Tagarchief: achterhoek

Klein Dochteren – IM A.L. Snijders – #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

Willink in Ruurlo

De schilder Willink. Ik ben getroffen door zijn schilderijen. Vooral van het realisme dat geen realisme is. Het is een samengestelde compositie van donkere luchten, vergezichten en naakte beelden. Een vermenging van Griekse oudheid met de hedendaagse werkelijkheid. Weergegeven alsof het foto’s zijn.

Klassiek beeld en wolkenluchten bij Willink

Indrukwekkende luchten

Ik ben een bewonderaar. Zeker ook door de indrukwekkende luchten die hij afbeeldt op zijn schilderijen. Elke lucht heeft een spanning. Het lijkt wel of er geen eind aan komt, zoals de hemel de sfeer van het schilderij uitdrukking geeft. Heel treffend en pakkend. Het laat je niet meer los.

Neem het schilderij van de parachutisten. De hemel neemt de hemelbestormers mee naar beneden op de vleugels van de regen. Alles glijdt naar beneden, het lijkt daarmee bijna op een waterval die je naar beneden ziet komen. Heel trefzeker en vergankelijk.

Of de klassieke beeldengalerij die er staat tegen de achtergrond van een donkere hemel. Het zonlicht op het beeld, de lucht erachter bijna groen en heel dynamisch. Het landschap, waartussen ineens de herkenbare torens van de Mozes en Aaronkerk opduiken. Helemaal uit zijn habitat, bakermat van de stad, maar in het schilderij een heel nieuwe dimensie gevend. Staat links de boom, eenzaam als tegenhanger van de Griekse beeldengalerij.

Kasteel Ruurlo herbergt een belangrijke collectie van Carel Willink

Collectie Willink in Kasteel Ruurlo

Wat een prachtige collectie is er verzameld in Kasteel Ruurlo. Een indrukwekkend gebouw, waarvan het trappenhuis bekend is van de televisieserie De Zevensprong. De vele bouwperiodes hebben het tot een mooi kasteel gemaakt. Zeker ook met de vernieuwing van de lange glazen brug die leidt naar de ingang. Net als de prachtige entree, waarin ook een nieuwe trap is gemaakt.

De inrichting van het gebouw met de donkere wanden in grijs en groen, waartegen de schilderijen van Willink mooi aftekenen. Gelukkig ook geen overdaad aan schilderijen. Hiermee krijg je goed de kans om de aandacht aan het schilderij te geven die het verdient.

Jurken van Fong-Leng

Erg mooi zijn de tentoongestelde jurken. In 1 zaal, staan er 4 opgesteld. Wat een fraaie jurken van Fong-Leng, gedragen door Mathilde Willink! Het meest getroffen ben ik door de drakenmantel. Wat een prachtig werk is dit. Een heus kunstwerk, de doorgetrokken schubben over de mouwen. En de vuurspuwende bekken van de draken. Samen met de intens paarse kleur, steekt deze jurk boven alles uit.

Detail paradijsvogeljurk Fong-LengDat geldt wat mij betreft ook voor de paradijsvogels, die in de gelijknamige jurk overal opduiken. De kleurrijke vogels, springen er echt uit. Wat een gaaf kledingstuk. Je zou wensen dat je ook mensen in deze kleding zou zien. Ik vind het heel mooi.

De jurk in de ruimte ernaast, stelt een beetje teleur. Ook omdat het zo’n kleurrijke jurk is op het schilderij van Willink. De zilverkleurige luipaardmantel op het schilderij is veel kleurrijker dan de jurk die in de zaal hangt. Het blijkt om een 2e exemplaar te gaan van Fong-Leng, een reproductie uit 1997 van het origineel. Minder indrukwekkend, maar het origineel hangt in het Amsterdams Museum. Zo zie je dat de jurken van Fong-Leng niet zijn na te maken, zelfs niet door haarzelf.

Kunstenaar Carel Willink

De collectie in Ruurlo geeft een prachtig beeld van Carel Willink. Je doorloopt zijn hele bestaan als kunstenaar. Van het abstracte werk uit zijn jonge jaren, beïnvloed door abstracte schilders. Later, in de loop van de jaren 1930 gaat hij over tot realistische schilderijen. Er staan mooie voorbeelden hiervan in het museum. Een berglandschap waarin vooraan 2 mannen met elkaar op de vuist gaan. Of een Alpenachtig schilderij dat alle schakeringen herbergt van wit naar grijs – en alles wat er tussen ligt.

Allemaal werken waar je eigenlijk langer naar zou willen kijken. Zou dus niet misstaan om er nog een keer heen te gaan. Dan rijden we meteen langs Gorssel, waar een nog veel grotere collectie van andere realisten te zien is. Uit dezelfde collectie van Hans Melchers. Daar kun je nog 10 andere werken van Willink zien, waaronder het beroemde schilderij De Zeppelin uit 1933. In het kasteel Ruurlo zie je de tegenhanger van dit schilderij in Straat met standbeeld. Eigenlijk nog indrukwekkender omdat het een bijna lege straat is op klaarlichte dag.

In de verte zie je 2 wandelaars en het standbeeld. Deze compositie met het felle zonlicht op straat, tegen de dreigende wolkenlucht, geeft het schilderij een unheimisch gevoel. Je kunt het niet duiden. Later is dit door liefhebbers getypeerd als het voorvoelen van de Tweede Wereldoorlog, wat Willink terecht wegwuifde. Het is namelijk veel meer. Het typeert de kunst van Willink en die mag je niet zomaar aan een tijdgeest wijten.

Willinks laatste schilderij met uiteraard luchten en klassieke beelden

Mee in bed – Sientje (19)

Sientje hield niet van regen. Het maakte haar buik van onderen verschrikkelijk nat. De korte pootjes gaven te weinig afstand tussen de natte grond en haar onderbuik. De woeste vacht – een dierenartsassistente omschreef Sientje als een ‘ruiggehaarde’ teckel – zorgde er ook voor dat het water lekker omhoog kroop en niet snel droogde. De regen die eerste kampeervakantie samen en met Sientje erbij (een dubbele eerste keer), zorgde er niet voor dat ze er lekker warmpjes bij kon zitten.

Na het verblijf in Vaals, trokken we meer naar het Noorden. Een andere camping iets onder Nijmegen, nog net in Noord-Limburg. Het was een landgoedcamping, maar viel ons verschrikkelijk tegen. We wilden na een paar dagen verder trekken naar een ander terrein.

Onvindbaar

Eerst kozen we een onvindbare camping in de omgeving van Nijmegen. In de bossen zat daar een heuse natuurcamping verborgen. De zoektocht leidde tot achteruitrijden op een weggetje waar we niet meer anders konden rijden. Sientje vond het maar niks. Ineens begon te gillen als een wolf of te kermen als een dier dat naar de slacht werd geleid. Dat hadden we nog niet meegemaakt. Het zou niet bij deze keer blijven. Na die keer begon ze altijd te janken bij achteruitrijden, inparkeren en langzaam filerijden.

De camping vonden we na lang dralen en veel gejank van Sientje. Het lag prachtig in de volle dennenbossen. Met mooie totaal geïsoleerde plekken. Maar het toilet was daarmee zo’n eind van ons plekje af dat de loopafstand vele malen verder zou zijn dan de afstand tussen tent en toilet in Vaals. Het overbruggen van de paar honderd meter met toiletrol onder de arm zou gaan tegenvallen. Zeker als het hard regende of je moest diep in de nacht. We gingen daarom maar verder zoeken.

Achterhoek

Zo kwamen we uit bij een camping in de Achterhoek. Niet ver van huis, maar prachtig gelegen met een grote slechtweer tent en alle ruimte voor Sientje. De eerste nacht viel een beetje tegen. De hippies die we eerder zo leuk vonden, zorgden op het veldje voor veel herrie. Ze hadden een huilend kind, zongen tot diep in de nacht en waren keihard aan het praten.

Ze gingen de volgende dag weg en lieten een grote hoeveelheid houten speelgoed, karren en tafels achter. We dachten dat ze van deze mensen waren, maar de vrije hippies hadden de spullen voor algemeen gebruik in beslag genomen. Ook in een hippie schuilt een egoïst.

IJskoud

De regentijd ging niet voorbij ondanks al het verkassen en verplaatsen van camping naar camping. Sientje werd ijskoud. Zodoende verbleven we het grootste gedeelte van de dag in het restaurant bij het openluchtmuseum Erve Kots. We zijn niet in eens in het museum geweest. We warmden ons in de verwarmde ruimte en aten appeltaart en pannenkoeken. Sientje droogde op en we keerden warm en voldaan ’s avonds weer bij onze natte spullen.

Sommige spullen waren behoorlijk nat geworden die dag. Een deel van de tent stond boven een kuil gespannen die het gevallen water verzamelde tot een plas. Gelukkig viel de schade mee, een paar dingen waren nat. We zetten het ergens anders neer en gingen slapen. Onze buurvrouw had het minder getroffen, die verregende helemaal en wilde bijna naar huis gaan. Zo doorweekt raakte alles.

Even bij ons kruipen

Die nacht regende het onverminderd door. We zouden naar huis gaan de volgende dag en waren het helemaal zat. Het was wel spannend of we de boel enigszins droog zouden kunnen inpakken. Terwijl de regen kletterde op het tentdoek, zag ik hoe Sientje in haar bench lag te rillen van de kou. Ik haalde haar eruit en voelde dat ze heel koud was. Daarom mocht ze op deze laatste vakantieochtend eventjes bij ons kruipen. Ik tilde haar bij ons.

Ze kroop heel koud en rustig tussen ons in. Bleef helemaal stijf liggen. Van de koud en misschien ook wel opwinding. Ze mocht nooit bij ons liggen en uitgerekend nu. Ze warmde langzaam op en kon zodoende lekker warmpjes mee terug naar huis. Sinds die vakantie mocht ze op de laatste ochtend altijd eventjes bij ons kruipen. Het moment dat ze op ons bed kwam, begon ze te kwispelen. Ze stopte niet voordat ze een plekje gevonden had om tussen ons te kruipen. Ik genoot net zo van het moment als zij.

Eindelijk thuis

We kwamen thuis van de vakantie. Het huis lijkt dan heel anders te ruiken. De ruimte is zo lang van verse lucht verstoken geweest dat de kleuren er heel anders uitzien, lijkt het. En alles is een beetje muffig en fris tegelijk. Muffig vanwege het niet luchten en fris omdat er 2 weken niemand is geweest. De stapel post lag er met alle afwijzingen op mijn sollicitaties. We wilden gaan zitten voor een lekker kopje koffie.

Maar eerst haalde ik Sientje binnen. Ze stapte opgewekt binnen, zag haar mandje en begon heel intens te kwispelen. Wat was ze blij. Ze voelde zich helemaal blij. Hadden die mensen haar meegenomen naar kampeerterreinen. Ze doorstond het allemaal gedwee, maar hier in haar warme mandje… Dat was toch het allerbeste plekje.

Onophoudelijk kwispelen

Ze kwispelde onophoudelijk, wroette in de dekentjes en kroop er heerlijk in. Spontaan begon de zon te schijnen en sjouwde ik alles het huis in. De rest van de dag kwam Sientje haar mandje niet meer uit en was ik druk in de weer. De was moest gedaan worden en alle natte spullen worden uitgehangen om te drogen. Einde vakantie, maar allemaal zo intens blij.

Lees het vervolg: Loslaten op strand »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Barbara Pavinati: een stadse in de Achterhoek

img_20160725_201546.jpgBarbara Pavinati, het meisje met de poëtische naam. Ik ken haar uit mijn studietijd waarbij we samen een leesclubje oprichtten en die de mooie klankdichten schreef. Ze volgde een aantal jaren geleden de liefde en verhuisde naar de Achterhoek, haar liefde Boef achterna.

Daar schreef ze haar eerste boek: Grillige pad der liefde. Het vormde een bundeling van haar blogs over haar liefde voor Martin, de jongen in de rolstoel die heel bijzondere kunst maakte. Het is een ontroerend verhaal over aantrekkingskracht, sterke karakters en een liefde die ze voor altijd bij zich draagt.

In Grillig pad der liefde schrijft ze ook over Boef, de jongen die ze leert kennen via een datingsite en die haar naar het Oosten van het land brengt. Haar nieuwe leven is uit uitgangspunt van haar nieuwe bundel columns Een stadse in de Achterhoek. Het boekje bestaat uit 14 korte stukjes over deze bijzondere streek waarin ze belandt is als ‘stadse’.

Ik heb vlak na mijn studie enkele jaren in het Oosten van het land gewoond. Weliswaar ietsje noordelijker, in Twente. De 2 streken grenzen aan elkaar, hebben veel overeenkomsten maar ook heel veel verschillen. Ook ik moest erg wennen aan de bijzondere, typisch Twentse gebruiken. Zo leerde ik als verslaggever van de Twentsche Courant Tubantia de foekepot kennen in Goor en hoorde de verhalen over brommers kieken na het weekend.

Vormde haar eerdere boek een heel persoonlijk en ingrijpend verhaal, nu verwijst Barbara Pavinati naar haar nieuwe leven op een luchtige manier. Soms schiet ze een beetje door in mijn beleving, waarbij ze zich soms westerse voordoet dan ze is. Bovendien is het niet altijd de Achterhoek waar het gebruik leeft. Het kan zich over grotere delen van Nederland verspreiden, maar niet in de Randstad.

Of het dan het contrast is tussen de stedeling en de Achterhoeker, is ook de vraag. Het draait eerder om de Randstedeling Barbara die soms wel heel verwonderlijk kijkt naar de gewoontes die haar vriend erop na houdt. Ze ziet het echter graag met de nodige contrasten en wijst dan naar haar afkomst als ‘stadse’. Zie je wel, daar komt het door, zegt ze dan:

Ben ik nu een stadse? In de eerste plaats voel ik me gewoon mens. Eigenaardigheden hoeven in mijn ogen niet per se met de plek waar je vandaan komt te maken te hebben, maar zijn wel een mooie kapstok om ze aan op te hangen. Nu ben ik de uitzondering, in de stad was ik de regel. In de regel was iedereen in de stad namelijk de uitzondering. Als je begrijpt wat ik bedoel. Dus ja, ik ben een stadse in de Achterhoek. De uitzonderlijke westerling die de ongeschreven regels in het Oosten bevestigd ziet. (21)

Met deze bewering zet ze zich apart en ook buiten spel. Dan vraag ik mij af of het inderdaad zo zwartwit is. Ik heb dat zeker niet zo ervaren toen ik als verslaggever op de streekredactie werkte. De dingen die Barbara Pavinati beschrijft, zijn zeker soms best leuk, grappig en ontroerend, maar ze benoemen niet altijd het verschil tussen het westen en het oosten.

De tekeningen die ze bij haar stukjes heeft gemaakt zijn van een ontroerende eenvoud en drukken daarmee precies uit waar het over gaat. Zo is het boekje Een stadse in de Achterhoek een uitzonderlijk boekje van een uitzonderlijke vrouw, die de regel vaker bevestigt dan ze zelf zou willen.

Barbara Pavinati: Een stadse in de Achterhoek. Uitgegeven in eigen beheer. ISBN: 978 1 36 441431 3. Prijs: € 8,95. 54 pagina’s. Bestel