Tagarchief: bank

Vrienden – Sientje (37)

Sientje had weinig met andere honden. Ze reageerde er soms zelfs een beetje knorrig en agressief op. Niet dat ze de andere hond greep, maar ze kon wel stevig van zich afblaffen. In het park hadden andere honden meer interesse in haar dan zij in hen. Die andere honden trokken zich er weinig van aan, maar Sientje liep in het gunstigste geval gewoon van ze weg. Of ze bleef ongeïnteresseerd staan.

Hoogstens kon een andere teckel haar aandacht trekken, maar vaak liet ze ons gewoon staan en bleef stoïcijns aan de andere kant van ons zitten. Zover mogelijk van de andere hond vandaan. Die andere hond begreep dat meestal wel en ging bij zijn baas zitten op veilige afstand van onze rare Sien.

Niet veel honden

We hadden niet veel kennissen met honden. In de familie liepen er eveneens geen honden rond. Die kwamen pas later toen mijn ouders een hond namen. We namen Sientje mee naar iedereen en mensen met honden konden ook gerust komen. Niet dat die honden veel aan Sientje hadden. De hond van een vriendin kreeg eveneens weinig aandacht. Van wanhoop pieste hij maar tegen de verrijdbare poef aan.

De grote uitzondering is een andere kennis. Zij had 2 labradors, een blonde en een zwarte. De blonde labrador was de oudste. Deze oude dame was een keer een dagje te gast en haalde bij Sientje het bloed onder de nagels vandaan. Amber stapte binnen, incasseerde alle botjes in huis en ging bij haar nieuwe bezit zitten. De houding die ze daarbij aanhief, was er eentje van: van mij en jij zegt er niks van.

Opzichtig langs elkaar

Sientje begreep de niet uitgesproken woorden overduidelijk en ging in een hoekje zitten. De rest van het oppassen bestond uit twee honden die opzichtig langs elkaar liepen, waarbij Sientje haar bezit op tactische wijze probeerde terug te winnen. Zonder resultaat overigens.

De grote verrassing kwam die avond. We brachten Amber naar huis. Ze zaten rustig achterin de auto en lieten elkaar verder met rust. We kwamen bij de kennis aan en lieten de honden ook binnen. Zij had nog een andere labrador, een zwarte. Deze hond Nora, vond Sientje wel erg leuk. Ze rende achter haar aan. Sientje moest er aanvankelijk niet zoveel van hebben en rende weg. Daarna werd het een vrolijke boel in huis.

Hollen en buitelen

Nora en Sientje holden en buitelden achter en over elkaar heen. Nora maakte er snel een spelletje van. Ze rende achter Sientje aan, waarna ze in de keuken elkaar tegenkwamen en weer verder holden. Tot ze even wat langer wegbleven. En ineens stormde Nora de kamer binnen met Sientje op de hielen. Een heel komische situatie, ook omdat Sientje eerder wegliep dan achtervolgde. Voor het eerst leek het of Sientje toch wist wat spelen was.

Met mensen had Sientje eveneens weinig. Als ze op haar plekje op de bank zaten, wilde ze haar plek komen opeisen. Dat leverde een keer een verrassende ontdekking op. Vrienden van Inge kwamen een avondje televisie kijken. Ze namen met z’n drieën plaats op de bank, naast elkaar. Sientje zat aarzelend voor de 3 volwassenen die de hele bank in bezit namen. Ze kon het duidelijk niet uitstaan. Ze werd van herhaaldelijk van harte uitgenodigd. Sientje bleef aarzelen. Tot ze ineens de sprong waagde. De rest van de avond heeft ze heerlijk bij ze op schoot gezeten.

Lees het vervolg: Veluwe »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oorlog met teckel om de bank – Sientje (11)

Meteen nadat onze teckel Sientje in huis kwam, stelden we de eerste regel: geen hond op de bank. Een hond op de bank was smerig, vonden we. Daarom wilden we onder geen beding een hond op de bank zien. De hond uit mijn jeugd had nooit op de bank gemogen. Ik wilde het niet. Zo’n hond die op je plek zit.

Om te voorkomen dat als wij weg waren, Sientje lekker op de bank zou gaan liggen, bouwden we allerlei stellages op de bank. Een paar kratten, dozen, een omgekeerde kruk en allerlei andere middelen werden ingezet om te voorkomen dat Sientje zich een plekje op de bank zou toe-eigenen als wij niet aanwezig waren.

De stellage werd elke keer verder uitgebreid. We ontdekten dat ze steeds wel een manier vond om op de bank te kruipen. Zo waren we elke keer voordat we weggingen bezig een heel kasteel aan te leggen op en rond de bank. Zo probeerden wij te verhinderen dat Sientje zich een plekje op onze bank vond tijdens onze afwezigheid.

Het had weinig zin. Vaak kwamen we thuis en zagen haar liggen. Op een dag waren we thuisgekomen, de bank hadden we kasteel gelaten en we waren gelijk aan de slag gegaan. Inge was aan het koken, ik liet de hond uit en ging bij terugkomst nog wat dingetjes doen.

Over de kook

Het koken verliep niet zoals gepland. Er zat niet genoeg water in de pan en de zuurkool brandde aan. Inge tierde en schold. Ze liep de kamer in en er klonk een enorm gebrul. Ik dacht dat ze helemaal in tranen was uitgebarsten en rende naar haar toe. ‘Wat is er aan de hand.’ Ze lachte. ‘Moet je kijken.’ Sientje lag kwispelend op de bank en keek vanuit een krat ons aan.

Het verzet zag er zo aandoenlijk uit, dat we de strijd opgaven. We hebben verloren, zeiden we tegen elkaar. Vanaf die dag lieten we de bank gewoon zonder obstakels achter. Ook mocht ze lekker tegen ons aankruipen. De bank veranderde in een mand. Net als de stoel waarin de schone was lag die nog gestreken moest worden.

Schone was

Ze sprong op de stoel en nestelde zich heerlijk in de schone was. Met haar pootjes schikte ze de was tot een aangename kuil. Net als in de tijd dat ze het stro in haar Goorse hok schikte tot een warm nestje. Geen groter plezier voor Sientje dan de schone was in het weekend.

Lees het vervolg: Van wie is die leuke teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Boeken achter mij aan – #50books

image

Mijn boeken in twee speciaal daarvoor ingerichte kamers: de bibliotheek en de naastgelegen studeerkamer. Beide kamers op zolder bevatten het grootste deel van mijn boekenbezit. Toch kan ik niet verhinderen dat ook op andere plekken in huis boeken van mij rondzwerven.

Lezen doe ik namelijk niet daar. Dat doe ik beneden op de bank en in bed. Daarom sleep ik het stapeltje boeken dat ik lees, de hele dag met mij mee. ‘s Morgens als ik wakker word mee naar beneden en ‘s avonds als ik ga slapen weer mee naar boven.

Voor de zekerheid zwerft er ook een stapeltje boeken rond mijn zitplek op de bank. De grote boeken staan rechtop tegen de tafel. De kleiner liggen op de hoek van het tafeltje naast mijn zitplek.

Zo zorg ik ervoor dat ik de hele dag voorzien ben van boeken. Als ik onderweg ben, neem ik vaak het boek dat ik lees mee. Momenteel zijn dat Bob den Uyls reisboekje en natuurlijk de roman van Eva Kelder die over twee weken op de lijst voor Een perfecte dag voor literatuur staat.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

Vergeten schroefjes

image

Ik loop op het perron naar voren, zo kan ik een plekje voorin de trein bemachtigen. De ervaring van de volle treinen de laatste tijd, leert dat voorin de trein de meeste kans op een stoel is. Terwijl ik zo loop over het perron voel ik aan mijn rugzak. Onderin zitten vreemde, klein voorwerpen. Ze voelen hard aan, maar ik kan de vorm niet plaatsen.

Als ik in de trein zit, ga ik op onderzoek uit. Het kan onmogelijk mijn laptop zijn. En daaronder gaan niet zo snel kleine dingen zitten. Het zouden broodkruimels kunnen zijn of iets anders, maar dat kan ik onmogelijk definiëren.

Ik hijs het laptopje omhoog en voel onderin het vakje. Leeg. Daarom besluit ik het grote vak maar eens te proberen. Ik wroet mijn vingers naar beneden, langs boeken, schriften en losse blaadjes. Een formulier ‘Geld terug bij vertraging’. Nog verder drukken mijn vingers door de smalle ruimte in de rugzak.

Hebbes. Het voelt nog gekker dan net. Ik weet helemaal niet meer wat ik in mijn hand heb. Ik hengel een oud broodzakje omhoog. In het zakje zitten metalen schroefjes. Dan weet ik het weer. Een paar maanden terug vond ik voor het hoge witte gebouw van de RBS-bank in Amsterdam Zuid allemaal nieuwe schroefjes.

Aangezien ik in de dagen ervoor een kluswagen had zien staan, vermoedde ik dat de schroefjes uit een bak zijn gevallen. De klusser was blijkbaar te lui om ze allemaal op te rapen. De eerste dag liep ik er vrij achteloos langs, maar een dag later verbaasde ik mij over de grote hoeveelheid schroefjes in verschillende maten. Als niemand ze meenam, dan moest ik ze toch wel oprapen.

Geen idee waar ik ze voor nodig had, maar ik begon te rapen. Al dat kostbare metaal kon wel ergens bij mij thuis gebruikt worden. Ik werd steeds enthousiaster en had al een hand vol met die schroefjes. Om mij heen verzamelden zich allemaal forensen die enthousiast meehielpen met het oprapen van de schroefjes. In plaats van ze zelf te houden, gaven ze de schroefjes allemaal keurig aan mij.

Met moeite wist ik mij uit mijn eigen activiteit te ontworstelen en sloeg de nieuwe schroefjes die ik van omstanders kreeg af. Met een lichte gêne want ik vond de hulp die ze boden zo verschrikkelijk lief. De schroefjes verdwenen in mijn kontzak en ik liep snel verder naar mijn werk.

Nadat ik mijn lunch had opgegeten, vond ik de schroefjes toch wel prikken in mijn achterste. Ik haalde ze eruit en deed ze in het lege boterhamzakje. Het zakje verdween in mijn tas, voor thuis. Dan kon ik ze later wel in de voorraadkist met schroefjes leggen. Deze is ook weleens omgevallen, maar toen heb ik alle schroefjes opgezocht tussen het zaagsel en andere viezigheid.

Maar ik kwam thuis en vergat de schroefjes helemaal. Tot vandaag.