Tagarchief: alcoholisme

Ruziezoekertjes

Het huwelijk van hoofdpersoon Nico Dorlas stelt in Kwaadschiks niet veel meer voor. Hij wordt beheerst door drank en de daaraan gekoppelde woede. De vele liters wodka die hij er doorheen jaagt, maken hem knettergek in zijn kop. Het zorgt uiteindelijk ook voor de onvermijdelijke scheiding van de 2.

Al vrij vroeg in het verhaal introduceert de verteller de zogeheten ruziezoekertjes. Of zoals de verteller het uitlegt:

Desy en hij hadden ruim een jaar geleden afgesproken om allebei een lijst bij te houden van kleine irritaties, ogenschijnlijk vaak de moeite niet waard, maar die tot evenredige schreeuw- en smijtpartijen konden leiden, tot fysiek geweld zelfs. Dit met de bedoeling ze in heel hun kinderachtigheid samen te analyseren, en er relatietechnisch van te leren. (65)

Door de rest van de roman verschijnen deze ruziezoekertjes regelmatig in cursieve tekst door de tekst. Zoals de hüttenkäse waaraan Desy verslaafd is (Ruziezoekertjes 17). Of dat Desy vergeet het bier in te slaan, nr. 14. De haar in de klaargemaakte boterhammen voor op het werk, nr. 67. Of de uitgedroogde waterverdampers voor op de radiators van de verwarming. Desy weigert ze te vullen, nr. 37.

Allemaal heerlijke voorbeelden die zeker herkenbaar zijn in elk huishouden. Of ze je ergeren, is een ander verhaal. Nico Dorlas maakt zich werkelijk overal druk om. Al is zijn liefde voor Desy soms groter dan de ruziezoekertjes. In de dag uit het leven van Nico Dorlas die je bij het lezen van Kwaadschiks meekrijgt, vraag je je af waarom Desy hem niet eerder heeft verlaten.

Wat een ellende. Vooral veroorzaakt door Nico’s niet te stillen dorst naar alcohol. Het brengt hem in gigantische ellende. Of zoals een oud rapport uit het Pieter Baan Centrum dat vaak geciteerd wordt: het maakt Nico tot een theatrale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Voor de lezer is het geen raadsel. Vooral bij de hoofdpersoon zelf lijkt het moeilijk door te dringen.

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

WD40

image

Een opvallend element in Ralf Mohrens Tonic zijn de treffende vergelijkingen die de verteller Arthur Poolman maakt. Hij merkt dat hij bij weinig belangstelling kan opbrengen voor kletspraat. Is het een karakterfout, vraagt hij zich af.

Hoort kletspraat er gewoon bij? Is dat de waterverdrijvende spray, de WD40, voor het menselijk verkeer en heb je dat maar gewoon te accepteren omdat het vastloopt. (143)

Tonic zit barstensvol met dit soort vergelijkingen. Arthur Poolman weet zo heel beeldend de problemen waarmee hij worstelt onder woorden te brengen. Ze helpen mee om het verhaal te versterken.

Bijvoorbeeld om aan te geven dat het drinken zijn lijf helemaal uitput:

Ik was een auto met een lekke koppakking waarvan nog maar twee cilinders functioneerden. (110)

Hij gaat verder in de vergelijking:

Nou, ik liep maar op één poot en bij tegenwind of het minste heuveltje viel ik stil. (111)

Verderop vergelijkt de verteller Arthur Poolman de drank met een vriend, een trouwe hond die altijd aan zijn zijde is. Terwijl kort daarvoor zijn geweten nog als een tevreden poes tegen de verwarming lag te slapen.

Het zijn die vergelijkingen die heerlijk zijn om te lezen en die het boek kleur geven. Ze maken het zware thema van de drankverslaving dragelijk. Het plezier in het spel met de taal en het verhaal, laat zien dat Ralf Mohren mooi en treffend kan schrijven.

Dat gaat veel verder dan alcoholisme. Daarom zie ik uit naar zijn volgende boek.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

Droogdrinken

image

Droogdrinken noemt het personage Soren het in Ralf Mohrens roman Tonic. Of zoals de verteller Arthur Poolman het uitlegt:

Droogdrinken is met veel voldoening terugdenken aan de tijd dat je dronk en gebeurtenissen die toen plaatsvonden ophemelen zonder de consequenties mee te nemen in de waardering ervan. (121)

Soms lijken de herinneringen die Arthur Poolman aanhaalt ook op dat droogdrinken. De roes van de drank, het leven in het nu en vergeten van alle zorgen. Zelfs morgen lijkt dan niet te bestaan.

Of zoals hij het zelf verwoordt, de verdoving van de drank: het drinken brengt hem bij zijn dromen.

Zonder drank leven is zonder dromen leven. Hoe nep die dromen misschien ook waren, ze werkten wel. Een fake-orgasme is, mits goed uitgevoerd, voor de ontvangende instantie volstrekt bevredigend. Je weet niet beter en je kunt je er gewoon lekker aan warmen: goed gedaan en nu lekker slapen gaan. (227)

De dromen verdwijnen omdat hij stopt met drinken. Hij mist het soms, maar droogdrinken helpt niet. Al zit hij soms mijmerend in de kroeg terug te denken aan de tijd dat hij nog dronk. Gelukkig overwint de ellende die aan het drinken gekoppeld zit, elke keer.

Het leven vindt Arthur Poolman wel saaier geworden sinds hij niet meer drinkt. Hij merkt dat er vrienden zijn waarbij de vriendschap alleen om de drank draaide, zoals zijn tennismaatjes. De oude vriendschappen houden wel stand, al is het heel erg zoeken naar nieuwe vormen. De drank is namelijk verdwenen.

Dat geeft leegte, een leemte die Arthur Poolman weer probeert op te vullen. Bovendien heeft hij veel extra tijd gekregen. Hij zoekt in Tonic naar het vullen van die leemte en daarnaast probeert hij het leven met de drank te verwerken.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

De val en de feestweek

image

Arthur Poolman, de hoofdpersoon in Ralf Mohrens debuutroman Tonic, ontdekt het boekje De val als hij in Deventer is. Hij koopt het boek van August Willemsen in zijn laatste feestweek. Een week waarin hij zich helemaal te buiten gaat en zichzelf verliest in de alcohol.

Zelfs over De Val, mijn laatste feestweek, moet ik vertellen. Eerlijk en open. Het verhaal moet mijn heelmeester zijn/ Mijn medicijn. Mijn tonic. Omdat het oude medicijn geen medicijn meer is. (23)

Hij vindt het boekje in een antiquariaat, een van de vele antiquariaten die boekenstad Deventer rijk is:

Het kostte bijna niks, evenveel als een amsterdammertje. (83)

Arthur Poolman leest het en vereenzelvigt zich vrijwel meteen met de hoofdpersoon August Willemsen:

Ik zou geen heup breken, hoewel het makkelijk had gekund. Het raamwerk, het verhaal , stond echter als een huis. (84)

Terwijl hij het verhaal van Willemsen leest, leest hij zijn eigen verhaal. De Val van Arthur Poolman is aanstaande. Het zal niet lang meer duren. Deze fatale dagen heeft de verteller opgedeeld in de cursieve hoofdstukken waarmee hij het grote verhaal opdeelt. In het grote verhaal verwijst hij vaak naar deze gedeelten.

Daarmee treedt bij Arthur Poolman hetzelfde effect op als in De Val. Het lijkt therapie voor alcoholisten: terug naar het delirium, het moment dat de werkelijkheid verdrinkt in de drank. August Willemsen speurt in zijn dagboeken en brieven naar de momenten dat hij zichzelf verliest in de drank. Arthur Poolman maakt een zorgvuldige reconstructie van die laatste feestweek.

Verbazingwekkend treffend weet hij in Tonic de beschrijven hoe hij zichzelf helemaal kwijtraakt. De drank beheerst hem en er lijkt geen weg terug. Zijn hele omgeving beseft dat, maar hij nog niet. Daarvoor moet hij diep vallen. Net als Guus in het boek De val. Al maakt de hoofdpersoon uit De val het veel bonter, vindt Arthur. Hij herkent er akelig veel in.

Net als in De val besteedt Arthur Poolman de rest van het boek vooral aandacht aan de speurtocht naar zichzelf en waar de afhankelijkheid van de drank begon. Hij speurt en komt uit bij zijn studententijd. Heel de wereld is rond de drank gaan draaien. Met dat hij stopt met drinken, verandert ook zijn sociale leven en dat is heel zwaar.

Daarmee weet Ralf Mohren met Tonic het boek De val van August Willemsen te evenaren. Het vormt een mooi duo. En met welk boek je zou moeten beginnen, durf ik niet te zeggen.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

August Willemsen: De val. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1991. Privé-domein nr. 177. ISBN: 90 295 5744 3. 178 pagina’s.