Tagarchief: bert matter

Muziek in 2017 – overzicht

2017 loopt op zijn eindje. Daarom de komende periode een paar jaaroverzichten. Wat heeft 2017 mij muzikaal gebracht?

Een bijzonder jaar. Ook muzikaal gezien. Weer een beetje het concertbezoek opgepakt. Hoogtepunten zijn wel de jubileumconcerten rond Bert Matter en Jan Welmers. Bert Matter kreeg een concert van zijn leerlingen aangeboden. Jan Welmers kreeg maar liefst 10 concerten aangeboden.

10 verjaardagsconcerten

Van die 10 heb ik er 3 van bezocht, alledrie in de Domkerk. Heel mooi om zo weer mijn voorliefde voor moderne orgelmuziek op te frissen. Zelf mocht ik ook eindelijk weer de klavieren beroeren. Ik heb genoten in juli en augustus om te spelen in Noordwijk.

Daarnaast blijf ik vooral genieten van mijn eigen harmonium. Er zijn wel 4 harmoniums verkocht het afgelopen jaar. Een flinke verschraling in het muzikale aanbod.

Ik mocht gelukkig een paar mooie concerten meemaken:

Fietsrit naar 2 orgelconcerten

Genoten van de fietsrit die ik op 19 augustus heb gemaakt, fietsend langs Hilversum en Maartensdijk. De terugweg gepakt langs de Vecht en zo kronkelend naar huis gereden. Een flinke afstand, maar wel heel erg mooi. Die dag maar liefst 2 orgelconcerten bezocht. En dat was erg genieten. Eerst Toon Hagen in de Nicolaikerk. Mooi verzorgd en gespeeld. De nieuwe ontdekking was Geerten Liefting, prijswinnaar van Haarlem in 2016.

Mijn vuurdoop in het concertgebouw! Dit jaar beleefde ik een schitterend concert met werken van Rachmaninov. Wat heb ik genoten. Ik ben mijn collega Fred nog altijd dankbaar voor zijn uitnodiging.

Orgelcd’s

Ook veel nieuwe cd’s gekocht en beluisterd:

Zijn er een paar dingen die ik in 2018 niet moet missen? Het Orgelfestival in Haarlem? Ik ben nog nooit naar het improvisatieconcours geweest. Daar zou ik toch eens een keer aan moeten beginnen. Ik mis nog steeds de opnames van de laatste keer. Ze zijn nog steeds niet te vinden op internet.

Wat betreft mijn eigen muzikale ontwikkeling: ik ben weer druk aan het studeren op een paar boeiende muziekstukken. Het concert voor Bert Matter met veel minimal music en de werken van Jan Welmers hebben me weer erg geïnspireerd op het gebied van improvisatie. Net als het concert dat Geerten Liefting gaf in de Domkerk.

Orgelspelen in Noordwijk

Afgelopen zondag mocht ik het orgel spelen van de Buurtkerk in Noordwijk. Op zondagmiddag is de kerk in de zomermaanden open voor langslopende toeristen. Ze kunnen even rustig zitten en luisteren naar de muziek. Een momentje mediteren of een kaarsje opsteken.

Ik speelde enkele werken van Sweelinck, Pachelbel en Bach op het orgel van Sanders uit 1951. Het is een mooi instrument. Vooral de fluiten en de Quintadeen klinken heel spannend. Het zou mij niet verbazen als hier nog pijpwerk uit het oorspronkelijke orgel van Van Petegem zit.

Ik mocht 2 uur met muziek vullen en heb alle tijd die ik kreeg, benut. Geen seconde zonder muziek dus. Veel gevarieerde werken waarbij ik klassieke muziek afwisselde met modernere werken van Bert Matter (psalm 23 en psalm 139) en improvisaties. Ik heb echt genoten.

De Roerfluit van het bovenwerk weet heel mooie gevoelens op te roepen. Heel integer. Net als de Quintadeen, met een subtiele klank. Ik ben er gek op en heb hem volgens mij overdadig gebruikt vandaag. De combinatie met de Prestant is wat minder, besef ik achteraf.

Een feest om op dit instrument te mogen spelen. Misschien denk je er niet meteen aan, maar ik heb genoten. Ik hoop dat ik er deze zomer nog een keertje terecht kan.

De mooiste toegift is natuurlijk dat Doris ‘s avonds het jeugdjournaal heeft gehaald met haar duik in de zee.

Improvisaties van Bert Matter

De cd ‘Bert Matter improviseert’ die voor Bert Matters 80e verjaardag is verschenen, bevat een flink aantal toppers. Dat geldt bijvoorbeeld voor de improvisatie in Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dordrecht. De opening met de ronde prestanten van Kam. Het motief zet de hele improvisatie prachtig door. Op geen manier te vergelijken met de improvisatie uit 1996 op de eerste cd van het orgel in Zutphen na restauratie waar hij op hetzelfde lied improviseert.

Op de nieuwe improvisatiecd heeft het protestantse Marialied een heel andere lading. De 2-stemmige opening is eenvoudig en tegelijk monumentaal, zoals alleen Bert Matter kan. Als het pedaal inzet, treedt de beweging in het stuk. Het stuk mondt zo uit in een heuse lofzang, de Lofzang van Maria. Het Dordtse orgel wordt hierbij ten volle benut. Vervolgens eindigt het weer in de verstilde sfeer waarmee het begon.

Vrouwenstemmen

De vorm waarbij Bert Matter met 5 vrouwenstemmen improviseert, heeft hij vaker beproefd. Voor televisie speelde hij in de jaren ’80 een improvisatie op ‘O Geest, die onze Trooster zijt’, LvdK 310, vers 3. Hij doet dit op het orgel in Zwolle. Op de nieuwe improvisatiecd geeft hij een improvisatie op exact hetzelfde lied. Ik vreesde een kopie van de prachtige impressie die hij op televisie toont.

Die vrees is onterecht. Hij speelt op het König-orgel in Nijmegen een overtuigende variant, waarbij voor het einde heel mooi verstild is als het orgel stopt en de vrouwen doorzingen. Het geeft iets van de ruimtelijke werking mee van deze manier om te improviseren. Wat een overweldigende improvisatie is dat.

Psalm 121

Dat geldt ook zeker voor de improvisatie op psalm 121. Ik was erbij, het was een concert samen met Albert de Klerk. Volgens mij het laatste openbare concert van de Haarlemse organist. Hij stierf niet veel later. De improvisaties van Bert Matter waren die avond in september minstens zo overtuigend.

Dat gold ook voor psalm 121 die de cd heeft gehaald. Hij weet hierin een koraalbegeleiding zo in zijn improvisatie in te bedden, dat het er helemaal onderdeel van wordt. De improvisatie is een avontuur waarin je wordt meegenomen bij het luisteren. Voor mij met de Lofzang van Maria en de minimal improvisatie in Nijmegen een absoluut hoogtepunt van de cd.

Noord-Duitse koraalfantasie

De afsluitende improvisatie van de cd, een klassiekere variant in de stijl van een Noord-Duitse koraalfantasie, is een waardige afsluiting. Bert Matter is in deze improvisatie niet zo vormvast als bijvoorbeeld Jan Jongepier dat wel was, maar hij geeft de koraalfantasie weer nieuwe dimensies. Daarbij ben ik ook onder de indruk hoe hij het Arnhemse Strumphler-orgel helemaal in een Noord-Duitse sfeer weet te krijgen.

De echomotieven werkt Bert Matter heel origineel en treffend uit. Daarbij speelt hij niet alleen met motieven, maar vooral met de spanning. Hij houdt je vast als luisteraar. Een effect dat alleen grote improvisatoren bij je weten op te roepen. Dat haal ik vooral uit lange improvisaties waarbij iemand als Jan Jongepier je ook bij de kladden grijpt. Bert Matter doet dit in deze slotimprovisatie in Arnhem ook.

Prachtige aanwinst

Daarmee is de improvisatiecd een prachtige aanwinst in de cd’s die de laatste jaren verschijnen. Het luisteren naar deze cd maakt je ook weemoedig. De huidige improvisatiepraktijk haalt het niet bij deze improvisator. Het vernieuwde en buiten de voor de hand liggende keuzes spelen. Tijden zijn veranderd. Het historiseren heeft zijn hoogtepunt bereikt. Maar in de lawine aan stijlimprovisaties verlang je naar improvisatoren als Bert Matter en Jan Jongepier.

Van zijn leerlingen zie ik het verstilde en originele vooral terug in Toon Hagen. Hij weet in zijn kerkmuzikale improvisatiepraktijk in Zwolle je ook te raken. Ook hij zoekt voortdurend naar vernieuwing en verliest zichzelf in het zoeken naar perfectie. Iedere keer net ietsje mooier en beter dan de vorige keer. Maar hoe anders weer dan Bert Matter. Niet voor niets wordt zijn werk internationaal heel vaak uitgevoerd, zoals in Den Haag-Loosduinen door Olivier Latry.

Wat van Bert Matters improvisaties rest zijn de opnames waarvan deze cd een prachtig inkijkje geeft en vooral de herinnering. De eerste heerlijk om naar te luisteren en de tweede onvergetelijk…

Bestel de cd voor € 14,95

Cd met onbekende improvisaties

Na het horen van Bert Matter bij de presentatie van zijn gerestaureerde orgel in 1996, kreeg ik niet snel genoeg van hem. Het wakkerde mijn bewondering voor hem nog meer aan Verschillende improvisatieconcerten woonde ik bij zoals in Alkmaar en Zutphen. Zo woonde ik in 2000 een heel bijzonder concert in Leiden bij waarbij Vocaal Ensemble Ceramon muziek uit de Moderne devotie zong, afgewisseld door improvisaties van Bert Matter.

In een steeds donkerder wordende Leidse Pieterskerk presenteerde de mystiek zich. Prachtige verstilde improvisaties op de buitengewoon inspirerende liederen. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Het Hagerbeerorgel transformeerde van een klassiek Hollands kerkorgel in een modern instrument. De middentoonstemming versterkte het effect alleen maar. Er waren niet zoveel toehoorders. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Ik zal het nooit meer vergeten.

Nieuwe cd met improvisaties

Op het verjaardagsfeestje van Bert Matter op 29 april, werd het beloofd: een nieuwe cd met zijn improvisaties van de jaren ’70 tot en met ’90. Ik verwachtte een selectie uit het archief van Jean van Cleef. Het was even wachten tot de cd uitkwam en het bleek om radio-opnames te gaan. Allemaal radio-opnames die ik niet kende van KRO en EO.

En wat voor een improvisaties! Overweldigend. De eerste 3 improvisaties op gregoriaanse liederen zijn voor de restauratie opgenomen, aan het begin van de jaren ’80. De periode dat de minimal net was geïntroduceerd in de orgelmuziek door Jan Welmers.

Oude en doffe klank

De improvisaties laten het instrument heel treffend horen, in de opening de oude en doffe klank van de prestant. Je krijgt het idee dat je een viool hoort spelen. Het klinkt heel authentiek en je beleeft het moment dat de muziek wordt gemaakt. Het gevoel dat je bij iets bijzonders aanwezig bent.

De 2e improvisatie op het Offertorium: ‘Reges Tharis’ krijgt een mooie lading door de springende fluiten en het tongwerk als zangstem. De akkoorden die uiteindelijk in de begeleiding komen te liggen zijn uitermate herkenbaar en vallen helemaal in het Matter-idioom. De laatste noot, waarbij fluit en tongwerk letterlijk tegen elkaar aanschuren is buitengewoon mooi. Een effect dat het uitschakelen van de tremulant creëert.

Dat gevoel heb ik persoonlijk wat minder met de Valerius-liederen. Improvisaties helemaal in de stijl van Bert Matter, maar de liederen spreken mij wat minder aan. Niet dat het niet mooi is om naar te luisteren. Bert Matter weet ook hier zijn Zutphense Baederorgel volledig tot zijn recht te laten komen. Het zijn hier echter de Valerius-liederen die mij een beetje afleiden.

Bestel de cd voor € 14,95

Lees morgen het vervolg van deze cd-bespreking: Improvisaties van Bert Matter

Bert Matter, de improvisator

Ik weet nog goed dat ik de eerste compositie van Bert Matter hoorde. Het was bij een radioconcert van Margreet C. de Jong. Ze speelde de Partita over Gezang 148 ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’. Vooral de variatie met de ritmische baslijn en ingetogen uitkomende stem is mij bijgebleven. Ik had nooit zoiets gehoord. Simpel van eenvoud, maar het raakt je.

Ik kende Bert Matter wel. Hij vertolkte de muziek van Bach buitengewoon goed. In de jaren ’80 draaide mijn vader thuis zijn uitvoering van de 18 koralen grijs. 2 casettebandjes opgenomen door Jean van Cleef. Een live opname in de Walburgis lang voor de restauratie. Ik heb ze later overgenomen en op cd gebrand. Na de restauratie voerde Bert Matter ze nog eens uit op het Baderorgel. Baeder was veranderd in Bader en meer dan dat: het instrument had een betoverende en poëtische klank gekregen.

Improvisatiekunstenaar Bert Matter

Later maakte ik kennis met de improvisatiekunst van Bert Matter. Eigenlijk heel laat pas. Ik had in die tijd les van een leerling van Bert Matter, Jan van Laar. Ik reisde heel Nederland door en ging alle kerken langs. Albert de Klerk, Louis Toebosch, Bram Beekman en Leo van Doeselaar. Ik miste de Zutphense organist omdat zijn orgel gerestaureerd werd. Pas bij de ingebruikname in 1996 mocht ik bij de officiële overdracht van het orgel op vrijdagmiddag zijn.

Daar demonstreerde Bert Matter zijn orgel aan de hand van psalm 116. Een mix van klassieke met moderne improvisatie. Zoals hij de Prestant 16 voet van het pedaal demonstreerde in een 2-stemmige improvisatie. Ik vergeet het niet snel meer. De kalmte van zijn spel en vooral de afwisseling in alle variaties. Elke variatie een nieuwe belevenis. En wat voor een orgel natuurlijk! ‘s Avonds maakte ik kennis met zijn begeleidingskunst. Ik kwam thuis met cassettebandjes met zijn improvisaties en psalmbegeleiding. Wat raakte ik geïnspireerd.

Middeleeuwse gezangen

In die periode kocht ik elke nieuwe cd die er in die tijd van zijn orgel verscheen. De 18 koralen van Bach verschenen op een prachtige dubbelcd, maar ook cd’s met zijn improvisaties op Gregoriaanse liederen en middeleeuwse gezangen uit de IJsselstreek. De laatste overigens opgenomen op zijn orgel kort voor de restauratie. Het is de laatste cd van het orgel voor de restauratie.

Dat geldt niet voor zijn improvisaties op liederen van Hildegard von Bingen. Wat een inspirerende gezangen zijn dat. De improvisaties van Bert Matter zijn dat minstens ook zo. De improvisaties op de psalmencd zijn overweldigend. Psalm 100 en psalm 2. Zo mooi heb ik ze nooit gehoord. De begeleiding van psalm 23 is eveneens de indrukwekkendste die ik ken. Hoe de prestant donker en mystiek boven de zingende gemeente zweeft.

Lees morgen mijn vervolgbijdrage over de nieuwe cd van Bert Matter die onlangs verschenen is: Cd met onbekende improvisaties

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?