Tagarchief: bakker

IJs en brood – #fietsvakantie

Hellendoorn en Nijverdal zijn gigantisch toeristisch. Je mist snel de wegwijzers in al die drukte van bejaarden op elektrische fietsen en mensenmassa’s die midden op de paden lopen. Bijna niet voorbij te komen. Zo ontgaat je snel een belangrijk bordje.

Dan duiken we eindelijk het bos in. Een levensgevaarlijke situatie met een kerende vrachtwagen. Een smal fietspad. We klimmen de heuvel op. Het is doodstil, slechts een enkele vogel fluit. Alleen een hardloper die ons tegemoet loopt.

Wat een verademing na al die drukte en stress. Ik geniet hier. En als we de afdaling beginnen, zie ik opeens iets langsflitsen. De bordjes met het nummer van het knooppunt waar we naartoe willen. Wat is dit ontzettend gaaf!

Zo rijden we door. We zetten er weer het tempo in. We willen graag de IJssel over en besluiten om via Raalte en Wijhe te rijden. Als we Raalte binnen rijden, zie ik dat het al laat in de middag is. Misschien toch nog wat brood kopen, dan eten we dat vanavond.

Zo stoppen we bij de bakker vlak voor sluitingstijd en koop ik 2 zakken met witte bolletjes. Daarna lopen we naar de buren voor een ijsje. Daar ontdek ik pas dat de ijssalon gewoon bij de bakkerij hoort.

Wat smaakt dit ontzettend lekker als je al zoveel kilometers in de benen hebt zitten. Een heerlijke pauze met zicht op de imposante neogotische kerk van Raalte. Zo bezien lijkt hij wel op een grote middeleeuwse basiliek. Ver verheven boven de huizen uit.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Rijksdaalder

image
Rijksdaalders die ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis werden geslagen. Links de herdenkingsmunt voor het 400-jarig bestaan van de Unie van Utrecht in 1979. De rijksdaalder rechts werd een jaar later geslagen bij de troonswisseling van Juliana naar Beatrix.

Een slungelige jongen komt de bestelling halen voor de familie. Hij noemt de familienaam. ‘Drie keer een tijger’, zegt hij erbij. Het winkelmeisje dat hem helpt, kijkt naar haar oudere collega. ‘Is het voor Debora?’ vraagt ze tegn de donkere zonnebrilglazen. De jongen knikt. ‘Mijn moeder heet Debora’, antwoordt hij. ‘Kijk, dat weet ik dan weer, maar die achternaam ken ik niet onthouden.’

Het meisje snijdt het brood en de oudere winkeldame helpt afrekenen. ‘Heb je er misschien een stuiver bij?’ vraagt de winkeldame. Ze kijkt over haar leesbril naar de jongen. Hij kijkt haar verbaasd aan. ‘Een wat?’ ‘Een stuiver’, herhaalt ze en kijkt hem nog eens goed aan. ‘Dat is 5 cent, maar jullie kennen de stuiver zeker niet.’ ‘Nee’, reageert het winkelmeisje. ‘Wij zijn van de euro en niet van die andere munt.’

‘Sorry’, zegt de oudere winkeldame. ‘Ik word ouder, dan reken je nog in guldens en vraag je om een stuiver of een dubbeltje. Of een kwartje.’ De jongen kijkt nog altijd verbaasd naar de benamingen. ‘Maar zo lang is het toch niet geleden? Wacht eens.’ Ze slaat aan het rekenen. ‘Het was 2002 toen de euro kregen. Maar jij bent toch veel ouder?’ ‘Ik ben 16’, zegt de jongen.

Ze vertelt verder over de gulden. Mijn brood wordt gesneden. ‘Ook had je vroeger een munt voor 2,50 gulden. Tjonge, hoe heet dat ding ook alweer.’ ‘Rijksdaalder’, zeg ik. ‘Ja, een rijksdaalder’, bevestigt ze. Ze knikt en kijkt me snel aan. Even denken we aan die grote munt van 2,50 gulden. De munt die er al bijna 12,5 jaar niet meer is. ‘Dat wordt dan 7 euro 55’, zegt ze. Ik geef haar er keurig een stuiver bij.