Tagarchief: afrikaans

Aantrekken en afstoten

20141008_193726De roman Klimtol van Etienne van Heerden is het verhaal van Ludo Loeloeraai, een jojospeler. Hij reist in de jaren zestig door de Karoo van dorp naar dorp in opdracht van Coca Cola. Hij probeert het drankje en de jojo aan de man te brengen met zijn optredens in scholen.

Etienne van Heerden had bij zijn optreden in de Amsterdamse bibliotheek zijn eigen klimtol bij zich. Een jojo uit de jaren zestig, met groot het logo van Coca Cola op de zijkant. De jojo was daarmee het enige contact met de buitenwereld voor de bewoners in de Karoo die een tamelijk afgezonderd bestaan leiden.

Het verhaal van Etienne van Heerden verwijst op verschillende manieren naar dit bijzonder spel. Hij laat zich hierbij inspireren op de studie naar de mens en het spel van de Leidse hoogleraar Johan Huizinga Homo Ludens uit 1938. De hoofdpersoon heeft er zijn naam aan te danken, maar ook de roman zelf is op die wijze geconstrueerd.

Zo komt het spel van de jojo, een spel van aantrekken en afstoten, duidelijk naar voren in zijn liefde voor de getrouwde Elsabé. Het lijkt te slingeren als een jojo aan een koord en schiet alle kanten op. Hierbij beheerst Ludo Loeloeraai niet altijd het spel. Hij raakt regelmatig de grip op Elsabé kwijt. Net als dat Elsabé de grip op haar kleindochter Doris verliest.

Het is een paar tellen stil. ‘Mijn kleindochter is nergens thuis.’
‘Wie is dat wel?’
‘Ik weet nooit wat ik tegen haar moet zeggen. Ze heeft zoveel opgekropt. Ze kan zo onverwacht vanuit de flank schieten.’
‘Ze is een jojoër,’ antwoordt hij.
‘Maar wat is ze verder nog?’ vraagt Elsabé. ‘Als ze zichzelf nooit toestaat iets anders te zijn.’ (341-2)

Een dialoog waarin Etienne van Heerden speelt met zijn verhaal. Overal keren de elementen en motieven terug. Tot op het kleinste detail.

Het is mooi om de beweging van de jojo terug te zien in de roman zelf. Etienne van Heerden laat de jojo overal terugkomen en jojoot met de personages en het verhaal. Hij laat zien hoe de kunstenaar een jojospeler is. Het geeft veel plezier om zo’n verhaal te lezen.

Etienne van Heerden: Klimtol. Oorspronkelijke titel: Klimtol. Nederlandse vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2014. ISBN 987 90 5759 693 3. Prijs: € 22,50. 400 pagina’s.

Taal en verhaal

20141004_190529Het Afrikaans sijpelt overal in de vertaling van Klimtol door. In prachtige bewoordingen weet Etienne van Heerden zijn lezer te pakken. Het Nederlands in de vertaling van Karina van Santen en Martine Vosmaer buitelt over zichzelf en laat het Afrikaans duidelijk doorklinken.

Zoals in de beschrijving van de Australische boemeranggooier die Ludo Loeloeraai in het hotel tegenkomt vlak voordat hij zijn act geeft. De boemerang verdringt meer en meer de jojo van Ludo.

Ludo had op zijn beurt de hoelahoep vervangen. De hoelahoepspeelster zit achter de lobby en geeft de hoepel aan Ludo. Hij geeft hem op zijn beurt door aan de Australische boemerangartiest. De verteller bedient zich nu van de volgende beeldspraak:

De stem van de boemerangkoning vult de lobby. Zijn stem is een wild ding, een hoppende kangoeroe die de ruimte vult mt wilde, buitenlandse energie. De Australiër draait met zijn heupen en laat ze binnen de hoepel wervelen tot vermaak van iedereen. Het lukt hem de plastic ring te laten draaien en Ludo heeft zijn jojo in zijn kontzak gestopt, waar hij nu wacht als een opgerold egeltje. (87)

Uit dit fragment spreekt een taal die vervuld is van het Afrikaans en zich van beelden en vergelijkingen dient die in het Nederlands niet kunnen of te ver gaan. Etienne van Heerden weet beelden op te roepen die geheimzinnig en mooi tegelijk zijn. De hoepel die rond de heupen van de Australiër cirkelt en de jojo als opgerold egeltje in de kontzak. Het zijn beelden die het verhaal versterken en richting geven.

Daar is Klimtol van vervuld. Overal spreekt de tekst in een taal die dicht bij het Afrikaans blijft. Het lijkt daarmee te spreken wat Etienne van Heerden bij zijn interview in Amsterdam naar verwees. ‘Het moeizame proces van de vertaling.’ Misschien omdat de talen dicht bij elkaar liggen. Misschien omdat ze in de details zo sterk van elkaar verschillen.

Het maakt Klimtol daarmee ook een verhaal van Zuid-Afrika dat zich niet makkelijk laat invullen voor een algemeen verhaal. Uit elke bladzijde spreken de taal en het verhaal van Zuid-Afrika.

Daarmee onderscheidt Klimtol zich van verhalen die veel algemener en universeler zijn. Die spelen in steden die inwisselbaar zijn of waarin personages lopen die overal kunnen rondlopen. Dat is bij Etienne van Heerden geenszins het geval. Hij weet een prachtig Zuid-Afrika op te roepen in taal en verhaal.

Etienne van Heerden: Klimtol. Oorspronkelijke titel: Klimtol. Nederlandse vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2014. ISBN 987 90 5759 693 3. Prijs: € 22,50. 400 pagina’s.

Prinsloo

20140831_184358Naast de novelle De vreemdeling in het Palazzo d’Oro bevat de gelijknamige bundel van Paul Theroux nog een paar verhalen. Het bevat drie Jongensgeheimen, Een Afrikaans verhaal en Slonzige nimfen.

Het Afrikaanse verhaal is een indrukwekkend verhaal over de Zuid-Afrikaanse schrijver Lourens Prinsloo. Een fictieve schrijver die Paul Theroux op een heel bijzondere manier verweeft in zijn verhaal.

Prinsloo is een Afrikaanse boer, een Afrikaner, die in de avonduren na het werk op het boerenland schrijft. De familie van de blanke schrijver leeft al een aantal generaties in Oranje-Vrijstaat, de plek waar Etienne Leroux ook vandaan komt.

Volgens Paul Theroux is de schrijver Prinsloo niet verzonnen, maar dat is weldegelijk het geval. De verteller weet op een mooie manier zijn reis door Afrika te combineren met de ontmoeting met deze fictieve schrijver. Het is een mooi excuus om het levensverhaal van deze boerenschrijver te vertellen, want niemand anders kent het.

Ik zou zulks kunnen doen door een fictieve naam voor hem te verzinnen, maar Prinsloo is zo bekend, zijn werk zo alom gelezen, dat het geen zin heeft. En ik loop al te lang mee om de verdichtselen te verbergen. (239)

Daarna citeert Paul Theroux die Prinsloo zou hebben ontmoet bij Etienne Leroux, uit het werk van deze schrijver. Er komen een paar verhalen langs die hij mocht lezen. Helaas beschikt hij niet meer over het manuscript. Ook is het werk niet meer uitgegeven omdat de schrijver voortijdig stierf en zijn erfgenamen een uitgave tegenhouden door onderlinge ruzie.

Zo vertelt de verteller zelf het verhaal van de schrijver. Een bijzondere vermenging van verhalen ontstaat waardoor de werkelijkheid helemaal heen kronkelt. Het verhaal is zo geloofwaardig dat veel mensen naarstig op zoek zijn naar het werk van Lourens Prinsloo. Tot op heden heeft niemand het kunnen vinden. Maar misschien is het werk van de novellist Koos Prinsloo een waardige vervanger.

Toeval of niet, het is deze week de Week van de Afrikaanse roman. Lees mijn verslag van de openingsbijeenkomst op Litnet.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Oorspronkelijke titel: The Stranger at the Palazzo d’Oro. Vertaald door Theo Hendriks. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1059 3.