Bloggende dichters

Leo Vroman mag een oud mannetje zijn, hij schrijft fantastische gedichten. Ik voelde mij een keer zo trots als een pauw toen ik een mailtje van hem kreeg over een recensie die ik geschreven had. Ik besprak in de recensie de bundel Tweede verschiet.
Vanmorgen ontdekte ik bij toeval de weblog die hij deze week voor de Volkskrant bijhoudt. Daar kun je zien dat een dichter aan het woord is. Prachtige dichtregels ontkiemen uit het dichterlijk moeras van de blog:

Als ik eindelijk mijn ogen sluit
zeilt er een vlucht hyacinthen
in gebleekte linten gebundeld
naar buiten en voor mij uit
(of niet, natuurlijk)

Ik maakte wel wat los vandaag bij mij, ineens ontsproten vier dichtregels tijdens kantoortijd:

Heel langzaam wissen de sporen
verdwijnen in het universum
zwaaien naar maanmannetjes
en lege marsplaneten

Dan is het op…

Wagner, Komrij en het harmonium

Eindelijk eens de bewerkingsbundels van Wagner-opera’s van Sigfrid Karg-Elert (1877-1933) op de harmoniumlessenaar gelegd. Ik heb ze bijna een jaar in mijn bezit, maar door al die verhuis-romslomp is het er niet van gekomen.
Wat een schitterende inleidingen. Zo speelde ik de ouverture bij Tristan en Isolde, maar ook het voorspel bij Parsifal streelt mijn oren. Ik besef zo spelend dat aan het begin van de 20e eeuw, dit vaak het eerste contact met beroemde muziek was voor mensen. Niet iedere burger kon naar Bayreuth om het Bayreuther Festspiele bij te wonen.
Omdat er nog altijd geschilderd moest worden, draaide ik de cd die in het boek Wagner en ik van Gerrit Komrij zit. Dat bracht mij ook weer met het boek van Komrij in aanraking, met fragmenten als: ‘Muziek zoekt mensen uit en vernietigt ze. Muziek boort zich in mensen en misbruikt ze. Muziek is oorlog.’ Het verplicht mij weer om er binnenkort een recensie op Litnet aan te besteden.

Klein leven, literatuur, orgelmuziek en Dantes Komedie