Tagarchief: amazone

Wespen en horzels

image

Zeker behoor ik niet tot de kinderachtigsten maar als een wesp je steekt doet het toch een beetje zeer. Afgelopen zomer was ik eindelijk opgedroogd van de buien toen ik op de boerencamping bij Hattem werd gestoken door een wesp.

Het begint met een felle pijnscheut en verandert daarna in een zeurend kloppen, waarbij de plek bij elke hartklopping een beetje lijkt mee te kloppen. Ik probeerde het gif uit mijn bovenarm te zuigen. Het zat op een onhandige plek waardoor ik het niet wegkreeg. Daardoor had ik nog dagenlang last van de steek.

Onderweg door de Amazone treffen Redmond O’Hanlon en zijn reisgenoot Simon Stockton in het boek Tussen Orinoco en Amazone regelmatig wespen. Ze worden niet een enkele keer gestoken zoals ik tijdens mijn vakantie, maar meerdere keren per dag. En niet alleen door wespen. De enige redding is het water:

Een wespensteek in je rug was nog uit te houden; in de nek deed het gemeen pijn; vijf wespensteken in je rug stonden gelijk aan één horzelsteek.. Simon had een principiële hekel aan het koude zwarte water en probeerde elke dag zijn kleren zo lang mogelijk droog te houden; hij was een fractie langzamer dan de andere en dus een gemakkelijk doelwit. Hij werd vaak achter in zijn hoofd gestoken. (396)

Aan de in het boek afgedrukte foto te zien moet het achterhoofd van Simon een vurig gestoken lichaamsdeel zijn geworden. Zeker als je een bladzijde verder leest dat hij helemaal blij is als hij maar door 3 wespen en geen enkele horzel is gestoken.

Verderop discussiëren Redmond en Simon of een konijn een staart of een pluim heeft. Venijnig weet de verteller even te refereren naar de steken van wespen en horzels in de nek van zijn reisgenoot.

‘Pluim, fluim, wat maakt dat nou uit?’ zei Simon; hij stak nog een sigaret op en krabde aan de insectenbeten achter in zijn nu opgezette nek die vol korstjes zat. Hij wendde zich af, legde zijn arm tegen een boom en leunde ertegen met zijn hoofd, terwijl hij staarde naar het water dat tussen de bladeren langskabbelde. ‘Dit hier is het einde,’ zei hij. ‘Dit hier is de aars van de wereld.’ (426/7)

De verteller weet het verhaal prachtig op te bouwen. Hij refereert naar de insectenbeten en weet steeds meer de ontreddering van Simon te verwoorden. De kleine details en de zinloze discussies maken de totale radeloosheid steeds sterker. Voortdurend gestoken door wespen en horzels in het einde van de wereld. Een grotere kwelling lijkt er niet te zijn.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

Ontberingen

image

Het lezen over de reis van Alexander von Humboldt over de Orinoco in Venezuela deed me weer denken aan de reis die Redmond O’Hanlon door het gebied maakte. De Engelsman maakt deze reis ook in navolging van de Pruisische natuuronderzoeker.

Niet alleen Redmond O’Hanlon volgt de grote Duitse geleerde, in de 19e eeuw doet Alfred R. Wallace ook het gebied aan. En na hem Richard Spruce en Theodor Koch-Grünberg.

Het herlezen van Tussen Orinoco en Amazone, de vertaling van In trouble again uit 1988 van Redmond O’Hanlon is een feest der herkenning. De merkwaardige keuze om Simon mee te nemen en het bezoek aan de Yanomami-indianen zijn legendarisch. Alle ellende van wespen, horzels en teken maken het lezen van het boek al tot een onvergetelijke ervaring.

Humboldt heeft het in zijn reisverslag op een heel andere manier over de ellende onderweg. Het maakt onderdeel uit van zijn ervaring. Voor Redmond O’Hanlon lijkt het meer op een zelfkwelling. Alle voorzorgmaatregelen ten spijt, wat hem wel weer bewondering oplevert voor zijn voorgangers:

Ik ging geheel gekleed zwemmen in het koude water; ik waste mezelf én mijn kleren in één moeite door. Daarna droogde ik me af onder de klamboe; ik bepoederde mijn kruis met antischimmeltalkpoeder (Juan, die een dergelijke no-macho verfijndheid had versmaad, had nu moeite met lopen), ik deed Anthisan op de insektenbeten van die dag, Salvon op de snijwonden, Canestencrème op mijn voeten die nu echt begonnen weg te rotten. Ik overdekte me weer met plakkerige Jungle Formula, het afweermiddel tegen alles, en dacht bewonderend aan Humboldt en Wallace en Spruce, die over geen van deze fetisjistische middeltjes hadden beschikt. (431)

Wel merkt ook Humboldt de enorme hoeveelheid insecten op die in dit gebied leven en het reizen bemoeilijken. Redmond O’Hanlon citeert de Pruisische ontdekkingsreiziger uitvoerig over de marteling die je als reiziger moet ondergaan op de Casiquiare:

‘Hoezeer u ook gewend bent aan het verdragen van pijn zonder een kreet, hoe geïnteresseerd u ook bent in uw eigen onderzoek, het is onmogelijk niet aanhoudend gestoord te worden door de moschetto’s, zancudo’s, jejens en tempranero’s die gezicht en handen overdekken, door de kleding heen bijten met hun snuit die de vorm van een naald heeft en, wanneer ze in mond en neusgaten terechtkomen, u aan het hoesten en niezen maken zodra u poogt te praten in de open lucht.’ (442/3)

En dat zelfs Spruce op deze rivier geleden heeft, voert Redmond O’Hanlon als troost aan. Hij is niet de enige die last heeft van de jejenes, of de kriebelmuggen. Van wie Redmond O’Hanlon niet kon vermoeden dat zo’n klein beestje zo pijnlijk kan steken. Zijn handen zijn opgezwollen met grote bulten, elk met een bloedvlekje in het midden.

Het treden in het voetspoor van al die grote ontdekkingsreizigers en de mix van eigen bevindingen en die van anderen geven Tussen Orinoco en Amazone de charme. De humoristische zelfkritiek en zijn bevindingen onderweg maken het boek enig in zijn soort. Ondertussen steek je erg veel op van de negentiende-eeuwse ontdekkingsreizigers als Humboldt, Wallace en Spruce.

Het lezen over de reis van Alexander von Humboldt door Amerika, weekte bij mij wel de bewondering los van al die reizigers die hem volgden. Tot in onze tijd waarbij reisorganisaties reizen aanbieden in het voetspoor van de Pruisische natuuronderzoeker.

De ervaring is wel wat minder intens wat Humboldt heeft doorstaan. In 16 dagen maak je de reis waar de Pruisische ontdekkingsreiziger 5 jaar over deed. En of je dezelfde ontberingen moet doorstaan, betwijfel ik.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

Reconstructie van Humboldts reis door Amerika

wpid-img_20150830_163255.jpgOp basis van de feiten heeft hij een zorgvuldig verslag geschreven van de 5 jaar durende reis van de Duitse ontdekkingsreiziger. Hanno Beck legt alles zeer gedetailleerd vast waardoor vooral het eerste deel over de voorbereidingen taaie kost is. Het verhaal komt goed los op het moment dat Alexander von Humboldt en Aimé Bonpland wekelijk op reis gaan.

Dat begint al met het bezoek aan de Canarische eiland Tenerife. Hij beklimt daar de vulkaan, de Pica de Teide. Een zware tocht waarbij hij al veel ideëen opdoet rond de verschillende plantenzones voor zijn geografie van planten. Het verhaal van de tocht die 2 dagen duurt naar de top van de vulkaan is het begin van alle ontdekkingen die Alexander von Humboldt tijdens zijn expeditie doet.

Al zijn de eerste 100 pagina’s pittig en theoretisch om doorheen te worstelen, het verhaal dat dan volgt zou ik niet graag willen missen. Vooral zijn belevenissen in de jungle van Venezuela zijn erg mooi. Alexander von Humboldt laat zich zien als een sterke, dappere onderzoeker die het avontuur niet schuwt.

De belevenissen onderweg liegen er niet om. Je proeft iets van de ontberingen die een reiziger als Redmond O’Hanlon tot in detail weet te beschrijven. Voor Humboldt lijken het terloopse opmerkingen over de vele muskieten en ander ongedierte dat hij onderweg tegenkomt.

Herhaaldelijk dreigt hun boot om te slaan of het gebeurt zelfs. Humboldt weet steeds zijn dagboeken en instrumenten net op tijd veilig te stellen. Of als ze onderweg willen aanmeren op een eilandje om de totale maansverduistering goed te kunnen bestuderen, dreigen ze te worden aangevallen door gevluchte slaven.

Het mooist en indringendste zijn de passages waarin Hanno Beck de wetenschapper citeert uit zijn reisverslag. Het mag dan fragmentarisch zijn overgeleverd, de stijl dringt zich onherroepelijk op en grijpt je bij de kladden. Hier spreekt een begenadigd verteller als hij op de rivier de Orinoco vaart:

Zover het oog reikte, strekte zich een ontzaglijke watervlakte – het leek wel een meer – voor ons uit. Wij hoorden niet meer het ondoordingende geschreeuw van reigers, flamingo’s en pelikanen, wanneer ze in langgerekte zwermen van de ene oever naar de andere trokken. Tevergeefs keken wij uit naar watervogels… De hele natuur leek te sluimeren. Op de golven in de baaien zagen wij slechts af en toe een grote krokodil, die met zijn lange staart het onrustige wateroppervlak schuin doorkliefde. De horizon werd door een bosgordel beperkt, maar nergens liepen de bossen door tot aan de stroombedding. Brede, voortdurend aan de hitte van de zon blootgestelde oevers, kaal en dor als het zeestrand, leken uit de verte als gevolg van de luchtspiegeling op poelen stilstaand water. Door deze overs van fijn zand vervaagden de walkanten van de rivier veeleer in plaats van ze voor het oog vast te houden… Deze verspreide, karakteristieke landschappen, dit symbool van eenzaamheid en indrukwekkendheid kenmerken de loop van de Orinoco, een van de machtigste rivieren van de Nieuwe Wereld. (134-5)

De reis van Von Humboldt inspireert na hem vele andere reizigers. Zijn theorieën blijken dan vaak te kloppen. Hij heeft als de eerste Amerika in kaart gebracht en de basis gelegd voor de moderne geografie en natuurbeschrijving. Hij doet dit zo inspirerend dat ik wetenschappers als Darwin, Wallace en Junghuhn kan begrijpen in hun aanbiddelijke houding naar deze grote Duitse wetenschapper.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Jungle Ruby

image

Jan Brokken duikt met zijn boek Jungle Ruby in het leven van de twintigste eeuwse ontdekkingsreiziger en avonturier Rudy Truffino van der Lugt. De Nederlander weet in Venezuela het vertrouwen te winnen van de Pemón. Hij leert de taal van deze Indianenstam spreken en ontdekt zo hoe hij moet overleven in het oerwoud rond de Orinoco.

Hij kent het regenwoud op zijn duimpje, leeft er ook bijna een halve eeuw in zijn kampement Canaima. Als Jan Brokken er in 1996 komt om de Nederlander zelf eens te ontmoeten, ontmoet hij Truffino zelf niet maar ontvouwt het bijzondere leven van deze Nederlander zich langzaam maar zeker aan hem.

Op een toevallige manier belandt de Hagenaar in Venezuela. Hij komt uit een bemiddelde Italiaanse bankiersfamilie.

Bij de Truffino’s stroomde warm water uit de kranen, snorden de kachels en stonden ’s avonds dampende pannen op tafel – wat de sfeer er niet minder kil op maakte. De kinderen mochten op toerbeurt één keer in de week bij hun ouders aan tafel eten, op voorwaarde dat ze geen woord zeiden, tenzij hun iets gevraagd werd. Alle andere dagen aten zij in de kinderspeelkamer, onder toeziende blikken van de dienstbode en het kindermeisje. (136)

In de Tweede Wereldoorlog gaan zijn ouders uit elkaar. Tot overmaat van ramp bombarderen twee maanden voor het einde van de oorlog, de Engelsen het huis waar Rudy met zijn moeder en broers en zussen woont.

Na de oorlog vertrekt Rudy Truffino naar Afrika en belandt in de Dominicaanse republiek als hulp van de president. Door de staatsgreep die in de Dominicaanse republiek plaatsvindt, komt hij terecht in Venezuela. Via de ambassadeur van Venezuela komt hij in de Amazone terecht.

Het boek van Jan Brokken laat zich lezen als een roman. Met de avonturen van Rudy Truffino stap je ook in een jongensboek, boordevol spannende verhalen. De jungle, de ontmoeting met de indianen, het leven in de wildernis. Het zijn allemaal aspecten die het boek tot een indrukwekkend verhaal maken.

Aanvankelijk wordt Jan Brokken in het ootje genomen. Steeds krijgt hij te horen dat Rudy vandaag of morgen komt en dan met hem naar de beroemde Angel Falls of de tafelberg Auyán Tepui te gaan. In plaats van een ontmoeting stuit hij na een paar weken op het graf van de Nederlander. Rudy Truffino is al meer dan een jaar dood ontdekt Jan Brokken.

Jan Brokken: Jungle Ruby. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2014 [eerst druk: 1999]. ISBN: 9789046704400. 272 pagina’s. Prijs: € 12,50.

Yanomami en de yoppopijp

image

Redmond O’Hanlon bezoekt in Tussen Orinoco en Amazone het amazonegebied om de Yanomami tegen te komen. Het geweldadigste volk ter wereld. Blijf uit de buurt van de Yanomami, roept een soldaat hem nog toe als hij wegvaart uit de bewoonde wereld. Je weet dan als lezer dat dit eerder een aansporing is om het wel te doen, dan een waarschuwing om het niet te doen.

Hij heeft zijn zinnen gezet op een ontmoeting met de Yanomami. Het is voor Simon een reden de reis af te breken. Redmond komt vrij snel na het vertrek van zijn vriend de eerste indianen tegen. Gabriel is mee om contact te kunnen maken met de Yanomami die veel verder in de binnenlanden leven. Met deze indianen is het makkelijk contact te leggen. De ‘echte’ Yanomami zijn veel moeilijker te vinden en vooral: echt gevaarlijk.

Redmond krijgt wel via de yoppopijp het bruine poeder in zijn neusgat geblazen. Na zijn dosis kijkt hij urenlang naar de vrouw van de man die straks met hen meegaat. Op het punt hen allemaal te vermoorden, zonder dat hij het weet.

‘Jij hebt naar Jarivanaus vrouw zitten staren als een jongen die nog maar net zijn ballen heeft gekregen! Je hebt naar haar gekeken als een jongen die nog in zijn moeders hut woont!’

Het daagt Redmond uit verder te zoeken: ‘als dit geen echte Yanomami zijn, hoe zullen díe dan wel zijn?‘ Ze verlaten de rivier en gaan verder de rimboe in. Een deel van de begeleiders blijft achter. Ze zien het niet zitten om de indianen tegen te komen en vrezen voor hun leven. De tocht door het regenwoud beschrijft Redmond O’Hanlon prachtig in beeldrijke taal. Je ziet het voor je ogen gebeuren terwijl je leest.

Omstreeks het middaguur zag ik een troep kleine vogels die om ons heen vlogen, van tak naar tak en op de grond; en een stap of twee later liepen we over een massa middelgrote zwarte mieren, een chaotische, hyperactieve menigte insecten die alle kanten uit rende en zelfs twee, drie meter hoog in de stengels van varens, de stammen van bomen klommen – het was, nam ik aan, en van Henry Walter Bates’ soorten strijdmieren (hij heeft tien soorten gevonden, waarvan acht nieuwe); maar Jarivanau was te ver voor me uit om naar hem te schreeuwen en hem tegen te houden; na vijf minuten waren we de colonne gepasseerd, en ik stond alleen even stil om een paar buitengewoon dappere exemplaren van mijn broek te vegen. (559)

Een zin waar ik van geniet. Hij kan zo uit een negentiende-eeuws reisverslag komen zoals Wallace en Junghuhn die schreven. Het is een verhaal als een jongensboek waarbij de spanning en de opwinding van de reizigers heel goed overkomen op de lezer. Na deze zin komt de begeleider Jarivanau op het spoor van de Yanomami. Ze stuiten op een veelbelopen pad van ruim een meter breed.

Dan volgt de echte ontmoeting met de oorspronkelijke bewoners van het regenwoud. De dosis bruine poeder uit het flesje brengt Redmond in extase. Wat volgt is een diepzinnig visioen over de oorsprong van alles. Hij is toegelaten tot de indianenstam. Als hij ontwaakt uit de roes, blijkt dat hij uren heeft zitten kijken naar een berg.

Mijn ledematen waren stijf, mijn nek deed pijn, mijn zitvlak was gevoelloos; ik moet heel lang naar de Leaopuei hebben zitten staren.

De missie is volbracht. Redmond kan weer naar huis.

Simon Stockton

image

Simon Stockton is de reisgenoot van Redmond O’Hanlon bij zijn tocht door het Amazonegebied. Zijn metgezel van de reis naar Borneo zou nog niet met hem meegaan ‘naar High Wycombe.’ Daarom wijkt hij uit naar Simon Stockton, ‘een vriend uit de tijd dat ik voor in de twintig was.’

Simon werkt in een casino en is toe aan een verzetje. Maar in het oerwoud is het oersaai, probeert Redmond O’Hanlon nog. Charlie Brewer, de grote ontdekkingsreiziger en fotograaf van Venezuela, vindt Redmond O’Hanlon een volstrekte amateur als het gaat om het kiezen van zijn reisgenoten:

of een sadist. Ik mag Simon wel. Ik moet om hem lachen. Maar je had hem in Londen moeten laten. Biologisch gesproken, Redmond, is hij een gespecialiseerd dier. Hij is bestemd voor het leven in de stad, en nergens anders. Je speelt een heel gevaarlijk spel. Je speelt met het leven van mijn indianen.

Inderdaad speelt Redmond een gevaarlijk spel. Simon hoeft het eten van de jungle niet en eet alleen de blikjes spam. Zo verdwijnt het hele overlevingspakket aan eten. Simon verveelt zich in de jungle van de amazone. Hij leest onderweg in de kano de Russische klassieken, Misdaad en Straf en daarna de Gebroeders Karamazov.

Op een avond vertelt Redmond over de spulletjes die hij verzamelt voor zijn fetisjkamer, zoals de teen van zijn vriend Douglas die zelfmoord pleegde door zich te verbranden als een boeddhistische monnik. Met afgrijzen hoort Simon het verhaal aan. ‘Krankzinnige ellendeling dat je bent, míjn voet krijg je niet’, krijgt hij toegeworpen.

Hoe dieper ze het regenwoud binnendringen, hoe ellendiger Simon eruit gaat zien.

Soms had hij die zelfde afstandelijke, lege blik als ik het laatst gezien had in Douglas’ ogen, een paar weken voor zijn zelfmoord. En de laatste tijd was hij nóg meer overeenkomst gaan vertonen – hij bewoog zich óf heel gespannen en snel, stijf en ongecontroleerd, strak als een draad, óf onnatuurlijk ontspannen. ’s Avonds lag hij meestal in zijn hangmat, hij zei niets, bewoog zich niet, staarde omhoog tussen de bomen. (425-426)

Als de russische klassieker uit zijn en Simon voor de derde keer Conrads Heart of Darkness leest, heeft hij er genoeg van. Hij is net meegeweest naar een dorp om nieuwe voorraden te halen. Bij de terugkomst van de delegatie krijgen ze op drank getrakteerd. De tirade die Redmond daar krijgt, behoort tot het mooiste fragment:

‘Waarom zou ik blijven? Waarom moet ik mij de hele dag laten steken door mieren, wespen en horzels en bijen? Ik heb erover nagedacht. Ik ben tot een besluit gekomen. Het is niets dan regen en muskieten en almaar diezelfde klotebomen en eindeloze rivieren en weerzinwekkend eten en aldoor drijfnatte kleren.’

Op Redmonds reactie dat Simon dan de Yanomami niet zal zien en geen foto’s kan maken, reageert Simon prachtig:

‘Jij hebt totaal geen smaakpapillen. Jij vindt alles even prachtig. Jij zou een goed maal nog niet herkennen als ik het in je strot ramde. Je bent een vette bruut. Je bent zo gevoelig als een rinoceros. En bovendien ben je manisch. Je raakt opgewonden, elke keer dat je een nieuwe vogel ziet. Terwijl ik, eerlijk gezegd, Redmond, om het maar openlijk te zeggen, ik denk alleen maar, daar heb je weer zo’n stomme rotvogel.’

Jaren later bezoekt een team van de VPRO Simon om te vragen hoe Redmond is als hij reist. Verschrikkelijk zegt de croupier meer dan 25 jaar na de reis door de Amazone. Hij denkt alleen maar aan zichzelf en heeft nergens anders oog voor. Bovendien vreet hij alles wat hem wordt voorzet en zegt: ‘wat lekker’. Daarna leest hij – hoe ook anders – de mooiste passage voor uit Redmonds boek Tussen Orinoco en Amazone. En zegt dat het precies zo gebeurd is…

Naar het fragment op uitzendinggemist.nl (video start bij het fragment in nieuw venster)