Tagarchief: blaffen

Oef – Sientje (63)

Na die vakantie met het verstoppertje spelen, ging het met Sientje langzaam maar zeker slechter en slechter. Sinds de vakantie kreeg ze meer en meer last van verstandsverbijstering. Bij vlagen. Dan keek ze heel verdwaasd om zich heen. Niets en niemand meer herkennend. Op de bank had ze een vaste plek gemaakt waar zij heer en meester was. Als de baas afwezig was, lag ze daar.

Eigenlijk liet ze zich niet graag wegsturen. Wanneer hij haar van haar plek verjoeg – om op zijn plek te gaan zitten zoals hij het noemde – ging ze voor hem zitten in de hoop dat hij het zich zou aantrekken. Dat deed hij vaak genoeg. Dan schoof hij inschikkelijk een plekje ruimte voor haar vrij.

Eindig

Het viel moeilijk, het idee dat het leven van Sientje misschien wel eindig was. Altijd was ze bij ons geweest. We hadden haar altijd bij ons in de buurt gehad. Zo lang onze relatie duurde, liep Sientje om en bij ons. Misschien was de relatie ook wel deels op haar gebaseerd.

Ik wist het niet, maar ik voelde ergens de angst dat het zo was. Onze relatie was op de eerste 3 maanden na, begonnen bij Sientje. Dat lieve teckeltje was altijd in onze nabijheid geweest. Waar Inge was, was Sientje. Ze waren voor mij onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Droefgeestig en somber staren

Nu staarde Sientje droefgeestig, somber en vooral leeg voor zich uit. Lag ze te slapen, dan schrok ze opeens op, kwam overeind en blafte zachtjes voor zich uit. Elke beweging buiten of binnen was genoeg reden om te gaan blaffen. Of blaffen, het was te kort om blaffen te noemen.

Mosteren noemden wij het. Het klonk meer als ‘oef’ dan ‘woef’. Ze kon het eindeloos volhouden. Ze staarde naar buiten, wist niet of het voorbijganger was of een voorbijvliegende vogel. En dan ‘oef, oef, oef”. Zachtjes, maar hard genoeg om te irriteren.

Gelukkig lag ze het meeste van de tijd te slapen. Alleen voor de behoefte liep ze nog even mee naar achteren. Ik riep haar nadat ik de poep had opgeraapt weer terug. Het gebeurde ‘s morgens dat ze weg liep en verdwaasd in de open poort van de buurvrouw rende. Ik haalde haar eruit en sleepte haar mee naar huis. Ze wist het niet meer waar ze woonde en keek mij met grote ogen aan. Ik twijfelde zelfs even of ze wel wist wie ik was.

Veel slapen

Een hond die veel slaapt, hoeft niet een gelukkige hond te zijn. Het vele slapen betekende niet per definitie dat ze gelukkig was. Inge las het voor van een artikel dat ze ergens vond. Sientje sliep wel erg veel. Ze lag grote delen van de dag totaal voor pampus op de bank. De ogen open keken ze totaal leeg om zich heen. Alle vreugde was eruit. Mijn plekje op de bank voelde soms ook een beetje nat aan van de plas die ontsnapt was.

Een vriendin vertelde dat haar kat ook zo had gezeten aan het einde van haar leven. Starend naar de rugleuning, alsof daar grootse dingen gebeurden. Niet op het idee komend dat je ook kunt omdraaien. Sientje zat ook zo te kijken naar de rugleuning van de bank. Haar mottige vacht glom niet meer, raakte meer en meer verstrikt in de klitten waar ze altijd zo’n last van had. De kop keek noest naar de rugleuning en als er iemand voorbijliep, blafte ze weer. ‘Oef, oef, oef.’

Lees het vervolg: Het onvermijdelijke »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Blaffen zonder onraad – Sientje (34)

Met de ontdekking dat Sientje wel degelijk kon blaffen, verdween meteen de stilte. Sientje bleek al snel een waakse hond te zijn. Ze bezat al spoedig het gedrag dat veel teckels hebben: blaffen om niks. Of tenminste: blaffen om weinig. Heel weinig en ook niet bepaald functioneel.

Het blaffen zonder onraad richtte tegen dingen die buiten gebeurden. Liep er iemand langs het huis, belde er iemand aan of kwam er iemand onverwachts binnen. Allemaal evenveel reden om te gaan blaffen voor Sientje. Gelukkig kreeg ze in Almelo niet zoveel kans.

Aan de straatzijde hadden we vitrage hangen, wat veel langskomend verkeer dempte. Achterom gebeurde niet zoveel. Kreeg ze echter de mogelijkheid dan barstte een luid geblaf los. Met weinig zin overigens. Het was vooral een ergernis voor ons.

Het blaffen escaleerde geleidelijk steeds meer in een werkelijk blaffen om niks. Na de verhuizing naar Almere blafte ze om elk wezen dat langs het huis liep. De vitrage was weg en aan de voorkant van het huis gebeurde veel. Elke beweging registreerde ze zorgvuldig met een blaf. Ze kon heel goed blaffen. Op sommige dagen als de pet niet goed stond, dan zette het blaffen door en veranderde in mosteren. Ze kon dan bijna niet stoppen.

We namen Sientje altijd overal mee naar toe. Wanneer we bij mijn ouders gingen logeren of gewoon een dagje waren, zorgde de onbekende omgeving voor genoeg onraad om te moeten blaffen. Bij mijn ouders was er een grote favoriet: de klok.

De klok die elk halfuur met een klap op de bel afgaat en om het hele uur het aantal uren aftelt, zorgde bij haar voor heel veel ergernis. Een bezoek aan mijn ouders was daarmee een ramp. Ze blafte elk hele en halve uur bij het klinken van de bel in de richting van de klok. Luid blaffend stond ze daar dan, nauwelijks te kalmeren.

Bij een logeerpartij ging het de hele dag door, maar wanneer wij ‘s avonds naar bed gingen en haar achterlieten in de bench in de woonkamer, bleef het opvallend genoeg doodstil. Alleen zodra er iemand beneden was, sloeg ze aan het blaffen als de klok daartoe aanleiding gaf.

Het echte grote verschil was als wij weggingen en Sientje achterlieten. Ze ging dan de bench in en kwam er niet meer uit. Als mijn moeder haar wilde uitlaten, moest ze Sientje uit de bench trekken. Ook was ze doodstil als de klok sloeg, maar zodra wij weer terug waren, sloeg ze keurig aan met de klok. Zelfs het tikje dat de klok gaf vlak voor hij het uur sloeg, ontsnapte niet aan haar aandacht. Ze zat al helemaal klaar in de startblokken om even later te blaffen.

De ervaring met de hond die niet te vermurwen was, had onze buurvrouw ook. We lieten Sientje weleens uitlaten door onze buurvrouw Annie. Ze was heel lief met het beest, maar zodra ze binnenkwam, schoot Sientje voor haar weg. Annie loste het op door wat kaakjes mee te nemen. Die gaf ze dan aan Sientje, dan greep ze haar en zette haar vast aan de riem voor de uitlaatronde. Het eten dat ze soms erbij kreeg, verdween eveneens gelijk in haar maag.

Een gebrek aan vertrouwen in andere mensen. Ze was heel sterk aan ons gehecht. Dat merkten we nog veel meer toen we een kind kregen. Onze dochter moest beschermd worden. Wanneer een onbekend in de buurt kwam, was ze niet goed voorspelbaar. Ze sprong dan op de ander al blaffend af. Zo greep ze eens – per ongeluk – een kennis van mijn ouders die bleef stilstaan terwijl ik onze dochter de luier verschoonde.

Vreemde mensen moesten bij binnenkomst niet stoppen voor de blaffende Sientje, maar gewoon doorlopen. Als ze stilstonden, dan blafte ze onverminderd door en hapte soms al blaffend en in de knie. Of dat dit bijten gebeurde bij het blaffen waarbij ze heel dicht bij iemand ging staan of dat het bewust bijten was, durf ik niet te zeggen. We adviseerden mensen gewoon door te lopen, want dan hield ze wel op. Stilstaan was een overgave, leek het.

Het overkwam zelfs mijn schoonmoeder. Ze kreeg Sientjes tanden in haar knie. Exclusief de hoektanden. Eigen schuld, dikke bult, vond ze zelf. Ik was het niet helemaal met haar eens. Maar we kregen het niet uit Sientje. Het nieuwe gezinslid maakte haar extra waaks. Mensen moesten uit de buurt van ons en ons kind blijven. De schade bij de kennis van mijn ouders bleef beperkt tot schrik. Al vond mijn vader dat wij onze hond niet goed opvoedden.

Lees het vervolg: Geen bot te groot »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief