevoel voor humor en ontwapenende houding, zou een verademing zijn in de Nederlandse literatuur.

Bekijk de uitzending van de VPRO: Nieuwkomers

Van paard naar ijzeren ros

image

De domesticatie van het paard, vijfduizend jaar geleden, zou volgens de Amerikaanse hisoricus Alfred W. Crosby het einde van de landbouwrevolutie markeren. Volgens Maarten van Rossem vormt de uitvinding van de stoommachine een vergelijkbaar markeringspunt. Hij begint zijn essay in Europa in 1500, waarbij hij de wetenschappelijke revoluties in de periode voor de daadwerkelijke uitvinding van de stoommachine meeneemt.

In het verhaal dat Van Rossem vervolgens opdist, komen veel uitvindingen voorbij. Naast de stoommachine zijn ook de uitvinding van de elektrische motor en de benzinemotor erg belangrijk geweest voor de Westerse expansie. Dit is het grootste en saaie gedeelte van Maaten van Rossems essay. Het lijkt zo opgelepeld uit de handboeken waarin de uitvindingen worden gepresenteerd.

Pas interessant en essentieel wordt het als hij belandt bij de militaire expansie. De algehele overheersing van West-Europa over de rest van de wereld is niet zozeer te danken aan de uitvinding van de stoommachine, maar het gebruik van geweld in combinatie met het effectief inzetten van vuurwapens. Het is de zin waarmee hij het vierde hoofdstuk opent, die het raadsel van de overheersing oplost:

Het Europese succes, en dat geldt ook voor de Europese dominantie van de wereldhandel, was in laatste instantie gebaseerd op het gewetenloze gebruik van geweld. (55)

Uitvindingen als de stoommachine en verbrandingsmotor hebben misschien wel geholpen de macht te verstevigen, maar de overheersing is vooral te danken aan het geweld dat de Europeanen gebruikten. Ze waren in staat met weinig soldaten een veelvoud van mensen onder de duim te houden. De strategische posities die ze bewaakten met ‘formidabele forten’ in combinatie met de zeer effectieve vuurwapens maakten ze onaantastbaar.

Hoewel de Europeanen aan hun expansie begonnen waren met het oogmerk handel te drijven, maakten de omstandigheden, hun verbijsterende gewelddadigheid en de zwakte van veel tegenstanders hen tot veroveraars. (63)

Het is niet de uitvinding van de stoommachine, maar het effectieve gebruik van buskruit en de toepassing van bruut geweld, die hebben bijgedragen aan de overheersing van de West-Europeanen over de rest van wereld. Het veel sterker gecultiveerde en geciviliseerde China kon daar onmogelijk tegenop.