Tagarchief: almere

Inmeten Kadaster – Tiny House Farm

Om ons huis lopen mensen van het Kadaster. Ze meten nu alles definitief in. Kort na de oplevering, bijna 3 jaar geleden, heeft het kadaster ons stuk grond opgemeten en op de hoeken paaltjes gezet. Nu voeren ze alles in zoals het definitief op de kaarten terechtkomt. Het lijkt een ambtelijke formaliteit, maar gebeurt met een buitengewone zorgvuldigheid.

piketpaaltje
Een rondje om de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 1

Eerst bepalen we samen met de buren waar de hoeken liggen. Ze doen dat bij de gezamenlijke weg en bij de hoeken van de kavels met de buren. De piketjes staan er nog van het inmeten bijna 3 jaar geleden. Op de hoekpunten zitten kleine buisjes in de grond die het precieze hoekpunt vormen. Daarnaast staan de houten piketpaaltje, me bovenop een rood merkteken en het nummer van dit hoekpunt.

ingemeten piketpaaltje
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 2

Best nog een karwei om de precieze buisjes terug te vinden. Ze zijn vaak overwoekerd door planten. Ook slipt de klei regelmatig de opening van het buisje dicht. Geholpen door overvloedig regenwater die de klei losweekt en meeneemt naar lager gelegen plekken. Precies, het buisje van het Kadaster.

ingemeten piketpaaltje 3
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 3

Maten inmeten

Eind vorig jaar waren deze voorbereidingen. Nu lopen ze rond om de maten goed in te meten. De lijnen moeten kloppen en zo komt het gebied straks op de kaart te staan. Op de millimeter nauwkeurig ingemeten met moderne apparatuur. Niet te vergelijken met de landmeters waar ik in mijn MTS-periode een driehoek probeerde uit te meten op het sportveld achter onze school.

ingemeten piketpaaltje 4
Een rondje rond de ingemeten piketpaaltjes; paaltje 4

Ook het huis meet hij in. De man van het Kadaster is druk in de weer met een meetlint waarmee hij de lengte en breedte meet. Ik voel meteen de onrust bij mijzelf. De piketpaaltjes voor ons huis zijn destijds vlak na de metingen heel bruut uit de grond gegraven. We hebben erover gemopperd. Maar dat mocht niet baten; ze waren nog niet klaar, dus dat we hadden ingemeten, was niet verstandig. Tja, grondverzetters en WIO

ingemeten piketpaaltje; de laatste van ons perceel in Oosterwold
En het laatste ingemeten piketpaaltje op ons perceel; nummer 5. Zoals je ziet zijn ze er nog allemaal. We zijn zuinig geweest de afgelopen 3 jaar.

Later heeft onze bouwer het meten opgelost. Heel fijn, maar niet ideaal; je weet niet of het dan helemaal goed is gegaan. Al lijkt het op alle kaarten heel aardig te kloppen. Het bewijs, de uitkomst van alle metingen, zal binnenkort wel onze kant op komen. Ik ben heel benieuwd.

Het uiterste hoekje in 2019 – Tiny House Farm

Misschien moet je niet altijd achteruit kijken, maar bij het zien van de vorige 2 filmpjes over Het uiterste hoekje van de Tiny House Farm uit 2018 en 2017 kon ik het niet laten. Wat een verschil met toen als je nu op het uiterste hoekje staat.

Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om meteen iets te vertellen over onze tuin. Het groen komt langzaam maar zeker op. Tussen alle distels, zuring en wilde peen, groeien er ook onze fruitbomen met de eerste appel eraan. En wat dacht je van onze rabarber die ook steeds hoger groeit.

Uithoudingsvermogen

De tuin vraagt veel geduld en uithoudingsvermogen. Dan mag ons huis al klaar zijn, van binnen is het zeker ook nog niet klaar. We merken dat het ontspullen ook niet ophoudt. We wonen hier een jaar en dat betekent dat we weer moeten opruimen. Als je niet oppast, groei je zo weer dicht.

Op het uiterste hoekje van de Tiny House Farm

De tuin groeit nog niet dicht. Wat mij betreft kan het niet snel genoeg. Dan probeer ik te denken hoe de bomen huizenhoog in onze tuin groeien. Daar heb ik nog heel veel geduld voor nodig. Maar als je dan de kale vlakte van vorig jaar of het weiland van 2 jaar terugziet, dan valt op hoeveel er al is veranderd.

Groene energie

Dan is het heerlijk om even terug te kijken. Het geeft de burger weer moed om te kijken hoe het er toen uitzag en wat er nu staat. En het is dan echt genieten: wat een vooruitgang maken we. En wat veelbelovend is de toekomst. De regen van de laatste dagen geeft de tuin weer veel groene energie. En dat mag ook best eens.

Bekijk ook de filmpjes van 2018 en 2017.

Heeft een kleiner huis nadelen? – Tiny House Farm

Wonen in een kleiner huis, heeft dat nadelen? We wonen bijna een jaar in ons kleinere roze huisje in Almere Oosterwold. Hoe bevalt het leven nu alles wat kleiner is? We wonen kleiner en hebben meer tuin om ons heen. Het is niet echt een tiny house, daarvoor is 62 m2 net een beetje te groot. Al leven we hier met ons drietjes en komt het op ruim 20 m2 per persoon.

Jinek besteedt in aandacht aan tiny houses. Het is allemaal niet zo positief als vaak geschetst wordt, beweert zij in 3 dingen die je moet weten voor je naar een tiny house verhuist. Ze citeert onderzoek van de BBC over het leven in een klein huis. Er kleven heel wat nadelen aan, staat daar. Jinek wijst er op 3. Je hebt in een klein huis geen voet aan de grond, stopt het vol met spullen en tiny houses zouden minder duurzaam zijn dan gedacht.

Voet aan de grond

Veel Tiny Houses staan op wielen. Ons huis is stevig gefundeerd op 11 heipalen. Ik kan mij voorstellen dat je in een echt tiny house het gevoel kan hebben, dat je niet met beide benen op de grond staat. Dat je letterlijk niet verankerd bent. De Nederlandse wetgeving staat permanente bewoning van kleine huisjes alleen toe als ze gefundeerd zijn. De meeste tiny houses staan op wielen, moeten daardoor vaak verplaatsen. Dat helpt niet mee om je wat beter verankerd te voelen.

Boekenkasten in de slaapkamer
In onze slaapkamer slapen we tussen de boeken. Heel romantisch!

Minder ruimte, minder spullen?

Het is inderdaad heel moeilijk om je huis niet vol te stouwen met spullen. We merken het zelf ook hoe onze samenleving is ingericht op het kopen van dingen. We proberen al een aantal jaar zo min mogelijk spullen te kopen. Ook druppelen er nog steeds boeken uit via mijn boekwinkeltje, maar het is heel verleidelijk om toch met iets thuis te komen. Streng blijven is dus de regel. En dat is niet makkelijk in een samenleving die promoot om vooral dingen te kopen en wat je niet zint, weg te gooien.

Kleiner huis minder duurzaam?

De keuze van ons houten huis, gebouwd volgens traditionele Zweedse huizenbouw, is vooral gemaakt vanwege de duurzaamheid. We hebben niet het idee in huis te wonen dat extreem slijt. Wel vraagt het materiaal hout om goed onderhoud. Dat betekent eens per 10 jaar een integrale schilderbeurt buitenom. Ook zal ons bitumen dak over een jaar of 25 vervangen moeten worden. Allemaal dingen waar we rekening mee houden. Van de buren krijg ik ook geen signalen over de vermeende gebrekkige duurzaamheid van dit soort huizen. Ik zal het in de gaten houden.

Spullen in ons kleine huisje
Boekenkasten en een harmonium. Ons kleine huisje bevat zeker spullen.

Heeft het echt geen nadelen? Wat mij op de Tiny House Farm wel opvalt, is dat veel bewoners moeite hebben om een klein huis te maken. De grenzen van het maximaal te bouwen oppervlak zoeken de meeste bewoners toch op. Hierbij duiken zelfs varianten op met het vergunningsvrije deel dat je mag gebruiken voor een serre of schuur en dat nu anders gebruikt wordt.

Zo is er bij ons een heel groot huis te vinden dat ver over het 1/8 deel gaat dat je mag bebouwen. Hoe hoog het BVO is, weet ik niet. Maar het grote rechthoekige blok hout dat er staat, dat is zeker niet tiny te noemen. En als er mensen hier komen om de Tiny House Farm te bekijken, moet ik bij dit huis altijd heel wat uitleggen.

Minder klein dan tiny

Ik noem het de natuurlijke neiging van mensen om de grens op te zoeken. Misschien speelt hebzucht ook een rol. Het is net als de neiging om veel spullen in huis te halen. Als je huis dan te vol wordt, moet je het snel opruimen. Iets waarbij je met een kleiner huis sneller aan wordt herinnerd dan wanneer je een gigantisch kasteel hebt. Voor mij heeft het kleiner wonen eigenlijk alleen maar voordelen.

Gaten en kieren – Tiny House Farm

Het had al heel wat voeten in aarde voordat het schuurtje in onze tuin er stond. Nu staat het, maar zeker niet als een huis. Gedurende de wintermaanden zagen we dat hoe langer hoe meer de gaten en kieren in het hout groeiden.

Met als hoogtepunt de enorme opening ter hoogte van de bovenkant van de deur. Het gapende gat werd met de dag groter en je kon eigenlijk met je hand al door de kier heen. In mijn ogen een onacceptabele situatie. Er zou een windvlaag tussen komen en vervolgens zou de hele schuur opgetild kunnen worden door dit incident.

Nodeloos nat

Ik bekijk de schuur nog eens goed. Al die kieren zouden de boel ook nog eens nodeloos nat kunnen maken. Ik bestudeer de situatie nog eens goed. Hoe zou ik het moeten oplossen. We hadden immers de deskundige timmerlieden van de schurenbouwer Azalp ingehuurd om voor ons een nette schuur te plaatsen.

Ik vermoed dat de oorzaak bij de horizontaal aangebrachte planken boven de deuren ligt. In eerste instantie probeer ik de onderste planken los te wrikken. Onwrikbaar vast zitten ze. De ingeslagen schroeven vragen om een andere aanpak. Ik zoek het juiste bit bij de schroef en dan is het draaien geblazen. Niet dat dit draaien lekker gaat met die wiebelende draaiers.

Bovenste planken losmaken

Geduldig draaiend ontdekt ik dat ik beter de bovenste planken kan losmaken. Daar begin ik dan ook als eerste mee. Verder losdraaien. Goede draairichting vinden, waarna ze traagjes loskomen. Met de loskomende planken komt er natuurlijk ook beweging in het schuurtje. Voorzichtig probeer ik zoveel mogelijk te verhinderen dat het onverwachts snel gaat. Zo beperk ik eventuele schade.

Met een klap zinkt het bovenste gedeelte van het schuurtje in het onderste. Geen groot gapend gat meer, maar mooi aaneengesloten planken. Je zou bijna denken dat de timmerlui van azalp maar wat gedaan hebben. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Het zijn vakkundige lui die weten wat ze doen. Klagen over een vloertje maar ondanks dat het recht ligt, toch een schuur krakkemikkig en scheef plaatsen.

Verbindingen herstellen

De elektriciteit heeft er wel wat moeite mee. Zo moet ik de verbindingen weer herstellen. Maar als alles er weer strak bij staat, ben ik heel tevreden over mijn technische inzichten en vooral oplossingen. Zo staan de pellets weer droog en kunnen we het tuingereedschap en de kussens voor de buitenstoelen weer goed beschermen tegen wind en regen.

Afscheid nemen – Sientje (67)

Daar zaten we te wachten in de wachtkamer bij de dierenarts. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Sientje wilde niet gaan zitten en bleef ijsberend lopen aan de riem. We kregen haar niet op het gemak. Natuurlijk voelde ze het. Net als dat wij gespannen waren over wat dadelijk zou komen.

Iets verderop zat een man met een jonge pup. Het diertje trok in Sientjes richting. ‘Zo dat is een ouwetje’, zei het baasje. ‘Ja, we nemen vandaag afscheid van haar’, antwoordde Inge. ‘Zo verdrietig’, zei de man. ‘Heb ik vorige maand ook moeten doen met mijn labrador.’ Nu sprong een jonge hondje tegen zijn been op. Hij vroeg om een beetje aandacht, beloond met een aai over zijn bol.

In de wachtkamer

Iemand kwam uit de kamer van de dierenarts. Een hond aan de riem. Of hij wilde betalen bij de receptie. Hij maakte stampij over de laatste rekening van zijn kat, die in zijn ogen te hoog was. ‘Maar meneer, dit hebben we allemaal gedaan met uw kat.’ Daarna kwam een lang verhaal over zijn kat van wie hij afscheid had moeten nemen. Iemand anders kwam naar binnen en vroeg van wie die auto was die de weg blokkeerde. De man die stampij maakte, rekende af en liep boos weg om zijn auto weg te rijden.

Wij waren aan de beurt. Ik kreeg Sientje niet mee en trok voorzichtig aan de riem. Het lukte niet. Ze wilde niet mee, daarom pakte ik haar maar op. Het was een jonge dierenarts die ons hielp. In haar witte jas luisterde ze aandachtig naar het verhaal dat wij vertelden. Ik had Sientje op de grond gezet.

Loslaten

Ze wilde lopen, trok aan de ketting. ‘Laat haar maar los hoor’, zei de dierenarts. Terwijl ik onze hond op de grond zette, keek ze naar Sientje die rondjes om de tafel liep. De rustige stappen klonken op de plavuizen. Ik dacht even aan de pootjes die bij ons in Almelo op de vloerbedekking klonken.

De dierenarts concludeerde ook dat het tijd was. ‘Maar u kunt dat het beste beoordelen’, zei ze. ‘Wat ik zo zie, is ze echt in de war. Ze kan geen rust vinden. Elke hond stopt na een tijdje met lopen, maar zij blijft uitdrukkingsloos rondjes lopen.’ Ze vroeg wanneer we haar wilden laten inslapen. ‘U kunt haar nog even mee naar huis nemen voor het afscheid.’ ‘Nee’, zei Inge. ‘We hebben de afgelopen week al afscheid genomen.’

Foto’s gemaakt

Ik dacht terug hoe ze een dag geleden nog op de bank lag. Ik had er nog foto’s van gemaakt. Nog steeds kan ik er niet zo goed naar kijken. Ze ligt te slapen in het voorjaarszonnetje. De ogen open, maar zonder uitdrukking. Ze ziet er ontzettend pluizig uit. De vacht is dof. Het leven is eruit. Ze wacht op het moment dat ze kan sterven.

De dierenarts haalde de spullen voor de handeling. Ze legde geduldig uit hoe het proces zou verlopen, terwijl ze met haar buik tegen de behandeltafel aandrukte. ‘Eerst krijgt ze een spuitje met een slaapmiddel. Als ze slaapt, krijgt ze de uiteindelijke injectie. Dat verlamt het hart. Ze zal langzaam doodgaan. Het kan wel enkele minuten duren.’ Ik zette Sientje op de tafel. We gaven haar allemaal een knuffel. Doris keek aandachtig naar alles. Ze wilde er per sé bij zijn.

Langzaam in slaap vallen

Het begon met de eerste injectie. Ze lag rustig terwijl wij haar streelden gaf de dierenarts haar het spuitje. Haar ogen draaiden, ze viel langzaam maar zeker in slaap. Wij aaiden haar verder. Ze was goed weg. De dierenarts wachtte nog even waarna ze tweede spuit klaarmaakte. Er stond een gele sticker met een doodshoofd op het flesje. Gevaarlijk. Het gevaar werd in Sientje gespoten. ‘Het kan nog wel even duren’, zei ze erbij.

Haar adem vertraagde in haar slaap. Nu trok het zojuist ingespoten middel door de bloedbanen van onze teckel. Het einde naderde. Ze hoefde nu niet meer op de dood te wachten. We hielpen haar een handje. Ik dacht aan mijn schoonmoeder. Een hond is beter af dan een mens, vond zij. Misschien had ze wel gelijk. Het was genoeg geweest. Ik voelde de neus. Er stroomde nog een vleugje adem door de neus. Maar de onrustige ademhaling van eerst, werd rustiger en vlakker. Nog even en het hield helemaal op.

Sterretje

Het ging snel. Sneller dan gebruikelijk, zei de dierenarts. Ik voelde de tranen wellen in mijn ogen. Doris vroeg of Sientje nu ook een sterretje werd. Inge vertelde de dierenarts van haar moeder die driekwart jaar eerder was overleden en een ster was geworden. ‘Sientje wordt vanavond opgehaald en dan wordt ze daarna een sterretje’, vertelde de dierenarts. Sientje lag er op die tafel. Ik betrapte me erop dat ik haar nog even streelde. Het hele lijf gaf mee. Het voelde raar. Ook werd het lichaam kouder en stijver. De tong hing uit de bek. De dierenarts stopte hem er weer in.

We konden nog afscheid nemen als we wilden, dan ging de dierenarts weg. Maar het was genoeg. Ik keek nog een keertje om toen we wegliepen. En zag haar daar liggen. Sientje. De eerste hond die echt van mij geweest was. De hond die ik met mijn liefde had gekocht. Een tijdperk was voorbij.

Lees het vervolg: Kaartje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Hazelaar in bloei – Tiny House Farm

De aankoop en aanplant van de struiken en bomen van Heg en Landschap, geven ook een heel andere dimensie. Zo ontdek ik al wandelend door het bos in de natuur, maar ook in stadse bossages allerlei struiken en bomen die ik voorheen hooguit alleen van naam kende. Nu herken ik ze in de vrije natuur. Zoals de sleedoorn, de rode kornoelje én de hazelaar.

Bloeiende hazelaar in februari

Allebei bloeien ze eind januari, begin februari. Je ziet ze nu overal bloeien. En vooral de vrouwelijke bloemetjes zijn heel mooi. Ze zijn piepklein met nog veel kleinere rode blaadjes. Het nodigt uit om even stil te staan en gewoon te kijken. Wat mooi om te zien, zo klein en ook zo veel hoop scheppend voor het komende voorjaar. Inderdaad, de lente staat in de startblokken met de bloei van de hazelaar.

Mannelijke katjes van hazelaar zijn goed te herkennen

Bloeiende hazelaars

En uitgerekend die hazelaar is nu heel bijzonder: hij staat in bloei. Al eind december en in januari bloeien de mannelijke bloemen. Het zijn katjes, dit zijn lange slierten die als ze helemaal rijp zijn loslaten in de wind. De vrouwelijke bloeiwijze is even spectaculair: de hele kleine rode bloemetjes.

Vrouwelijk en mannelijke bloeiwijze hazelaar

Het zijn hele kleine dingetjes waar ik eerder zo aan voorbij liep. Maar nu ik zelf zo druk de laatste bomen van die grote lading aan het planten ben, zie ik het ook om mij heen. Zoals de zwangere ineens overal kinderwagens ziet, zo zie ik al die mooie bomen en vooral struiken. Schitterend.

Vrouwelijke bloeiwijze hazelaar

Knoppen aan bomen en struiken

De hazelaars in onze tuin zijn nog niet zover. Maar ik kan niet wachten tot de knoppen van de bomen en struiken die ik plant zullen uitkomen. En er zitten heel veel knoppen aan. Het schept hoop. De eigenwijze kleine blaadjes die bovenin de wilde liguster zitten. Of de knoppen aan de winterlinde, de lijsterbes en de wilg. In de winter mag dan alles in ruststand staan. Het lijkt wel of het voorjaar elk moment kan losbarsten.

Bloeiende hazelaar detail

Al dat groen! Ik sta te popelen van ongeduld. Maar nog even snel wat planten voordat de bomen en struiken echt beginnen te wortelen.

Bomen en struiken planten – Tiny House Farm

Wat een feest als de struiken en bomen van de Stichting Heg en Landschap aankomen. Er is veel bedrijvigheid bij het Paradijsvogelbosje. Allemaal liefhebbers die bomen en struiken komen halen. De planten dragen inheemse namen als linde, wilg en meidoorn.

Overal liggen de struiken en bomen verspreid over het terrein. In bosjes bij elkaar gebonden. Wat een prachtige stengels, waaronder de wortels bengelen. Ze zijn zonder kluit, daarom moeten de bomen en struiken vandaag nog de grond in.

Auto vol bomen en struiken.
Een auto vol met bomen en struiken

Mara helpt bij het sorteren van de enorme hoeveelheid bomen en struiken die ik meeneem. Bij elkaar ruim 300 inheemse planten, die met losse wortel een plekje in onze tuin gaan krijgen. Marie-José ontfermt zich over de rozen. We hebben een paar fraaie roosjes op de bestellijst staan: heggenroos, egelantier, hondsroos en viltroos. Gaat dat allemaal passen in ons kleine autootje?

Roosjes gaan mee in de auto.
De roosjes krijgen een plekje voorin

We verzamelen alle bundels met 25 planten eraan. Van kraakwilg tot aan winterlinde. Ook de zachte berk, wilde liguster en rode kornoelje staan op de lijst. Wat een prachtige planten zijn het stuk voor stuk. Ik pak ze vast en verwonder mij over de veelbelovende knoppen op deze stukken hout. Wat zien ze er stuk voor stuk prachtig uit. Hazelaar, krent, sleedoorn, lijsterbes en Gelderse roos. Overal gaat mijn hart sneller van kloppen.

Auto vol met planten
Een auto vol

Overigens zijn ze niet allemaal even lieftallig. De rozen bezitten flinke doorns. Net als de sleedoorn en de meidoorn. Zelfs de wilde mispel heeft doorntjes in de takken. Niet allemaal even aaibaar, al heb ik soms de neiging om al die jonge spruitjes te knuffelen. Er gaat voor mij eenzelfde energie vanuit als bij jonge hondjes of ander jong grut.

Nadat ik samen met Marien de controle doe of alles meegaat wat aan mij toehoort, mag ik alles in de auto laden. De achterbank omlaag en stouwen maar. De roosjes passen er niet meer bij. Ik leg ze voorzichtig met de 2 hulstboompjes (de enige die een kluit hebben) bij de bijrijdersstoel voorin.

Planten liggen klaar om de grond in te gaan.
Wat veel planten zijn die

Het is een klein eindje. De achterklep laat ik open en als ik thuiskom stal ik alles netjes uit. De namen van de planten die Mara op briefjes bij de jonge struiken en boompjes heeft gedaan, bestudeer ik zorgvuldig. Ik bekijk de scheuten nog eens aandachtig. In winterrust is alles en eigenlijk moet alles zo snel mogelijk in de grond. Het liefst voor maart als alles weer uitspruit. Dan kan de energie in de groei van de wortels gaan.

We beginnen eerst met bekijken waar we de planten willen hebben. Bij de ingang willen we heel graag wat struiken en heesters planten. Dat levert een prachtige entree op voor mens en natuur. Naast menselijk bezoek, willen we namelijk ook vogels en andere dieren uitnodigen bij ons te komen. Wat denk je bijvoorbeeld van egels, bijen en insekten.

De eerste buren komen kijken naar de planten die ik meegenomen heb. We bieden ze aan om ook struiken en bomen uit te kiezen. De wilde liguster en rode kornoelje zijn voor de buurvrouw. Ze neemt er een paar mee en kiest wat andere struiken zoals de Gelderse roos en de lijsterbes erbij. De hazelaars zijn ook geliefd bij verschillende buren. Mooie planten die als eerste in het jaar, al in januari in bloei staan.

Inge plant heesters, struiken en rozen bij de entree.

Dan ga ik zelf aan het planten. Het is koud, maar ik kom nog goed door de grond heen. De kraakwilgen en winterlindes krijgen een plekje op de vochtigere plaatsen. De struiken tussendoor. Bij de ingang komen de roosjes en veel struiken. Zo krijgen we een groene entree. Ik verheug me op het voorjaar als alles wortelt en aanslaat.

Het gaat langzaam. De klei geeft zich niet zo snel gewonnen. Gelukkig mag ik de schop lenen van de buren omdat met onze bats niet zoveel te beginnen is. En zo plant ik door. Tussen de nachtvorst, sneeuw en buien door, krijg je best veel in de grond. Zo wordt ons stukje grond langzaam groen. Elke plant, struik en boom is er weer 1. Ik kan niet wachten tot het warmer wordt en onze tuin langzaam maar zeker in een paradijs verandert.

Ingekuilde bomen en struiken ter bescherming van de wortels tegen vorst.
Ingekuilde bomen en struiken

Het is veel werk. Je plant niet in 1 dag even 300 planten in je tuin. Hoe klein de sprieten ook zijn. Daarom kuil ik netjes alle boompjes en struiken in. Zo blijven de wortels beschermd tegen de vorst. Uitdroging is de grootste vijand. En zo kan ik elk weekend even een paar uur weer wat nieuwe aanplant in onze tuin planten.

Buitengesloten – Sientje (53)

Het was moeilijk om het samen lopen met de hond ’s avonds voor het slapen gaan weer nieuwe leven in te blazen. Het was een avond waarop ik mij niet zo lekker voelde en eigenlijk lekker naar bed wilde. Ik vroeg of Inge misschien mee wilde met de avondwandeling. Voor het eerst sinds jaren.

We deden de achterdeur op slot en gingen er bij de voordeur uit. We liepen een gezellig en klein rondje om de gracht die voor ons huis is. Een wandeling die in afstand het midden houdt tussen de Bermudadriehoek en ons oude avondrondje in Almelo.

Sleutel in slot

We kwamen terug. Ik stak de sleutel in het slot, maar de deur ging niet open. ‘Ik heb de sleutel erin laten zitten’, zei Inge geschrokken. De achterdeur zou ook niet gaan lukken. Die zat namelijk niet alleen op slot, maar ook op het handslot dat alleen van binnenuit te openen en sluiten was. Daar stonden we.

Ik voelde me grieperig en wilde eigenlijk naar bed. We probeerden wat bij de voordeur te rommelen, maar het lukte niet om de deur open te krijgen. Hij zat weliswaar niet op slot, maar we kregen de sleutel er niet uit. Ook wilde de deurklink die aan de binnenkant van de deur zit, niet naar beneden.

Buitengesloten

Daar stonden we dan. Onze dochter lag boven lekker te slapen en wij hadden ons buitengesloten. We liepen weer naar de achterzijde. Het slaapkamerraam stond open. Misschien kon je er via de keukentrap in, die stond in de schuur en die stond open. Dat lukte niet. De trap kwam niet hoog genoeg om van het bovenhengsel af het raam in te komen. En ik was daar ook niet lenig genoeg voor.

Inge zou bij de buren vragen of we hun trap konden lenen. Zij had immers de sleutel in het slot van de voordeur laten zitten. Een hinderlijke gewoonte die ze ondanks dit incident niet verleerde. Ze haalde de trap. Het was nog een aardig eind omhoog. Ik voelde me dizzy genoeg om naar beneden te vallen, maar wonder boven wonder bleef ik op de treden staan en wist zelfs bibberend naar binnen te klauteren.

Pyjama

Zo kon ik de achterdeur openen en vrouw en hond weer toegang tot het huis geven. Ik bracht de trap weer terug, bedankte de buurman uitgebreid. Ik had mijn pyjama al aangetrokken bij het wandelen op deze warme septemberavond. Snel dook ik mijn bed in, nog bibberend van de kou. Het was in de 3 kwartier dat we bezig waren geweest het huis binnen te dringen best koud geworden. Ook was het al donker geworden.

Sientje had alles lijdzaam afgewacht. Geen haast of ongeduld trof haar. Dat lag meer in de aard van haar baas. Er volgden nog een paar harde woorden over het laten zitten van de sleutel in het slot en de consequenties, waarna ik in diepe slaap viel. Dromend van deuren die in het slot vielen en sleutels die nog in huis lagen. De volgende ochtend werd ik tot mijn eigen verbazing weer fris en fruitig wakker.

Lees het vervolg: Familiebanden »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Winter – Tiny House Farm

De eerste sneeuw is gevallen. Het is – op een dag na – winter. De dagen zijn korter dan ooit. Ik weet nog met licht te vertrekken maar kom elke avond in het aardedonker thuis. Weinig licht is er te vinden. De automobilisten vinden het zo eng dat ze alleen nog maar met groot licht kunnen rijden. De snelheid blijft overigens wel hetzelfde.

De weg is een grote modderpoel vol met kuilen, gaten en plassen. Op de weg ligt een flinterdun laagje modder dat zo lekker opspat. Je krijgt het niet voor elkaar om met schone schoenen op je werk te komen. Ik krijg dan vragen over de moddervlek op mijn broek of de klonten klei die ik meeneem onder en op mijn schoenen. Het hoort bij pionieren.

Met de sneeuw gelijk maar even over de Vuursteenhof gelopen. Wat krijgt het meteen een ander aanzien. Het is niet veel meer dan een laagje poeder dat er ligt, maar het geeft alles net een zoetere aanblik. Het is heel bijzonder om het eerste jaar hier mee te maken en de seizoenen op een heel andere manier te ervaren.

Heerlijk genieten, meteen even gekeken hoe het met het gemeenschappelijk gebouw in het midden van de hof is. De fundering ligt er. Begin volgend jaar wordt de rest opgebouwd, inclusief sedumdak. Het wordt echt wel een bijzonder gebouw.

Vorige week was de eerste vergadering van de vereniging waarmee we de Vuursteenhof beheren. Een deel zit nog bij WIO. Zij moeten het gezamenlijk huis opleveren en zijn verantwoordelijk dat de laatste kavels ook gekocht en bebouwd gaan worden. Maar we zijn al een vereniging. Samen gaan we verder aan de slag om de Vuursteenhof tot een plezierigere woonomgeving te maken. Nog meer een paradijsje dan het al is.

We gaan bijvoorbeeld afspreken wanneer en hoe gaan we straks de weg verharden. Zolang er nog zwaar bouwverkeer rijdt, is het handiger nog niks te hebben liggen. Of gaan we de straat verlichten en hoe gaan we dat dan doen. Hoe zit het met groen. Gaan we samen de sloot schoonmaken of huren we speciaal een bedrijf hiervoor in. Allemaal dingen die we samen moeten regelen.

De eerste vergadering ging nog niet zo de diepte in. Wel zijn begonnen om bepaalde dingen samen op te pakken. Bijvoorbeeld een buurt-AED en nadenken over energie. Het zijn een waardevolle aanvullingen op onze woonomgeving. De vergadering kon nog niet in het gemeenschappelijk gebouw. We weken uit naar de Stadsboerderij, maar mogelijk kunnen we over een klein halfjaar al gebruik maken van ons gezamenlijke gebouw.

Dan kunnen we gewoon naar de vergadering lopen vanuit ons huis. Nog leuker en sneller. Ik ben heel benieuwd hoe dat wordt en hoe het gebouw met de gezamenlijke voorzieningen bevalt. En ik weet al het eerste agendapunt van de vergadering: hoe gaat het gebouw heten…

Het schuurtje staat! – Tiny House Farm

Maandagochtend. Ik sta op het punt om naar mijn werk te gaan. De deurbel. Wie zou er nu aan de deur staan, vraag ik mij af. Een bestelling van iets? Waarschijnlijk is het een onverlaat die de weg niet kan vinden en bij het eerste het beste roze huisje aanbelt.

Ik open de deur en kijk in de ogen van de schuurtjesbouwer die een week eerder mijn gebouwde platje afwees. Te scheef om een schuur op te zetten. Wat ben ik boos geweest en vooral teleurgesteld. Dat ik geen stoep voor een schuur kan neerzetten. Ik was er zo trots op.

We hebben een stratenmaker laten komen die de tegels nu heeft neergelegd voor de schuur. Ze liggen naar mijn bevoordeelde timmermansoog, precies zo als ik ze heb neergelegd. Een band als stut zodat het schuurtje niet kan verzakken. Ook wat breder gemaakt dan ik in eerste instantie had gedaan. Zo valt het allemaal wat positiever uit en zouden de werklui niks te klagen meer hebben.

Ik ben verbaasd dat hij nu voor mijn neus staat. De man waarover ik tegen Inge had gezegd. ‘Los jij het maar op. Ik ga het niet meer doen. Als hij het nog eens afkeurt, doe ik hem wat aan.’ En nu staat deze man voor de deur, die ik net heb opgedaan. Het begint net een beetje licht te worden, maar gaat ook regenen. ‘Jullie zouden toch volgende week komen?’ vraag ik. ‘Nee, hoor deze week’, zijn accent verraadt dat hij uit Enschede komt.

Ik kijk verbaasd terug. ‘Ik dacht volgende week. Maar wacht maar even. Ik ga even kijken wat ik kan doen.’ Hij pakt zijn mobiel om het kantoor te bellen en gebaart. Al bellend heeft hij het antwoord. ‘Het hoofdkantoor zegt het ook.’ Ik vind het allang prima en wijs naar het platje, maar het regent te hard. ‘Wil je een kop koffie?’ vraag ik. Ze gaan even in de auto zitten om te schuilen.

Hij kijkt niet eens naar het platje als ik het hem even later aanwijs. Loopt al naar het pakket met hout waarin de onderdelen van het schuurtje zitten. Zijn hulpje staat in de startblokken. Klaar om de stukken hout als een legopakketje op te gaan bouwen. Ik moet hoognodig weg, maar Inge kan nog even. Mocht het nodig zijn, dan keer ik in de middag terug.

Het hoeft niet. Wel blijkt de schuur kleiner dan ik in mijn hoofd had. We hebben hem besteld, zegt Inge met de rekening in de hand. Een stuk kleiner is hij. Maar hij staat overeind met stormankers. Hopelijk houdt het houten schuurtje het als het flink gaat waaien.

Ze hebben een gigantische bende achtergelaten. Overal liggen stukken hout, schroeven, bouwplastic en andere gebruikte materialen. Blijkbaar kun je ze niet zomaar laten gaan, maar moet je ze intensief op hun neus zitten.

Als ik dan vertel aan anderen dat het schuurtje staat en foto’s laat zien. Is iedereen erg enthousiast. Wat een mooi schuurtje. Ik zie het nog niet zo, maar de bestemming is bereikt. Er staat een schuur. Nu snel stroom en spullen erin, dan kan de container begin volgend jaar weg.