Tagarchief: boekenweekgeschenk

Literair avondje met Lamoer

Ik hik er de hele dag tegenaan: wel of niet naar Haarlem. Een literair avondje waarvoor ik ben uitgenodigd, maar ik twijfel. De opsmuk, de poeha. In de tijd dat je daar zit en moeten luisteren naar verhalen, kun je gewoon een boek lezen.

Als je leest, kun je zelf kiezen of je dat wel wilt lezen wat je leest. Dan sla je het gewoon over als je er geen zin hebt. Hier kun je niet swipen. Hier gaat het onverminderd door en je kunt niet weg. Maar ik ben speciaal uitgenodigd, sta op de gastenlijst. Een reminder 2 dagen voor de bewuste avond, heeft me weer op scherp gezet. Wel of niet

Natuurlijk rij ik veel te laat weg. Dat hoort bij die afspraken waar ik de hele dag tegenaan hik. Het is uiteindelijk iets voor 7 uur als ik wegrijd. Al op de Waterlandseweg begint op de radio het nieuws van 19 uur, met Jeroen Tjepkema. Bedankt Jeroen, hoor ik als ik de snelweg oprijd. Om 20 uur begint het avondje. De deur is dan een halfuur open.

Knooppunten

De hele route 100 kilometer per uur rijden. Werkzaamheden, krappe bochten en vooral heel veel knooppunten. Ze zijn niet te tellen, maar wat een hoeveelheid knooppunten. Sommige met leukere namen dan anderen. Raasdorp, Badhoevedorp en Holendrecht. Veel namen hebben de associatie met files, lange rijen wachtenden auto’s. Ik laat mij voortrazen in de stroom, zonder stoppen. Al wil iedereen iets anders bij het invoegen. De stad komt ik snel in.

Ik parkeer mijn auto in een wijk tegen de binnenstad. Parkeren is daar gratis. Het is niet de moeite waard om vol te moeten betalen op een steenworp afstand van de bijeenkomst. Het zou me wel heel veel moeite schelen. Wel bijzonder dat de avond begint te vallen. Ik vertrek vrijwel met licht en kom uiteindelijk in het donker aan bij het Patronaat.

Wandelen met Google Maps

Nog een aardig weg om daar te komen. Volgens Google Maps doe ik er meer dan 20 minuten over. Ik zou aankomen om 20.03 uur. Maar dat kan niet, dat is te laat. Ik houd mijn mobiel in de hand, vlieg door het wijkje. Loop toch weer anders dan Google vindt en duik via de Steenstraat onder het spoor door. Sla bij de Parkstraat linksaf, want dat moet toch. Dan wijst de stem van Google mij de hele weg de andere kant op. Jeetje, omkeren maar.

De stem van Google tempert. Eigenlijk vindt de vrouwenstem dat ik moet afslaan om bij de Koningsgracht te komen. Geen zin in. Als ik uiteindelijk afsla om achterop de Markt te komen, zeurt Google weer. Afslaan al die steegjes door om dan – hijg, hijg – half rennend, half snelwandelend bij de Zijlsingel uit te komen. Bruggetje over en dan ga ik schuin de drukke staat over. Patronaat op de gevel. Het is nu echt donker.

Waar is de ingang?

Zoeken naar de ingang. Het is al 20 uur. Een grote rij staat buiten. 3 deuren, welke deur moet ik in vredesnaam nemen? Geen idee, ik ren naar een ingang waar weinig mensen staan. ‘Lamoer? Dan moet u bij het café zijn.’ Bij het café vraagt de portier naar kaartjes. Ik sta op de gastenlijst. ‘Dan moet u bij de kassa zijn?’ zegt hij. Weer terugrennen naar de man waar ik zojuist was. Ik sta op de lijst. Valt weer mee en krijg een vrijkaartje van hem mee.

Weer terug naar het café. Daar mag ik erin door de portier. Een hele onderneming om er te komen. Waar moet ik nu heen? Geen idee. Een slanke dame in een blauw-groene jumpsuit met allerlei gekleurde streepjes knikt mij enthousiast toe. Lange blonde haren. Maar dat is toch niet Esther Gerritsen, bedenk ik mij snel. Je nodigt de schrijver van het boekenweekgeschenk van een paar jaar terug uit voor een avond in de boekenweek. Dat is natuurlijk een stuk makkelijker en goedkoper.

Stoeltje vooraan

Als ik bij de stoeltjes vooraan bij het podium kom, schuift een dame al opzij om mij door te laten. Het plekje naast haar is vrij. Ik zie allemaal oudere dames, kort krulletjeshaar, grijs en brillen. Niet allemaal op de neus, sommige in het haar of bengelend aan een touwtje zodat ze tegen de hals tikken of schuin vallen op de borsten.

Muziek gaat aan, hard, licht gaat uit. Het begint. Een vlotte kerel met krulletjes presenteert. Hij vertelt snel het boekennieuws. Over een nieuwe verfilming van Appie Baantjer, waarvan we de trailer mogen zien. Het zou de vroege Appie zijn, jaren ’80, de krakersrellen en hoe de onderwereld steeds meer grip krijgt op de wallen waar hij op de Warmoestraat zit.

Er klopt veel niet, waarom nemen ze het dan op in het oude politiebureau te Leiden, een geliefde filmlocatie, in de serie Coverstory fungeerde het gebouw als krantenredactie. Wel een spannende trailer, het grote scherm geeft je zelfs een beetje een bioscoop-ervaring. Maar ik ben snel overdonderd als het om een filmscherm gaat. Weinig gewend.

De moeder, de vrouw

Een presentatie van de boekenverkoper De Vries uit Haarlem. Met 3 boeken in de hand over het boekenweekthema, De moeder, de vrouw, prijst hij vooral het boekje met verhalen en gedichten van Annie M.G. Schmidt aan. ‘Koop het, want het is vooral de moeite waard.’ En gelukkig, hij heeft een pinautomaat bij zich, net als een boekenweekgeschenk voor iedereen. Dus allemaal snel naar het tafeltje van de boekhandel De Vries.

De eerste echte presentatie is van de kunstcriticus Wieteke van Zeil over haar boek Goed kijken begint met negeren. Ze presenteeert de kunst van het kijken naar kunst. Waar moet je op letten? Ze neemt je mee door de zalen in het museum en laat je zien hoe je meer uit een schilderij haalt. Begin vooral met te kijken, negeer het bordje naast het schilderij, laat je niet informeren door de audiotour, maar kijk!

Kijken begint met negeren

Aan de hand van inspirerende voorbeelden laat ze zien wat je dan allemaal ziet. Gewoon door te kijken en zelf te duiden wat je eigenlijk ziet. Niets is wat het lijkt. Het is veel meer. Zo kan zelfs een uit papier gesneden kunstwerk veel leuke grappen opleveren. Ze laat zien hoe een spinnetje (weliswaar met 12 poten) aan de boom, verwijst naar een aan het spinnenwiel spinnende Eva ernaast. Zelfs de kat erbij is aan het spinnen. Heerlijk om zo samen met deze kunstcriticus te leren hoeveel meer je uit je museumbezoek kunt halen. En echt, dat is heel veel.

Boekenweekgeschenkauteur

De hoofdact van de avond is het gesprek met oud-boekenweekgeschenkauteur Esther Gerritsen. Het is ongeveer het jaar geweest dat ik stopte met het lezen van het boekenweekgeschenk. Misschien een jaar te vroeg? Altijd teleurgesteld door dit dunne boekje dat overal en nergens over gaat. Bijna elk boekenweekgeschenk bladerde ik in een kleine 2 uur door, maar ik vond hier nooit een verhaal dat mij echt is bijgebleven. Misschien zijn Biesheuvel en Zwagerman hierin als enige geslaagd.

De laatste las ik nooit, maar ik denk dat het een prachtig verhaal is. Net als dat ik het boekenweekgeschenk van F. Springer vooral veel vond lijken op een andere roman én een verhaal van hem. Het mag vooral niet teveel een zelfgeschreven kopie zijn. Ik gebruik het boekenweekgeschenk vooral als een kleinood waarmee je de wippende tafelpoot kunt laten uitwippen en natuurlijk waarmee je die laatste zondag van de boekenweek gratis kunt reizen in de trein.

Esther Gerritsen, dat is toch die vrouw die zo gek op misdadigers is, zei Inge kort voor ik wegreed. Ik had geen idee, maar bij de presentatie van de 3 boeken die haar inspireren blijkt dit beeld inderdaad heel erg te kloppen. Want Esther Gerritsen heeft nogal een uitzonderlijke voorkeur voor bijzondere boeken. Zal ik hier haar favorieten verklappen? Zou wel een beetje flauw zijn. Al die mensen die er geweest zijn om haar 3 favoriete boeken te horen en dachten met een geheim naar huis te zijn gegaan. En dan nu liggen hier haar voorkeuren gewoon op straat. Dat kan toch niet.

Favorieten van Esther Gerritsen

Ik heb zin om ze verklappen omdat ik vind dat ze de moeite van het delen waard zijn. Esther Gerritsen heeft me namelijk best enthousiast gemaakt. Het maakt dus eigenlijk de misdadiger in je los. Of zou het allemaal meevallen. Daar komt i dan.

  1. Arnhild Lauveng: Morgen ben ik een leeuw
    Het verhaal wat er zich allemaal afspeelt in het hoofd van een schizofreen. De schrijfster zelf is schizofreen geweest in haar jonge jaren en vertelt hoe je er ook van kunt genezen. De remedie: heel veel liefde en heel veel geduld.
  2. James Gilligan: Violence
    Esther Gerritsen snapt eigenlijk niet waarom dit boek niet is vertaald. Of eigenlijk snapt ze het wel. Het is het verhaal waartoe mensen met een zieke geest in staat zijn. Alle soorten van criminelen, seriemoordenaars, zedendelinquenten komen voorbij in dit boek. Een must voor iedereen die iets zou willen proberen te begrijpen wat er in de hoofden van deze mensen afspeelt. Bijvoorbeeld het verhaal van een seriemoordenaar die alle mensen die hij vermoorde, onthoofde. De hoofden begroef hij in de tuin van zijn moeder onder haar raam. Zijn moeder wilde dat er mensen naar haar opkeken. Al deze killers doen het vanuit een gevoel van gekwetstheid. Ze voelen dat ze dit moeten doen.
  3. The Ted Bundy Tapes, Conversations with a Killer – geen boek, maar een docuserie op Netflix
    Wie is Ted Bundy? Hoe durft de interviewer dat te vragen, maar er zijn misschien mensen in de zaal die niet weten wie hij is, verontschuldigt hij zich. Ted Bundy is een seriemoordenaar die allemaal vrouwen vermoorde. Hij liep dan rond met een mutella en vroeg aan een vrouw of ze hem wilde helpen iets uit zijn bestelbusje te halen. Dan duwde hij haar zo naar binnen en vermoorde haar.

Vrij abrupt eindigt het interview. Hier lijkt het format van snelheid iets te strikt te worden opgevolgd. Het verrast zelfs Esther Gerritsen. ‘Is het nou al voorbij?’ vraagt ze opgelucht en verbaasd tegelijk. De keuzes van Esther Gerritsen zijn natuurlijk erg leuk. Net als haar verhaal hoe het boekenweekgeschenk is ontstaan. ‘Het verbaasde mij dat ik zoveel vertrouwen kreeg. Ze bellen je in maart dat het in november af moet zijn. En ze zitten je verder niet achter de vodden.’

Eshter Gerritsen staat voor de 4e keer op de short list voor de Libris Literatuurprijs. Net als dat ze nu hoopt toch eens de Libris literatuurprijs te winnen. ‘Tommy Wierenga is 3 keer genomineerd, ik nu 4 keer. Zoals hij het zei: “De vorige keren heeft jury zich vergist ten nadele van mij, nu heeft ze zich vergist ten voordele van mij.”‘ Welkom in de grabbelton die Libris Literatuurprijs heet. En ik had mijn favoriet al. Zeker als de genomineerde boeken nog een keer langskomen bij het nieuws.

Popkwis

De laatste gast doet een soort popkwis. Heel leuk, ook een vrouw. De vrouwen overheersen vanavond en dat mag best wel een keer. Het is de dame in het kleurrijke streepjespakje, Yaël Vinckx. De popdame uit Leiden is helemaal vol van Willem, Willem Venema. Volgens haar de man die iedereen kent, zonder hem te kennen. Ze schreef een boek over hem met de naam Volgens Willem.

Yaël Vinckx wisselt haar presentatie af met vragen naar welk nummer de DJ draait. Ze wordt geholpen aan de draaitafel. Een afwisselende presentatie levert het op. Waarbij de anekdotes het leukste zijn. Zo vertelt ze over de eerste editie van Lowlands, die al om 20 uur sloot, waarna er vanzelfsprekend rellen uitbraken.

Ze alarmeerden niet de politie, maar besloten de ergste raddraaiers eruit te pikken, waarna ze de volgende morgen naar Friesland werden gebracht. Ze waren getapt en vastgebonden met handen en voeten. In een gehucht werden ze uit het busje gezet, maar het zou ze veel moeite kosten thuis te komen. Alleen hun voeten waren losgemaakt, de handen zaten nog vast.

Nazit

Heerlijke verhalen, waarna de nazit aanbreekt. Het leukste gedeelte van de avond natuurlijk. Ik raak nog in gesprek met Femke die mij heeft uitgenodigd. De 3 organisatoren zijn alle 3 werkzaam in het boekenvak. Zo vertel ik honderduit over mijn boeken en het ontspullen waaraan ik en mijn gezin zich hebben overgegeven. Heerlijk om met wat minder spullen te leven. Mijn boeken koop ik daarmee bijna niet, ik leen veel bij de bieb en krijg soms een recensie-exemplaar toegestuurd.

Ik ben blij dat ik geweest ben, want zo blijf ik ook in contact met de wereld om de boeken heen. Al vind ik het heerlijk om lekker met een boek in een hoek te kruipen. Zo rij ik door het donker weer naar huis. Best een lange weg, zo merk ik. Sukkelend met 100 kilometer per uur over al die knooppunten, zie ik weer de bouwwerken die binnenkort opengaan. Blij dat ik weer thuis ben als ik de Vuursteenhof oprijd.

Brandende voeten

Bij het uittrekken van mijn schoenen brandt mijn voorvoet van onderen. De wandeling door de stad is waarschijnlijk iets te fanatiek geweest. Het hollen om er op tijd te zijn, de haastige spoed die zelden goed is. Maar het is wel een prachtige avond geweest, bedenk ik mij als ik in bed lig en de dag probeer te werken.

En dan het uitwerken van het verslag. Net als bij het hele dag aanhikken tegen gaan of niet gaan, hik ik nu tegen dit stukje aan. Ik heb het beloofd, maar zou het ook het stukje zijn dat ik zou willen schrijven. Ik zoek naar de vorm voor mijn blog, vertel ik Femke, 1 van de organisatoren.

Het komt zo moeilijk los. Lijkt teveel op wat ik altijd doe. Zoeken naar nieuwe vormen en vooral doen wat ik zelf ook leuk vind. Het is bijna onmogelijk. Een hele lap tekst. En als je tot hier gekomen bent: dan is mijn missie geslaagd.

Tot de volgende Lamoer op 25 mei: Bookstoreday!

Broer

image

Het boekenweekgeschenk van Esther Gerritsen is zoals andere boekenweekgeschenken, aardig om te lezen maar dan heb je ook alles gezegd. Ik las 2 jaar geleden het boekenweekgeschenk van Tommy Wieringa en vond het resultaat tegenvallen. Hetzelfde gevoel heb ik bij het lezen van Broer van Esther Gerritsen.

De opening van Broer is best mooi: de financieel directeur Olivia wordt vlak voor een belangrijke vergadering met de aandeelhouders gebeld. Het is haar broer Marcus. Hij vertelt in tranen dat hij op de operatietafel ligt en zijn been dreigt te worden geamputeerd.

Aandeelhouders

Het bericht haalt Olivia helemaal uit het verhaal dat ze de aandeelhouders zou vertellen over de financiële situatie van het familiebedrijf. Een winkel in serviesgoed en alles wat er in de keuken nodig is. Ze heeft al jaren geen contact meer gehad met haar broer, maar na het telefoontje onderneemt ze meteen actie. Ze verlaat de aandeelhoudersvergadering nog voor hij goed en wel begonnen is en gaat op zoek naar haar broer.

Het voorval zet alles meteen op scherp. Je wilt als lezer alles weten. Wat is dat voor een broer en waarom voelt Olivia zich opeens verplicht om achter hem aan te gaan. Zij lijkt iemand die alles voor elkaar heeft, terwijl haar broer van de ene mislukking in de andere is gevallen. Het voorval met het been brengt haar uit balans.

Belangrijke broer

Langzaam valt de held Olivia van haar voetstuk. De broer om wie ze nooit gaf, blijkt belangrijker voor haar te zijn dan ze eerder dacht. Hij haalt haar helemaal uit balans en je ziet haar langzaam maar zeker in de afgrond vallen. Marcus bemoeit zich met alles en weet zelfs een relatie op te bouwen met de aandeelhouders van de winkel waarvan Olivia de financieel directeur is.

Of zoals haar broer tegen haar man en zoons verteld:

‘Het is natuurlijk een hele hysterische vrouw.’ (85)

En Marcus vergelijkt zijn zus met oma Riet, die knettergek was. Ze ging inrichting in en inrichting uit. Ze smeet met pannenkoeken wat Marcus afschuwelijk vond en Olivia niet begrijpt:

Hoezo was dat ‘afschuwelijk’ geweest? Zo was oma Riet, ze was dol op oma Riet. Gunst ja, ze zmeet met zaken en ze verdween zo af en toe een paar maanden, maar met niemand kon je zo’n plezier hebben als met oma. (86)

Er komt hier het verhaal naar boven van een broer en een zus die allebei anders in het leven staan. Ze hebben allebei dezelfde jeugd gehad, maar anders beleefd. Dat verhaal komt naar boven, alleen mist het verdere uitwerking waardoor het einde een paar pagina’s verder, wel erg abrupt overkomt.

Mooi basisidee

Daarmee is Broer een verhaal dat een mooi basisidee bevat, maar dat niet mooi uitgesponnen is. Het mist de diepgang die het nodig heeft en is daarmee een verhaal dat teveel hooi op de vork heeft. Best jammer, dat daarmee ook dit boekenweekgeschenk in een teleurstelling eindigt.

Esther Gerritsen: Broer. Boekenweekgeschenk. Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2016. ISBN: 987 90 5965 360 3. 96 pagina’s. Gratis in Boekenweek bij aanschaf van € 12,50 aan boeken. Meer informatie.

Broer

image

Ik ben in de boekwinkel. Ja, voor de boekenweek. Het boekenweekgeschenk is nooit echt heel bijzonder en tóch ga ik altijd naar de boekwinkel in de boekenweek. Ik wil dat gratis boekje hebben. Het is uniek en het boekje geeft een beeld van een schrijver waar ik dan later vaak wat meer ga lezen.

Het begon allemaal met Leon de Winter. Ik zat op de 1-jarig Havo na een mislukt 3-jarig avontuur op de MTS. Ik was gek op lezen en wilde dolgraag schrijver worden. Tijdens de wiskundelessen had ik geschreven en geschreven op kleine kladblaadjes aan mijn roman.

Het verhaal speelde op het Domplein in Utrecht. Ik schreef door, dag en nacht en verspeelde zo mijn examens op de MTS. Ik kon aan het eind van dat jaar kiezen: of opnieuw of iets anders. Het werd iets anders: de 1-jarige Havo. De roman was klaar – de eerste versie althans – en ik durfde het nooit meer op te pakken. Bang dat ik opnieuw mijzelf zou verliezen in het verhaal.

De boekenweekgeschenken kwamen ervoor in de plaats. Ik kocht dan altijd boeken in de boekenweek. Meestal stelde ik de aanschaf van iets uit. Vaker nog stond ik weifelend in de boekwinkel. Wat moest ik in hemelsnaam kopen! Dan hikte ik tegen het aankoopbedrag aan.

Zo sta ik op de eerste dag van de boekenweek ook in de boekwinkel. Bij de afgeprijsde boeken staat nadrukkelijk dat je met een opruimingsboek géén boekenweekgeschenk krijgt. Bij de kassa wordt er ook nog eens bij vermeld dat een opruimingsboek niet wordt ingepakt.

Zo drentel ik langs de stapels boeken. Wat wordt het? Als ik dan Tas met as van Jelle Brandt Corstius in mijn hand houd, weet ik dat ik een goede beslissing heb genomen. Niet te duur om misschien later deze week nog een aankoop te doen voor een 2e boek. Dan kunnen we er meteen van met de trein op de laatste zondag van de boekenweek.

Een lange rij voor de kassa. Voor mij staat een lang, stevig meisje. Ze draagt een donkere jas en kijkt over iedereen heen. In haar handen houdt ze een stapeltje boeken vast.

Eindelijk is ze dan aan de beurt, rekent af en verlaat snel de rij. Ze loopt in de richting van een ander meisje, net als zij ergens in de 20. Trots houdt ze het boekenweekschenk omhoog. ‘Kijk ik heb een Broer. Het meisje vroeg of ik een Broer wilde. Ik heb alleen een zus, jij, maar nu heb ik ook een Broer.’

Iets later loop ik ook met een Broer in mijn handen de boekwinkel uit. Benieuwd naar het verhaal en of ik er iets in herken van de echte broer in mijn leven.

Boekenweek – #50books vraag 11

image

De derde week van maart: de boekenweek. Vanaf het moment dat ik het eerste boekenweekgeschenk op school kreeg, doe ik mee met de boekenweek. Het eerste geschenk: Leon de Winters Serenade dat door strengchristelijke scholen werd geweigerd.

Ik zat op het volwassenenonderwijs en wij vielen eigenlijk buiten de boot, maar onze lerares Nederlands wist een doosje bij een strengchristelijke collega te halen. Zodoende kregen wij van de eenjarige Havo ook een exemplaar van het boek.

Ik was al veel eerder naar de literaire boekhandel Het Paard van Troje in Ede gegaan en had er meteen een paar boeken van Leon de Winter bijgekocht. Net als het boekenweekessay van Jan Wolkers Zwarte bevrijding met de zin waar hij altijd aan moet denken als de Last Post klinkt: ‘Blow the horn, Stan! Blow, the horn!’ uit de film Saps at Sea van Laurel and Hardy.

Daarna ben ik de andere boekenweekgeschenken gaan verzamelen. Bijna altijd is het niet het beste boek van de schrijver. Daarvoor is het boek te dun. Slechts 1 keer was er dik boekenweekgeschenk. Dat was in 2001 bij Woede Salman Rushdie, maar dat was eigenlijk gewoon een voorpublicatie van een nieuwe roman.

Dat brengt mij bij de nieuwe boekenvraag van deze week en ik weet dat er in 2013 bijna dezelfde vraag was, toch kan ik het niet laten hem te stellen:

Ga je in de boekenweek speciaal naar de boekwinkel voor het boekenweekgeschenk?

Om al meteen mijn antwoord te geven: ja, ik ben gisteren gelijk naar de boekwinkel geweest om het nieuwe geschenk van Esther Gerritsen te halen: Broer. Al is het alleen al om volgende week zondag al lezend met de trein te kunnen reizen.

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Sprakeloos met een vrouw naar bed – #WoT #leesvrouwen

in-bed-met

Sprakeloos ben ik: het cpnb heeft voor volgend jaar opnieuw een man benaderd voor het schrijven van het boekenweekgeschenk. Voor het dertiende jaar op rij valt een man deze eervolle taak ten deel. Volgend jaar schrijft de Vlaming Dimitri Verhulst het 96 pagina’s tellende boekje dat je krijgt bij de aankoop van 11,50 euro aan Nederlandstalige boeken.

Dimitri Verhulst eindigt een leger aan mannen: Tommy Wieringa, Kees van Kooten, Tom Lanoye, Kader Abdolah, Joost Zwagerman, Tim Krabbé, Bernlef, Geert Mak, Arthur Japin, Jan Wolkers, Thomas Rosenboom en Ronald Giphart.

De laatste vrouw was Anna Enquist in 2002. De rest van de lijst bestaat uit hoofdzakelijk mannen. Grote vrouwelijke nestor is Hella Haasse. Zij schreef liefst 3 boekenweekgeschenken in 1948, 1959 en 1994.

Bij de Nobelprijs kunnen ze het niet maken, daar geven ze de prijs het ene jaar aan een man, het andere aan een vrouw. Bovendien weten ze ook nog eens Westers en niet-Westers met elkaar af te wisselen. Heel knap. Kwaliteit laat zich moeilijk berekenen in afkomst. Ik weet niet of ze ook rekening houden met seksuele geaardheid van de Nobelprijswinnaar.

Het CPNB moet eens de mannentrend doorbreken en een paar vrouwen het geschenk laten schrijven. Dat doe ik als lezer overigens ook. Het is heerlijk om tussen al die mannen ook eens een vrouw beet te pakken. Spannend, sensueel en opwindend tegelijk.

Voor Not just any book’s leesclub Een perfecte dag voor literatuur kruip ik geregeld met een vrouw in bed. Vorige week beleefde ik genoeglijke uurtjes met Eva Kelder. Aangespoord door een tweet van @kimindepen liet ik er mijn lief een mooie foto van maken: samen met Eva Kelder in bed.

Boekenweekgeschenken – #50books

image
Boekenweekgeschenken vanaf 1995

Bij het schrijven over de boekenweek voor #50books heb ik al de boekenweekgeschenken vanaf mijn eerste uit de kast gehaald. Wat weet ik mij er nog van te herinneren. Het begint al bij de eerste, Serenade van Leon de Winter. Geen idee waar het verhaal over gaat. De heilige Antonio van Arnon Grunberg ben ik ook vergeten. Behalve de herinnering dat het een heel absurd boekje was. Na het lezen van die novelle ging ik de rest lezen van Grunbergs oeuvre. Ik ben hem sindsdien blijven volgen.

De meeste boekenweekgeschenken kan ik nauwelijks navertellen. Hoe komt het toch dat het schrijvers maar niet lukt om een mooi boekenweekgeschenk te schrijven? De kraai van Kader Abdolah was een verschrikking om te lezen. Het boekje van Tom Lanoye vorig jaar was best aardig geschreven, maar het verhaal bleef dor en en doods. Personages zijn letters op papier en het verhaal brabbelt maar wat zonder echt iets te vertellen.

Gelukkig zijn er ook goede herinneringen aan boekenweekgeschenken. De geschenken van Harry Mulisch, Jan Wolkers en Arthur Japin. Boeken die mij een avond vasthielden en heerlijk waren om te lezen. Ze gaven niet de impressie van een oeuvre, maar vertelden gewoon een verhaal. Het is dan ook het verhaal dat ik herinner en niet de schrijver.

Vrijwel nooit laat het geschenk het mooiste zien van een schrijver. Het lijkt te gekunsteld. Schrijvers hebben er niet de tijd en aandacht voor om het tot een meesterwerk te maken. Graag had ik Hotz gegund zijn novelle De voetnoot als boekenweekgeschenk uit te geven. Dit verhaal behoort tot een van de mooiste novelles uit de Nederlandse literatuur. Dat zou je een veel breder leespubliek gunnen dan het nu heeft.

Gelukkig zijn er gevallen bekend waarbij wel een mooi boekenweekgeschenk werd geschreven. Het lukte bijvoorbeeld F. Springer heel goed een mooi verhaal te vertellen met Sterremeer. Een mooi verhaal dat veel elementen uit zijn oeuvre bevat, maar nergens geforceerd overkomt. Hier heb je niet in de gaten dat het verhaal in een paar maanden tijd geschreven is. Het vermoeden rijst dat de schrijver er al voor de opdracht mee bezig was. Het boekje nodigt zeker uit meer van hem te lezen.

Het zou het boekenweekgeschenk weer terug moeten brengen naar de oorsprong: een schrijfwedstrijd waarbij de prijswinnaar uitgegeven wordt. Onbekende talenten krijgen dan een kans hun verhaal te vertellen. Gevestigde schrijvers onderschatten en overschatten namelijk het geschenk. Ze vinden het een eer het te mogen schrijven. Vervolgens worstelen ze een paar maanden om het te schrijven. Het levert zelden iets moois op.

Het ligt misschien ook wel aan de organisatoren van de boekenweek zelf. Een geschenk moet een groot publiek aanspreken en mag mensen niet tegen het zere hoofd stoten. Zo schreef Gerard Reve in 1981 een adembenemende thriller De vierde man. Het liet zien dat hij een schrijver van formaat was. Het boekje neemt een unieke plaats in zijn oeuvre in. Een verhaal van een volksschrijver. De organisatie weigerde het vanwege te expliciete scenes. In 1995 weigerden veel christelijke scholen het boekje Serenade van Leon de Winter uit te geven. Ze vonden de liefdesscenes te heftig voor de ogen van hun scholieren.

Het mooiste boekenweekgeschenk blijft Oeroeg van Hella Haasse. De schrijfster won de schrijfwedstrijd en debuteerde met de novelle. Het is een meesterstuk geworden van de Nederlandse literatuur. Ik vraag mij af of Hella Haasse wel ontdekt was zonder dit prachtige debuut. Ze stond wel meteen op de literaire kaart. En nog voor Harry Mulisch, Gerard Reve of Willem Frederik Hermans waren gedebuteerd.

En toch ben ik elk jaar weer nieuwsgierig als in de weken na de boekenweek de schrijver van volgend jaar wordt bekendgemaakt. Vorig jaar gontste op facebook de naam Gerrit Komrij. Het moest er nu toch echt eens van komen. De appel viel niet ver van de boom. Komrij’s goede vriend Kees van Kooten kreeg de eer. En Kees van Kooten was al veel gevraagd, maar wist hem elke keer af te wimpelen. Na het opruimen van zijn bureaula was het hem duidelijk: De verrekijker was geboren.