Tagarchief: autorijden

Mensenpup – Sientje (39)

Thuis bevallen leek ons wel heel bijzonder. Om zo in je vertrouwde omgeving, met Sientje erbij, het nieuwe leven te begroeten. Want hoe laat je je hond kennismaken met het nieuwe lid van de roedel, de mensenpup. Aangezien we thuis zouden zijn, zou Sientje het ook allemaal meemaken. Een betere introductie kon je je niet wensen.

Vanwege het ontbreken van stromend water boven, moest er beneden een bed komen te staan. We haalden het ziekenhuisbed weer op bij Inges moeder. Het kwam uit onze logeerkamer, maar onze logees moesten het sinds de inrichting van het babykamertje volstaan met een opklapbed in de studeerkamer. Het ziekenhuisbed was naar Inges moeder gegaan. Inge deed in de laatste weken al haar middagdutje op dit bed dat we op de hoge stand hadden gezet. Verder vond Sientje het erg lekker om daar te liggen. Alles was klaar om de baby ter wereld te laten komen.

Na een paar dagen weeën stak de verloskundige de vliezen door. Zo ontdekten we dat de baby in het vruchtwater had gepoept, waardoor we halsoverkop naar het ziekenhuis moesten. Ik vroeg snel aan de buurvrouw of zij Sientje ‘s avonds wilde uitlaten. ‘We moeten naar het ziekenhuis voor de bevalling’, zei ik snel. Ze begreep het. Het huis dat we achterlieten was een puinhoop. Drie dagen rondlopen met weeën en het vruchtwater op het kraambed midden in de kamer.

Het zag er allemaal niet schoon uit. Maar we moesten onmiddellijk weg. We konden niet eerst de boel opruimen, daarvoor was de situatie te urgent. We waren allang blij dat ze niet met een ambulance hoefde te worden afgevoerd en we met onze eigen auto konden gaan. Achter de verloskundige aan reden we die Bevrijdingsdag naar het ziekenhuis.

We waren wel een beetje teleurgesteld. Want we hadden ons erg verheugd op de geboorte van ons kind thuis. In onze eigen vertrouwde omgeving met Sientje erbij. Dan kon Sientje meemaken hoe het gezin een nieuw lid erbij kreeg. Het mocht niet zo zijn. Wij moesten halsoverkop naar het ziekenhuis. En de gezondheid van de baby ging voor alles.

De bevalling duurde nog lang, maar ver na middernacht werd het kind geboren. Een meisje, Doris. We waren helemaal gelukkig en na nog enkele flinke complicaties mocht Inge uren later eindelijk naar bed. Ik kreeg als kersverse vader te horen dat ik nu naar huis mocht gaan. Midden in de nacht en ik kon gaan. De auto stond nog op de noodplek. Ik haalde het plastic weg aan de kant van de bijrijder. Daar had Inge gezeten en reed naar huis.

De zon kwam al op toen ik ons straatje binnenreed. Ik kwam binnen zag de troep en een enthousiaste Sien. Ik liep even snel een rondje met haar. De bermuda-driehoek zoals wij dat noemden, naar het eind van de straat. Daar kon je om een stukje gras lopen en keerde je zo weer terug naar huis. Het rondje behelsde niet veel meer dan een meter of tweehonderd. Voor Sientje was dat ruimschoots voldoende voor een plas en een poep. Dan keerde ze vol enthousiame om. Zeker met regen, want met regen wilde ze snel terugzijn. De late thuiskomst zorgde ervoor dat Sientje ook nu snel werd uitgelaten. Daarna probeerde ik snel nog wat te slapen.

Dat ging slecht en een paar uur later belde ik de familieleden om te vertellen dat we een dochter gekregen hadden en dat ze Doris heette. Het duurde lang voordat de klok half negen liet zien, het tijdstip dat ik weer naar het ziekenhuis mocht. Ik liet Sientje snel uit en verdween weer in de richting van het ziekenhuis. Alleen het kraambed had ik snel ontdaan van de natte opvangdoeken. Ik wilde zo snel mogelijk weer terug zijn bij mijn lief en het nieuwe leven dat die nacht was geboren.

Het was nog even heel spannend of ze naar huis mochten, maar uiteindelijk mochten ze toch met mij mee. Helemaal blij en gelukkig stapten we in de auto. Onwennig reed ik met het kindje voorin en mijn lief achterin. Dat hadden we toch mooi voor elkaar gekregen. We waren weer bijna thuis. Zo stak ik de sleutel in het slot, de Maxicosi in mijn hand. Sientje begroette ons en keek nieuwsgierig naar mijn bagage.

Ik zette de mensenpup in de Maxicosi op de grond neer, vlak voor haar. Ze ging ervoor zitten. Ik bleef rustig, maar wel binnen bereik om in te grijpen als het mis zou gaan. Een spannend moment. Sientje keek aandachtig naar het kleine wezentje. Ze zag de vingertjes bewegen. Ze gromde zachtjes, geen raad met deze situatie wetend. Maar ik pakte een voetje van Doris en liet Sientje ruiken. Voorzichtig schoof het neusje in de richting en rook. Ze rook de geur van het nest en begon zachtjes te kwispelen. Het was goed.

Daarna lieten we haar overal bij. Ze mocht ruiken, soms even likken en ook mocht ze bij ons op de bank kruipen. We merkten zelf wel dat onze aandacht voor Sientje verminderde. De aandacht van zo’n klein baby’tje vraagt genoeg energie van je. Sientje moest er wel aan wennen, maar we betrokken haar bij alles, om zo de aandacht te geven en te voorkomen dat ze jaloers werd. Alles was anders geworden. Ook voor Sientje.

De komst van het nieuw roedellid, zorgde er voor haar voor dat ze veel waakser werd dan voorheen. Vreemden mochten niet te snel te dicht in de buurt van onze pup komen. Dan vloog ze blaffend en grommend op hen af. Het zorgde soms voor een beet in de knie. Dan stond ze blaffend voor iemand en hapte ze tijdens het blaffen in de knie. Of het nu door het blaffen kwam of bewust was, durf ik niet te zeggen. Maar de roedel werd beter bewaakt dan ooit. Dat stond als een paal boven water.

Lees het vervolg: Moedermelkjunk »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Choral Evensong in Leiden

Orgel gespeeld in Noordwijk, lopend over het strand en turend naar het onzichtbare eiland in het verre westen, schiet mij te binnen dat Leiden niet ver van Noordwijk ligt. En op zondag is er af en toe een heuse Evensong in Engelse stijl.

Ik fietste er vroeger soms naar Noordwijk, meestal ‘s avonds, om even de zee te zien. Altijd via Valkenburg, scherend langs Wassenaar sloeg ik net op tijd af in de richting van Noordwijk. De tocht viel altijd weer een beetje tegen.

Snel op mijn mobieltje kijken of dit vanavond het geval is. Inderdaad. Het is het geval, maar de dienst begint al om 17.00 uur en het is nu iets voor half 5. Snel verder lopen over het strand in de richting van de auto die ik een eind van de kerk moest parkeren omdat de parkeerplaats voor de organist bezet was.

Als ik wegrijd is het al veel te laat. Bovendien is het straatje waar de auto staat veel te smal om te keren. Ik moet naar het eerste luxe huis en pak de oprit om te keren. Bij het afslaan naar de grote weg, beletten fietsers mijn zicht. Natuurlijk geen handen uitsteken als je afslaat. Een hinderlijke eigenschap van vrijwel elke fietser.

Zo rij ik volgens mij veel te hard van het duin af, Noordwijk uit. De helling en de frustratie vanwege de fietsers helpen niet mee. Zodoende rij ik even later precies de weg die ik vroeger fietste naar Leiden. Daar ligt het vliegveld Valkenburg. Naast de weg ligt de dijk waarop het trammetje nog veel vroeger reed.

Het is er allemaal niet meer. Nu is er een grote colonne in de richting van Leiden. Het kost veel te veel tijd om in Leiden aan te komen. Parkeren is dan ook nog eens een kunst. Ik wil eigenlijk geen parkeerkosten maken, daarom zoek ik een plekje in de Mors.

Gelukkig is het hier vrij parkeren op zondag. Ik zie het te laat, anders had ik wel een paar honderd meter meer in de richting van de Morspoort kunnen parkeren.

Lees het vervolg: Hooglandse kerk

Stormvloedkering – rondje Deltawerken (5)

img_20161125_143909We rijden naar het hoogtepunt van deze autorit langs en over de Deltawerken: de stormvloedkering in de Oosterschelde. Het duurt best lang voordat we er aankomen. De duinen waarachter wij rijden geven zich niet zo snel prijs. Als we dan de bocht nemen, zien we de pilasters al staan. De lange witte palen waaraan de grote schermen hangen.

Het is de trots van Nederland en laat zien hoe eeuwen van strijd met het water, kan samenkomen in dit machtige bouwwerk. Het biedt veiligheid en tegelijkertijd geeft het ruimte om de bedrijvigheid in de Oosterschelde door te kunnen zetten. Het compromis dat tot iets buitengewoons geleid heeft.

img_20161125_144720.jpgOp het eiland Neeltje Jans pauzeren we even. We nemen een smal dijkje en kijken in de richting van de middelste stormvloedkering. Het is eb want het water trekt zich terug. Als je goed luistert, hoor de zee. De ijzig koude wind maakt het beeld compleet. Wat is dit mooi. Dit is Nederland zonder opsmuk.

Als we weer instappen, pakken we het laatste stukje van de Deltawerken. De Brouwersdam over de Grevelingen en dan door over Goeree Overflakkee. De smalle dam over het Haringvliet is de laatste bescherming tegen de onstuimige zee waarover we rijden. Dan komen we in de drukte van de Europoort.

img_20161125_144836.jpgHet ruikt hier onwelriekend naar onbewerkte olie. De enorme silo’s waarin de brandstof wordt bewaard geven het gebied iets unheimisch. De petrogene industrie heeft het hier gewonnen van de natuur. De schoonheid van Rozenburg waar bijvoorbeeld Maarten ‘t Hart over schrijft in zijn romans.

Het is er allemaal niet meer en heeft plaats moeten maken voor de stinkende industrie. Ik kan alleen maar hopen dat de natuur zal winnen van deze stinkzooi. Dat wij hier rijden op dezelfde olie, vergeet ik maar even. We hebben een schitterende autotocht en moeten ook dit stukje van Nederland niet vergeten.

img_20161125_145237.jpgDan sluiten we aan in de vrijdagmiddagfile rond de havenstad. De tunnels en het nieuwe stukje snelweg van de A4 naar Delft. Ook hier wint de economie het van de natuur. De lange tunnel ten spijt die naar ik mij heb laten vertellen voornamelijk door Spaanse arbeidskrachten is neergezet.

De honden hebben de strijd opgegeven en liggen op mijn schoot te slapen. Zelfs Teuntje ligt half op haar rug. Zou het dan toch gelukt zijn om ze te laten wennen aan een lange rit in de auto?

Ik durf het alleen te hopen…

img_20161125_145028.jpg

Veere – Rondje Deltawerken (4)

img_20161125_134429.jpgAls we dan uiteindelijk over de A58 rijden, de enige snelweg van Zeeland, rijden we door tot Middelburg waar we afslaan in de richting van Veere. Ik ben er heel vroeger geweest. Een foto waar ik met mijn broertje en zusje op een kanon zit, is er het bewijs van. De grote kerk in dit kleine gehucht staat me nog bij. We zijn er toen in geweest.

Tegenwoordig is het een concertzaal geworden waarin allerlei culturele activiteiten gehouden worden. In het lage koor, is nu de protestantse kerk gehuisvest. Het is groot genoeg voor het geringe aantal zielen dat hier woont. De derde beuk is lange tijd voor opslag gebruikt, maar later afgebroken. De eigenaar van de opslag, een metselaar, zag er wel handel in om de stenen van dit gedeelte van de kerk te verkopen.

img_20161125_135308.jpgDat de gigantische kerk behouden is gebleven, is misschien wel aan Napoleon te danken. Hij maakte van de kerk een hospitaal en later heeft het de kerk functie gekregen van bedelaarsgesticht en kazerne.

Het hele stadje ademt al eeuwen de sfeer van verval en vervlogen tijden. Vooral in de 19e eeuw wordt dit beeld versterkt. De enorme kerk versterkt dit effect, terwijl al tijdens de bouw van dit gebedshuis de activiteiten werden gestaakt.

img_20161125_134728.jpg

Of het nu is dat de stad destijds te grote schoenen aantrok of dat de inkomsten uiteindelijk afnamen, is mij niet duidelijk. Of er een reden ligt in de bereikbaarheid van de haven of dat de stad slachtoffer is geworden van politieke keuzes, is mij niet duidelijk.

img_20161125_135806.jpgWe lopen nu door de stad op zoek naar een viskraam. We vinden hem niet. Alleen in de centrale winkelstraat staan wat restaurantjes en winkels. Het historische museum is geopend, maar de honden houden ons buiten. Hier ligt waarschijnlijk de heilige graal naar de oorzaak van het verval van Veere.

We lopen door een stad vol met imposante bouwwerken. De stad lijkt best op een Vlaamse stad. Het stadhuis, de grote kerk die in opbouw sterk doet denken aan gelijknamige Onze Lieve Vrouwekerk in Antwerpen. De kleur van de stenen en de opbouw van de toren. Het oogt allemaal als een droom die uiteindelijk door de werkelijkheid is ingehaald. Het hoge godshuis is echter in de wijde omtrek nog te zien. In die zin is de missie geslaagd.

img_20161125_140858.jpg

Grootste zoutwatermeer – rondje Deltawerken (3)

img_20161125_120906.jpgVlakbij de sluizen staan we even stil en zien hier het water van de Oosterschelde, het grootste zoutwatermeer van Europa. Wat een machtige plek, ook omdat hier zoutwater en zoetwater elkaar treffen. Het uitzicht is geweldig. Zeker ook omdat de blauwe lucht zo mooi aftekent. In de verte zien we de brug waar wij zo over zullen rijden naar de Anna Jacobapolder.

De bestemming is Tholen. Ik ben er nog nooit geweest en ontdekte laatst dat het een vestingstad is. Als we eenmaal in de buurt van de stad komen, laten we hem links liggen. We rijden verder, want de honden zijn net rustig en we toeren zo heerlijk voort.

img_20161125_121008.jpgHet is een belevenis als in On the Road van Jack Kerouac, lekker rondrijden zonder kopzorgen. Zonder een echte bestemming. De rit is het doel, want wat is het hier mooi. Zeker ook als we tussen Tholen en Zuid-Beveland rijden.

De lange, uitgerekte dijk, de Oesterdam geeft het een ervaring alsof je over de lange dijk naar Venetië rijdt. Het water, de wolken en het land dat zo ver weg ligt. Een prachtig gezicht, zeker ook omdat de zon zo mooi op het water schijnt.

Lees maandag het 4e deel van onze autorit langs de Deltawerken

img_20161125_124250.jpg

Knooppunt Hellegatsplein – rondje Deltawerken (2)

img_20161125_110759We komen weer in beweging en rijden over de Van Brienenoordbrug. We kiezen de richting van het knooppunt Hellegatsplein. Deze plek was voor 1953 beducht onder binnenvaartschippers. Hier kwam het zoutwater bij het zoetwater en kon het flink spoken. In haar roman over de binnenvaart, Een vrouw van staal, haalt Corine Nijenhuis deze plek in de rivierdelta aan.

Voor mij is het ook onlosmakelijk verbonden met de roman MIM, of de doorgestoken globe van A.F.Th. van der Heijden. Een indrukwekkend verhaal waarin de voetbalrellen tussen Feijenoord en Ajax op een buitengewoon intrigerende manier zijn verwerkt.

img_20161125_142512.jpgHet boek stroomt zo over van de ideeën dat het mij maar niet lukt om vat te krijgen op het verhaal. Misschien ook omdat Van der Heijden hier in een ogenschijnlijk toevallige moord een moderne oedipus-mythe weet te verweven. Een knap staaltje vertelkunst, maar daarmee kookt de roman in mijn ogen over van duiding. Ook omdat het in een bijzonder barokke stijl geschreven is.

Op dit punt herinner ik mij de rit naar Ouddorp met de bus, in de tijd dat ik daar evangeliseerde op een grote camping. Ik was getroffen door de grote hoogte waarop de brug over het water is gespannen. Vanuit een bus geeft dit nog eens een extra uitzicht, de verte in. De wijdsheid treft mij nu opnieuw, al kunnen we niet zo goed over de reling kijken. In de verte is het water en het land goed te zien.

We rijden door, laten Willemstad liggen en gaan de andere kant op naar het eiland Goeree-Overflakkee. Daar slaan we bij Oude Tonge af naar het Zuiden in de richting van Zeeland, naar de Grevelingen. Hier treft ons het uitzicht nog veel meer. Ook omdat we verkeerd rijden. We rijden naar Bruinisse, maar moeten eigenlijk de andere kant uit.

Tijd voor een pauze.

img_20161125_145944