Tagarchief: #50books

Lijmen – Het been – #50books

image

Als ze de lijmpot opent en de verschillende kleuren papier op elkaar drukt, roep ik altijd: ‘Lijmen – Het been‘. Dat is de titel van twee romans van Willem Elsschot. Ze worden altijd in een adem genoemd. Lijmen is het verhaal van Laarmans die Boorman ontmoet. Zo wordt Laarmans geintroduceerd in de wereld van het lijmen.

Lijmen betekent voor Boorman dat je iemand werft om te adverteren in het Wereldtijdschrift. Dat het tijdschrift voornamelijk uit en op papier bestaat, is niet belangrijk voor Boorman. Het gaat erom geld bij iemand los te praten. Nu heet dat aquisitiefraude, bij Boorman is dat lijmen.

Het been schreef Willlem Elsschot later als vervolg. Speciaal op verzoek van Menno ter Braak die vond dat Lijmen vroeg om een vervolg. Willem Elsschot schreef het 14 jaar na verschijning van Lijmen. Waar het bij Lijmen draait om het bedrog, lijkt Het been vooral te gaan om het schuldgevoel. Laarmans krijgt wroeging over het bedrog dat hij in naam van Boormans in Lijmen pleegt.

image
De Elsschot-biografie van Vic van de Reijt

Ik ben zo enthousiast begonnen aan de dubbelroman na het lezen van de biografie over Willem Elsschot. Van Vic van de Reijt verscheen vorig jaar een kloeke biografie over het leven en werk van Alfons de Ridder. De Ridder schreef zijn literaire werk als Willem Elsschot, maar als Fons de Ridder was hij een gewiekste zakenman die gedurende zijn leven een aardig fortuin bij elkaar wist te lijmen.

Dat hij hierbij dezelfde technieken gebruikte als in zijn roman Lijmen, bewijst Van de Reijt overduidelijk in zijn boek

Hotz en Theroux – #50books

image
De boeken van Hotz in mijn bibliotheek

De vierde vraag in de serie #50books: Van welke auteur lees je alles, maar dan ook alles wat uitgebracht wordt?

Mijn bibliotheek vult zich meer en meer met boeken van dezelfde auteurs. Regelmatig komt er een boek bij. Gelukkig niet zoveel als de vele boeken die Martin Ros naar binnen sleepte aan het eind van zijn werkdag. Ik concentreer mij meer en meer op een aantal vaste auteurs. Soms omdat het aanbod verleidelijk is. Zo zie je bepaalde boeken heel vaak in kringloopwinkels liggen. Het is dan heel verleidelijk de hele auteur te gaan verzamelen.

Vaker enthousiasmeert een bepaald boek van een auteur mij. Zo ontdekte ik in 2011 bij het uitkomen van de Hotz-biografie van Aleid Truijens de verhalen van F.B. Hotz. Ik las de bloemlezing van Truijes, Mannen spelen, vrouwen winnen. Maar ik wilde meer lezen. Vooral de novelle De voetnoot – waarover Aleid Truijens en Maarten ‘t Hart erg enthousiast over zijn – lonkte in al mijn begeerte. Ze noemden het allebei de mooiste novelle van de Nederlandse literatuur.

image
Compartiment Hella Haasse in mijn bibliotheek

Ik zag de stapels Hotz’en voorbijkomen die ik in de loop van de kringloopjaren had genegeerd. In mijn boekenkast stonden slechts 2 titels van deze bijzondere schrijver. Het boek Ernstvuurwerk in een lelijke pocket-uitgave en het die zomer in Goor aangeschafte Proefspel.

De begeerte dreef mij kringloopwinkel in en uit. Ik speurde, ik zocht. En ineens zag ik al die rijen boeken van Hotz in gedachten langskomen. Waarom had ik ze allemaal laten staan. Ik dacht altijd dat ik het boek wel zou hebben. Of dat het niet interessant was. Hotz is voor oude mannetjes die stinken naar zweet, vond ik. Van die mannetjes die op boekenmarkten neurien en in zichzelf praten als ze hun vingers langs de rijen boektitels glijden.

image
Aantal delen van de 46 delen Bilderdijk uit de bibliotheek van Boudewijn Buch

Ik speurde en zocht, maar vond niks. Alleen in Almere Haven had ik beet. Ik stuitte op het debuut en sloeg gelijk aan het lezen. Wat een prachtige verhalen stonden er in Dood weermiddel. Ik speurde verder. Al snel vond ik op internet een paar bundels, weliswaar wat duurder dan in de kringloop, maar voor een goed prijsje. Daarna ging het snel. Alleen lukte het niet De voetnoot te vinden.

Een paar keer viste ik achter het net bij een antiquariaat in Nijmegen. Ik stuurde een mailtje of hij een volgend exemplaar voor mij apart wilde houden. Een paar weken later, kwam het bevrijdende mailtje. Het was er: De voetnoot. Een prachtige novelle. Ik heb het vorig jaar een keer of vier gelezen.

Gelukkig houdt het hier op bij Hotz. Het hele literaire archief van Hotz is namelijk verbrand door de erfgenamen op nadrukkelijke wens van de overledene. Op de 2 delen van zijn verzamelde werken en de bloemlezing van Maaten ‘t Hart na, bezit ik alles. En ik ben er ontzettend gelukkig mee.

image
Paul Theroux, voornamelijk de reisverhalen met de nadruk op treinreizen.

Hetzelfde geldt voor een andere verzamelwoede van een auteur waar ik werkelijk gek op ben geworden: Paul Theroux. Enthousiast geworden door zijn De grote spoorwegcarrousel, vond ik spoedig andere boeken van hem bij kringloopwinkels. De verzameling boeken van hem is nog lang niet compleet. Maar hier neem ik de tijd voor. Als ik een boek van hem tegenkom voor een leuke prijs dan koop ik het. Maar het hoeft niet tegen elke prijs. Dat is juist de sport van het verzamelen.

En dat geldt voor lezen ook. Ik heb genoeg oeuvres die ik nog moet uitlezen. Naast alles van Hotz, wacht alles van Dickens, alles van Multatuli, alles van Komrij, alles van Haasse, alles van Bilderdijk en alles van Hermans. En al die auteurs van wie het oeuvre in mijn boekenkast de 3 boeken overstijgt.

Mijn favoriete leesplekje – #50books

image
Leesplek in mijn bibliotheek

Het liefste zit ik met een boekje in een hoekje, zou Thomas a Kempis hebben gezegd. Of op zijn Latijn: ‘In omnibus requiem quaesivi et nusquam inveni nisi in angulo cum libro’. Iemand die leest, een lezer, heeft iets intiems. Ik zag een keer in Den Haag een meisje zitten aan de Hofvijver. Ze las. Het beeld liet zich misschien nog het beste vergelijken met erotiek. Je mag er niet naar kijken, maar het is heerlijk om naar te kijken. Het is alsof je iemand op iets heel intiems betrapt. Lezen.

Ontmoeting met een boek
De eerste ontmoeting met mijn vrouw was op een station. We zouden elkaar herkennen aan het boek dat we bij ons hadden. Zij Harry Potter, ik Jan van Aken. In de wachtkamer zat een meisje. Ze zat verzonken in een boek. Ik kon niet zien of het Harry Potter was, want haar handen bedekten de titel. Het was haar en Harry Potter. Ik vergeet dat beeld niet snel meer in die stationshal van het station Apeldoorn.

Er zijn veel afbeeldingen van lezers. Vooral lezende vrouwen. In mooie lange jurken. De haren lang en sluiks voor het gezicht. De intimiteit straalt ervan af. Wat een prachtige aquarellen zijn dit. Want dit soort afbeeldingen zijn alleen vlekkerig in een aquarel vast te leggen. De (moderne) romans die de jonge dames lazen, waren toen ook nog verderfelijk en slecht voor de geest. Misschien dat ze daarom altijd iets geheimzinnigs hebben.

Wat lezen
Het lezen van een boek verschilt wezenlijk van een krant. Het beeldje van de lezer waarmee de Twentsche Courant Tubantia graag naar buiten komt, is een man wijdbeens zit met de brede krant opengeslagen voor zijn gezicht. Weinig intiems aan. Het is eerder een onbeholpen lezer die geen manieren heeft.

Dan is er de plek waar ik zelf het liefste lees. Is er een plek waar ik het liefste lees. Lezen kan overal: in bed, op het station, in de trein, bij de snackbar, op het toilet of gewoon op de bank. In een lekkere fauteuil of halfliggend op een bank of saize longe. In bed is ook erg lekker, maar dan moet je wel een stevig kussen in de rug hebben. En die heb ik momenteel niet. Daarom lees ik nu voor het slapen gaan of als ik de slaap niet kan vatten een boek op mijn zij. Het boek kan daar niet te dik bij zijn. Anders gaat de bovenarm zeer doen van het omhoog houden.

image
De zitzak waar ik mijn ideale leesplek in zag.

Lekkere leesplek
Ik neem mij weleens voor dat een lekkere leesplek mijn lezen zou bevorderen. Dan droom ik een rustig plekje zonder het geluid van de televisie in de woonkamer of juist in totale afzondering op mijn werkkamer. Ik heb er al verschillende pogingen gedaan een geschikte leesplek te maken. Toch nog toe zonder enig effect. Het laatst kocht ik een zitzak voor op mijn werkkamer. Ik droomde mij heerlijk weg in de zachte bolletjes die ondersteuning gaven op de juiste plekken. Een paar pogingen verder ontdekte ik dat het niet werkt.

Je kunt wel een mooie plek maken om te kunnen lezen, maar als de innerlijke rust ontbreekt, lukt het niet. Voor lezen is meer nodig dan een mooi plekje. Net als met schrijven. Achter een bureau kom ik tot weinig productie. In de trein of een overvol cafe schrijf ik de mooiste epistels. Of bij het uitlaten van de honden, dan doemen mooie dichtregels op aan de horizon. Ik stop dan en tik snel de zinssnede in mijn mobieltje om het bij terugkomst uit te werken.

Camping
Toch zijn er plekjes waar je bij uitstek goed leest. Op de camping bijvoorbeeld. Voor onze stacaravan in het heerlijke zonnetje. Of binnenin op die grote bank. Helaas joegen de grote klussen die ik aan de caravan moest doen mijn rust op. Maar ik heb toch wel wat zomers heerlijk gezeten in het zonnetje met een boek op schoot. En dan heb je aan een tent ook genoeg. Afgelopen zomer las ik met het dagje rust op camping De Ruimte zo De Kus van Jan Wolkers uit.

Ik verlang alweer naar de zomer waarbij ik heerlijk met een goed boek op schoot kan lezen. De gillende kinderen en dreigende onweerswolken merk ik niet eens op. Het verhaal neemt mij mee naar de mooiste plekjes van de fantasie. Want dat zijn de beste plekjes: de plekjes waar het boek je mee naartoe neemt. Zodat je helemaal vergeet dat je eigenlijk gewoon thuis op de bank zit te lezen of onderweg in de trein of voor de tent.

#50books
#50books is een initiatief van

De Grootinquisiteur – Dostojevski's De gebroeders Karamazov

image
Ik strand in elke vertaling van Dostojevski’s Karamazov

Als er een boek is dat ik vaak geprobeerd heb te lezen, dan denk ik aan De Gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski. Ik heb veel boeken van hem gelezen. Het lezen van Misdaad en straf was voor mij bijna een religieuze ervaring. Gegrepen door het verhaal las ik het verhaal in twee dagen uit. Het boek liet mij niet los. Daarna haalde ik veel boeken van hem en las ze ook.

Van De gebroeders Karamazov bezit ik zelfs een tweede en nieuwere vertaling, getiteld De broers Karamazov. Ik heb het boek een paar keer proberen te lezen. In het beroemde gedeelte, het verhaal van de Grootinquisiteur, blijf ik haken. Het vormt het hoogtepunt van de literatuur, maar mijn aandacht valt weg als ik in dit hoofdstuk beland.

Tijdens mijn reis door Italie in 2001 nam ik het boek mee en strandde ergens in het herhaal van de Grootinquisiteur. In de Pandora-pocket ligt nog een ansichtkaart van het Piazza Navona in Rome. In de zomervakantie van 2009 probeerde ik het opnieuw met de kersvers aangeschafte ‘nieuwe vertaling’ van Van Oorschot. Dit keer op de camping, maar het lukte niet. Weer bleef ik steken in het mooiste verhaal uit de wereldliteratuur.

Afgelopen zomer schreef blogvriend Jacob Jan Voerman prachtig over dit hoogtepunt van de wereldliteratuur. Dit keer probeerde ik alleen het fragment te lezen. Maar weer lukte het niet. Het lijkt of er een inquisitie op dit hoofdstuk rust. Elke keer als ik begin, strand ik. Zeker, ik had het hoofdstuk dapper uitgelezen, maar dan kon ik het op geen enkele manier doorgronden of navertellen.

Misschien klikt het gewoon niet tussen mij en dit hoogtepunt uit de literatuur. Misschien wil ik het doorgronden en is het gewoon ondoorgrondelijk. Misschien is het gewoon literatuur die niet aan mij besteed is. Toch koester ik nog de hoop het boek ter hand te nemen en het echt uit te lezen. Ooit op een dag als ik mijzelf begrijp. Ik vermoed dat mijzelf begrijpen en De broers Karamazov uitlezen op dezelfde dag vallen. De dag dat ik het boek uit heb.

#50books
Ik doe mee met het fantastische initiatief van Petepel. Elke zondag stelt hij op zijn blog een vraag over boeken, onder de noemer 50books. Vandaag de tweede vraag: Welk boek krijg je maar niet uitgelezen, hoe vaak je er ook aan begint?

Mijn jeugdboek: De Heidelbergse Catechismus – #50books

image
Opening van de Heidelbergse Catechismus met zondag 1

Een fantastisch initiatief van Petepel: elke week een vraag beantwoorden over boeken. Vandaag het boek dat mij van mijn jeugd het meest is bijgebleven. Dat antwoord laat zich raden: de bijbel in een statig boek met de berijmde psalmen achterin. Achter de psalmen zaten dan nog de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus.

Voor de paplepel
Ik ben met de bijbel opgevoed. Nog voor de paplepel er was, was de bijbel er. Ze passeerden mij in alle denkbare diktes, kleuren en formaten. De kinderbijbel en de bijbel voor volwassenen.

image
Ex Libris in een zakbijbeltje met psalmen en catechismus uit 1865. Er staat: ‘dit boek behoort aan mij Thoria Sara Verdick oud 17 jaren. gekregen den 10 september 1868.’

Het exemplaar dat mij met het meeste aantrok, was wel het exemplaar dat mijn moeder meenam op zondag naar de kerk. Met die mooie gaten aan de zijkant in de bladzijden om snel het bijbelboek te vinden. En achterin de formulieren, de leerregels en de catechismus.

Onbetaalbaar
Die bijbels waren onbetaalbaar. Nieuw of tweedehands, je betaalde er een vermogen voor. Nu zie ik ze vaak liggen, afgedankt en wel. Afgelopen week kwam ik een exemplaar tegen – een NBG-vertaling – in een kringloopwinkel. Ik heb hem niet gekocht omdat ik meer bijbels heb dan sokken. Het was wel een exemplaar uit mijn jeugd.

De kleuterjuf had er precies zo een. Dat zij op een Hervormde school uit deze (nieuwe) vertaling mocht lezen, verbaast mij nu. De gele strepen, afgewisseld met groen, herinner ik. Net als dat ze de bijbel vasthield en het stukje van het nieuwe testament scheidde van het oude als Mozes de Schelfzee spleitte.

Zondagmiddag
Mijn echte herinnering aan de bijbel, is een zondagmiddag. Mijn vader was naar de kerk (de middagdienst). Mijn moeder paste op ons. Ik had het psalmboekje van mijn moeder te pakken. Ze luisterde naar de kerkdienst op de radio. Ik pakte een stukje uit de Heidelbergs catechismus en schreef de tekst letterlijk over.

Geheimzinnigheid
De geheimzinnigheid van de letters. De drukletter ‘g’ maakte de meeste indruk. Dat grote rondje onderaan, enigszins afgeplat. Het kleine rondje erboven, verbonden door een raar kringeltje. Of die imposante ‘W’, waarin de schuine stokjes in het midden zo mooi door elkaar heen lopen.

Ik kon niet lezen wat ik schreef. De letters spraken voor zichzelf. Het was het geheimschrift dat het eigenlijk nog altijd voor mij is. Alleen kan ik het nu lezen. Het was de eerste tekst die ik schreef: ‘Zondag 1: Welke is uw enige troost, beide in leven en sterven?’

Doe mee
Doe ook mee met dit mooie initiatief van Petepel. Dit jaar lanceert hij wekelijks een vraag over boeken. Deze week: Welk boek heeft in je vroegste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?