Tagarchief: amsterdam

Paleis op de Dam

Ik mag weer spelen in De Duif te Amsterdam. Een indrukwekkend orgel van Smits staat hier en ik verheug me er erg op. 5 jaar geleden speelde ik hier ook op een soortgelijke dag. Het lijkt zelfs even koud te zijn als toen. Doris wilde toen niet mee om te kijken hoe ik op het grote orgel zou spelen.

Nu wil gaat ze wel mew. Al heb ik mij minder goed voorbereid. Slechts een paar stukken ingestudeerd en de improvisatie laat ik erg van het moment afhangen. Te druk met het huis en mijn werk. Het leidt teveel af om je helemaal met hart en ziel in zoiets te storten.

We lopen naar het station en halen precies de intercity naar Amsterdam. Het mag dan vriezen, maar de voorjaarszon maakt alles goed. Wat is het ontzettend lekker weer. Zelfs buiten genieten we van de zon. We lopen over het Damrak in de richting van de Dam. Gewoon omdat ik dat ook een keer aan Doris wil laten zien. Net als dat we straks over de Wallen terug naar het station zullen lopen.

Het blijft indrukwekkend om daar het Stadhuis te zien staan aan dat grote plein. Het hoge raam van de Nieuwe kerk dat uitziet op het plein. Wat mij betreft de mooiste kant van de Dam. Het verleden aan de andere kant is vervangen. Net als de haven die tot deze plek reikte, zodat je echt de dam zou zien waar de stad naar genoemd is.

Een klein bordje daagt ons uit. We zouden namelijk naar het grachtenmuseum gaan, maar de tekst op het bordje brengt mij op andere gedachten. ‘Paleis open’ staat erop. We gaan even kijken of je er met de Museumkaart in kunt. Waarschijnlijk wel. Ik zie het al helemaal zitten. Een keer dat Paleis in, het voormalige stadhuis. Het achtste wereldwonder zoals Constantijn Huygens dichtte in het lofdicht dat hij bij de opening schreef.

Ik blijf het zonde vinden dat het een Paleis is geworden, het is een Paleis voor de stad, een ode aan de Republiek. Daar hoort niet een koning elitair in te verblijven. De tapijten aan de wanden en op de vloeren moeten weg, het monumentale steen hoort hier thuis. De grote schilderijen die de muren bedekken. Prachtige schouwen en imposante beelden.

Zeker, die zie je ook. De Burgerzaal is heel indrukwekkend. Je komt er ook binnen via een trap vanaf beneden. Dat draagt alleen maar bij aan het ontzagwekkende. Je ziet meteen Atlas de zware wereldbol dragen. Hij, maar vooral de bol zijn een stuk groter dan de Atlas die op het dak aan de achterkant van het Paleis staat.

Als je dan op die marmeren vloer staat. Wat een pracht en praal. Hier heerst het evenwicht, de symmetrie en de zuivere verhoudingen in de maatvoering. Wat een bouwmeester is Jacob van Campen. Het is indrukwekkend om hier in deze ruimte te staan. De slanke, hoge ramen geven de zaal een prachtig licht. Het komt van 2 kanten. Aan weerszijden de hoge wanden.

De natuur waar Jacob van Campen de inspiratie vandaan heeft gehaald zie je in de beelden van vogels, vruchten en planten. Samen met de verwijzingen naar bijbelse en mythologische figuren. Het geeft de ruimte een onuitputtelijke betekenis. De reeksen volgen elkaar onafgebroken op. Zo verdwaal je in wat je ziet. En het ene is nog mooier dan het andere.

De grote ronde wereldkaarten midden in de ruimte. 3 stuks, in 2 helften: Amerika en aan de andere kant de rest van de wereld, waarbij ik mij verbaas hoeveel er al bekend was van de wereld. Het net ontdekte Australië draagt de naam Hollandia. Het was nog niet duidelijk dat Australië en Nieuw Guinea niet aan elkaar vastzitten, maar losse eilanden zijn.

In het midden tussen de 2 wereldhelften is de sterrenhemel, met de vele sterrenbeelden. Groot naar hoe helder ze te zien zijn vanaf de aarde. Allemaal naar de status van de wetenschap in die tijd. En Amsterdam als centrum van de wereld.

Het is druk in het Paleis. Veel toeristen zien hier een gebouw van binnen dat veel Nederlanders nog nooit van binnen hebben gezien. De tijd van het Stadspaleis is voorbij, maar nog overal te vinden. De tapijten hebben deze tijd proberen te bedekken, maar het gebouw ademt de hoopgevende tijd van de Republiek.

De ruimtes zijn mooi, maar overtreffen de Burgerzaal niet. Met uitzondering van de Vierschaar. Wat een ruimte is dat. De burgemeesterskamer bood uitzicht op de vierschaar. Om daar het recht te kunnen spreken en te zien hoe het gesproken werd. De rijke decoratie van de beelden is indrukwekkend. Je ziet het niet vaak in Nederland dat de beeldenrijkdom het van de soberheid wint. Zelfs de Burgerzaal is bescheiden. Hier is dat het geval. Een indrukwekkende zaal en een indrukwekkend gebouw.

Ontzettend mooi dat ik het een keer van binnen heb kunnen zien. En daar leer ik ook van mijn dochter. Hoe ze vertelt over Heracles die de leeuw verslaat en de kop over zich heen trekt. We staan bij een plafondschildering waar we het zien.

Lees verder: De Duif »

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

Schuld

De roman Schuld van Walter van den Berg geeft weer een vertrouwd inkijkje in het ruige leven van de straat. De wereld van de criminaliteit van Amsterdam-West, waarin iedereen schuld bij elkaar heeft. De roman geeft een nieuwe dimensie aan schuld. Want was is schuld eigenlijk precies? Draait het om het geldbedrag dat iemand verschuldigd is aan iemand anders? Of spelen er andere dingen?

Het verhaal van Schuld is intrigerend. Het begint verwarrend, gezien vanuit verschillende personages en naar het lijkt met verschillende verhaallijnen. Daarbij speelt de verteller met de tijd. De tijd voor en na de moord. Dat weet je omdat de roman daarmee opent:

Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg. (5)

Langzaam maak je kennis met de personages. Het zijn er nogal wat, waarbij schuld een rol speelt. Iedereen staat bij elkaar in het krijt. Schuld is niet zozeer een geldbedrag dat aan iemand voldaan moet worden. Je kunt er ook nauwelijks aan ontsnappen. Degene aan wie de schuld betaald moet worden, rekent bijvoorbeeld ook een buitensporige rente. Hierdoor is de schuld nauwelijks in te lossen.

Alle personages hebben geheimen voor elkaar en kunnen er niet aan ontsnappen. Het levert een intrigerend verhaal op met een aantal interessante wendingen. De verteller krijgt ineens ook een gezicht in de broer van de moordenaar. Hij wordt wel wel kritisch bezien door de andere personages van het verhaal.

Daarmee geeft Walter van den Berg opnieuw een inkijkje in de schimmige wereld van Amsterdam West. Het is een wereld die zich deels aan het zicht van alledag onttrekt. Een spoor van kleine en grotere criminaliteit trekt door het verhaal. Daarmee laat Van den Berg iets zien dat voor veel mensen een onbekend terrein is. Het geeft deze roman zijn extra dimensie.

Het idee dat de moordenaar met de vrouw van de vermoorde gaat. En de zoon die geen contact wil met zijn vader, maar wel zijn schuld inlost. Allemaal facetten die de roman iets geheimzinnigs meegeven en het verhaal bijzonder maken.

Walter van den Berg: Schuld. Roman. Amsterdam: Das Mag, 2016. ISBN: 9789082410624. 224 pagina’s. Prijs: € 19,95.Bestel

Rachmaninov en Skrjabin in Concertgebouw

We zitten vooraan, aan de kant van de cellisten. De piano staat dicht bij het publiek, met een beetje schuin voorover leunen kan ik hem net ontwaren. Ik heb meer zicht op de onderkant van de vleugel en de benen van de pianist. De dirigent is nauwelijks te ontwaren. Best een krappe bedoeling. De dirigent staat met zijn kont tegen de piano aan.

Dan barst het concert los. Wat een prachtig muziekstuk is het Derde pianoconcert. Er zitten een paar adembenemende solo’s in, waar ik echt van onder de indruk ben. De klep van de vleugel die openstaat, trilt flink onder het pianogeweld van de solo’s. Hier staat pianist echt duidelijk zijn mannetjes. Wat een orkaan aan tonen en akkoorden. Het orkest haakt hier weer mooi op in.

Daarmee is het pianoconcert wat het hoort te zijn een dialoog tussen piano en orkest. Soms trekken ze gelijk op, andere keren strijken ze elkaar tegen de haren in. Het verlevendigt dit muziekstuk ongelooflijk. Er zit geen saai moment in. Ook al zitten we hier heel dicht op het orkest en krijgen daarmee vooral de strijkers goed te horen. Het lijkt wel of je midden in het orkest zit. De koperblazers, fluiten en harpen vallen een beetje weg.

Na de pauze, is het tijd voor die andere Rus: Skrjabin. Hij heeft een heel ander muziekstuk geschreven waarin het Concertgebouworkest even helemaal kan exeleren. De Derde symfonie, op. 43 ‘Le poème divin’, is overduidelijk een symfonisch gedicht. Al heeft Skrjabin een ‘echt’ symfonisch gedicht geschreven, deze symfonie bezit veel kenmerken van een dergelijk werk. Daar zijn veel andere componisten hem in voorgegaan, waaronder Liszt en Sibelius.

Skrjabin neemt je mee op deze muzikale reis, helemaal verzonken in de kracht van het symfonisch orkest. Die geweldige contrabassen die je hele lijf in beroering brengt. Prachtig om naar te luisteren. Indringend en meeslepend tegelijk. Ik ben er diep van onder de indruk. De muziek vervoert je en neemt je soms mee zoals in een waterstroom. Dan is het de kunst om je gedwee mee te laten voeren. Een heerlijke ervaring is dat. De beleving is zoveel anders dan wanneer je naar een orgelconcert gaat. Ook kleinere orkesten, zelfs met een groot koor, laten een andere indruk bij je achter.

Zeker de moeite waard om eens naar een groot symfonie-orkest te luisteren. Zeker met die mate van kwaliteit als het Concertgebouworkest. De dirigent Valery Gergiev weet het orkest ook perfect te regisseren. De subtiele aanwijzingen die hij geeft met het minieme dirigentenstokje dat hij vasthoudt, is buitengewoon.

Ik ben ervan onder de indruk. Daarmee bewijst Valery Gergiev dat hij een dirigent van formaat is. Hij heeft het Concertgebouworkest goed in bedwang. De tempi die hij kiest liggen zeker niet te hoog. Iets dat mij wel kan bekoren. Ik hou er wel van als een muziekstuk gedragen wordt uitgevoerd. Het geeft daarmee soms een andere beleving, maar voor mij is het erg waardevol. Zeker als het muziek is die ik niet eerder hoorde. Skrjabin is daarbij de moeite van het beluisteren waard.

Zo verliet ik een ervaring rijker het Concertgebouw. Deze bijzonder mooie concertzaal behoort absoluut tot 1 van de mooiste van de wereld. Compleet met het beleven van het enorme orkest. De ruimte is prachtig en maakt daarmee de ervaring compleet. De moeite waard en eigenlijk zou iedere Nederlander dit een keer moeten ervaren.

Ik kan het in elk geval weten, want een bezoek aan het Concertgebouw hoort zeker bij je opvoeding, net als een bezoek aan het nabijgelegen Rijksmuseum. Al is het niet een probleem als het niet gebeurt bij je opvoeding, de meeste mensen hebben tijd genoeg om het in te halen. Zoals ik dat in beide gevallen heb gedaan.

Concert in concertgebouw

Laat ik eerst beginnen met een bekentenis: tot woensdag was ik nog nooit in het Concertgebouw geweest. Ook had ik nog nooit het Koninklijk Concertgebouworkest live gehoord.

Tot woensdag. Mijn collega vroeg of ik meewilde naar het concert van Valery Gergiev. Deze beroemde dirigent zou samen met het Concertgebouworkest en Behzod Abduraimov aan de piano het Derde pianoconcert in d van Rachmaninov uitvoeren. Na de pauze zou het Concertgebouworkest de Derde symfonie van Skrjabin spelen.

Niet direct muziek waar ik heel vaak naar luister, al ken ik de pianoconcerten van Rachmaninov, gecomponeerd vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Een indrukwekkend werk is het Derde pianoconcert. Er zitten een paar erg mooie delen in, virtuoos en soms ook schurend tegen de tonaliteit aan.

Het werk van Skrjabin ken ik verder niet. Het is een tijdgenoot van Rachmaninov, jonger overleden en ook een andere muzikale wereld vertegenwoordigend. Zijn Derde symfonie, op. 43 ‘Le poème divin’ is geschreven tussen 1902 en 1904. Het is veel meer een muzikaal gedicht waarin de verschillende delen mooi in elkaar vervloeien.

Als we aankomen bij het Concertgebouw is het al donker. Het gebouw staat mooi verlicht aan het Museumplein. Ik zie dat de deur openstaat en kijk naar binnen. De vleugel wordt opgepoetst. De eerste mensen lopen de zaal binnen. Wij drinken eerst nog een kopje koffie voor we ons plekje opzoeken.

Wat mij onmiddellijk opvalt is de hoge plek waarop het orkest speelt. Ik had in gedachten dat ze veel lager zouden spelen, maar het is bijna 2 meter hoger dan waar wij zitten. We zitten ook mooi vooraan. Het geluid van de orkestleden die al klaarzitten en nog de laatste passages repeteren, is al prachtig. Net als het geroezemoes van al die mensen die gaan zitten. Hier zit het ‘crème de la crème’ van Nederland. Sommigen zijn hier ook alleen maar om gezien te worden, niet om te luisteren.

Lees verder: Rachmaninov en Skrjabin in Concertgebouw

Ian McEwans Amsterdam

Een titel die wel aanspreekt: Amsterdam. Een roman de naam van de Nederlandse hoofdstad geven. Dat is lef hebben.

Dat het een Engelstalige roman is, maakt het alleen maar mooier. Net als dat bijvoorbeeld Pieter Steinz het boek van McEwan aanprijzen en de link legt met onze hoofdstad.

Dat terwijl de stad maar een marginale rol speelt in de roman. Het verhaal opent mooi in het crematorium bij de uitvaart van Molly. Het is de gezamenlijke liefde van de 2 mannen die een rol spelen in dit boek. Ze delen de liefde voor Molly en zijn daarmee trouw aan elkaar.

Die trouw wordt ernstig op de proef gesteld als Vernon Halliday een ontdekking doet en daarmee hun oude vriendin verraadt. Hij ontdekt pikante foto’s van politicus Garmony. Niet helemaal fair en de componist Clive Liney is het er absoluut mee oneens. Hij wil niet over de rug van de overleden Molly iets doen om er zelf beter van te worden.

Het is de grote druk van de Engelse krant waarvoor Vernon Halliday zwicht. Hij heeft nieuws, maar uiteindelijk heeft hij er vooral zichzelf mee en hij stelt er een vriendschap mee op de proef. Ze denken er allebei anders over en Vernon weet zijn vriend Clive niet te overtuigen. Wat voor een bezwaar heeft hij nou echt?

Wellicht was zijn vraag retorisch. Clive deed een paar stappen naar zijn vriend toe en gaf antwoord. ‘Vanwege Molly. Wij mogen Garmony niet, maar zij mocht hem wel. Hij vertrouwde haar en zij heeft zijn vertrouwen geëerbiedigd. Het was iets persoonlijks tussen hen. Dit zijn haar foto’s, die hebben niet te maken met mij of jou of jouw lezers. Ze had het vreselijk gevonden wat je doet. Eerlijk gezegd verraad je haar.’ (89)

Toch is het verhaal er niet mee afgelopen. Het draait uiteindelijk uit op de verbintenis die de 2 mannen kort na de crematie van hun vriendin sluiten. Het blijkt meer te zijn dan zomaar een afspraak. Heel mooi verweeft de verteller dit gegeven in het verhaal. Ik het ervan genoten. En dan zit er toch meer Amsterdam in dan je aan het begin vermoedt.

Ian McEwan: Amsterdam. Roman. Vertaald door Rien Verhoef. Amsterdam: De Harmonie, [1998]. ISBN: 90 417 0202 4. 204 pagina’s. Rainbow pocketboeken. Niet meer verkrijgbaar.