Tagarchief: actualiteit

De beurs en het juiste moment

‘En Harry nog een beetje druk op de beurs?’ De man keek uitdagend naar Harry. Uit op een lekker pesterijtje. De beurs daar moest je nu niet zijn. Dat betekende ellende en veel geld verliezen. ‘Nee’, antwoordde Harry. ‘Daar kom ik voorlopig niet.’

Harry drukte de handdoek tussen zijn natte tenen. Na het andere set tenen liet hij de handdoek op de grond vallen en trok een sok uit een schoen. ‘Nee, dat is mij een beetje te druk nu. Iedereen is alleen maar aan het verkopen.’ ‘Maar jij deed toch in aandelen Harry?’ probeerde de andere man nog los te krijgen. Hij trok net zijn handdoek over zijn rug en hield hem aan 2 kanten vast. Zo kreeg hij zijn rug toch kurkdroog.

‘Ja, ik heb zeker aandelen gehad’, vertelde Harry. ‘Ik kocht op een bepaald moment aandelen van een Russische leverancier in koppelingsplaten. Niemand zag er wat in. Al mijn vrienden vonden dat ik het moest verkopen. Maar het leverde niks op. Meestal was het 10, 20 cent meer dan de prijs waarvoor ik ze gekocht had. Totdat ineens het gerucht kwam dat China het bedrijf ging overnemen. Toen schoot de prijs omhoog. Nou, je begrijpt wel dat dat het moment was om ze te verkopen. Wat heb ik gelachen bij mijn vrienden.’

‘Moet je dan geen aandelen Spyker hebben?’ ‘Nee, dat zegt iedereen.’ Harry zette zijn voeten in de instappers. ‘Maar toen ik daar schoonmaakte hoorde ik wel andere geluiden. Er stond nauwelijks voorraad en de betalingstermijnen werden opgeschroefd van 30 naar 60 dagen. Ik wist genoeg.’

Harry stond op. Het was genoeg voor vandaag. ‘Nee, die beurs dat komt nog wel. Nu even niet. Niet het juiste moment.’  Hij liep naar de deur, trok hem open en draaide zich nog even om terwijl hij in de deuropening stond. ‘Hé Jim tot volgende week.’ ‘Tot volgende week’, zei Jim. Hij deed net het laatste knoopje van zijn overhemd dicht op dat de deur met een harde klap dichtsloeg.

Kale duif

image

De duif fladderde niet op toen ik bij hem in de buurt kwam. De kop zag er gehavend uit. Een paar kale veerpennen staken omhoog uit zijn koppie. De rest was niet veel beters. Het hele lijf vormde een reeks eilanden met kale plekken. Of de zee nu op de plekken zonder veren of op de plekken met veren was, kon ik niet bedenken.

Het diertje staarde mij aan terwijl het op de rand van het bruggetje stond. Het liep een eindje van me weg om de palen van de omheining heen, keek mij weer aan en bleef daar staan.

Als op een verjaardag een stilte valt moet je altijd de volgende vraag opgooien: weet je hoe ze in Amsterdam duiven noemen? Iedereen blijft dan stil, want niemand weet het. Vliegende ratten. En dan kun je een verhaal opdissen dat duiven zelfs volgens wetenschappers vliegende ratten zijn. Deze duif was dan een kale, vliegende rat. Hij zag er in elk geval ziek genoeg uit om een vervelende ziektekiem over te brengen.

Ik dacht aan het artikel dat ik laatst gelezen had over het succesvolle Almeerse duivenproject. Bij het station is een duiventil gebouwd. Ik vroeg mij altijd af wat die duiventil daar nu moest. Het schijnt dat tamme duiven de wilde duiven lokken naar de duiventil. Ook krijgen de vogels wat eten. In ruil daarvoor worden de eitjes telkens weggehaald.

Deze vorm van duivenbestrijding schijnt te helpen de overlast te verminderen. Volgens het artikel krijgt deze methode veel navolging van andere gemeenten. Gemeenten als Gouda, Arnhem en Rotterdam zouden de ‘Almeerse aanpak’ nu ook volgen of gaan volgen.

Deze duif had er nooit van gehoord. Misschien was hij net afgerost door soortgenoten. Of was hij overspelig als hij is, van huis en haard verjaagd. Ik wist het niet. Hij was kaal genoeg voor een zielig verhaal. Misschien moest ik hem doorsturen naar de duiventil bij het station. De tamme lokduiven zag ik echter niet vliegen.

Ik vervolgde mijn rit naar huis. Je kunt niet bij elke duif stilstaan.

Bureaucratie en ruimtevaart

Raketten en bureaucratie lijken 2 woorden die helemaal niet bij elkaar horen. Toch zijn ze broer en zus. Tenminste als je de woorden van astronaut Wubbo Ockels moet geloven.

Het televisieprogramma 1 vandaag stond gisteren stil bij de laatste lancering van de spaceshuttle. Morgen vertrekt de laatste ‘herbruikbare’ raket in de richting van de ruimte. De Atlantis – met 30 muizen aan boord – maakt dan een 12-daagse een reis naar het internationale bemande ruimtestation ISS. Na terugkomst wordt het ruimteveer nog tentoongesteld waarmee het doek definitief gevallen is voor de spaceshuttles.

Bij het interview met Wubbo Ockels kwam ook even het ongeluk met de Challenger op 28 januari 1986 aan de orde. Het ongeluk kostte de bemanning – 7 astronauten – het leven. Het maakte destijds op mij een grote indruk als 10-jarig jongetje. Temeer omdat er ook een onderwijzeres meeging aan boord. Ze zou onderweg haar leerlingen lesgeven over de ruimte.

Wubbo Ockels had een jaar eerder met de Challenger zijn ruimtevaart gemaakt. Ook een indrukwekkende gebeurtenis. In het interview gisteren haalde hij ook even de oorzaak aan. Het zou komen door een lek uit een stuwraket. Een medewerker had hiervoor gewaarschuwd, maar een manager luisterde hier niet naar. Zijn prestige werd belangrijker gevonden dan de veiligheid. ‘Verdomde bureaucratie’, mopperde de eerste Nederlandse astronaut. Wel was hij zeer te spreken over de gang van het onderzoek, waarbij niets en niemand gespaard werd.

Het zette mij aan het denken over hoe het vaak in organisaties gaat. Maar weinig managers luisteren echt naar hun medewerkers. Met veel frustatie als gevolg. Als dan de veiligheid in het geding is, moet het extra frustreren. Volgens mij ligt de sleutel van de oplossing in een verdeling van de verantwoordelijkheden. Waarbij de eindverantwoordelijke de verschillende deelverantwoordelijkheden delegeert en hierbij op zijn medewerkers vertrouwt.

Misschien is vertrouwen wel de grootste sleutel tot succes.