Tagarchief: charles dickens

Mist

image

In zijn boek Wat we zien als we lezen heeft Peter Mendelsund het over het visuele effect van mist in fictie. Op de pagina waarin hij hierover spreekt kiest hij het begin van Charles Dickens roman Het grauwe huis. Over de pagina trekt een mist, net als over de afbeelding van de London Bridge.

De opening van de roman begint heel poëtisch over de mist:

Mist overal. Mist op de rivier, waar hij drijft tussen groene eilandjes en weilanden; mist lager op de rivier, waar hij verontreinigd voortrolt tussen de rijen schepen en de smerigheden van een grote (en vuile) stad. Mist over de moerassen van Essex, mist over de heuvels van Kent. Mist, die in de kombuizen van kolenbrikken kruipt; mist, die op dr eas ligt uitgespreid en rondhangt tussen het tuig van grote schepen; mist, die neerhangt op het dolboord van lichters en bootjes. Mist in de ogen en kelen van stokoude gepensionneerden van Greenwich Hospital, die daar zitten te hijgen bij de haard op hun zalen mist in het roer en de kop van het middagpijpje van de woedende schipper, di eonder in zijn benauwde kajuit zit; mist, welke op wrede wijze de tenen en nagels prikt van de huivenerende kleine leerjongen op het dek. Mensen die zomaar eens op de brug staan en die over de leuningen gluren naar het lager hangend wolkendek van mist, met mist rondom hen heen, als waren zij in een ballon opgestegen en hingen zij in mistige wolken. (Dickens: Het grauwe huis vertaald door Karel Luberti, pag. 5)

Een prachtige, poëtische beschrijving die laat zien dat romanschrijvers zich weldegelijk in de bewoordingen kunnen uitdrukken die we vaak dichters toedichten.

De mist staat volgens Peter Mendelsund metafoor voor het systeem van het Engelse gerechtshof. De roman van Dickens is een aanklacht tegen het hele sociale systeem van zijn tijd. Hij weet dit heel treffend te verwoorden in de opening van zijn roman. Het klinkt als de opening van een overtuigende symfonie. Waarbij de beelden – of juist het gebrek eraan door de mist – heel mooi de juiste sfeer oproepen in de roman. Peter Mendelsund speelt hier mooi op in:

Ik heb deze mist net gebruikt als een visuele metafoor voor de manier waarop boeken doorgaans beginnen. (65)

Zo roept hij treffend de vraag op wat het visuele effect van deze mist voor het verhaal zelf betekent.

Jaren later bedient de Engelse schrijfster zich ook van de mist-metafoor in haar 7-delige reeks over Harry Potter. De mist in het land staat symbool voor de duistere macht van Voldemort. De duistere tovenaar spreidt bewust een dikke mistlaag over het land om aan macht te winnen.

Het zou mij niet verbazen als de schrijfster J.K. Rowling haar inspiratie voor deze mist uit het Het grauwe huis van Charles Dickens heeft gehaald.

image

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Lezen in de jungle

imageLeest in Tussen Orinoco en Amazone zijn reisgenoot Simon Stockton eindeloos in de klassiekers van Dostojevski. Ook in Congo is er een reisgenoot van Redmond O’Hanlon die leest. Medereiziger Lary Shaffer leest in Congo onderweg DickensOur Mutual Friend en Martin Chuzzlewit.

Het ontwikkelt zich net als in het vorige reisboek tot een heus Leidmotief, waarnaar de verteller O’Hanlon met zichtbaar genoegen verwijst. Zoals wanneer Redmond in zijn rugzak op zoek is naar iets. Hij kan het niet vinden en krijgt van zijn lezende vriend een uitdrukkelijk advies:

Weet je, als je hebt gevonden wat je in godsnaam nou weer zoekt, misschien zou je dan meteen even die verdomde drieënzestig zwarte sokken vol maden die je hier in de tent hebt uitgestrooid, kunnen oprapen en terugdoen waar ze thuishoren: in die stinkende backpack van je, wat een levensgroot gevaar voor de volksgezondheid is. (256)

Lary Shaffer – een filmer die voor Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen werkte – leest vooral ’s avonds in de tent bij het licht van de zaklantaarn. Niet zoals die eerdere reisgenoot Simon Stockton aan boord van de boot of al trekkend door het oerwoud.

De Congolezen zien het lezen van Dickens als een goede daad. Manou bijvoorbeeld wil dolgraag gaan studeren in Amerika en net als Lary de boeken van Dickens gaan lezen, in zijn zelfgebouwde huis.

En ’s avonds zal ik die Dickens lezen, en ik zal alle films van doctor Lary bekijken en ik zal saka-saka eten en ik zal Coca-Cola drinken, en Johnny Walker, Black Label. […]; ik geef samen met doctor Lary les, we zijn werkers, we werken samen, we zijn elkaars gelijken, we waarderen elkaar. (557)

Lary Shaffer reist maar een gedeelte met Redmond O’Hanlon mee en hij bereikt zelfs nooit het meer met de dinosaurus. Hij weet een echte band weten op te bouwen met de Congolezen, iets waar Redmond pas aan het einde van zijn boek in slaagt. Hij krijgt dan vooral respect voor zijn fetisj-kamer.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Oliver Twist (5) – De afloop

image

Op wonderlijke wijze ontkomt Oliver Twist aan de bende van Fagin. Als hij wordt meegenomen voor een inbraak, gaat het helemaal mis en wordt Olivier beschoten. Hij raakt gewond. In de veronderstelling dat hij meer dan dood dan levend is, laten ze hem in een greppel achter. Hier wordt hij gevonden en wordt hij opgevangen door de mensen waar de bendeleden wilden inbreken.

Overigens weet Charles Dickens hier prachtig de spanning op te bouwen. Hij houdt hiermee de lezer in zijn greep, net als dat Fagin grip probeert te krijgen op Olivier. De leider van de bende laat zijn pupil niet zomaar gaan. Dit element maakt het verhaal extra spannend. Krijgt Fagin de jongen wel of niet te pakken. Het verhaal verloopt grillig maar vooral heel spannend.

Als uiteindelijk de bende ontmaskerd wordt, gebeurt er heel veel tegelijk. De lezer voelt wel wat er gaat gebeuren, maar de verteller houdt de spanning er op treffende wijze in. Hij geeft niet alles in één keer weg. Zo is de achtervolgingsscène van de beroepsdief Bill Sikes werkelijk adembenemend. De achtervolging over de daken van de Londense achterbuurt, waarbij Bill Sikes steeds zijn achtervolgers te slim af is. Tot hij zijn val onvermijdelijk is, ondanks het touw dat hij bij zich draagt om de acrobatische capriolen uit te kunnen halen.

Wat dan gebeurt, lijkt er sterk op dat de verteller ook wraak wil nemen op de meedogenloze moord op Nancy. Nancy, zijn vriendinnetje die de harten van de lezer verovert in de loop van het verhaal. Bill probeert zijn achtervolgers te slim af te zijn, maar op die daken in de Londense achterbuurt, loert het gevaar: de schim van de vermoorde Nancy.

‘Al weer die ogen!’ krijste hij met een rauwheid, die niet van deze wereld is.
En wankelend als door de bliksem getroffen, verloor hij zijn evenwicht en tuimelde over de daklijst. De strik zat om zijn nek, door zijn gewicht liep het touw strak af, gespannen als een boogpees en met een snelheid van een afgeschoten pijl. Zijn val was wel vijf en dertig voet de laagte in. Een plotselinge schok, een samenkrampen der leden en daar hing hij, het open mes in de verstijvende hand geklemd. (312)

Geschreven met een gevoel voor dramatiek, zie je als lezer het dode lichaam bengelen daar hoog boven de straat. Met nog meer gevoel voor dramatiek, voegt de verteller een extra element toe. De hond trouwe hond Bul volgt zijn baas. Alsof de gruwelijke scène uit Oliver Twist nog niet erg genoeg is. Het is buitengewoon beeldend geschreven.

Een hond, die zich tot dusver verscholen had gehouden, liep alerjammerlijskt jankend, van achteren naar voren en van voren naar achteren over de daklijst en zich tot een sprong gereedmakend, trachtte hij op de schouders van zijn dode baas te belanden. Maar hij miste zijn doel en viel over de kop buitelend in de gracht neer, waar hij te pletter sloeg tegen een steen, zodat zijn hersenen in het rond spatten.

Het zou een misdaadfilm niet misstaan, de dramatiek waarmee dit is geschreven. Het ene gruwelijke detail volgt op het andere. In een steeds hogere versnelling komen de gruwelijkheden voorbij. Het maakt Oliver Twist tot een indrukwekkend boek om te lezen. De week dat ik dit boek las, zat ik gekluisterd op de bank. Vol verwachting op wat er komen ging, meegetrokken in het verhaal, dat meer dan 175 jaar oud is, maar zich ter plekke in je verbeelding voltrekt.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

Oliver Twist (4) – De misdaadscènes

image

De passages in de misdadigersbende zijn uitermate sterk geschreven. Ze getuigen van een goed gevoel voor drama en spanningsopbouw. Zo komen meneer en mevrouw Bumble in contact met Monks, iemand die heult met de bende van Fagin en hem allerlei opdrachten geeft. Ze vertellen hem voor 25 pond het verhaal van de overleden vroedvrouw.

Deze scène gaat met veel dramatiek gepaard. Het onweert, ‘een felle lichtflits, gevolgd door een donderslag, die het hele gebouw op zijn grondvesten deed trillen.’

Als ze het verhaal vertellen, gevolgd door weer een donderslag, onthult Monks het echtpaar wat hij ze had willen aanrichten. Hij opent een luik in de vloer – op de plek waar de Bumbles zojuist stonden – en laat ze een gapende diepte zien. Als het hem niet had aangestaan, had hij de twee er zo in kunnen laten zinken, zegt hij er dreigend bij.

Onder hen stroomde het drabbige water, door de hevige regen gezwollen, snel voorbij en alle andere geluiden gingen te loor in het geweld van het klotsen en kolken tegen de groene en slijmerige peilers. Vroeger was daar beneden een watermolen geweest; en de vloed die rond de rottende palen en nog resterende machinedelen schuimde en schuurde, scheen met vernieuwde woede in het ongewisse voort te ijlen, nadat hij zich had bevrijd van de belemmeringen die hem nodeloos hadden getracht in zijn blinde vaart te stremmen. (229)

Een passage die rechtstreeks uit een Engelse misdaadserie kan komen. De kolkende, alles verzengende waterstroom die alles meeneemt. Als je daarin terechtkomt, eindigt het zeker met de dood. De Bumbles kijken met afkeer in het gapende gat en zijn zich bewust van de dreiging die onder hun voeten stroomde.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

Oliver Twist (3) – Het verhaal

wpid-2013-12-28-14.39.26.jpgDe roman Oliver Twist vertelt het aangrijpende verhaal van de wees Olivier Twist. Hij is de hoofdpersoon van het verhaal, maar krijgt erg weinig stem in het verhaal. Hij is vooral een speelbal. In eerste instantie ligt zijn lot in handen van de gemeentepedel, belast met de armenzorg. De pedel draagt hem over aan een begrafenisondernemer. Zo bespaart hij weer op de armenzorg.

De dienstmeid Charlotte en vooral de leerling Noach Claypole tergen en treiteren hem. Nadat Noach Claypole Olivers moeder ernstig beledigd heeft, wordt het zwart voor de ogen van Oliver. De woede en het onrecht dat hem daarna treft, doen hem vluchten naar Londen. Maar daar komt hij van de regen in de drup. Hij raakt verstrikt in een misdadigersbende onder leiding van de misdadiger Fagin.

Na een paar weken de merkjes uit gestolen zakdoeken te hebben geknipt, mag Oliver mee met twee bendeleden op rooftocht. Ze zijn aan het zakkenrollen. De twee trekken een zakdoek uit de zak van een man die bij een boekenstalletje naar een boek kijkt. Oliver schrikt zich rot en zet het op een rennen.

Dat komt hem duur te staan, hij wordt opgepakt en voor de rechtbank gesleept. Het ‘snelrecht’ avant la lettre dreigt hem te veroordelen, maar net op tijd vertelt de eigenaar van het boekenstalletje dat niet Oliver het was, maar twee andere jongens.

De man neemt Oliver mee en draagt zorg voor de jongen omdat hij helemaal uitgeput is. Maar als hij opgeknapt is en even weg is voor een boodschap vindt Nancy van de bende hem en ontvoert hem. Zo komt hij weer in de strikken vast te zitten van Fagin. Het dreigt een herhaling van zetten te worden, maar Charles Dickens weet op een leuke manier nieuwe spanning in het verhaal in te bouwen.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

Oliver Twist (2) – Excuus voor de uitweiding

image

Wat maken een schrijver als Charles Dickens en een boek als Oliver Twist zo interessant om nog altijd zo’n boek te lezen? Natuurlijk is dat het onderwerp: de armoede en ellende van de onderklasse in het Engeland van de negentiende eeuw buitengewoon aangrijpend is. Maar waar echt heel erg van gecharmeerd ben, is de verteller.

Met name aan het begin van een hoofdstuk weet hij met humor en bravoure zijn personages te introduceren of de lezer speels te onderhouden. Zoals aan het begin van het 27e hoofdstuk. Hierin legt de verteller uit aan de lezer dat hij even een personage in de steek laat. Meneer Bumble, belast als parochiepedel met de armenzorg in zijn gemeente, is bij mevrouw Corney langs om haar ten huwelijk te vragen. De directrice van het werkhuis waar Oliver Twist is geboren en zijn moeder kort na de geboorte stierf.

Mevrouw Corney moet weg en laat daarmee de parochiepedel alleen achter. De verteller volgt mevrouw Corney en gaat mee naar de kamer waar een oude vroedvrouw sterft die nog iets wil opbiechten voor haar dood. Daarna verplaatst het verhaal zich naar de misdadiger Fagin die iets overlegt met een paar compagnons van de misdadigersbende.

Dan komt de verteller weer terug. Het begint al met de cursieve tekst onder het hoofdstuk-nummer:

Waarin de onbeleefdheid van een vorig hoofdstuk, om een dame zomaar in de steek te laten, weer wordt goedgemaakt.

Dat was inderdaad drie hoofdstukken terug. Maar hij laat dat daar niet bij. De verteller biedt zijn excuses aan, een moment om van te genieten:

Daar het eenvoudig schrijver in het geheel niet betaamt om een zo gewichtig personage als een pedel met zijn rug naar het vuur en de rokspanden onder de armen te laten wachten tot het hem wel zou willen behagen hem te verlossen en daar het zijn stand of galante aard nog minder past om tevens een dame te veronachtzamen op wie die pedel een teder en liefderijk oog heeft laten vallen en wie hij zoete woordjes in het oor had gefluisterd, welke komend van die kant het hart van elke vrouw en van elk meisje, van welke rang ook, wel moesten treffen; haast zich de historieschrijver, wiens pen deze woorden neerschrijft – er op vertrouwend, dat hij weet waar hij staan moet en dat hij voor wie in de wereld met macht en autoriteit zijn bekleed, een voegzaam ontzag koestert – hun de hoogachting te betuigen, waarop hun positie hun recht geeft en hen te behandelen met al die verschuldigde eerbied, welke hun hoge rang (en bijgevolg van hun grote verdienste) gebiedend van hem vergt. Te dien einde had hij zich inderdaad voorgenomen om op deze plaats een verhandeling in te lassen betreffende het goddelijke recht der pedels, om in het licht te stellen, dat een pedel onmogelijk recht kan doen: waarmee hij zijn weldenkende lezers ongetwijfeld zou hebben verheugd en tevens gesticht, doch welke hij bij gebrek aan tijd en ruimte, helaas wel genoodzaakt is tot een geschiktere gelegenheid uit te stellen; zodra deze zich echter voordoet, zal hij bereid zijn aan te tonen, dat een rasechte pedel, dat wil dus zeggen. een parochiepedel die aan een gemeentewerkhuis is verbonden en die qualitate qua tot de kerk der parochie behoort, dat zulk een pedel dus reeds krachtens zijn ambt begiftigd is met de voortreffelijkste eigenschappen welke het mensdom eigen zijn, maar dat gewone verenigingspedels of die dienst doen aan het gerechtshof of zelfs die tot hulpkerken behoren (behalve misschien deze laatsten maar dan toch maar in uiterst geringe mate) niet de minste aanspraak kunnen maken op al die uitnemende kwaliteiten. (158)

Deze twee volzinnen beslaande alinea uit Oliver Twist lijkt misschien een uitweiding, maar hij kent vooral waarde toe aan de verteller. Ik kan echt genieten van dit soort passages waarin de verteller zijn lezer misleidt en ook bedriegt. Het maakt een boek met een zwaar onderwerp dat De lotgevallen van Olivier Twist is, dragelijk.

Misschien kunnen dit soort vertellers en dit soort zinnen in deze tijd niet meer. Ze getuigen hier van een groot verteller. De speling van de verteller met zijn eigen verhaal zijn heerlijk om mee te maken. Zeker bij een boek als Oliver Twist dat van zichzelf zwaar genoeg is, maar door dit soort passages extra humor en lading krijgt.

Daarna vertelt de verteller zijn verhaal gewoon weer verder. Meneer Bumble telt voor de zoveelste maal de theelepeltje van de weduwe Corney en onderzoekt de rest van het huisraad op degelijkheid. Het vinden van een doosje met muntstukken erin bevestigt zijn besluit om de weduwe echt ten huwelijk te vragen. Iets dat hem duur komt te staan, zal uit de rest van het verloop van Oliver Twist blijken.

Het verhaal vertelt verderop zelf wel over de rol van de gemeentepedel. En of die waardig is? Dat laat zich wel raden.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs: