Tagarchief: beatrixpark

Schemering – wintertochtje (2) #omzwervingen

Ik open een luikje in de observatiehut en tuur naar buiten. Het is rustig op het water. Alleen een stel ganzen gakken over het water. De witte lijven dobberen voor de bosrand.

Verder is het stil. Het klotsende water tegen de donker wordende wolkenhemel. Als ik terugfiets over het paadje naar het grote fietspad geniet ik.

Hoe mooi de zachte kleuren zijn in dit jaargetijde. Het gele riet en de donkere boomstammen. De lichtgrijze hemel die duidelijk door de kale takken heen komt. Het is zo anders dan de felle lichten van de zomer. Het lijkt wel of dit de mooiste tijd van het jaar is.

Ik sla af in de richting van de natte graslanden. De enige tegenliggers die ik zal tegenkomen als ik aan deze kant van de Lepelaarplassen fiets. Daar tref ik een afgebroken boomstam aan.

Hier zijn bevers bezig geweest, niet al heel lang geleden is duidelijk te zien. Het ziet er als vers aangevreten hout. Ik speur over het water of ik een beverkop boven het water uit zie komen. Helaas.

Het is hier drassig. De koeien van afgelopen zomer zijn weg. De bomen zijn kaal, maar het weinige licht is voldoende om kleuren te zien en te genieten.

Ik zie soms een hele kleine rietvogel wegschieten over het fietspad. Het is even een heerlijk moment voor mij alleen. Zo’n moment waar je nog dagenlang van kunt nagenieten.

De stad flikkert in honderden lichtjes over het water. Op de Hogering zie ik de lampjes van het verkeer, wit en rood. De avondschemering laat de maan al zachtjes schijnen door de dunne bewolking.

Het is niet ver meer en ik rij helemaal in het donker als ik weer door de Noorderplassen rijd naar huis.

De Gateway Diner staat in het volle licht als ik het Beatrixpark doorfiets. Alles verder donker. De bewegende rode lampjes laten zien dat er voor mij een hardloper rent.

Als ik hem over het bruggetje passeer, duik verder de duisternis in. Het is nu echt avond. Door de uitgedunde bosrand van het park kan ik het verkeer zien razen.

Bijna thuis.

Man en hond

image

In de zomer is een wandeling met de honden een heerlijk uitje. Aan het eind van de middag als de rust weerkeert in het park, loop ik nog even een rondje. We lopen van park naar park. De scheiding is het spoortunneltje. Als ik het Beatrixpark binnenloop hoor ik in de verte het geblaf van een hond.

Het weer zit mee. We lopen verder door de smalle paadjes over bruggetjes. Het groen is op zijn best. Ik zie het verschil tussen alle tinten groen. Elke boom heeft zijn eigen groen. We komen dieper het park waar het water verbreed. De plek van de zilverreiger. Hij zit er weer. Stil in het water, de nek slank vooruit in het water starend.

Verderop klim ik de heuvel in het park. In de winter sleeën de kinderen van deze ophoging. Het biedt een mooi uitzicht over het park. Ik zie mensen in het water springen vanaf de aanlegsteiger. Ze trekken een paar baantjes in het koele water. Als ze genoeg afgekoeld zijn, trekken ze zich weer op de aanlegsteiger. De armen leggen ze breed op de houten vlonders en ze hijsen zich op alsof het de waterkant van het zwembad is.

Hier blaft de hond. Een man staat op de vlonder en gooit een tak in het water. Het dier blaft angstig. Er gebeurt niks. De man spoort de hond aan, maar die blaft alleen maar. In de wanhoop springt de man het water in, achter de tak aan. Hij roept vanuit het water naar de hond. Die blaft alleen maar harder. De man zwemt naar de tak en houdt hem omhoog. Weer roept hij. De hond blijft blaffen.

Ik heb het hoogste punt bereikt daal weer af van de heuvel en zie de man en de hond niet meer. Als we veel verderop lopen, horen we nog altijd het blaffen. Ik stel mij voor dat de man nog altijd probeert zijn hond het water in te krijgen. En de hond zijn baas uit het water.

Opgeruimd

image

Een dag na de ontdekking loop ik weer over het pad van de gevelde boom. Ik kom vanaf de andere kant en zie de stam al liggen in het bos. Maar de enorme kruin die een dag eerder nog zo intens op het pad lag, is verdwenen. Een paar stammen liggen nog bij de boom. Afgezaagd. Maar de rest is verdwenen.

image

Het geldt blijkbaar ook voor een grote boom die zeker een jaar of 30 is. Hij valt om en binnen de kortste keren is alles verdwenen. Wat psalm 103 voor het gras zegt: ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’ Een dag na mijn ontdekking herinnert alleen het platgedrukte gras nog aan de gevelde bomen. Zelfs het bolletje van de paardenbloem houdt het langer uit, dan de bomen die daar lagen.

image

Ik loop nog even naar de plek des onheils. De brede stam ligt nog altijd mooi op zijn kant. Hij wordt omringd door allemaal afgezaagde stammetjes. Het zaagsel ligt er nog. Maar de bladeren van de kruin zijn weg. Alleen ligt er nog een bergje bladeren die bij de val van de boom blijkbaar waren losgeraakt en later de grond bereikten. Of bij het opruimen van de takken zijn afgevallen.

image

Ik kijk nog eens om als ik wegloop. Inderdaad. ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.’ Zelfs het leven van een majestueuze populier is kortstondig. Een drama is weer aan het oog onttrokken. Alleen een paar stammen herinneren nog aan de boom die hier ooit stond.

image

Geveld

image

Niet eens een storm. Mogelijk een blikseminslag. Ik weet niet wat de boom in het Beatrixpark heeft geveld. Maar hij ligt daar. Groots en zwaar ligt de enorme boom en doorkruist het pad waarover ik wil lopen.

image

De bladeren van deze populier hangen nog fris en groen aan de takken. De brede stam ligt helemaal op de grond. Onderaan bij de wortels is de boom helemaal geknakt. Los van de grond.

image

Ik loop eens om deze immense boom heen. Wat is hij toch groot als hij zo op de grond ligt. Op zijn kant, de grote stam horizontaal op de bodem, waar hij eigenlijk fier overeind hoort te zijn. De takken steken nu merkwaardig uit de dikke stam.

image

Ik kijk nog eens goed en zie dat de brede populier ook andere bomen heeft meegenomen in zijn val. Ik zie een eik liggen. Aanmerkelijk kleiner, maar ook van deze eik is de stam losgerukt uit de grond. De wortels steken er nog een eindje uit. Hier is de kleinere mee meegesleurd in de val van de grote.

image

Ik probeer mij voor te stellen hoeveel kracht bij deze valpartij gepaard ging. Veel. Het zal een enorme herrie hebben gemaakt. Ik loop nog eens terug, half door het bos waar nauwelijks iets groeit op de bodem. Het is er donker. De zon kan er nauwelijks doordringen.

image

En ik vraag mij af hoe lang dit zal blijven liggen. Ik herinner mij een boom iets verderop die enkele weken bleef liggen op het pad. Misschien omdat niemand het meldde. Misschien omdat hij niemand in de weg lag. Deze groep bomen die omgevallen is, vraagt wel om een andere behandeling. Maar of ze deze zullen krijgen?

Verspreiding krant

image

De gratis kranten die Almere rijk is, kom ik in alle vormen en edities tegen in het park. Ik schreef er al eens eerder over. In de kikkerpoel drijven twee stapels van de Almere Vandaag. Het lijkt of ze ergens deze winter erin zijn gegooid. Iets verderop ligt zo’n berg, mooi samengebonden bij een vuilnisbak.

De meest extreme vorm is weer een nieuwe editie. Dit keer van de Almere deze week. Het blad ligt verspreid tussen de twee aansluitende tunneltjes onder het spoor en de Spoordreef, de verbinding tussen het Den Uylpark en Beatrixpark. De kranten liggen verspreid over de herfstbladeren. De wind blaast ze uit elkaar en verspreidt de verschillende exemplaren.

Tegelijk heeft de wind de reclameblaadjes losgemaakt uit de krantjes. Er liggen blauwe briefjes die oproepen om een grijs vlak weg te krassen. Dat kan de wind niet, daar heeft ze een mensenhand voor nodig.

image

Hier is een krantenjongen bezig met een makkelijke verspreiding van de gratis krantjes. Wie controleert de bezorging van de blaadjes. Het duurt lang genoeg voordat het aan het licht komt en dan vertel je gewoon dat het slechts die ene keer voorgevallen is.

Ondertussen zwerft het vuil door heel het park. Over voorgenomen raadsbesluiten en succesvolle feesten. De wind leest het en zorgt voor de verspreiding. De zon gaat voor niks op en de bezorger leeft van de wind.

Kikkers, hoentjes en reigers verlustigen zich aan het nieuws. Misschien haalt een kraai of ekster zijn nek wel open aan een flinke scoop verstopt in een nietje of onthoudt het lint dat de krantjes bij elkaar moet houden hem van het laatste nieuws.

Bijzaken – #WOT

image

Ik loop door het park en bijzaken omhelzen mij van alle kanten. De regen druppelt gestaag vanuit de hemel op de kale takken en sijpelt verder naar beneden. In mijn nek valt de neerslag ook en maakt alles nog weemoediger dan het al is.

De hoofdzaak is het lopen met de honden. Ze moeten eruit voor de 2 p’s en de noodzakelijke lichaamsbeweging. De rest is bijzaak. De natte paadjes in het park. Het opspattende vuil dat vlekken achterlaat onderaan mijn broekspijpen. De frisse voorjaarslucht die ik inadem. Alles is bijzaak.

Hoofdzaken en bijzaken vloeien in elkaar over en ik laat mij meenemen door de bijzaken. Alleen het trekken aan de riem voor een van de 2 p’s haalt mij naar de hoofdzaak: het uitlaten van de honden. Zo druilen mijn gedachten mee naar het begin van de dag, naar gisteren en de dingen die ik de laatste dagen gelezen heb.

Dan springt daar uit de bruine bladermassa iets omhoog. Vanuit de verte lijkt het bruin maar als ik dichterbij kom, ontwaar ik duidelijk een klompje met een groene tint. Het is een kikker die wakker is geworden van het vocht dat eindelijk het voorjaar is binnengesijpeld.

Nog niet helemaal wakker ligt hij daar stil om door de lens van mijn mobieltje te worden gegrepen. Hij kijkt droog op. Zelfs de honden hebben hem niet in de gaten. Zo laat ik hem achter. Ik loop langs het poeltje en zie een kleine buizerd verderop op het pad staan.

Hij houdt iets tussen zijn klauwen vast en peuzelt het op. Totdat ik te dicht in de buurt kom en hij opvliegt. Voor mij uit vliegt hij met mooie trage slagen. Zoals een roofvogel hoort te doen. Ik geniet van het gezicht en probeer te ontwaren wat hij in zijn klauwen vasthoudt.

Het zijn de bijzaken waar ik de troost uithaal. Van de hoofdzaak moet ik het vandaag niet hebben. Mijn gedachten fladderen van tak naar tak en zien hoe de buizerd weer opvliegt omdat ik weer te dichtbij kom. Vlak langs mij scheert hij voorbij. Ik zie in het voorbijgaan dat het een kikker is. Precies zo eentje als ik net bij de poel zag zitten.