Tagarchief: bilderdijk

Buiten het boekje gaan – #50books vraag 22

image

De schrijver Willem Frederik Hermans heeft 4 thrillers geschreven onder het pseudoniem Fjodor Klondyke. Het geheim is verklapt door Jan Kuijper in zijn boek Populaire literatuur in 1974. Kort na deze bekendmaking is menig Hermansliefhebber deze boekjes gaan verzamelen. Weinig van dit soort boekjes zijn zoveel waard als deze.

Fjodor Klondyke

Hermans heeft deze kleine boekjes aan het einde van de oorlog geschreven, in geldnood verkerend en vol verveling. Hij verdient er 300 gulden per boekje aan. Nu wordt er per boek veel meer dan dit bedrag betaald. Zo vind ik De demon van Ivoor voor 400 euro op boekwinkeltjes.nl.

Doodverf

Van andere schrijvers is ook bekend dat ze hun genre weleens te buiten gaan. A.F.Th. van der Heijden verzamelde alle spannende scenes rond de ‘gipsmoord’ uit zijn reeks De tandeloze tijd in de thriller Doodverf. Het levert een voor Van der Heijden buitengewoon spannend boek op.

Mijn verlustiging

Een andere held is Willem Bilderdijk. Hij schrijft in zijn jonge jaren de erotisch getinte dichtbundel Mijn verlustiging. Een dichter die zich waagt aan deze bundel. Hij komt er tijdens zijn leven niet echt voor uit, een jeugdzonde van de held van de gereformeerde in Nederland.

Buiten het boekje

Schrijvers gaan dus weleens te buiten aan hun eigen genre. Deze week komt de boekenvraag van Tessa Heitmeijer. Ze stelt ze hem op haar eigen blog, maar we doen hier mee met deze vraag:

Welke schrijver of schrijfster zie jij het liefst zijn of haar boekje te buiten gaan?

Ik ben benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Buskruitramp

leiden-na-de-buskruitramp-in-1807In een roman over een ramp in hartje Den Haag, midden in de tramtunnel, kan een andere ramp niet onbesproken blijven: de buskruitramp van Leiden. Christiaan Weijts haalt de ramp in het hart van Leiden aan in zijn roman Euforie:

Op een januari waren er in geboortstad 151 doden gevallen na een explosie aan de Steenschuur. Een schip met bijna achttien ton buskruit aan boord blies alle huizen in de wijde omgeving tegen de vlakte. Tientallen jaren bleef het gebied leeg: de Grote Ruïne. (300)

Op de plek waar het schip aangemeerd lag, is het Van der Werfpark verrezen. Aan de overkant staat het imposante Kamerlingh Onnesgebouw. Het gebouw waarin een paar Nobelprijswinnaars werkten is een paar jaar terug heel mooi gerestaureerd. Iets verderop is de Lodewijkkerk die na de ramp weer mooi is herbouwd en een heel bijzonder orgel herbergt.

Voor Christiaan Weijts is het aanleiding te schrijven over het park waarin de hoofdpersoon Johannes Vermeer zijn jeugdliefde Isa zoent. Voor de verteller is het ingebed in een vergelijking waarin het voorjaar explodeert, ‘in inslagkracht verwant aan de opening van Mahlers Eerste.’

De Leidse ramp keerde vaak terug tijdens mijn studie Nederlands in Leiden. Onze docent Peter van Zonneveld vertelde er al over op de eerste studiedag tijdens de rondleiding door de stad. Hij haalde daarbij de brief van Bilderdijk aan die tussen de puinhopen van zijn huis schreef. De docent negentiende-eeuwse letterkunde glimlachte en keek met guitige ogen over zijn leesbrilletje. ‘Terwijl de maar een paar ruiten gesprongen waren.’

De Leidse buskruitramp is in de negentiende eeuw talloze malen bezongen. Het was een nationale ramp van formaat. De net aangetreden koning Lodewijk Napoleon maakte zich verdienstelijk door naar de rampplek te gaan. Het was de eerste keer dat een vorst in Nederland poolshoogte kwam nemen bij een ramp. Sindsdien bezoekt een vorst altijd een rampplek om met eigen ogen de ramp te zien en het volk te steunen en te troosten.

Een tijdje terug vond ik op een boekenbeurs het boekje Het dichterlijk tafereel der stad Leyden van Willem Bilderdijk. Hierin voorziet de grote dichter een gedicht van Robert Hendrik Arnztenius van commentaar. Hij vult de dichtregels aan en voorziet het ook van veel onzin, zo schrijft Marinus van Hattum die het gedicht in zijn uitgave uitvoerig onder de loep neemt.

Bilderdijk weet een gedicht van 370 regels aan te lengen tot 1260 regels. In de drie bijlages spreekt de meester zelf. Hij gebruikt hier niet minder archaïsch taalgebruik:

Ja, Dichtkunst, kerm en schrei, rijt ingewanden open!
Graaf onmeêdogend om in ‘t siddrend, lillend hart!
Gods Englen schreien hier en staan met bloed bedropen.
De taal is zonder kracht; wy smoren in de smart.

Op die puinhopen in het latere Van der Werfpark, zoent de hoofdpersoon Johannes Vermeer in Christiaan Weijts Euforie met het meisje van zijn dromen: Isa.

Christiaan Weijts: Euforie. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012. ISBN 978 90 295 8627 6. 400 pagina’s.