Tagarchief: amstelveen

Apneu

A.F.Th. van der Heijden integreert in zijn romans vaak dingen die hem zelf overkomen. Zo heeft hij in de Movo tapes stilgestaan bij een voetblessure waar hij een tijdje zelf ook last van had.

In de roman Kwaadschiks behandelt Van der Heijden zijn eigen slaapstoornis. Het snurken van hem, bleek apneu te zijn en hij is er succesvol voor behandeld. Ik schreef er eens een blogje over dat is overgenomen door de Apneu-vereniging.

Natuurlijk maakt Van der Heijden de apneu tot meer dan een Leidmotief in zijn roman Kwaadschiks. In het verhaal lijdt de hoofdpersoon
Nico Dorlas aan apneu. De verteller legt een link met de adem die regelmatig stokt bij de hoofdpersoon en zijn karakter:

Persoonlijk concludeerde Dorlas dat er een verband moest bestaan tussen de dwang zijn adem in te houden en zijn geheime behoefte aan wellustig stilzwijgen, aan langdurig stommetje spelen. En dat terwijl jusit het chronische zuurstoftekort voor de gruwelijkste stemmingswisselingen zorgde, met alle verbale en fysieke uitbarstingen van dien. Dorlas ontdekte dat hij de vleesgeworden vicieuze cirkel was, een uit zichzelf voortrollend rad omstuwd door aasvliegen. (163)

Hij krijgt hiervoor een beademingsapparaat met een bijbehorend masker, een CPAP. Het bedrijf RescAirdat het levert, draagt als logo een zeepaardje. Het verwijst naar de omgekeerde stofzuiger, die lucht blaast in plaats van zuigt.

Het verandert in een steeds groter en tragischer voorwerp, waarbij Nico Dorlas het masker ook gebruikt om zich achter te verschuilen. Het wordt steeds extremer in dit boek van Van der Heijden. Het apparaat meet zelfs de proporties aan van een voorwerp om mee te moorden.

Zoals hoort bij een roman van Van der Heijden, is de apneu een prachtig Leidmotief dat door het hele verhaal is verweven.

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

Weetjes over trams

image

Bij zo’n ritje met de tram op de Electrische Museumtramlijn doe je allerlei weetjes op over trams:

  • Een Haagse tram rijdt precies andersom dan een Rotterdamse of Amsterdamse tram. Als je bij de Haagse tram remt, ga je in de Amsterdamse juist harder. Daarom mogen trambestuurders van de Haagse tram niet in andere trams rijden en andersom bij de Electrische Museumtramlijn.
  • Een tram met 2 voorlichten reed op de buitenlijnen. Een tram met één koplamp in het midden, reed in de stad.
  • De Groningse tram is een oude Haagse tram, de tram werd na buitendienststelling in Den Haag overgenomen in Groningen waar hij van Groningen naar Haren reed.
  • Ruitenwissers: op de oude Haagse tram draai je handmatig de ruiten schoon met een ruitenwisser die om een as draait.
  • Om een (oude) tram te laten rijden, ontdoe je de electromotor van een weerstand. De electromotor heeft meerdere weerstanden. Elke weerstand minder, zorgt ervoor dat hij harder gaat rijden.

image

Verschil tram en trein

image

Wat is eigenlijk het verschil tussen een tram en een trein vroegen wij ons af onderweg naar de Electrische Museumtramlijn.

We kwamen tot de volgende verschillen tussen de tram en de trein:

  • Een tram rijdt langzamer dan een trein.
  • Een trein rijdt op een vrije baan, terwijl trams vaak op de openbare weg meerijden en zo deelnemen aan het verkeer.
  • Een tram stopt vaker dan een trein.
  • Tramhaltes liggen doorgaans op maximale enkele honderden meters van elkaar, terwijl treinstations minimaal enkele kilometers van elkaar verwijderd liggen.
  • Trams verbinden stadsdelen met elkaar, treinen overbruggen juist de stad. Zij verbinden een stad met andere steden en dorpen.
  • Tramhaltes bevinden zich doorgaans op straatniveau en niet met een verhoogd perron bij een station zoals bij de trein.
  • De wissels van de tram worden vanuit de tram bediend of door de conducteur op de tram. In een trein worden de wissels van afstand bediend.
  • Een tram bevat minder comfortabele stoelen omdat de gemiddelde reistijd in de tram beduidend korter is dan in de trein.
  • Technische verschillen: tram heeft krappere bochten, kortere wissels en minder vloeiend verloop, schokkerig.
  • De rails: een tram rijdt in een ‘gootje’ terwijl een trein op de rails rijdt, aan de binnenkant tegengehouden door een zogeheten flens.

Aanvullingen of correcties zijn van harte welkom…

image

Tramritje Electrische Museumtramlijn

image

Bij het maken van een ommetje in de pauze van mijn vorige werk stuitte ik regelmatig op de tramrails van de Electrische Museumtramlijn. Eigenlijk was ik de spoorlijn al eerder tegengekomen bij een bezoek aan straatoloog Pim van den Berg. Vlakbij zijn huis maakten we een ommetje door het park. Daarvoor moesten we onder het tramspoor door.

De Electrische Museumtramlijn voert van Amsterdam naar Bovenkerk. Het spoor beslaat een gedeelte van de Haarlemmermeerlijnen, waarbij tussen Amsterdam en Uithoorn het goederenvervoer in 1972 stopte. Vanaf 1975 rijden hier historische trams uit heel Europa.

image

Daarom wilde ik wel een ritje maken over dit stuk van de Haarlemmermeerlijnen. Ik ben erg vervuld van deze bijzondere spoorlijn met de mooie haltes. Een aantal haltes en stations heb ik de afgelopen jaren geobserveerd. Het spoor zelf langs het Amsterdamse bos, Amstelveen en het Olympisch stadion maakte mij ook nieuwsgierig.

Zodoende grepen Doris en ik het regenachtige weer aan om een ritje te maken tussen Bovenkerk en Amsterdam. We reden met de auto naar Amstelveen en stapten op bij het eindstation. We holden in de regen naar de tram. Niet op de officiële opstapplaats, maar naar de keerlus aan het einde van de lijn.

image

Een motorwagen uit Den Haag stond op ons te wachten. De tram HTM 816 komt uit 1927 en is gebouwd in Rotterdam door Allan. De stoelen zaten heerlijk en kunnen met de rijrichting worden gezet. Toen de tegenligger binnenreed – een Amsterdammer van dezelfde leeftijd maar dan met een houten en eenvoudiger interieur – mochten wij vertrekken.

Naar de website van de Electrische Museumtramlijn in Amsterdam

Haarlemmermeerlijn

spoorbrug over a9 met aan weerzijden een fietspadIk volg het spoor verder vanaf het Haarlemmermeerstation langs de tramrails, maar moet een stukje Amstelveenseweg pakken. Gelukkig vind ik snel weer de fietsroute verder langs het tramspoor. Dan rij ik Amstelveen binnen, het fietspad blijft keurig naast de rails lopen alsof het een trein is. Dan splitst het pad zich in twee smalle paden. Ik nader de snelweg A9, want ik zie het torentje van de kerk uit het loof spitsen.

De kerk vlak langs de snelweg wordt met sluiting bedreigd. Een verbreding van de snelweg is de directe bedreiging. Kon de Sint-Annakerk de vorige keer nog worden behoed. Nu schijnt het lot beslist te zijn. Voor mij is het het symbool dat wegen niet overal dwars doorheen gaan, maar ook met een boogje om iets heen kunnen. De kerk ligt namelijk zo prachtig in een bocht.

a9 bij amstelveen

De weg is hier verdiept, zodat de werkelijke wereld zich als een berg boven de snelweg uittorent. Een wereld boven al het geraas van het verkeer. Hier op de brug naast het spoor oogt het allemaal erg smal. Ik maak een filmpje over dit bijzondere punt in het Nederlandse wegennet. Onderwijl druk ik mij tegen de reling, want eigenlijk kan je hier helemaal niet staan. Zo smal is het hier.

station amstelveen ligt aan een fietspad

Wat voor een indruk maakt het station Amstelveen op mij, vlak na de brug over de snelweg. Het station is een kleine scheet vergeleken bij het imposante Haarlemmermeerstation vier kilometer verderop in Amsterdam. De tegels met de plaatsnaam in de zijwand en de schattige bloemen voor de ramen maken het extra beminnelijk.

De rit gaat verder, langs de plas bij Bovenkerk. De vorige keer dat ik hier was stormde het. Mijn jas viel steeds open van de harde wind. Ik kreeg vleugels want de wind vatte steeds de zijflappen van mijn jas waardoor ik een halve vogel of een straaljager leek. Ik was toen zelfs nog even op de aanlegsteiger gaan staan. Ik zie nu hoe klein de plas eigenlijk is. In formaat toch zeker kleiner dan het Weerwater bij huis. De wilde golven van de vorige keer maakten het bedreigender en daarmee groter in mijn gedachten.

De toren van de St. Urbanuskerk van Bovenkerk, een neogotische creatie van Pierre Cuypers, komt extra mooi uit door de ruimtewerking van het water en de omringende bomen. Zo valt de dakruiter, midden in de spits extra op. Dat de kerk met de achterzijde naar het water wijst, maakt deze werking alleen maar sterker. Ook nu, met een vluchtige blik, zie ik genoeg. Het ideale plaatje van een kerk – liefst Middeleeuws – dat boven alles uit stijgt.

image

Daar is de kringloopwinkel van Amstelveen. Ik haal er drie deeltjes van het verzameld werk van Van Eyck. De koop van de eerste drie delen op een veiling was al een jaar of vijf geleden. De begeerte naar de andere drie delen bleef, nu kon ik haar goedkoop vervullen. Het zijn ‘werkexemplaren’ uit de bibliotheek van het ministerie van OKW. Veel is er niet mee gewerkt, de boeken ogen ongelezen. Het lijkt zelfs dat de bladzijden voor het eerst sinds jaren openvallen.

Wat ga ik nu doen? Ik kon op het toilet van de kringloopwinkel wat kwijt, maar dat is niet genoeg. De route van de Haarlemmermeerlijn laat ik voor wat hij is. Voor de kringloopwinkel drink het flesje met roosvicee leeg voor de nodige energie en eet het laatste stukje van de Enkhuizer krentenmik. Het is iets na 2 uur en ik neem het besluit: doorrijden naar Ouderkerk aan de Amstel. Ik ken het plaasje verder niet, maar het moet in een open landschap liggen.