Tagarchief: cassettebandje

Audacity

image

De uitvoering op cd van Tjeerd van der Ploeg is prachtig maar toch blijft de behoefte aan de Tournemire van Marc Brefield – of hoe hij ook heten mag – in de Sint Servaasbasiliek in Maastricht. Ik moet het bandje maar digitaliseren om het te redden van de ondergang.

Elke keer afdraaien betekent weer het risico van een beschadiging op de band. Die zit er nu al dik in. Daarom speur ik op zolder naar het cassettedek van weleer. Het dubbeldek waarop ik het bandje heb samengesteld. Mogelijk weet dit apparaat ook de ruis een beetje te drukken.

Ergens in het midden achter de stapels dozen zou hij moeten zitten. Ik zoek de doos met het cassettedek, maar hij lijkt onvindbaar. Wel de platenspeler maar het apparaat dat ik zoek is er niet. Weer de stapel langs. Naar een andere stapel. Ik sjouw me rot maar zie niet wat ik zoek. Een laatste keer, hier zou hij moeten zitten. Ik kijk onder de platenspeler en zie het cassettedek.

Naar de computer om het apparaat aan te sluiten. Het bandje draait, ik hoor muziek, maar het programma – een oud programma bijgeleverd bij een boekje om van platen cd’s te maken – geeft geen sjoege. Misschien is het te zacht. Terug naar zolder naar de doos met de platenspeler voor de versterker. De versterker voor de platenspeler ertussen. Het geluid schalt in een oorverdovende brom uit de speakers, maar het programma registreert niks.

Misschien gewoon opnemen. Het bandje draait. Ik ben ijzig stil. De vorige keer dat ik iets opnam, registreerde hij alleen het geluid via de microfoon. Zo zat ik met allemaal geklets en het geluid van de televisie, maar niet met de muziek die ik wilde opnemen. Het is driekwartier later. Ik buig mij weer over de apparatuur. Het bandje stopt. Ik stop de opname in het programma.

Benieuwd wat ervan geworden is. Ik speel het af, maar ik hoor niks. Opnieuw speur ik de instellingen af. Maar er gebeurt niks. Het is voorbij met dit programma. Dat is mij wel duidelijk. Op de computer op zolder kan ik dit niet doen. Deze heeft niet zo’n mooie audio-ingang. Ik ga weer op zoek. Neus handleidingen door, scharrel wat op internet. Maar het baat allemaal niet. De opnames lukken niet.

Dan vind ik het gratis programma ‘Audacity’. Misschien is dat wel iets voor mij. Ik zoek verder naar achtergrondinformatie en download het programma. In tegenstelling tot het oude programma registreert dit apparaat wel de muziek uit het cassettedek. Maar hij neemt even enthousiast achtergrondgeluid via de microfoon op. Zoeken in de instellingen en ik zie dat er verschillende geluidskanalen openstaan. Het juiste kanaal zoeken en de verkeerde kanalen afsluiten. Voor ik er erg in heb is het gepiept en neemt hij op.

De zeven koralen klinken. Prachtige muziek, voorafgegaan door het betreffende kruiswoord door de Amerikaanse kunstenaar. Intiem en groots tegelijk. Het orgel van de Sint Servaas is ontstemd. Maar dat is niet belangrijk. Het maakt de weeklacht nog intenser. Die valse trompet lijkt het diepste verdriet nog beter weer te kunnen geven. Ik ben tevreden Hier wordt een groots wonder verricht en ik kan er straks nog eindeloos naar luisteren.

Als de opname klaar is, volgt het opdelen in stukken. Ik snap er niks van. Al die rare tekentjes. Ik kan er niet eens mee overweg. Het oude programma was daar veel makkelijker in. Weer terug het internet op en daar openbaart zich de oplossing. Het programma is zeer gebruiksvriendelijk ontdek ik snel. Veel gebruiksvriendelijker dan het oude. Ik ga heerlijk verder en voor ik het weet staat alles prachtig op een cd.

Met de opnames die ik heb liggen van Chemin de la Croix van Dupre verloopt het allemaal soepel. Behalve dat de opname in de Sint Jan van Den Bosch door Maurice Pirenne onmogelijk op een cd gebrand wil worden. Ik moet het opdelen en combineer het met Ton van Ecks uitvoering van hetzelfde werk. Op het orgel van de Sint Servaas van Maastricht. Dit keer strak gestemd, maar wel zacht opgenomen.

Niet alles kan volmaakt zijn.

Charles Tournemire en de 7 kruiswoorden

wpid-2013-03-03-11.26.41.jpgVolgens organist Ton Eck behoren de Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76) van Charles Tournemire tot het meest toegankelijke uit zijn orgelwerk. Hij schrijft:

‘Deze imposante cyclus werd, zoals zoveel andere composities van zijn hand in de Ste. Clothilde door de componist ten doop gehouden. De belangstelling van het publiek schijnt minimaal geweest te zijn, maar het werk – dat tot het toegankelijkste van Tournemire’s composities behoort – zou deze onfortuinlijke premiere ruimschoots overleven. Ook hier geeft de componist, zoals bij veel van zijn andere werken, een uitgebreid commentaar bij elk van de delen.’ (de Orgelvriend, maart 1995, p. 14)

De premiere schijnt 37 toehoorders te hebben gehad op 6 juni 1935. Ondertussen is mijn speurtocht naar Tournemire uitgebreid. Ik vindt bij de bibliotheek de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg op het Mutin-orgel in de l’Eglise St. Pierre de Douai. Het instrument van de leerling van Cavaille Coll doet niet onder voor het werk van zijn meester. Wat een prachtklank. Vooral prestanten en strijkers klinken heel inspirerend.

Met zo’n betere en vooral transparantere opname – geen gekraak en gesuis van een 20 jaar oud cassettebandje met radioruis – op een instrument dat nog geschikter is voor dergelijke muziek, kun je beter naar de muziek zelf luisteren. De koralen roepen associaties op met onder andere Louis Vierne. Het eerste en derde koraal hebben heel veel overeenkomst met de orgelsymfonien van de tijdgenoot van Tournemire.

Charles Tournemire gaat echter verder. Zijn werk is veel mystieker van aard. De enorme verbondenheid met het geloof maakt de koralen bij de 7 kruiswoorden tot prachtige muziek. De muziek spreekt zo intens en diep dat je zelfs als ongelovige hier niet buiten kunt staan. Ik vind deze muziek zeker vergelijkbaar met Bachs passionen. Hier spreekt dezelfde intensie en energie.

Het hoogtepunt vormt het tweede deel op de tekst: Hodi mecum eris in Paradiso. Het zijn de woorden die Jezus sprak tegen de moordenaar aan het kruis, die hem om vergeving vraagt. ‘Heden zult gij met mij in het paradijs zijn’ (Lucas 23:43).

De muzikale verwerking van Tournemire doet met de hoge fluiten en diepe, zachte onderliggende subbas denken aan het paradijs. De uitkomende stem voert je helemaal mee. Het stuk wordt niet voor niets vaak uitgevoerd door organisten. Echt een hoogtepunt van de Franse koraalkunst.

Woensdagavond speelt Tjeerd van de Ploeg de Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76) op het Verschueren-orgel in het orgelpark.

Op zoek naar Charles Tournemire

image

De Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76) van Charles Tournemire moeten dus ergens op een bandje in de bandjesdoos rondzwerven. Ik baal ervan dat ik ze niet kon vinden. Het moet maar iets rigoureuzer worden aangepakt. Ik maak een plekje vrij in mijn studeerkamer en haal de doos uit de berging.

In keurige stapels werk ik het hele palet van bandjes door. Veel bandjes bevatten geen enkele informatie met de inhoud. Lege hulzen en bandjes zonder tekst. Het is een raadsel wat erop staat. Dat zou uren luisteren vragen. Ik weet zeker dat het Tournemire-bandje zeker tekst op het hoesje bevat.

Het kan ook verdwenen zijn. Een aantal jaren geleden bracht ik een kapot cassettedek naar de vuilstort. Ik was vergeten dat er nog een bandje in zat, met ondermeer een bewerking van de derde Gnossienne van Erik Satie voor orgel. De rest van het concert is wel te vinden op de orgelsite van de NCRV, maar dit belangrijke stukje is verdwenen. Net als Michael-Christfried Wincklers improvisatie op Bachs Nun freut euch lieben Christen gmein.

De bodem van de doos komt meer in zicht. En dan hijs ik ineens het bandje der bandjes omhoog uit de puinhopen van opnames uit de beginjaren 1990. Drie dagen in de week zat ik gekluisterd aan de radio om de orgelprogramma’s van de NCRV, EO en KRO op te nemen. Hier diep ik de uitvoering van ene Marc Brefield op het orgel van Sint Servaes te Maastricht. De uitvoering van Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76).

Het bandje gaat meteen in het cassettedek. Ik hoor de rauwe Amerikaanse stem van de kunstenaar. Hij leest voorafgaand aan de compositie de bijbeltekst voor met het betreffende kruiswoord. De akoestiek en de valse tongwerken. Ik voel de nostalgie van destijds opzwellen. Wat een schoonheid in al zijn beperkingen.

Wie zoekt zal vinden. Ik zocht. Ik heb gevonden…