Tagarchief: andre brink

Verantwoording

image

In zijn verantwoording bij De bidsprinkhaan geeft André Brink de bronnen prijs die hij gebruikt heeft bij zijn roman. Hierbij merkt hij iets belangrijks op. Het verhaal dat hij vertelt, staat boven de werkelijk gebeurde geschiedenis. Of zoals Brink het zelf schrijft:

Om romantechnische redenen was het soms nodig de historische feiten aan te passen. (286)

De historische werkelijkheid is daarvoor te gecompliceerd en zou het verhaal alleen maar nodeloos ingewikkeld maken, stelt de Zuid-Afrikaanse schrijver. Hij heeft daarin zeker gelijk. Het verhaal staat boven de werkelijkheid waaraan zij ontleend is.

De aanpassingen die André Brink heel zorgvuldig aangeeft, staan het verhaal niet in de weg. Juist het op de voet volgen van de historische werkelijkheid zou het verhaal heel lastig hebben gemaakt.

Gelukkig ligt de beschreven tijd ver genoeg achter ons om dergelijke aanpassingen te laten toestaan. Bij een boek over het recente verleden is het veel lastiger om grotere aanpassingen te plegen.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Plaatsnamen

image

Een paar jaar terug gaf Bart de Graaff een boeiend boekje uit met plaatsnamen in Zuid-Afrika. Hij bezocht het politiebureau in Gouda-Noord en fotografeerde het stationsgebouw in Middelburg aan. Allemaal vertrouwde namen die iets exotisch kregen door hun bijzondere locaties.

De plaatsnamen die André Brink in De bidsprinkhaan geeft, laten een heel andere functie zien. Zoals in de opsomming van de plaatsen die Kupido aandoet bij zijn omzwervingen rond zijn standplaats Dithakong. Hij trekt met zijn ossenkar door een wereld van zand en gesteente, vertelt de verteller. Elke plaats staat voor een herinnering:

Vlermuislaagte en Makukukwe
Gemsbok, Bloubospan
en verder naar Heuningkrans en Pramberg en Denkbeeld en Grootgewaag oftwel Veelgewaagd
naar Vuilnek en Omvrede, oftewel Vrede Alom
naar Dammetjie en Titiespoort en Jakkusrus en Miershoopholte
en daarvandaan naar Diepdruppels
en Vrijboom en Suidsande en Geduld

Refereren de namen in Bart de Graaffs boekje naar het moederland. Hier krijgen de namen vooral een referentie naar de herinnering die Kupido met de plekken heeft. Het zijn de plaatsen die hij een naam geeft.

Plaatsen van herinnering, dat is de functie die de namen die André Brink in zijn roman geeft. De kracht van de plaatsnamen die Bart de Graaff in zijn boek geeft, is de verwijzing naar de Nederlandse tegenhanger. Ook hier zijn het plaatsen van herinnering, maar dan van de blanken die hun nieuwe plaatsen vernoemen naar de plaatsen waar ze vandaan komen.

Daarnaast besteedt Bart de Graaff ook aandacht aan de verhalen zoals André Brink die in De bidsprinkhaan vertelt. Daarmee krijgt het landschap met zijn Nederlands aandoende namen een geheel eigen plek in de herinnering.

Bart de Graaff: 1599 km tussen Amsterdam en Gouda, Een ontdekkingstocht langs Nederlandse plaatsnamen in Zuid-Afrika. Schiedam: Scriptum, 2012. 136 pagina’s. ISBN: 978 90 5594 892 5.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Opsommingen

image

In André Brinks roman De bidsprinkhaan komt meerdere keren een opsomming voor. Zoals de lijst van de lading die verhalenverteller, muzikant en rondreizend koopman Servaas Ziervogel bij zich heeft:

suiker en koffie
eindeloos veel rollen tabak en blikken snuif
een paar halve amen arak, stenen kruiken jenever en brandewijn
naalden en garen
spijkers
kruid en lood (45/6)

De opsomming beslaat bijna twee pagina’s. Daarna merkt de verteller droogjes op dat de handelaar dit wel allemaal bij zich heeft, maar hij is voor iets veel belangrijkers gekomen:

Maar bovenal, zo deelt de man met de hoge hoed hun mee, is hij een dienstknecht van de Here der heirscharen, gestuurd om het evangelie te verkondigen in het donkere binnenste van dit heidense land. (47)

Als Kupido met Servaas Ziervogel onderweg gaat, volgt een beschrijving van de route die de twee mogelijk hebben gevolgd:

naar Bakoond en Gannahoek en Pffertjiesleegte
en dan Tweefontein en Palmietfontein,
Renosterfontein (oftewel Neushoornbron) en Eendvogelfontein: al die bronnen (elk met zijn eigen slang, de meeste met een watervrouw)
dan naar Riem en Luiperdskloof
en onderlangs de Onder-Sneeubergen en de Moordhoeksbergen (63)

De benamingen van de plekken waar Kupido komt bij zijn verdere trektochten door Zuid-Afrika, komen verderop enkele keren terug. Het geeft de roman iets modernistisch, zoals de lijsten die Alfred Döblin, James Joyce of Vestdijk in hun romans geven. Hier bij André Brink geven ze de roman extra duiding en kracht. Zeker ook omdat de plaatsnamen in Zuid-Afrika iets magisch in zich hebben.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Spiegels

image

De hoofdpersoon Kupido Kakkerlak ziet voor het eerst een spiegel in André Brinks roman De bidsprinkhaan. Hij schrikt zich rot en weet niet wat hij aan de andere kant ziet:

Hij slaakt een gil waarvan de hele boerderij wakker schrikt, en hij tuimelt bijna achterover.
‘Nee toch Baas! Dat ding leeft.’
‘Kijk nou eens goed.’
Op handen en voeten sluipt hij naderbij, schuin van opzij, en loert voorzichtig om de rand. Hetzelfde gezicht kijkt naar hem terug. Een levendig gezicht, met scherpe ogen als van een stokstaartje, zwarte plukjes op zijn kop. Kuipodi slaat allebei zijn handen voor zijn gezicht om zich achter te verschuilen. De mens voor hem doet precies hetzelfde. (52)

Kupido is erdoor gefascineerd en het laat hem niet los. Hij is vervuld van het beeld dat de handelsreiziger Servaas Ziervogel heeft meegenomen. Het is tovenarij, vindt hij.

Als hij later afscheid neemt van Servaas Ziervogel krijgt Kupido een spiegel van de lange, raadselachtige man als afscheidsgeschenk. Het is een heilig voorwerp voor hem:

Met dit voorwerp in zijn bezit kan Kupido de confrontatie aan met alles wat de toekomst voor hem in petto heeft. Jarenlang zal hij de spiegel zorgvuldig in het zwarte krip gewikkeld houden; alleen bij speciale gelegenheden haalt hij het eraf om van gedachten te wisselen met die overal aanwezige vreemdeling, die tevens, op onverklaarbare wijze, een andere ik blijkt te zijn (68)

Hij houdt de spiegel bij zich alsof het zijn identiteit is. Het helpt hem door barre tijden en laat hem nooit in de steek. Tot de spiegel onderweg naar Graaff-Reinet valt en in duizend scherven uit elkaar valt. Kupido is ontroostbaar. Hij valt op zijn knieën en barst in tranen uit. De hele nacht slaapt hij niet en staart de duisternis in.

In zijn hand had hij een enkele spiegelscherf vastgeklemd, alsof hij zich vast had voorgenomen die naar de onbekende en onkenbare toekomst mee te nemen. Deze ene keer leek zijn geloof niet berekend op wat er gebeurd was. (217)

Als hij later in Dithakong zit en zijn vrouw Katryn hem verlaat, geeft Kupido haar de spiegelscherf.

‘Het is alles wat er nog van me over is,’ verklaart hij en hij drukt het in haar hand. (260)

Het drukt op een mooie manier uit hoe Kupido Kakkerlak zijn identiteit langzaam verloren is. Het geloof dat hem beroofd heeft van zijn verleden en daarmee ook van zijn identiteit. De spiegel staat daar symbool voor. Een mooie vergelijking waarmee André Brink op treffende manier de spiegel tot metafoor maakt van het kolonialisme en het geloof dat de blanken met de spiegels aan de Afrikanen brachten.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Het teken van de bidsprinkhaan

image

In de roman De bidsprinkhaan van André Brink speelt de bidsprinkhaan een hoofdrol. Het dier is voor de Khoikhoi de heraut van de voorspoed, vertelt de verteller in Brinks roman. Als na Kupido Kakkerlaks geboorte een bidsprinkhaan op het vormeloze pakketje zit te bidden, kan er niets anders dan een wonder gebeuren. Het kind is niet dood, het kind leeft!

Vanaf dat moment vergezelt de bidsprinkhaan hem. Telkens als het dier op het toneel verschijnt, gebeurt er iets bijzonders. Dat gebeurt het hele verhaal. Bijvoorbeeld als hij op de bok bij de verhalenverteller Servaas Ziervogel zit onderweg door Zuid-Afrika:

tussen hen in op de bok, precies in het midden, hoog op zijn voorpootjes biddend samengevouwen, oogverblindend groen en een bidsprinkhaan.
Dat is het teken waarop hij heeft gehoopt. (59)

In het tweede deel van De bidsprinkhaan is de zendeling James Read de verteller. Hij is zich zeker bewust van de betekenis van dit diertje voor de Khoikhoi, maar hij krijgt een wijze les van Kupido. Een bidsprinkhaan hoort wel buiten en niet binnen, hoort de Britse zendeling van Kupido:

‘Een bidsprinkhaan is net als een ster, zijn plek is buiten. Als hij naar binnen komt, gebeurt er allerlei slechts.’ (215)

De bidsprinkhaan als troost en rots in de branding. Het hele boek door vergezeld dit heilige diertje Kupido Kakkerlak. De twijfel slaat dan ook bij Kupido toe als hij een ezelswagentje op hem af ziet komen vanuit de verte. Een zwarte man in witte kleren zit op de bok.

Naast hem op de bok zit rechtop en hooghartig een groene bidsprinkhaan. Zit hij daar echt of is het iets waarop je je in het felle licht kunt verkijken? (278)

Het is voor Kupido een teken aan de wand. Dat de bidsprinkhaan er niet meer zit als hij meegaat, is niet erg. Ze hebben hem niet meer nodig, het teken is voldoende.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

De bidsprinkhaan

image

De dood van André Brink vorige week vrijdag, bracht bij mij zijn boeken weer onder de aandacht. In 2006 kreeg ik van uitgeverij Meulenhoff een bijzonder boek opgestuurd om te bespreken voor Litnet. Het is het boek De bidsprinkhaan. Een boek dat speelt in Zuid-Afrika ergens tussen 1760 en 1825. Het boek staat al heel lang op mijn verlanglijstje om te lezen.

Veel Nederlandse necrologieën die bij de dood van André Brink vorige week verschenen, vertellen dat de kracht van zijn romans vooral ligt in de periode van de apartheid. Daarna verdween de spanning uit zijn boeken en de boosheid. Gemopper dat in mijn ogen onterecht is. Het getuigt meer van onkunde van de schrijver van de betreffende necrologie voor wie Zuid-Afrika alleen bestaat uit olifanten en apartheid.

Tijdens mijn studie las ik al een historische roman van hem, Een ogenblik in de wind. Het is een innemend liefdesverhaal tussen een blanke Compagniedochter Elsabeth en de zwarte Adam. Het verhaal speelt in de 18e eeuw. Het boek inspireerde Enst Jansz tot het lied ‘Een ogenblik in de wind’.

Daarom deel ik de overtuiging van deze necrologieschrijvers niet. Gelukkig zijn er ook mensen als Toef Jaeger die het latere werk van André Brink wel op waarde weten te schatten. Het draait in zijn latere werk niet zozeer om de strijd tegen de apartheid, alswel om het verschil tussen blank en zwart. Daarvoor duikt hij geregeld de koloniale geschiedenis in.

Een boek als De bidsprinkhaan uit 2005 doet dit ook. André Brink schreef het boek voor zijn zeventigste verjaardag. Het behandelt het verhaal van Kupido Kakkerlak en speelt aan het eind van de achttiende eeuw als Nederland wordt overheerst door de Fransen. De Kaap wordt bedreigd door de Engelsen die azen op de Nederlandse kolonie.

Het is de tijd dat Engelse zendelingen de binnenlanden intrekken, achter de veroveraars aan brengen ze de Khoikhoi en San het evangelie. Het is een roerige periode waarin de Nederlanders worden opgejaagd, net als veel bevolkingsgroepen van de oorspronkelijke bevolking. velen zijn slaven van de Nederlandse overheersers.

Kupido Kakkerlak is een Khoikhoi (of Hottentot zoals de blanken ze noemen). Hij lijkt dood te zijn, maar als een bidsprinkhaan op het pakketje met de dode erin zit, lijkt er een wonder te gebeuren: het bundeltje begint te bewegen: het kind leeft. Dit dit bijzondere begin kan alleen maar van een bijzondere man komen.

Kupido Kakkerlak beschikt over wonderlijke gaven. Zo redt hij zich tegen de leeuwen en vangt het mooiste wild, met hulp van zijn god Heitsi-Eibib. Later trekt hij met de koopman Servaas Ziervogel en door de binnenlanden. Servaas Ziervogel heeft naast allerlei handelswaar ook het geloof bij zich. Zo maakt Kupido kennis met het geloof van de blanken.

Daar trouwt hij met Anna Viglant, een San die heel goed zeep kan maken. Hij sticht zijn gezin op de boerderij aan de voet van de Tandjiesberg. Anna weet weinig raad met de wilde levenshouding van Kupido. Tot het christendom redding biedt. Hij wil zich laten dopen. Anna voelt er niet veel voor, maar als het haar man weerhoudt van drank, vrouwen en geiten, wil ze hem volgen.

Bij de blanke zendelingen leert Kupido lezen en schrijven. Net als dat hij leert bidden en psalmen zingen. Kupido zingt het hardste en valste van allemaal. Ontroerend zijn de brieven aan God die hij schrijft. Read citeert er rijkelijk uit. Het zijn gebeden waarin de bijzondere relatie van Kupido en God heel mooi tot uiting komt.

Kupido schopt het zelf tot evangelist, iets wat weinigen lukt en waar niet iedereen binnen de Engelse zendingsorganisatie het mee eens is. Hij wordt verbannen naar Dithakong met zijn nieuwe vrouw Katryn. Anna is overleden. Het vertrouwen in God en de blanke medemens wordt ernstig op de proef gesteld. De fanatieke gelovige mocht zich in het begin erg afzetten tegen zijn oude geloof, nu keert hij meer en meer terug naar het geloof van zijn ouders.

De bidsprinkhaan is een prachtig verhaal. André Brink bestrijdt daarin niet zozeer de apartheid. Hij stelt veel hogere dingen aan de orde. Zo klinkt met de komst van het evangelie ook de verwoesting door. Het oude land dat er was voordat de blanken er kwamen. Dat land verdwijnt. Het zijn mooie passages waarin Brink het land dat verdwijnt, beschrijft. Er klinkt een enorme liefde in door voor Zuid-Afrika.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage voor het Prioriteitenkabinet. We lezen vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl een boek dat we al langer willen lezen. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

De bidsprinkhaan van André Brink is het 10e boek dat ik in 2015 lees voor de actie: boekperweek.