Tagarchief: boek

Buitengewoon – Tiny House Farm

En dan is er het langverwachte boek: BUITENgewoon. Een heel bijzonder boek over allerlei projecten. Het is een heel Flevolands boek geworden waarin een andere manier van leven centraal staat. En wij staan erin!

Het boek BUITENgewoon met onze Zenkabouter

Vorig jaar interviewde een oude schoolvriendin van Inge ons. Het was een warme dag in juli. Ze bracht een lunch mee en maakte heel veel foto’s van ons huisje. En natuurlijk de Ginkgo in de tuin.

Zenkabouter

Ik attendeerde haar op de prachtige vertaling die mijn docent Peter van Zonneveld van Goethes gedicht ‘Ginkgo biloba’ maakte. Het kreeg een mooie plek in het boekje dat op 21 maart verscheen. Net als de foto’s van ons huisje en de Ginkgo. En niet te vergeten: de roze Zenkabouter.

Het artikel over onze andere levenswijze met Zenkabouter

Het interview gaat over ons huisje en de keuze met minder spullen om ons heen. Het blijft zeker de kern waar we steeds naar terugkeren. Geen grootse vakanties met verre reizen, geen dikke auto voor de deur of andere spullen. De verleiding is altijd aanwezig; het is de kunst van de beheersing. En tot nog toe lukt het nog steeds.

Haiku voordragen

Er zou anderhalve week terug een geweldige lancering zijn in Joure. Ik zou er ook een paar haiku voordragen. Het ging helaas niet door vanwege de corona. Daarom zaten we zonder boek. Nu is het met de post gekomen. Niet zo leuk als een boekpresentatie, maar wel genieten. Want het is een fantastisch boek geworden. Over het nastreven van dromen, gewoon buitengewoon.

Nu bekijk ik de foto’s en besef dat het allemaal weer mooier is geworden. Nog niet zo groen als in juli. Daar moeten we nog even op wachten. Hopelijk valt er tussen nu en juli genoeg regen voor, want het is weer aardig droog met al die koude wind over het land.

Geschilderde koven en deurpost

Maar er is ook veel bijgekomen. Meer bomen, de struiken groeien, een afdakje voor de fietsen, vogelhuisjes, meer gelegd pad rond het huis. En niet te vergeten: we hebben de laatste weken de koven bij de ramen en achterdeuren geschilderd. En ook de eerste deurpost van de deur naar de kamer heeft een kleurtje gekregen.

Geverfde deurpost en nieuwe kleur voor de koven

Een project dat al heel lang moest gebeuren en we nu hebben opgepakt. Lekker opvallende kleuren, want dat is iets wat ik geleerd heb. Kies een opvallende kleur zodat je ook met donkere dagen genoeg vrolijkheid hebt. En er zijn nog heel veel plannen.

En zoals alles gaat, gaat dat langzaam. Maar snel genoeg om het op te merken.

Bestel het buitengewoon boek

Wil je ook dit bijzondere boek bestellen. Er zijn in totaal 99 exemplaren en ik heb mij laten vertellen dat er nog een paar (echt een paar!!) zijn: op = op!

Bestel het voor € 25 bij hetbijzondereboek.nl

Ons exemplaar van BUITENgewoon

Paardenrace – Anna Karenina herlezen (2)

De in het 1e deel ingezette ellende, krijgt een mooi vervolg in het 2e deel. Ik betrap mij er bij het lezen op dat ik het eigenlijk helemaal niet erg vind. Als het allemaal vlekkeloos zou verlopen, zouden die 1000 pagina’s niet door te komen zijn. Nu is de spanningsopbouw overweldigend. Ook de vele wisselingen van situaties en verhalen treft mij.

Deel van de paardenrace

Het 2e deel is wel het deel van de paardenrace. Zeker het gaat over grond verkopen, hoe de adel langzaam zijn grip aan het verliezen is op het platteland. Net als dat Kitty verblijft in een kuuroord in Duitsland. Allemaal zijpaadjes van het hoofdverhaal: de paardenrace.

De militair Vronski doet met de paardenrace, met zijn paard Frou-Frou. Het dier is erg nerveus voor de wedstrijd, maar hij staat erop om zijn paard voor de wedstrijd nog even te zien. Het dier trilt en je voelt aan alles dat hier iets genadeloos fout gaat:

Maar hij had noch zichzelf, noch Frou-Frou volledig onder controle en tot aan de eerste hindernis, het riviertje, kon hij de bewegingen van de volbloed niet aan zijn wil onderwerpen. (250)

Vronski zit op zijn paard en probeert op voorsprong van zijn rivaal Machotin op het paard Gladiator te komen. Als je dit leest, weet je waar de schrijver en later de filmmaker van de beroemdste paardenrace scène in Ben Hur zijn inspiratie vandaan haalde. De race in Anna Karenina zindert en siddert van alle kanten. Wat een spannende scène is dit.

Paard niet onder controle

Je weet dat het misgaat alleen niet hoe. Hier overtreft het verhaal alles als Vronski inderdaad zijn paard niet onder controle heeft. De volbloed komt ten val, met Vronski in het zadel. Je voelt hier de adrenaline van het slagveld. Het paard moet het met de dood bekopen, omdat haar rug is gebroken bij de val.

Alsof dat nog niet genoeg is, breidt de verteller het verhaal uit. Het perspectief verschuift naar de tribune waar Anna Karenina zit. Haar man komt naast haar zitten en ze ziet hoe haar minnaar daar bij de race valt samen met zijn paard. Ze raakt helemaal de controle over zichzelf kwijt.

Regie kwijtgeraakt

En dan heb ik de echte reden waarom Anna en haar minnaar Alexé de regie kwijt zijn, niet eens verklapt.

Evenwijdig hieraan loopt het verhaal mee van Kitty die op kuuroord is en er de broer van Ljovin ziet. Ze ontloopt hem en probeert daar in Duitsland zichzelf te hervinden. Ook hier is het een gevecht tegen gewenst gedrag en hoe ze zou willen zijn. Bij Kitty is het eveneens een grote innerlijke strijd met haar emoties, wie ze zou moeten zijn en hoe ze is.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Ongelukkig gezin – Anna Karenina herlezen (1)

Wat een opening! Die eerste zin van Anna Karenina. De eerste klap is een daalder waard en dat geldt voor deze roman van Tolstoi helemaal.

Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier. (11)

Je voelt als lezer meteen dat dit een ongelukkig verhaal gaat worden. Bij het lezen van deze zin, dacht ik gelijk aan de novelle De voetnoot van F.B. Hotz. Daar verzucht de vader in het verhaal hoe het toch mogelijk is dat sommige mensen altijd ongeluk weten aan te trekken.

Ongeluk

In deze roman draait het alleen maar om ongeluk. Buiten het gegeven waarmee Tolstoi opent: een gezinscrisis. De vader des huizes, Stephan Oblonski – Stiva voor vrienden – is vreemdgegaan met het kindermeisje. Zijn vrouw Dolly wil hem niet meer spreken en het huwelijk lijkt reddeloos verloren.

Gelukkig is precies op dat moment de vrouw van de romantitel, Anna Karenina op weg naar haar broer. Ze spreekt Dolly, niet dat ze zijn gedrag wil goedpraten, maar ze kent haar broer. Het is iemand die zichzelf helemaal kan verliezen:

‘Maar hij is ook in staat om vreselijk spijt te hebben van zijn fouten. Hij kan achteraf niet geloven dat hij gedaan heeft wat hij heeft gedaan. Hij begrijpt niet hoe hij het zover heeft kunnen laten komen.’ (95)

Ze weet het hart van Dolly te ontdooien en redt het huwelijk van haar broer. Onderwijl doorkruist een ander verhaal dit verhaal. Het verhaal van Dolly’s zus Kitty. Zij wordt bemind door 2 mannen, Vronski en Ljovin. Allebei vragen ze haar ten huwelijk. De schakel in dit verhaal is Anna Karenina. Alleen op een andere manier.

Ingetreden noodlot

Ze danst met een aanstaande verloofde van Kitty, de militair Vronski. Als ze onthutst als ze is over haar gevoelens is en wegvlucht naar huis, Sint Petersburg. Treft ze – uiteraard – Vronski aan in de trein. Het noodlot van het verhaal is ingetreden…

En weer bij het lezen, overtreft mij het gevoel dat ik eerder had bij het lezen van deze roman. Die spanning in het boek. Soms zakt het even in, maar elk einde van een hoofdstuk is hij weer voldoende opgebouwd om het volgende te beginnen. Wat een verhaal!

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

Leven met de raven – Leestip

In mijn vorige huis leefde ik samen met de kauwtjes in de dakgoot. Ik hoorde ze flirten, vrijen en de jongen verzorgen. Het zijn heel intelligente dieren. Net als kraaien en raven. Bij de Tower of London leeft een groep raven. Het verhaal gaat dat wanneer de laatste raaf bij de Tower of London verdwijnt, het koninkrijk Engeland uit elkaar zal vallen. Daarom is het een traditie dat de raven bij de beroemdste gevangenis van Engeland heel goed worden verzorgd.

De ravenmeester

Het verzorgen van de raven is de taak van de ravenmeester, een taak overigens die pas 1968 bestaat. Daarmee is de schrijver van het boek De ravenmeester, Christopher Skaife de 4e ravenmeester. Toch zegt de traditie dat er al veel langer raven op de Tower leven, mogelijk zelfs al voor de komst van het gebouwencomplex in 1078 zouden de zwarte vogels al op en rond de gebouwen verblijven.

Skaife De Ravenmeester

In zijn boek ontmaskert Christopher Skaife wel een aantal beweringen die er gedaan worden over deze vogels in de Tower. Het is niet zo zwart-wit als de vele verhalen en mythen rond de Tower en de bijbehorende raven willen doen geloven. Toch is dat niet het enige dat de schrijver en ravenmeester weet op te roepen. Zijn boek is een eerbetoon aan de Tower, de raven en vooral aan de vele bezoekers en bewoners van dit bijzondere gebouwencomplex aan de Thames.

Overleven

Want de Tower heeft heel wat overleefd. Zo is het het enige gebouw dat overeind is gebleven na de grote stadsbrand van 1666. Ook de wereldoorlogen en stadsvernieuwingsdriften heeft het doorstaan. Net als de raven, al kan Christopher Skaife pas bewijzen dat er raven in de Tower woonden, vanaf de 19e eeuw. Vrijwel zeker is dat de dieren een groot deel van de bestaanstijd van de Tower hier ook rondzwerven.

Bewonderenswaardig is de prachtige en liefdevolle beschrijvingen die ravenmeester Christopher Skaife in zijn boek geeft. Hij laat de lezer meekijken met deze bijzondere dieren. Zo beschrijft hij de huidige bewoners van de Tower. Zo lezend in het boek, ontdek je dat raven bijna net zo karaktervol en onderscheidend in wezen zijn, als mensen. Zeker als je zo intensief met deze dieren optrekt als de ravenmeester.

Saai overzicht

Soms is de ravenmeester geneigd om heel saai een overzicht van iets te geven. Zoals de regels voor de raven of de taken en verantwoordelijkheden van de ravenmeester. Het zijn een beetje betuttelende lijstjes, maar Christopher Skaife weet ze heel snel los te laten om mooie en indrukwekkende verhalen te vertellen. Over de raven, het gevecht met de andere bewoners van de Tower: de vos; en ook hoe het is om in dit monument te mogen wonen. Compleet met geestverschijningen en andere geheimzinnigheden die verbonden zijn met dit bijzondere gebouwencomplex.

Lijst met raven van de Tower of London

De vogels weten het hun meester soms heel lastig te maken. In het hoofdstuk ‘De grote ontsnapping’ vertelt Christopher Skaife hoe Munin verdwijnt. Het dier is bijzonder gewiekst en weet hoe het ravenvrouwtje hem weet te bespelen. Ze ontsnapt. Het houdt hem flink uit de slaap. Zeker, hij weet dat het koninkrijk niet direct aan rampspoed wordt blootgesteld, maar wel dat het dier terecht zal moeten komen.

Roekeloze actie

Het brengt hem zelfs tot een roekeloze actie: het beklimmen van de koepel op de toren. Niet zp handig, ontdekt Christopeher Skaife als hij er bovenop staat te wankelen; het domste wat hij ooit gedaan heeft in zijn leven.

Vol schaamte daalde ik de Tower af. Munin was me niet alleen te slim af geweest, maar was er ook weer vandoor gegaan.
Ze was de Tower ontvlucht. Ik moest proberen haar terug te krijgen, want dat was mijn werk. (80)

Zo gaat hij op jacht naar de vogel. Elke melding die hij krijgt neemt hij serieus. Zo reist hij ook af naar Greenwich als hij hoort dat daar een raaf rondvliegt die verdacht veel op Munin lijkt. De knarsende raaf stoort de bezoekers in het park en Christopher Skaife ziet hem ook, maar krijgt het dier niet te pakken. Nota bene een voorbijganger weet het dier te pakken te krijgen met hulp van een tas, een deken, een paar dikke tuinhandschoenen en enkele kippenbotjes.

Het koninkrijk gered.

David Attenborough

Ik ken de raven de documentairemaker David Attenborough die in een uitzending over intelligentie bij dieren, over de bijzondere gewoontes van raven vertelt. Aan de hand van de vogels bij de Tower weet hij veel interessants te vertellen over deze dieren. Ook Christopher Skaife vertelt over deze opnames. Hij geeft een kijkje achter de schermen, namelijk dat ze helemaal niet zo bereidwillig waren als de opnames doen geloven. Vandaar dat hij zo duidelijk in beeld is.

Daarnaast schrijft Christopher Skaife over hoe de raaf ingebed is in de Britse cultuur. Een schrijver als Dickens heeft zeker raven gehouden, zoals de raaf Grip. Dickens schrijft heel overtuigend over deze vogels in zijn romans. Of wat te denken van de symboliek van de dood, die aan de raaf kleeft. Volgens Christopher Skaife is dit niet louter negatief en beangstigend. De dieren symboliseren ook het stijgen naar de hemel.

Het leven van de ravenmeester

De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London geeft daarmee een prachtig inkijkje in het leven van de ravenmeester, samen met deze bijzondere vogel. Christopher Skaife spreekt net grote liefde over deze zwarte vogels. Hij weet daarbij de geschiedenis van de Tower en het koninkrijk heel mooi in te verweven. Daarmee is dit boek heerlijk om te lezen. Gewoon om eens wat meer te weten te komen over de Engelsen, al hun eigenaardigheden en hun grote liefde voor de raaf.

Christopher Skaife: De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London. Oorspronkelijke titel: The ravenmaster, My life with the ravens at the tower of London. Vertaald uit het Engels door Margreet de Boer. Houten: Spectrum, 2018. ISBN: 978 90 00 36388 9. Prijs: € 22,50. 204 pagina’s. Bestel.

De toren van Amsterdam – Leestip

Als je op de Dam staat bij het Stadhuis, het tegenwoordige Paleis op de Dam, realiseer je je niet dat er in het hoofd van sommige stadsbestuurders in de 17e eeuw ook nog iets anders aan dit stadsgezicht was toegevoegd. Namelijk, een imposante toren vast aan de Nieuwe kerk.

6363 palen in de grond

Wat niemand weet is dat dit niet bij een voornemen is gebleven. Er zitten maar liefst 6363 palen in de grond aan de westkant van de kerk. Gedeeltelijk zelfs in het water van de Nieuwezijdse Voorburgwal. Een klein stukje van de gebouwde torenvoet staat nog steeds overeind. De inmiddels gedempte gracht, geldt als het best gefundeerde stukje weg van Amsterdam met al die zware en halfzware eiken masten en elspalen in de bodem.

In zijn boek De toren van de Gouden Eeuw, Een Hollandse strijd tussen gulden en God schrijft bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek over de voorbereidingen van de bouw en het leggen van de fundering. En meer dan dat. Hij bedt het verhaal in, in de geschiedenis van de stad. De ogen én het geld glijden namelijk snel naar het Stadhuis, het wereldwonder en nog altijd een indrukwekkend monument van 17e eeuws Amsterdam.

Strijd in Amsterdamse stadhuis

In de burgemeesterskamer van het stadhuis heeft echter een felle strijd gewoed tussen de koopman en de dominee. Wie het gewonnen heeft, kun je vandaag de dag zelf op de Dam zien. De toren is er niet; de gebouwde torenvoet is gedeeltelijk weggehaald. Terwijl er een imposant stadhuis staat dat elke Amerikaan en Japanner naar binnen lokt en waar heel veel Amsterdammers (de meeste?) nog nooit zijn binnengeweest.

Een prachtig stuk geschiedenis. Zeker ook de manier waarop Gabri van Tussenbroek dit in zijn boek behandelt. Waar begint het? Het begint bij de brand van de Nieuwe kerk. Op een koude dag in januari vat het dak vlam van de eeuwenoude kerk. Het gebouw vermoedelijk gebouwd door Rutger van Kampen, bouwmeester van meer Gotische stadskerken in Nederland, zoals de Bovenkerk in Kampen, Harderwijk en de Pieterskerk in Leiden.

Forse tegenvaller

De herbouw wordt snel ter hand genomen. Het is een forse tegenvaller voor de stad die juist veel tijd en aandacht besteedt aan de bouw van het stadhuis. Niet dat de bouw al begonnen is, wel worden er huizen opgekocht op de plek waar het stadhuis moet komen. De bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek geeft daarbij een interessant kijkje in het stadsbestuur.

Een maand na de brand, wordt het nieuwe bestuur benoemd. Elk jaar wisselen de zetels op 1 februari. In het college komen Bicker en Backer recht tegenover elkaar te staan. Behartigt de ene eerste vooral de belangen van de koopman, Willem Backer is een vrome man voor wie alles ter ere van God is. Backer komt op het idee van de toren, ontleend aan de imposante toren op het Piazzetta, tegenover de San Marco in Venetië.

Dagelijks leven in Amsterdam

De drukte op het stadhuis is natuurlijk van een totaal andere orde dan het dagelijks leven in Amsterdam. Het is voor de bewoners van de stad een hard bestaan. Het leven is erg duur, vaak mislukt de oogst door slecht weer of een slechte aanvoer vanuit de gebieden waar het graan vandaan komt. Gabri van Tusssenbroek weet deze dagelijks overlevingsdrift mooi in zijn boek te verwerken tussen al het gekonkel in de burgemeesterskamer op het stadhuis.

Bijvoorbeeld als hij het heeft over de zomermaanden waarin elk jaar de bemanning van de VOC-schepen die bij Texel lagen, doorreisde naar Amsterdam om het scheepsgeld te incasseren. Meestal verblijven ze dan meteen in de stad. De verdiensten van de onderste rangen waren ronduit slecht met zo’n 7 tot 12 gulden per maand, schrijft Gabri van Tussenbroek:

In Amsterdam kon je daar eigenlijk niet van rondkomen. Drie gulden in de week was in de stad toch wel zo’n beetje het bestaansminimum. Als je in het gasthuis verpleegd moest worden, betaalde je drie gulden, en ook het bedrag voor pensioenen en ziekengeld was drie gulden. Het waren bedragen waar Willem Backer om moest lachen, evenals de anderen van het Vroedschap, gewend als ze waren aan het leven van de bovenkant. (140)

Vergeet daarbij niet, dat het hier gaat over de laagste rangen bij de VOC. Veel banen in de stad leveren veel minder geld op. En als je illegaal in de stad verblijft, ben je vaak helemaal kansloos. Het zijn de schrijnende verhalen zoals van Elsje Christiaens die Rembrandt 15 jaar later zo prachtig tekent.

Koude winters en natte zomers

Gabri van Tussenbroek vermengt in zijn boek over de toren van de Nieuwe kerk op een intrigerende manier het dagelijks leven met bijvoorbeeld het weer en andere omstandigheden. Hij beschikt over zeer gedetailleerde gegevens over het weer; de koude winters, natte zomers of juist warme periodes komen vaak terug. Net als de integratie van de grote momenten uit de geschiedenis, zoals de Vrede van Münster in 1648.

Daarmee trekt hij de geschiedenis heel dicht naar je toe. Je krijgt zo veel meer te lezen dan alleen de officiële documenten over de bouw van het stadhuis, de herbouw van de kerk en de voorgenomen bouw van de toren. Tegelijkertijd besef je wat een oorlog met Engeland bijvoorbeeld doet met het dagelijks leven in de stad. Dat heeft veel meer impact dan je zo snel in een jaartal ziet.

Net als de vrij theoretische discussies die Gabri van Tussenbroek geeft over het ontwerp van de toren. Kiest de stad voor een ouderwets gotisch ontwerp of gaat de voorkeur uit naar een klassieke toren. De 2 modellen die van de toren zijn gemaakt, laten beide varianten zien. Maar welke kiest de stad?

Jacob van Campen

Ook hier heeft Jacob van Campen een flinke lepel in de pap te roeren. Het mag dan een man zijn die erg lastig in de omgang is, hoge verblijfskosten declareert en vermoedelijk meer dan van een stevig glas houdt. Hij weet met zijn ontwerpen het stadsbestuur telkens weer te verleiden tot hoge uitgaven en gebouwen die wel een beetje voor de eeuwigheid staan.

De reden dat de toren er niet komt en uiteindelijk het stadhuis wel, is het verhaal dat Gabri van Tussenbroek heel mooi in zijn boek weet te geven. Hier zie je dat het gekonkel zoals dat soms doorsijpelt vanuit de Haagse achterkamertjes, zijn grondslag al heeft in de Gouden eeuw.

Het hoort bij de Nederlandse overlegcultuur vol compromissen en waar een verlies nooit zo scherp gespeeld wordt. De verliezer druipt af – of sterft – en niemand heeft het er meer over. En in het boek De toren van de Gouden Eeuw weet Gabri van Tussenbroek deze geschiedenis weer heel mooi te belichten. Voor iedereen die van geschiedenis, gebouwen en de Gouden Eeuw houdt, een must om te lezen. Het geeft zoveel leesplezier. Heerlijk!

Gabri van Tussenbroek: De toren van de Gouden Eeuw, Een Hollandse strijd tussen gulden en God. Amsterdam: uitgeverij Prometheus, 2017. ISBN: 978 90 446 3478 5. 368 pagina’s. Prijs: € 25,99. Bestel