Tagarchief: actualiteit

Uitgelezen Weesp

image

Ik heb er al veel over gelezen maar ben er nog nooit geweest: de Weesper boekenmarkt. Onder de naam Uitgelezen Weesp hebben de grote kerken van Weesp de deuren geopend en liggen er stapels boeken in de verkoop.

Het is mij gelukt. Toevallig vond ik de aankondiging in een tijdschrift over beurzen en verzamelen. Ik noteerde de aankondiging direct in mijn agenda. Hier moest en zou ik naartoe gaan. Niets zou mij tegenhouden.

De kou vandaag weerhoudt mij niet te gaan. Wel ga ik met de trein in plaats van de voorgenomen fiets. Ik neem Doris mee. Ze vindt het altijd wel leuk om te neuzen in de boeken en het levert genoeg aanspraak.

image

We zijn vroeg genoeg op het station om nog even geld te pinnen. Alleen doe ik dat niet. In plaats daarvan zien we vier intercity’s voorbij razen. En voelen we de koude wind onze wangen strelen.

De katholieke kerk als eerste. Omdat deze het dichtste bij het station staat. We betreden het gebouw dat er slecht aan toe is. Het hele godshuis staat boordevol met boeken. Langs alle paden liggen de boeken uitgestald. Over de imposante banken vormen de dozen met boeken een heuse kraam.

Prachtige titels komen voorbij. De honger maakt gulzig. Ik sta binnen de korste keren met een grote stapel in mijn handen. Ik heb onderweg geen pinautomaat gevonden en er moet hier contant betaald worden. Daarom vraag ik na een halfuurtje scharrelen of ik op de terugweg mag afrekenen voor de enorme stapel.

image

We lopen naar de andere kerk. Op zoek naar een bank passeren we het stadhuis. Er is een trouwerij aan de gang. Het echtpaar staat boven op het balkon van het schattige stadhuis. Het lijkt op het Paleis op de Dam, maar dan in superklein formaat.

Een grote groep mensen staat klaar om te glimlachen voor de fotograaf. We pinnen snel bij de ABN Amro. Doris vraagt waarom er een leeg blikje staat en raapt een brillenmontuur van de grond.

Daarna lopen we terug naar de Grote kerk voor het tweede deel van de boekenmarkt. Ook deze kerk – een flink stuk groter dan de katholieke Laurentius – staat helemaal vol met boeken. Ook hier liggen prachtige exemplaren. De honger is nog niet genoeg gestild. Ik vind weer veel van mijn gading.

image

Een paar prachtige uitgaven met de dichtwerken van J.J.L. ten Kate. Ook een serie gedichten van hem over de Faust van Goethe. Van de laatste vind ik een oude vertaling van de Italiaanse reis. Ook ligt er muziek. De voorspelen voor Gezangen van Brandts Buys ligt er. Ik loop verder. Voor ik er erg in heb draag ik weer een enorme stapel in mijn handen.

Doris vermaakt zich prima in de hoek met kinderboeken. Ze zit op een bankje rond een pilaar en bladert in een stripboek. Onderwijl struin ik de rijen boeken af. Wat een prachtige boekenmarkt is dit zeg. Doris maakt mij wakker uit de dagdroom. ‘Ik heb dorst papa’, zegt ze.

We gaan in een andere hoek zitten en drinken wat met een stukje taart erbij. Het is echt een uitje. Ik blader onderwijl in de voorgenomen aankopen. Als ik weer terug in de droom ben, tikt een man op mijn schouders. ‘Meneer, u kunt die stapel boeken wel even ergens neerleggen hoor.’ Ik zeg dat het niet hoeft. ‘Ik begin zelf op een boek te lijken’, grap ik. ‘Met een geknakte rug en ezelsoren.’

image

Als de rekening wordt opgemaakt, komt de man er weer bij. Wat een indrukwekkende aanwinsten en wat een mooie prijs. Ik geniet dubbel. Zeker ook omdat er een doos boekenweekgeschenken staat. Ik vind er het boekje dat ik deze week in mijn eigen boekenkast niet meer kon vinden. Het boekenweekessay van Jan Mulder en Remco Campert. Verder kan ik de verleiding niet weerstaan de boekjes mee te nemen die ik nog niet heb. Best aardig wat.

We lopen terug met de 2 zware tassen vol met boeken. Dan moeten we nog naar de katholieke kerk voor de verrekening van de andere boekenberg. Het is bijna niet te doen om naar het station te lopen. De ogen waren groter dan de draagkracht.

Ik sjouw met de 3 plastic tasjes en kom steeds uit balans door het oneven aantal tasjes. Als we het station bereiken, haal ik opgelucht adem. Ik denk nog even niet hoe het straks moet met 2 personen op een fiets en een kilo of 15 aan boeken.

image

2 keer per jaar
Ik heb me laten vertellen dat het boekenevenement Uitgelezen Weesp 2 keer per jaar is in de Grote kerk en katholieke Laurentiuskerk. In het voorjaar valt het in het laatste weekend van de boekenweek. In het najaar valt het in het laatste weekend van augustus tijdens het Sluis en Bruggenfeest

Loshangende poort

image

Ik loop met 2 honden en een container de poort door. De container van het oudpapier blijft ergens achter haken. Ik schuif en trek. Hij staat binnen de poorten. Ik laat hem even staan om de poort weer dicht te doen. De onderkant schuurt tegen de grond. Ik zie dat hij helemaal ontzet is. Ik probeer hem op te tillen en dan te dicht te doen. De onderkant stokt tegen de grond.

Eerst maar de honden naar binnen dan nog eens goed kijken. Ik kom weer terug om de situatie in ogenschouw te nemen. Het lijkt bij de ophanging van de deur te zitten. De hele plank waaraan de deur hangt, is los. Ik probeer de deur uit de ophanging te trekken. De onderste ophanging bengelt helemaal los.

Als de deur eruit is kan ik beter zien wat er precies aan de hand is. De dikke plank tegen de betonnen paal zit slechts aan 1 plek vast. Ik probeer te onderzoeken of het volstaat nieuwe schroeven in de bestaande gaten te draaien. Helaas, de bovenste schroef is ergens in de paal gebroken. De onderste steekt een stukje uit het beton maar is niet meer in beweging te krijgen.

Er zit niks anders op dan de boor te halen en een paar nieuwe bevestigingen te maken. Ik vind wel dat het nodig is om wat extra versteviging aan te brengen. Daarom boor ik 3 in plaats van 2 gaten. Omdat onderop veel gewicht hangt, maak ik daar 2 gaten wat dichter bij elkaar.

Als ik na het boren en schroeven de deur weer terughang en een beetje afstel, merk ik dat de deur al langere tijd wiebelde en loshing. Want wat zit hij nu stevig en stabiel. Nog een beetje bijstellen om te zorgen dat hij goed sluit. Krakend en piepend gaat de poort dicht. Hij valt mooi in het slot. Elke keer als ik de poort dichtdoe, verbaas ik mij weer over de soepele manier waarmee hij dichtgaat.

Mijn eerste boekenweek – #50books

image
Mijn eerste boekenweek: het geschenk van Leon de Winter en het essay van Jan Wolkers

Ik kreeg literatuurles van Margo. Ik ben haar achternaam vergeten. Ik was verliefd op lezen en ook een beetje op haar. Haar bevlogenheid en meisjesachtige uitstraling. Ook al was ze de zestig gepasseerd.

De eerste kennismaking met de boekenweek was in 1995. Daarvoor is het begrip met het bijbehorende boekenbal altijd langs mij heengegaan. In 1995 – ik had mijn eerste roman geschreven in het jaar ervoor – en was van de MTS naar de eenjarige Havo gegaan. Versneld schoot ik in een jaar door 4 en 5 Havo. Margo loodste ons er doorheen.

Er was ophef over het geschenk van dat jaar, geschreven door Leon de Winter. Het droeg de naam Serenade. De lay-out van het boekje als een muziekboek uitgegeven door Edition Peeters. Als een groengele uitgave van Bachs orgelwerken. Het kaft was net iets te geel, maar de sierlijke letters kwamen aardig overeen.

Het boekje werd in die tijd gratis verstrekt op middelbare scholen. Volgens sommige christelijke scholen zou het verhaal van Leon de Winter teveel expliciete seksscenes bevatten. De docenten Nederlands ontdekten het pas toen de dozen opengingen en weigerden hun leerlingen bloot te stellen aan deze verderfelijke literatuur.

Omdat mijn school onder volwassenen educatie viel, kregen wij geen geschenk. Maar Margo wist een doosje te ritselen van een collega. Ik zie nog de grote stapel boekjes in de doos liggen. De spanning en het moment dat dat boekje op je bureau kwam te liggen.

Het was het tweede boekje. Ik was daags ervoor al naar de literaire boekhandel ‘Het paard van Troje’ gegaan. En kocht er een stapel boeken van Leon de Winter. Gekocht van mijn krantengeld. De verzamelde verhalen, Kaplan, Supertex en De ruimte van Sokolov. Ik kocht er het boekenweekessay Zwarte bevrijding van Jan Wolkers bij. ‘Wat bijzonder dat je allemaal boeken van Leon de Winter erbij koopt’, zei de verkoper nog toen hij het plastic tasje inpakte.

Daarna de recensies lezen. Het spectakel van de boekenweek drong nu pas tot mij door. Vanaf dat jaar heb ik nooit meer een boekenweek overgeslagen. Elke woensdag stond ik als eerste in de boekwinkel om het boekenweekgeschenk te bemachtigen. Later moest ik een exemplaar in huis hebben voor de bespreking van de boekenweek op het Zuid-Afrikaanse Litnet. Al had ik eens een presentie-exemplaar proberen te bemachtigen vooraf. Ik kreeg van het CPNB alleen te horen dat propraganda van het Nederlandse boek in het buitenland niet de core-business was de stichting.

Van het boekenweekgeschenk van Leon de Winter weet ik niks meer. Ik kan van de inhoud niks uit mijn hoofd lepelen. Wel van het boekenweekessay. Het was natuurlijk vijftig jaar na de bevrijding. De bevrijding moest wel als thema. Als de trompet de Last Post blaast aan het begin van de dodenherdenking, moet ik altijd aan het essay van Jan Wolkers denken.

‘En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over de wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (Zwarte Bevrijding, p. 22)

Vooral ook omdat het aan het einde weer terug komt:

‘Wat ik zelf ga doen aan de vooravond van die vijftig jaar bevrijding. Als ik in de buurt van Amsterdam mocht zijn, zal ik zeker tussen de mensen staan die in de bocht van de Amstel, bij de fusilladeplaats Rozenoord, de doden herdenken en luisteren naar de Last Post die daar zo zuiver wordt geblazen over het water van de rivier. En ik zal weer denken. ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (p. 56)

Het was het eerste wat ik van Jan Wolkers las. Zo drong de literatuur meer en meer in mij. Ik las het nog met rode oortjes. De oortjes zijn nu misschien nog rood van schaamte. De laatste jaren lukt het mij steeds minder goed om het geschenk door te komen. Het lijkt niet meer de aandacht en liefde van weleer te hebben. Of dat nu bij de schrijvers ligt of bij mij als lezer, kan ik moeilijk achterhalen. De kraai viel mij heel erg tegen. Het geschenk van Tom Lanoye kan ik nauwelijks navertellen, iets met een Russische straaljager die neerstort.

Studio Idzerda

image

We lopen de trap op naar boven. De redactrice van Studio Idzerda loopt achter mij aan. De microfoon in de hand en in de andere hand een glas water. Naar de plek waar het gebeurt: de zolder. Ik kruip en sluip voor, door smalle paadjes langs de harmoniums en kasten.

We zijn in de werkkamer en ik laat zien hoe het gaat. Het raam open. Ik hang half uit het kleine venster om het streepje lucht op de foto te zetten. Het uitzicht tussen de twee hoge bomen door, onderop de kruin van de lagere boom verderop. De huizenrij als horizon. Het apparaatje piept. De foto is gemaakt.

Een blauwe hemel. De streep van een vliegtuig trekt aarzelend een losse sliert door de heldere lucht. Nu een gedicht. Ik type de tekst op mijn mobiel. De microfoon registreert mijn stem. Ik draag woord na woord voor. Het wordt een gedicht met de naam Radiointerview. Ik vind het niet eens zo slecht.

De redactrice heeft mijn blog gevonden op zoek naar voer voor een thema-uitzending over lucht. Studio Idzerda staat deze maand stil bij de vier elementen. Daar hoort lucht ook bij. En wat is de lucht zonder wolken. En wat zijn de wolken zonder een gedicht.

Ik praat verder over mijn passie voor de lucht. Wat een schitterende hemel krijg ik dagelijks voorgeschoteld. Het inspireert elke dag tot een gedicht. De ene dag wat beter dan de andere. Het is moeilijk hoge kwaliteit op kwantitatieve basis vast te houden. Maar niet onverdienstelijk.

‘Je praat in soundbites’, zegt ze als ze weggaat. ‘Ik kan hier wel iets moois van maken.’ Ze verlaat het huis, kijkt nog even naar de lucht. Mijn lucht. Ik zie aan haar rug dat ze trots is op haar buit.

En ik hoor het als de radio zondagavond om 18.15 uur aanstaat. Binnen 10 minuten ben ik al te horen. Het is een integer portret geworden. Als een echte kunstenaar praat ik over lucht. En het is niet eens gebakken lucht, maar gewoon de wolkenhemel zoals ik al meer dan 2 jaar elke dag op mijn blog zet.

Luister het interview (op mp3-formaat)

Beluister de hele uitzending op Studio Idzerda (het interview begint op 7:33)

Boekenweek

image

Ik speur de rijen boeken af. Een paar weken geleden wist ik nog zo zeker welke boeken ik wilde. Maar de vondst van de bundel dierenverhalen van Anton Koolhaas bij de kringloopwinkel bracht me uit balans. Voor 2 euro in ongelezen staat, is een groot verschil met de 12,50 euro die de boekwinkel ervoor vraagt. Dan kies ik voor het afdankertje in de hoop het een beter te leven te geven dan het had.

Nu twijfel ik de rijen voorbij. Het ene nieuwe boek na het andere gaat door mijn handen. Het ene nog mooier dan het andere. Het vraagt om een keuze waar je geen spijt van krijgt. Anders kun je het net zo goed afstaan aan de kringloopwinkel.

Na lang dubben sta ik met een bundeltje liefdespoezie van Ovidius en het boekenweekessay in de hand bij de kassa. Eigenlijk een stuiver te weinig. Maar ik krijg het boekje van Kees van Kooten toch. De verrekijker. Hij ligt in mijn hand. Op de voorkant staat Kees van Kooten voor een spiegel. Naast hem een tafeltje met daarop de verrekijker en een boek. Het logboek van zijn vader weet ik uit de verhalen. Over de oorlog.

Thuisgekomen gaat het boekje onmiddellijk open. Ik zoek de scene van het ‘Dubbelspel’ die de schrijver een paar dagen eerder nog zo mooi voorlas in De wereld draait door. Het is zeker een opwindend verhaal. Op papier net zo opwindend als voorgelezen. De nostalgie en het heimwee naar vroeger spat ervan af.

Ik wil weer eens proberen te schrijven voor Litnet. Langgeleden maar het schrijven over boeken vind ik heerlijk. Ik ga het weer doen en lees gulzig het boekje. Onderwijl vorm ik mijn mening. Maar het lukt pas echt als ik op de bank zit, laptop op schoot, boekje op de armleuning. De mening druppelt het verhaal binnen en de kop: ‘Altijd weer die oorlog’.

Ergernis salaris

image

‘Een interviewer houdt zichzelf natuurlijk altijd buiten het gesprek. In gesprek met Jan Mulder doe ik dat uiteraard ook. Al voel ik mij weleens ongemakkelijk als het om salarissen gaat. Ik weet dat veel geld verdienen aan publiek geld een heikel punt is.

Dat ik wat meer verdien, moet ik overal verdedigen. Gelukkig laat ik dat verdedigen aan mijn baas over. Ik heb de prijs afgesproken en mijn publieke omroep heeft dat ervoor over. Vervolgens mogenz zij het aan de wereld uitleggen.

Dan zegt Jan Mulder dat de nieuwe baas van de SNS-bank eigenlijk best wel 6000 euro per maand mag verdienen in plaats van 600.000 per jaar. En geen cent meer. Best hypocriet. Hij zit hier voor een vergoeding die in verhouding de voorgestelde 6000 euro van de bankdirecteur verre overtreft. Dat weten wij allebei.

Kritisch zijn van mijn kant, is net zo hypocriet. Ik presenteer elke dag een programma en krijg daarvoor ook veel geld. Omdat ik zulke kritische vragen stel en het programma zonder mij helemaal niks zou zijn. Kritische journalistiek kost nu eenmaal veel. Meer dan een premier mag verdienen.

Jan Mulder levert een bijzondere bijdrage omdat hij feilloos zijn ergernissen laat aansluiten op de ergernissen van het volk. Publieke salarissen bijvoorbeeld. Schandalig dat een bankdirecteur meer dan 3 keer zoveel verdient als de minister-president. Hij staat in zijn gelijk. Niemand die erover denkt dat hij er misschien wel voor meer geld zit.

Waarom zou ik er dan over beginnen? Ik ga toch niet mijzelf in zo’n discussie betrekken. En kritisch naar mijzelf zijn is mijn zwakte tonen. En daar zou het programma weinig bij gebaat zijn. Mondje dicht dus en snel naar de volgende ergernis.’