Oblomov en Joe Speedboot

Staatsecretaris Bruno Bruins van Onderwijs grijpt de literatuur aan in een betoog dat jongeren een voorbeeld moeten nemen aan Joe Speedboot. Hij vindt dat we teveel neigen naar een ander romanpersonage: Oblomov van Goncharov. Een boek waar de Staatsecretaris tuk op is: “schitterend en innemend, bijna vertederend, maar ook tergend: Oblomov droomt over de meest heroïsche daden, maar komt maar niet in actie. De kansen die hij krijgt , laat hij steeds weer door z’n vingers glippen…”
Nee, dan Joe Speedboot. Het romanpersonage van de gelijknamige roman van Tommy Wierenga weet van wanten en is één en al bruisende energie, volgens de Staatsecretaris iemand om een voorbeeld aan te nemen. De twee personages staan voor twee mentaliteiten, twee kansen, vindt de staatsecretaris in zijn betoog op het Nationaal Onderwijscongres in Eindhoven.
Bij mij doemt direct de vraag op waarom Bruins zo enthousiast is over een roman als die van Oblomov. Omdat dit boek het tegengestelde laat zien als wat hij wil? Of omdat hij zichzelf in het personage herkent? Ik vrees het laatste. Bruins bruist van de plannen, maar ik vraag mij af of hij die daadwerkelijk omzet in een kans. De neiging van politici om dingen te zeggen maar niet te doen, is te groot. Plannen maken is goed, maar het vierpuntenplan van Bruins neigt veel te veel naar een lege Oblomov.

De biografie van Karel Appel

De luxe agenda die ik zaterdag gekocht had, vanmiddag geruild tegen de biografie van Karel Appel in de ramsj. Geen slechte koop, zo op het eerste gezicht. Wel een bijzonder verhaal van Cathérine van Houts. Ze kon de mamoetklus niet afmaken, want ze overleed voortijdig aan een ernstige ziekte.
Dat de dood haar op de hielen zat, lees je sterk aan het einde af, waarbij ze snel en vluchtig door het leven van de kunstenaar schiet.
Ik ga het maar eens goed lezen, want ik ben de laatste tijd verzot op biografieën en brievenboeken. Zo liggen de complete brieven van Du Perron, Walschap en Hanlo op mijn boekenplank. Niet echt om helemaal gelezen te worden, maar om door te bladeren, je aandacht te laten verglijden op een bladzijde, verder te bladeren en dan weer terug te gaan. Zo zweef je door het leven van de schrijver.
De biografie van Karel Appel heeft iets soortgelijks. Een heel leven is teveel om in één keer te lezen, maar zo bladerend zie je leuke dingen. Wat ik wel een bijzonder idee vind is dat ditmaal de gebiografeerde de biograaf overleeft. Dat komt minder vaak voor dan andersom.

Roem en geld

Ik las vanmorgen in de Esta een interview met Saskia van Noort. Ze is schrijver van ondermeer De eetclub. Spannende romans waar weinig literatuur in zit, maar ze leveren veel geld op. De eetclub was een heuse hype. Iedereen die nooit las, las het en iedereen die las negeerde het stelselmatig.
Het interview besprak de rijkdom die de bestseller haar had opgebracht. Haar hele huis is gebouwd op de boeken. Een apart schrijfgedeelte heeft ze laten aanbouwen, waardoor ze rustig aan nieuwe bestsellers kan werken.
De eetclub hoort tot het genre als de Davinci code. Makkelijk te pruimen boeken die een eenvoudige clou hebben en vooral niet te ingewikkeld zijn. Bovendien is de stijl
jammerlijk slecht en laat het werk weinig aan de verbeelding over. Ik vraag me dan oprecht af of geld boven roem staat. Wat sterft makkelijker: veel geld aan een slechte roman verdient, of een meesterwerk geschreven dat niemand kent…

Bloggende dichters

Leo Vroman mag een oud mannetje zijn, hij schrijft fantastische gedichten. Ik voelde mij een keer zo trots als een pauw toen ik een mailtje van hem kreeg over een recensie die ik geschreven had. Ik besprak in de recensie de bundel Tweede verschiet.
Vanmorgen ontdekte ik bij toeval de weblog die hij deze week voor de Volkskrant bijhoudt. Daar kun je zien dat een dichter aan het woord is. Prachtige dichtregels ontkiemen uit het dichterlijk moeras van de blog:

Als ik eindelijk mijn ogen sluit
zeilt er een vlucht hyacinthen
in gebleekte linten gebundeld
naar buiten en voor mij uit
(of niet, natuurlijk)

Ik maakte wel wat los vandaag bij mij, ineens ontsproten vier dichtregels tijdens kantoortijd:

Heel langzaam wissen de sporen
verdwijnen in het universum
zwaaien naar maanmannetjes
en lege marsplaneten

Dan is het op…

Wagner, Komrij en het harmonium

Eindelijk eens de bewerkingsbundels van Wagner-opera’s van Sigfrid Karg-Elert (1877-1933) op de harmoniumlessenaar gelegd. Ik heb ze bijna een jaar in mijn bezit, maar door al die verhuis-romslomp is het er niet van gekomen.
Wat een schitterende inleidingen. Zo speelde ik de ouverture bij Tristan en Isolde, maar ook het voorspel bij Parsifal streelt mijn oren. Ik besef zo spelend dat aan het begin van de 20e eeuw, dit vaak het eerste contact met beroemde muziek was voor mensen. Niet iedere burger kon naar Bayreuth om het Bayreuther Festspiele bij te wonen.
Omdat er nog altijd geschilderd moest worden, draaide ik de cd die in het boek Wagner en ik van Gerrit Komrij zit. Dat bracht mij ook weer met het boek van Komrij in aanraking, met fragmenten als: ‘Muziek zoekt mensen uit en vernietigt ze. Muziek boort zich in mensen en misbruikt ze. Muziek is oorlog.’ Het verplicht mij weer om er binnenkort een recensie op Litnet aan te besteden.

Klein leven, literatuur, orgelmuziek en Dantes Komedie